JavaScript

This website requires the use of Javascript Explain This   to function correctly. Performance and usage will suffer if it remains disabled.
Waar is Gods Kerk vandaag?
New York, VS Jamaica Peru Idaho, VS India België Kenia Arkansas, VS Zuid-Afrika Engeland Nigeria Ohio, VS

Jezus zei: "Ik zal Mijn gemeente [Kerk] bouwen". Er is één organisatie die de volledige waarheid van de Bijbel onderwijst, en geroepen is om te leven "volgens elk woord van God". Weet u hoe u deze Kerk vindt? Christus zei dat Zijn Kerk:

  • Alles zou onderwijzen dat Hij geboden had
  • Leden zou hebben die afgezonderd zijn door de waarheid
  • Een "kleine kudde" zou zijn
Over de auteur
David C. Pack 

David C. Pack, oprichter en hoofdpastor van De Herstelde Kerk van God, hoofdredacteur van The Real Truth en stem van The World to Come, heeft vele miljoenen rondom de wereld bereikt met de meest krachtige waarheden van de Bijbel. Hij heeft 80 boeken en boekjes geschreven, persoonlijk meer dan 50 gemeenten opgericht, en is te gast geweest op The History Channel. Dhr. Pack bezocht Ambassador College in Pasadena, Californië, betrad in 1971 het dienaarschap in de Wereldwijde Kerk van God, en werd persoonlijk getraind door diens oprichter, Herbert W. Armstrong.

U bent misschien ook geïnteresseerd in:

Onderwijst de Bijbel voorbestemming?

door David C. Pack

Wat betekent voorbestemming? Is de loop van uw leven al bepaald? Heeft God het lot van alle mensen al bepaald? Hoe zit het met vrije wil? Waarom bent u geboren? Heeft God een plan? Zo ja, wat is het? Velen zijn verward en maken zich onnodig zorgen over degenen die in onwetendheid gestorven zijn. Toch, is deze Bijbellering duidelijk ‒ makkelijk te begrijpen. Hier is de geweldige waarheid over Gods plan en voorbestemming!

Ik groeide op in een bekende Protestantse kerk. Het grote verschil tussen deze kerk en andere Protestantse denominaties was het geloof in de “voorbestemming” van alle mensen. Ik leerde van deze fundamentele lering op jonge leeftijd.

Ons werd over het algemeen geleerd dat God ons leven al van tevoren voor ons uitgespreid had. Vermoedelijk gebeurde dit alles voordat we geboren werden. Maar ik werd later gedwongen mijzelf af te vragen of de Bijbel dit wel zegt.

Mijn moeders keuze

Dit was de kerk van mijn moeders jeugd. Mijn vader groeide op in een andere denominatie. Hoewel mijn ouders vereiste dat ik, mijn broer en mijn zus de diensten bijwoonden, vergezelden beide ouders ons nauwelijks. Toen ik ongeveer dertien of veertien was besloot ik mijn moeder te vragen waarom. Haar antwoord was direct en veelzeggend.

Ze legde uit dat ze de doctrine van voorbestemming die haar kerk onderwees niet kon accepteren. Ze legde me verder uit, door een analogie van een man met een hartaandoening, waarom ze moeite had met deze doctrine. Ze schilderde de man af als bewust zijnde van zijn conditie maar dat hij er toch voor koos het te negeren, aangezien hij met dozen en boeken de trap van zijn huis op en af rende. Mijn moeder weigerde te geloven dat zo’n man een hartaanval kon krijgen zonder verantwoordelijk te zijn voor de beslissing een goed oordeel te negeren, en daardoor zichzelf in gevaar te brengen. Ik zal deze conversatie nooit vergeten, omdat we onderaan de trap stonden toen ze haar overtuiging beschreef. Ze vervolgde mij te vertellen dat ze geloofde dat alles dat zij in haar leven besloot, in feite, iets was dat zij zelf besloot. Ze had de overtuiging dat iemand die opzettelijk zijn gezondheid in gevaar bracht, terwijl hij zich zeer bewust was van zijn gezondheid, God bespotte door zijn handelen. Dit was een keuze die de persoon maakte. Aan de andere kant, als zo’n man echt geen controle over zijn acties had, in het geval dat ze beschreef, dan bespotte God deze man ‒ en alle andere mensen ‒ omdat Hij mensen machteloos laat om actie te ondernemen tegenover duidelijk gevaar.

Mijn moeder maakte een punt, en ik ben het nooit vergeten. Hoe dan ook, het was niet eerder dan vier of vijf jaar later dat ik inzicht kreeg in de Bijbelse waarheid over het onderwerp voorbestemming.

Alleen de “verlorenen” en de “verlosten”?

Denk er eens over na. Als mijn moeder ongelijk had, dan betekent dit dat mensen geen vrije wil hebben. Ze kunnen niet echt hun eigen keuzes maken of hun eigen lot bepalen. Het betekent dat alle mensen gewoonweg een voorbestemde rol spelen in elk zaak die ze tegenkomen ‒ zelfs als ze denken dat ze hun eigen beslissingen maken. In wezen is de hele wereld Gods toneel en alle mensen zijn niet meer dan acteurs die een deel van een draaiboek afspelen!

Klopt dit? Is dit wat de Bijbel daadwerkelijk onderwijst wanneer het refereert naar voorbestemming? Plande God werkelijk iedere zonde van tevoren, elke daad van immoraliteit en alle misdrijven die ooit begaan zijn? Is God de auteur van iedere oorlog – iedere daad van burgerlijke ongehoorzaamheid ‒ iedere scheiding ‒ iedere zelfmoord ‒ iedere moord? Plande God iedere verkrachting ‒ iedere daad van kindermishandeling ‒ iedere leugen die ooit verteld is ‒ iedere keer dat iemand kiest zijn loonbelasting te ontlopen? Begrijp. Als God de richting van alles al in kaart gebracht heeft, alvorens het gebeuren zal, dan kunnen alle handelingen van zonde en onrechtvaardigheid daarvan niet worden uitgesloten.

Draai nu de munt om. Heeft God voorbestemd welke mensen Hem zullen gehoorzamen? Heeft Hij van tevoren bepaald wie er rechtvaardig zullen zijn ‒ en dus christen worden en uiteindelijk verlost? Als dit waar is dan moeten we op hetzelfde moment nagaan of Hij ook besloten heeft wie er verloren gaan. En kunnen de “verlorenen” niet kiezen om zich te bekeren en verlost te worden? Kunnen de verlosten niet terugvallen in, door eigen keuze, de levensweg die veroorzaakt dat ze verloren gaan? Dit zijn belangrijke vragen. Mist er iets? Ja, een grote hoeveelheid van de Bijbel is compleet over het hoofd gezien. De lering van voorbestemming is al veel te lang omhuld in onwetendheid, verwarring en onbegrip.

We moeten sommige fundamentele vragen stellen. Wat is het plan van God? Wat doet God precies met de mensheid? Probeert Hij alle mensen nu te verlossen? Zijn alle mensen onderverdeeld in de categorieën “verlorenen” of “verlosten”? Zijn er andere categorieën die begrepen moeten worden om Gods plan te begrijpen? Waar dan past de waarheid van voorbestemming?

Dit zijn enorme vragen. Niet de juiste antwoorden hebben op deze vragen heeft ervoor gezorgd dat miljoenen onnodig hebben gerouwd over familieleden die mogelijk gestorven zijn in een “verloren” staat omdat ze Christus nooit als hun Verlosser hebben aanvaard.

Neem nooit de nauwkeurigheid aan over welke opvatting dan ook van een Bijbels onderwerp tenzij u het kan bewijzen uit de Schrift. Over het onderwerp van voorbestemming hebben mensen twee gemeenschappelijke aannames ‒ beide zijn niet correct. Ze hebben aangenomen dat ieder mens die ooit geleefd heeft voorbestemd is om “verloren” of “verlost” te zijn ‒ of ze hebben correct geconcludeerd dat mensen de macht hebben om hun eigen lot te bepalen maar hebben aangenomen dat alle mensen in een van deze twee mogelijke categorieën vallen.

Deze standpunten zijn beide fout. Ze zijn gebaseerd op valse aannames. Velen zijn in de veronderstelling dat God de wereld nu probeert te verlossen. Velen veronderstellen dat de rol ‒ de missie ‒ van de Kerk is om: “de wereld nu te verlossen.” Velen zijn er ook toe geleid te geloven dat God en de duivel in een grote worstelpartij zijn verwikkeld over het lot van de wereld. Het is alsof God wanhopig mensen probeert te redden uit de klauwen van de duivel, en de duivel is, net zo wanhopig, op ieder punt Gods verlossingsplan aan het dwarsbomen. Natuurlijk streeft de duivel er zeer zeker naar de hele wereld te misleiden (Openb. 12:9). Hij is nu de god van deze wereld, trachtend mensen te verblinden voor de geweldige waarheid van Gods plan en het ware evangelie (2 Kor. 4:4). Echter, dit betekent niet dat Gods plan, aan de ene kant, buiten Zijn bereik ligt ‒ verloren aan de duivel ‒ of, aan de andere kant, dat Zijn controle betekent dat het lot van elk mens voorbestemd is.

Is vandaag de enige dag van verlossing?

Is vandaag voor iedereen de enige mogelijkheid om de christelijke weg te kiezen of te verwerpen? Moeten alle mensen “nu beslissen” om Jezus als Heer en Verlosser aan te nemen? Is dit wat de Bijbel onderwijst? Het antwoord is nadrukkelijk NEE! Als het ja zou zijn, dan is God behoorlijk aan het falen in Zijn strijd met de duivel over het lot van de mensheid.

Bedenk dat in 1920, toen mijn vader werd geboren, er ongeveer 2 miljard mensen op aarde waren. Nu zijn het er meer dan 6 miljard ‒ en meer iedere dag. Circa 2 miljard, ofwel een derde, gelooft in de naam van Jezus Christus. Dit representeert een totaal dat iedere denkbare stroming bevat van de meer dan 2000 verschillende vormen van het belijdende christendom. Circa nog een derde van de mensheid heeft gehoord van Christus maar hebben Hem niet geaccepteerd en beweren Hem niet te volgen. Ten slotte, het laatste derde deel van alle mensen op aarde weet niets over Christus. Velen in India, Afrika, Japan, China en delen van Zuid-Amerika en Zuidoost-Azië hebben zelfs nog nooit van Christus gehoord, laat staan wie Hij was, wat Hij deed, en wat Hij onderwees, etc. Zijn zij veroordeeld om verloren te gaan, zonder ooit de mogelijkheid te hebben gehad om te begrijpen wat zij misten en waarom?

Als we over Christus’ naam spreken, verklaart de Bijbel duidelijk: “En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden” (Hand. 4:12). Verder zegt Romeinen 10:13 dat eenieder die naam moet aanroepen om zalig (verlost) te worden. Begrijp! Iedereen die zich niet overgegeven heeft aan de God van de Bijbel en die Jezus niet geaccepteerd heeft als zijn Verlosser is zeker niet verlost! Ontelbare miljarden zijn in deze conditie gestorven. Velen hebben verondersteld dat de enige andere optie voor hen is dat ze verloren zijn voor verlossing en dat God dit lang geleden voorbestemd heeft voor de overgrote meerderheid die ooit hebben geleefd.

Aan de andere kant, als de oorlog om zielen te winnen is zoals de meeste belijdende christelijke dienaren het beschrijven, dan is de duivel veel sterker ‒ en veel effectiever ‒ in zijn inspanningen dan God. Wees eerlijk en geef toe dat dit de enige andere mogelijkheid is, tenzij er een derde categorie is die de overgrote meerderheid van de mensen bevat. Maar het moet een categorie zijn die niet wordt erkend!

Is God een monster die de overgrote meerderheid verdoemt zonder hen een mogelijkheid tot verlossing te schenken? Dit wordt, hoewel op onwetende wijze, door velen geconcludeerd. Ze hebben aangenomen dat relatief weinig mensen verkozen zijn om een mogelijkheid te hebben om Gods koninkrijk binnen te gaan. (Om meer te leren over Gods koninkrijk, lees ons boekje Wat is het Koninkrijk van God?)

Zevenduizend jaren

De kern van Gods plan omvat 7000 jaar. Weinigen hebben dit begrepen. Velen begrijpen de verzen die Christus’ 1000-jarige rijk beschrijven en Zijn terugkomst op aarde in grote kracht en heerlijkheid om te regeren met de heiligen (Openb. 20:4-6). En terwijl de meesten niet veel meer weten dan dit, weten ze niets van het feit dat God 6000 jaar, ofwel zes duizendjarige dagen van een “zevendaagse week,” heeft toebedeeld aan de mens, voorafgaand aan de zevende duizendjarige “dag.” De zesde “dag” staat op het punt afgesloten te worden. Satan zal spoedig gebonden worden (Openb. 20:2).

Echter, hij is nu nog niet gebonden. Wanneer Christus zich kwalificeerde hem te vervangen (Mat. 4:1-11; Luk. 4:1-13) als de “god van deze wereld,” door de zonde te overwinnen, verzekerde Hij dat Satan spoedig niet langer aanwezig zal zijn om de mensheid te misleiden en te verwarren (Openb. 12:9; 1 Kor. 14:33). Maar, nogmaals, we moeten begrijpen dat hij nog niet gebonden is en dat hij alles probeert te doen, binnen de grote macht die hij bezit, om Gods plan te dwarsbomen. Hij heeft zeker zijn dienaren misleid (2 Kor. 11:13-15) te geloven dat God ontzettend heeft gefaald in Zijn plan de overgrote meerderheid te verlossen. Maar het is alleen met Gods toestemming dat Satan de scepter zwaait over deze” tegenwoordige slechte wereld” (Gal. 1:4)

God is niet een worstelwedstrijd aan het verliezen waar Hij duidelijk de volle controle over heeft. Hij weet precies wat Hij aan het doen is, en de pracht van Zijn plan kan begrepen worden.

Wees er zeker van dat de ware God er niet voor zou kiezen de overgrote meerderheid die ooit geleefd heeft te veroordelen zonder ze een volledige kans op behoud te geven. Zo’n God zou het niet waard zijn te volgen ‒ Hij zou een onrechtvaardig monster zijn die zich voornamelijk bezighoudt met het veroordelen van mensen.

We moeten begrijpen dat de Bijbel zegt: “Maar laat vooral dit u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Heere is als duizend jaar en duizend jaar als één dag” (2 Pet. 3:8). Natuurlijk, de meeste mensen zijn “onwetend” over niet alleen dit “ene ding,” maar bijna alles wat de Bijbel onderwijst.

Toch is dit een fascinerend vers.

De mens (onder de onzichtbare leiding van Satan) is zes dagen gegeven, ofwel 6000 jaar, om zijn eigen wegen, regeringen, religies, filosofieën, waardestelsels en vormen van educatie uit te proberen. Hij heeft de zonde beoefend ‒ ongehoorzaamheid aan Gods geboden ‒ voor bijna 6000 jaar, onder de heerschappij van Satan. Hij heeft vervolgens geprobeerd al de nadelige gevolgen te behandelen in plaats van de oorzaak aan te pakken, het breken van Gods wet.

God laat toe dat de mens bittere lessen leert. De overgrote meerderheid, die nooit de waardevolle waarheid van God hebben gekend, moeten leren dat hun eigen wegen niet werken! (Lees ons boekje Waarom de mens zijn problemen niet kan oplossen – tot nog toe onbekend.)

Net voordat de mensheid zichzelf van de aarde wegvaagt, door een combinatie van massavernietigingswapens en de onomkeerbare vervuiling van een planeet, die grenzen heeft aan hoeveel het kan weerstaan, zal Christus ingrijpen en de mens van zichzelf redden!

Ga nu verder met 2 Petrus en bekijk vers 9: “De Heere vertraagt de belofte niet…maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.” Heeft u gezien dat God iedereen wil redden? Paulus, sprekend over God (Christus) verklaart: “Die wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen” (1 Tim. 2:4). Dat is de duidelijke waarheid van dit vers. God is niet, en is nooit, de massa aan het veroordelen geweest.

Satan heeft vele vormen van valse religie over de hele aarde verspreid. Hij vervalst de waarheid op eindeloze manieren. Hij is een meester-bedrieger en de vruchten van zijn inspanningen zijn overal te vinden. Echter, er komt een 1000-jarige “Sabbatsrust.” De mens zal rusten van de zonde en van de aanhoudende misleiding van de duivel. Zijn tijd zal binnenkort tot een einde komen. En hij is nu bozer dan ooit tevoren.

Markus 2:28 verklaart: “…de Zoon des mensen is Heere, óók van de sabbat.” Satan zal verbannen worden naar de diepste duisternis (de woestijn van Lev. 16:10, 21-22) tijdens deze duizendjarige Sabbat. Het is van vitaal belang om deze geweldige waarheid te begrijpen. Satans heerschappij zal tot een einde komen en de gehele wereld zal van de zonde rusten wanneer Christus komt als Koning der koningen en Heer de heren.

2 Korintiërs 6:2 ‒ niet begrepen!

Een vers wordt vaak geciteerd om te bewijzen dat nu de enige mogelijkheid is voor de gehele mensheid om verlost te worden. Laten we dit bijna universeel onbegrepen vers lezen: “Want Hij zegt: In de tijd van het welbehagen heb Ik U verhoord, en op de dag van het heil heb Ik U geholpen. Zie, nu is het de tijd van het welbehagen, zie, nu is het de dag van het heil” (2 Kor. 6:2).

Het is van belang te begrijpen dat het woord “de,” in de Herziene Statenvertaling van de Bijbel, niet te vinden is in de originele Griekse en Hebreeuwse tekst. Vertalers hebben dit toegevoegd denkend dat ze de betekenis van het vers versterkten.

De apostel Paulus citeert eigenlijk Jesaja 49:8: “Zo zegt de Heere: In de tijd van het welbehagen heb Ik U verhoord, en op de dag van het heil heb Ik U geholpen…” Noch het Grieks van 2 Korintiërs 6:2 noch het Hebreeuws van Jesaja 49:8 bevatten het lidwoord “de.”

De Knox vertaling (een Engelse vertaling) geeft de Griekse betekenis van het eerste gedeelte van 2 Korintiërs 6:2 het nauwkeurigst weer: “Ik heb uw gebed verhoord, zegt Hij, in een [niet de enige] tijd van vergeving heb ik u hulp geschonken, op een [niet de] dag van verlossing.”

Zij die dit vers verkeerd lezen hebben niet overwogen dat als verlossing alleen mogelijk was tijdens de tijd van Paulus, dat het dan nu niet mogelijk is voor wie dan ookinclusief u en ik! Paulus leefde meer dan negentien eeuwen voor onze tijd, en daar komt nog een bij dat hij een vers citeerde dat vele eeuwen voor zijn tijd was opgeschreven. Aan welk tijdperk zouden deze twee verwijzingen naar het vers moeten worden toegewezen?

Het is zeker waar dat vandaag de enige dag van verlossing is voor allen die geroepen zijn, wiens verstand is geopend voor Gods waarheid. Er is geen ontkomen aan dat al deze mensen hun kans op redding nu hebben! Als mensen de waarheid begrijpen (Jak. 4:17; Heb. 10:26), dan is er geen weg terug. Als God op dit moment Zijn waarheid aan u openbaart ‒ dan moet u nu handelen! Dit is dan “een” dag van verlossing voor allen die vandaag geroepen worden. Er zal geen tweede mogelijkheid zijn voor mensen die Gods waarheid verwerpen.

Het Evangelie gepredikt als een getuigenis

Nergens in de Bijbel zei Christus of iemand anders dat het Evangelie van het Koninkrijk gepredikt zou worden door Zijn dienaren met de bedoeling de hele wereld nu te bekeren. Probeer zulke verzen te vinden. U zult zien dat er geen zijn.

Merk op in Mattheüs 24:14: “En dit Evangelie van het Koninkrijk zal in heel de wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde komen.” Dit was onderdeel van Christus’ antwoord op een vraag in vers 3 van hetzelfde hoofdstuk. Het is eigenlijk een profetie over een van de vele grote gebeurtenissen die vooraf zullen gaan aan Zijn terugkomst. De verwijzing naar “en dan zal het einde komen” betekent het einde van het tijdperk van de heerschappij van de mens onder de invloed van de duivel. Maar mis de uitdrukking “tot een getuigenis” in Christus’ woorden niet. Hij zei niet dat het Evangelie gepredikt zou worden “met als doel de gehele mensheid te bekeren” of iets dergelijks. Het is deze Kerk ‒ De Herstelde Kerk van God ‒ die Mattheüs 24:14 vervult.

Weinigen zullen luisteren en reageren op Gods geweldige waarheid, voor hen beschikbaar gesteld in deze tijd. U bent gezegend het nu te lezen. De meesten zullen de kans om te kwalificeren en met Christus over de naties te regeren negeren (Openb. 5:10; Mat. 5:5; Luk. 19: 11-27). De waarheid lezen in een boekje zoals deze, of onze vele anderen, zal voor velen niet meer zijn dan “een getuigenis,” omdat zij de enorme betekenis van Gods plan niet bevatten en hun potentiële rol hierin.

Weinigen nu inzicht gegeven

Zoals gezegd, aan weinigen wordt in deze tijd echt inzicht gegeven. Omdat velen denken dat ze Gods plan begrijpen, blijven ze volkomen blind voor de grote waarheid!

Ik stel u een vraag. Iedereen die wat van de Bijbel weet erkent dat Christus vele principes, punten en waarheden besproken heeft door het gebruik van gelijkenissen. Waarom denkt u dat Hij dit deed? Bent u er niet toe gebracht te geloven dat Hij dit deed om zijn doel te illustreren? Dit is wat ik heb geleerd ‒ en, zoals de meesten, slikte ik dat als zoete koek! Deze theorie is fout. Het is niet wat de Bijbel zegt ‒ het is onjuist! Nog belangrijker, het correcte antwoord openbaart een essentiële waarheid.

Christus’ discipelen vroegen Hem deze vraag. Merk op: “En de discipelen kwamen naar Hem toe en zeiden tegen Hem: Waarom spreekt U tot hen door gelijkenissen? Hij antwoordde en zei tegen hen: Omdat het u gegeven is de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar aan hen is het niet gegeven. Want wie heeft, aan hem zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar wie niet heeft, van hem zal afgenomen worden, zelfs wat hij heeft. Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij niet zien, ook al zien zij, en niet horen, ook al horen zij, en ook niet begrijpen” (Mat. 13:10-13).

Dit is een verbazingwekkend vers. De implicaties zijn verstrekkend! Christus zei dat Hij eigenlijk in gelijkenissen sprak om de betekenis van wat Hij zei te verbergen. Hij legde uit dat de “geheimenissen” van Gods koninkrijk aan sommigen wel gegeven worden en aan anderen niet. Dit kan alleen betekenen dat sommigen nu geroepen worden en dat anderen verblind blijven. Toch is God perfect. In veel verzen beschrijft Hij Zijn rechtvaardigheid en eerlijkheid met de gehele mensheid, op elk gebied. En we hebben gezien dat Hij “niet wil dat enigen verloren gaan” maar “dat alle mensen zalig worden.”

Bekijk Paulus’ instructie aan de Korintiërs: “Maar voor hen die geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, prediken wij Christus, de kracht van God en de wijsheid van God…Let namelijk op uw roeping, broeders: er zijn onder u niet veel wijzen naar het vlees, niet veel machtigen, niet veel aanzienlijken” (1 Kor. 1:24,26).

Meerdere malen spreekt Paulus over een “roeping.” Er zijn mensen die geroepen zijn en mensen die dat niet zijn. Hij legt uit dat degenen die nu geroepen zijn over het algemeen niet “wijs, machtig of aanzienlijk” zijn. De meeste van deze mensen willen niet luisteren naar wat God hen te zeggen heeft omdat ze denken dat ze Hem niet nodig hebben. Voor nu is God bereid hen hun eigen gang te laten gaan en bittere lessen te leren die hen later zullen helpen sneller te groeien en te leren, wanneer Hij hen wel roept.

In Johannes 6:44 en 65 zegt Christus: “Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekt; en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag” en “…dat niemand tot Mij komen kan, tenzij het hem door Mijn Vader gegeven is.” Alleen door Gods Geest kan iemand worden getrokken tot Gods waarheid, en die waarheid gegeven worden. Zonder deze roeping, “trekking” oftewel het geven van de waarheid aan een persoon, kan niemand tot de waarheid komen. Zo simpel is het.

Er is geen tweede kans

Ezechiël 37 onthult een profetie over hoe vele miljoenen ‒ eigenlijk miljarden ‒ de mogelijkheid krijgen om voor het eerst te leren, en te handelen naar, de waarheid van God. Dit is een voorafschaduwing van de mogelijkheid die later aan vele miljarden gegeven zal worden. De duivels constante misleiding en verzoeking van de mens zal stoppen als hij verbannen is. Al degenen die leken te zijn gestorven “zonder een kans” zullen een eerste kans krijgen om de waarheid te leren. Sommigen schilderen dit af als een “tweede kans.” En wij zijn beschuldigd van het geloven in de doctrine van een tweede kans.

Als mensen de waarheid van God niet kennen, hoe kunnen ze dan geoordeeld worden voor het verwerpen of ongehoorzamen hiervan? Op wat voor grond zou God iemand kunnen veroordelen die nog nooit geweten heeft dat wat hij deed fout was of zondig? Wat zegt de Bijbel daadwerkelijk over deze belangrijke kwestie?

Overweeg het volgende! Jakobus 4:17 verklaart: “Wie dan weet goed te doen [Gods wet: Rom. 7:12], en het niet doet, voor hem is het zonde.” De sleutel is kennis ‒ als iemand weet van goed en kwaad ‒ dan kan God beoordelen in hoeverre een persoon zich aan Hem heeft overgegeven.

Verder verklaart Hebreeën 10:26-27: “Want als wij willens en wetens zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er geen slachtoffer voor de zonden meer over, maar slechts een verschrikkelijke verwachting van oordeel en verzengend vuur, dat de tegenstanders [ van God] zal verslinden.” Dit duidelijke vers is niet verkeerd te begrijpen. Willens en wetens zondigen tegen God kan alleen gebeuren “nadat” iemand de “kennis van de waarheid ontvangen” heeft ‒ of nadat iemand door God geroepen is om Zijn plan te begrijpen. Nogmaals, het is duidelijk dat God zal bekijken wat u gaat doen met de kennis van de meetstandaard voor Christelijk gedrag.

Om Zijn punt te maken, moest Christus vaak heel direct tegen de farizeeërs spreken. Merk op: “Jezus zei tegen hen: Als u blind was, zou u geen zonde hebben, maar nu u zegt: Wij zien, zo blijft dan uw zonde” (Joh. 9:41). Later in Johannes 15:22 voegt Hij toe: “Als Ik niet gekomen was en tot hen gesproken had [Christus had hen kennis gegeven ‒ Hij had “tot hen gesproken”], hadden zij geen zonde, maar nu hebben zij geen voorwendsel [excuus] voor hun zonde.” Dit is krachtige taal over het belang van het hebben van ware kennis en de goede toepassing hiervan.

Geen wonder dat Christus zei: “En die slaaf die de wil van zijn heer gekend heeft en geen voorbereidingen getroffen heeft en ook niet naar zijn wil gehandeld heeft, zal met veel slagen geslagen worden” (Luk. 12:47). Er zijn er die Gods wil kennen en degenen die het niet kennen. Straf zal worden uitgedeeld overeenkomstig hen die wel, en hen die niet, begrepen wat er van hen verwacht werd.

De Bijbel verklaart: “Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God [Gods ware Kerk]; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?” (1 Pet. 4:17). Het is de Kerk van God, en niet de wereld als geheel, die nu geoordeeld wordt. Christenen moeten erkennen dat ze zich op dit moment over hun eigen handelen zorgen moet maken. God evalueert, beoordeelt, hun gedrag dagelijks (zie inzet).

De meerderheid in de wereld van vandaag begrijpt simpelweg het plan van God niet. Het is hen nog niet duidelijk gemaakt. Zij bevatten niet wat God aan het doen is met de mensheid ‒ individueel of collectief. Geestelijke dingen kunnen niet worden waargenomen door de vijf fysieke zintuigen (1 Kor. 2:9-11). De wereld is verblind en zal dat blijven totdat God Zijn waarheid aan iedereen openbaren zal ‒ in de tijd wanneer het aan allen “gegeven” zal worden te begrijpen, in plaats van een klein aantal. God is niet een onrechtvaardige en wrede Ouder die Zijn kinderen veroordeelt terwijl Hij ze niet heeft verteld wat er van hen verwacht wordt, net zomin zou een menselijke ouder een kind straffen als het kind niet wordt verteld wat er van hem wordt verwacht. Dat zou erg oneerlijk zijn!

Vergeet niet, omdat iedereen een mogelijkheid moet ontvangen om tot “bekering te komen” kan deze tegenwoordige tijd onmogelijk de tijd zijn dat God alle mensen probeert te redden. En onthoud, als dit zo is, dan faalt Hij op grote schaal met de meest belangrijke inspanning die Hij ooit is begonnen. Op een dag zal de gehele mensheid het geweldige plan van God volledig begrijpen en waarom de wereld op dit moment verblind is! Maar u kunt dit plan nu begrijpen!

Israël geheel verblind ‒ daarna verlost

Het gehele elfde hoofdstuk van Romeinen geeft veel inzicht in hoe degenen die nu verblind zijn later gered zullen worden. Dit hoofdstuk zou zorgvuldig bestudeerd moeten worden. We zullen het nu kort onderzoeken.

Het spreekt over alle stammen van Israël. Bijna niemand begrijpt wie de stammen van Israël zijn. Ze veronderstellen dat de Joden, maar één stam van de twaalf, tegenwoordig geheel Israël omvat. Omdat veel Joden, tot op zekere hoogte, Gods Sabbat en jaarlijkse feesten losjes hebben voortgezet, hebben ze vastgehouden aan hun identiteit op een manier die de andere stammen verloren hebben.

Romeinen 11 beschrijft hoe God op een dag alle twaalf stammen van Israël zal roepen en verlossen. Vers 26 verklaart: “En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschreven staat: De Verlosser [de spoedig komende Jezus Christus], zal uit Sion [Zion] komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.”

De hedendaagse naties (stammen die zich hebben uitgebreid) van Israël hebben nog niet de goddeloosheid uit hun geestelijke conditie laten verwijderen. Spoedig zullen ze dat wel. Ze zijn nu verblind. Spoedig zullen ze zien.

Vele honderden miljoenen Israëlieten, uit het verleden, heden en de toekomst, zullen spoedig de glorieuze bedoeling begrijpen van Gods plan. Hoewel het spoedig komen zal, is die tijd hier nog niet. God werkt nu niet met de naties van Israël. Zij ontvangen hun kans voor verlossing niet. Een gedeelte van de reden wordt in vers 25 uitgelegd, waar Paulus de heidense Romeinen waarschuwt voorzichtig te zijn: Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog), dat er voor een deel verharding [verblinding] over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan.” De meesten zijn “onwetend” over Gods plan, maar het kan zijn dat Hij niet wil dat u onwetend bent over deze “geheimenis.”

God werkt eerst met veel heidenen in dit tijdperk, en met vele fysieke Israëlieten verspreid door de naties. Maar Hij zal in de toekomst met “heel Israël” gaan werken met als doel dat ze uiteindelijk gered zullen worden! En, we zullen zien dat Hij dat ook zal gaan doen met alle heidense naties.

De christelijke roeping en plan

Het onderwerp van voorbestemming en Gods plan zou niet compleet zijn zonder enige aanzienlijke uitleg waarom God alleen een enkeling in Zijn waarheid roept. We moeten ons afvragen, waarom ‒ met welk doel ‒ roept God een enkeling in deze tijd? We hebben al vastgesteld dat Hij op dit moment niet de hele wereld probeert te verlossen. Dus wat is Hij aan het doen?

Veel belijdende christenen geloven dat als ze sterven, ze “naar de hemel gaan.” Hoewel dit een prettige gedachte is geweest voor miljoenen, is het niet Bijbels ‒ en het is nooit Gods plan geweest! Gods plan voor de mensheid is veel groter, oneindig glorieuzer. Het gaat over regeren ‒ besturen ‒ met Christus. Veel verzen maken deze waarheid duidelijk aan iedereen van wie de ogen door God geopend worden.

De christen wordt getraind om leraar te worden in de wereld van morgen. Hij of zij is iemand die zal leiden, instrueren, regeren en onderwijzen, beginnend met allen die leven bij Christus’ terugkomst. Alleen op dat moment zal heel Israël ‒ en snel daarna de rest van de wereld ‒ verlost worden.

De gelijkenis van de ponden

Een heel belangrijke gelijkenis illustreert de verantwoordelijkheid van een christen om te groeien, als hij of zij het koninkrijk van God wil binnengaan. In Lukas 19:11-27 vergelijkt Christus Zichzelf met een mens van hoge geboorte (een Edelman) die vertrok naar een “ver land,” een evenbeeld van de toetreding tot de Vader in de hemel voor bijna 2000 jaar, tot Zijn terugkomst. De discipelen geloofden dat het Koninkrijk van God “onmiddellijk zou aanbreken” en Christus wilde illustreren dat er veel tijd zou verstrijken voordat dit zou gebeuren.

De “Edelman” van de gelijkenis instrueerde Zijn “tien slaven” (een evenbeeld van christenen die uit de wereld geroepen zijn door God) om de waarde te vermeerderen van een “pond” (geld) dat Hij gaf aan ieder van hen om te investeren. De pond beschrijft een soort van symbolische eenheid van fundamentele geestelijke waarde. Onthoud dat het een gelijkenis is, dus Christus verwees niet naar enig soort van letterlijk geld. Hij vertelde Zijn slaven, “doe daarmee zaken totdat Ik terugkom” ‒ oftewel laat de pond “groeien” tot meer geld. Terwijl de Edelman weg was, zeiden verscheidene van de slaven: “Wij willen niet dat deze man koning over ons zal zijn.” Het is belangrijk de intentie van deze verklaring te begrijpen.

Deze “burgers” begrepen dat de Edelman (Christus) zou komen om de aarde te regeren. Zij wilden hier geen aandeel in hebben en verwierpen Zijn bestuur over hen ‒ en dus hun toekomstige aandeel hierin (vers 27). Zij begrepen dat het Koninkrijk van God een regering zou zijn over de aarde. Vergeet niet dat de gelijkenis begon met de Edelman (Christus) die naar de hemel ging om “voor zich een koninkrijk in ontvangst te nemen en daarna terug te keren.”

Bij de terugkomst van de Edelman riep Hij iedere slaaf bij Zich om Hem een verslag te geven van hoe eenieder de pond vermeerderd had die aan hen gegeven was. Sommigen hadden vijf pond winst gemaakt, anderen tien, etc., maar een slaaf had zijn pond in de grond begraven en had niets geproduceerd. Christus wilde weten hoeveel winst iedere man had gemaakt terwijl Hij weg was.

De eerste slaaf had tien pond winst gemaakt en Christus legde zijn beloning uit door te zeggen: “goede slaaf! Wees, omdat u in het minste trouw bent geweest, machthebber over tien steden” (vs. 17). De slaaf die vijf ponden winst had gemaakt werd “over vijf steden” gesteld. Omdat de tweede slaaf half zoveel had geproduceerd, was zijn beloning half zo groot. Dus deze mensen werd “autoriteit (macht)” gegeven – ze werden in positie van grote heerschappij geplaatst—“over steden.” Hun beloning was om te “heersen” met Christus (Judas 14) in Zijn wereldregerende koninkrijk.

De dienaar die de pond begroef in een zweetdoek had een grote kans verspild om zich te kwalificeren voor heerschappij in het Koninkrijk van God: “Maar Hij [de Edelman, Jezus] zei tegen hem: Uit uw eigen mond zal ik u oordelen, slechte slaaf”. Deze slaaf groeide niet. Hij had niets geproduceerd in zijn leven en had zich niet gekwalificeerd voor heerschappij over steden in het Koninkrijk van God. Christus gaf de beloning van de slechte slaaf aan degene die tien ponden winst had gemaakt – zodat de laatste zelfs nog meer dan zijn eigen beloning kreeg. De steden die door het gedrag van deze man verloren gingen moesten door iemand geregeerd worden. Anders zouden ze aan hun lot overgelaten worden, zonder dat er een regeerder over is aangesteld.

Niemand zal heerschappij gegeven worden voordat hij bewezen heeft dat hij geregeerd kan worden. Niemand kan deel hebben aan Gods wereldomvattende regering tenzij hij geleerd heeft om zich te onderwerpen aan het bestuur van God en te worden geregeerd door God en Jezus Christus in dit leven. Dit is de allerbelangrijkste les van de gelijkenis van de ponden.

Welnu, wat gaat u doen? Zal u uw roeping en verkiezing zeker stellen (2 Pet. 1:10)? Zal u groeien, kwalificeren, en ontwikkelen in geestelijk karakter ‒ meer ponden bezitten dan toen u startte? Zal God een “opbrengst” ontvangen op de investering in u? Of zal u uw pond begraven, en daarmee de mogelijkheid om te regeren en te onderwijzen in het Koninkrijk van God?

In de tussentijd worden christenen getraind om diegenen te worden die anderen zullen trainen. Ze worden onderwezen om leraren te worden. Ze leren om instructies te ontvangen van God in Zijn Woord en door Zijn Kerk, zodat zij later gekwalificeerd zijn om instructies te geven. Ze leren nu door God geregeerd te worden zodat ze later met Christus kunnen besturen en regeren.

Petrus zei dat christenen moeten “… groeien in de genade en kennis van…Jezus Christus” (2 Pet. 3:18). Christenen aanvaarden niet alleen maar Christus om daarna te geloven dat ze “eens verlost, altijd verlost” zijn. Ze weten dat ze moeten “groeien” en “overwinnen” om macht te ontvangen over de heidenen (Openb. 2:26-27). Het is in dit leven dat een ware christen zich kwalificeert om grote macht te ontvangen. Merk op: “Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb” (3:21).

God kan geen macht geven aan hen die niet geleerd hebben het te gebruiken. Hij moet er eerst voor zorgen dat de macht niet zal worden misbruikt. Een ware christen bestudeert Gods woord regelmatig om al de wegen en wetten van God te begrijpen. Hij bidt ook elke dag, op zijn knieën, om zijn noden en bezorgdheden krachtig naar voren te brengen (Jak. 5:16), in vol vertrouwen dat God hem hoort, leidt en antwoordt in zijn dagelijks leven.

Een christen “zoekt eerst het Koninkrijk van God” (Mat. 6:33), wetend dat voor al zijn dagelijkse zorgen en benodigdheden gezorgd zal worden. Hij moet onthouden te groeien en overwinnen omdat hij zich aan het kwalificeren is om op een dag een groot aantal mensen te leiden.

Als de tijd rijp is voor heel Israël om zalig (verlost) te worden (Rom. 11:26), dan moet God alvast een team van opgestane heiligen hebben (Judas 14-15), voorbereid om deel te zijn van het grote onthullingsproces voor de verblinde miljoenen waarover geprofeteerd wordt dat ze dan in staat zijn Gods waarheid te zien. God legt dit uit in Romeinen 11:31. Als er gesproken wordt over de verblinding van Israël, schrijft Paulus: “zo zijn ook zij nu ongehoorzaam geworden, opdat ook zij door de ontferming die u bewezen is, ontferming zouden verkrijgen.”

Het is door Gods ontferming (genade), die werkzaam is in een enkeling die zich kwalificeren om te regeren en onderwijzen als koningen en priesters (Openb. 5:10), zodat anderen uiteindelijk ook de mogelijkheid hebben om dezelfde kostbare waarheid te leren. Dit omdat degenen die nu genade ontvangen hebben later de genade zullen doorgeven aan de massa’s van Israël en de rest van de wereld. Wat een geweldige kans voor hen die God nu tot Zijn waarheid roept!

Als God de massa’s roept

Vergeet niet dat twee derde van alle op dit moment levende mensen niet eens belijdende christenen zijn, en de helft hiervan is compleet onbekend met de naam Jezus Christus. Als er voorzegt is dat “heel Israël” gered zal worden, hoe zit het dan met de vele honderden miljoenen en miljarden die ooit geleefd hebben, van de tijd van Adam af? Zullen zij ook een kans ontvangen? Wanneer zullen zij hun kans ontvangen? En aantal belangrijke Schriftgedeelten moeten overwogen worden.

De profeet Daniël openbaart de omvang van Christus’ heerschappij bij Zijn terugkomst. Daniël 7:14 spreekt als volgt over Christus’ komende heerschappij: “…alle volken, natiën en talen moesten Hem vereren. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij.” Vers 18 legt de rol van de heiligen uit die het koningschap “ontvangen” en “in bezit” nemen met Christus. Terwijl vers 22 dit verder bevestigt, verklaart vers 27: “en alles wat heerschappij [regeerders] heeft, zal Hem [Christus] eren en gehoorzamen.” Alles bij elkaar, laat dit zien dat het Koninkrijk van God de gehele aarde zal omvatten. Alle naties zijn inbegrepen onder zijn autoriteit. De hedendaagse heiligen zijn in training voor grote macht!

Een aantal passages spreken over de tijd wanneer alle heidenen die nooit de naam van Christus gehoord hebben een mogelijkheid zullen ontvangen voor verlossing. Laten we er een aantal onderzoeken.

Bekijk Jesaja: “Want zie, de Heere zal komen in vuur, en Zijn strijdwagens zullen komen als een wervelwind, om in grimmigheid Zijn toorn te laten gelden [laatste plagen]… En Ik zal een teken op hen aanbrengen: Ik zal uit hen die aan het gericht ontkomen zijn, boden zenden naar de heidenvolken, Tarsis, Pul, Lud, [heidense landen] de boogschutters, naar Tubal, Javan, de verafgelegen kustlanden, die geen tijding over Mij hebben gehoord en die Mijn heerlijkheid niet hebben gezien. Zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenvolken verkondigen” (66:15, 19). Inderdaad, de meesten vandaag hebben van “geen tijding [over Christus] gehoord, en hebben [Zijn] heerlijkheid niet gezien.”

Het boek Micha beschrijft de tijd wanneer alle naties, met inbegrip van alle heidenen, onderwezen zullen worden ‒ en dat ze zelfs dat onderwijs opzoeken ‒ de wegen en waarheden van God: “Vele heidenvolken zullen op weg gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de Heere, naar het huis van de God van Jakob; dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de Heere uit Jeruzalem” (4:2).

De duidelijkheid van deze profetie valt niet verkeerd te begrijpen. De naties van de wereld zullen de ware God zoeken voor de eerste keer in de geschiedenis. De omvang van ware bekeringen zal ongekend zijn.

Keer nu terug naar Jesaja 11:9-11: “Men zal nergens kwaad doen of verderf aanrichten op heel Mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van de kennis van de Heere , zoals het water de bodem van de zee bedekt. Want op die dag zal de Wortel van Isaï er zijn, Die zal staan als banier voor de volken. Naar Hém [Christus is de Wortel van Isaï] zullen de heidenvolken vragen. Zijn rustplaats zal heerlijk zijn. En het zal op die dag gebeuren dat de Heere opnieuw, voor de tweede keer, met Zijn hand de rest van Zijn volk zal verwerven, die overgebleven zal zijn…”

Dit vers bevestigt nog meer dat de naties van de wereld God zullen zoeken. De ware kennis van de juiste levensweg zal de aarde compleet bedekken. Dit vers is duidelijk. Het is ook duidelijk dat de aarde nu nog niet bedekt is door de waarheid van God. Alleen als dit gebeurt zullen alle naties een gelegenheid hebben datgene te begrijpen waarvoor ze nu verblind zijn. Deze profetieën bevatten een geweldig beeld van een universeel begrip en de verwijdering van de onwetendheid, verwarring en verschrikkelijke religieuze onenigheid die tegenwoordig de aarde zo beheerst!

Deze laatste verzen hierboven laten zien dat alle naties Christus zullen zoeken als hun Verlosser. Neem de tijd om het hele hoofdstuk te lezen. Het beschrijft een tijd van universele vrede, waarin zelfs het temperament van dieren drastisch zal veranderen, hun huidige agressieve en gevaarlijke karakter zal dan verdwijnen.

De opstanding van de doden

De Bijbel onderwijst dat er een opstanding van de doden komen zal. Hoewel velen bekend zijn met deze term, weten er maar weinig wat het betekent of wanneer het zal plaats vinden ‒ of wie hiertoe zullen behoren. Deze vragen moeten worden begrepen om Gods plan goed te kunnen begrijpen.

Paulus sprak over de tijd wanneer ware christenen opgewekt zullen worden. Vlees en bloed kunnen het Koninkrijk van God niet beërven. Alleen degenen die uit Geest geboren zijn ‒ gemaakt van Geest ‒ zullen in het Koninkrijk van God zijn. (Leest eerst zorgvuldig Johannes 3:6). Merk nu op hoe Paulus het moment uitlegt wanneer ware christenen uit de doden zullen worden opgewekt: “Maar dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk van God niet kunnen beërven, en de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet. Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin [het moment van Christus’ terugkomst]. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden” (1 Kor. 15:50-52).

Bij Zijn terugkomst zullen de ware volgelingen van Christus die gestorven zijn opgewekt worden tot een glorieus nieuw leven. Ze zullen dan met Hem regeren over de gehele aarde. Lees ook een verslag in 1 Thessalonicenzen 4:13-18. Deze verzen laten zien dat vele heiligen Christus in de lucht zullen ontmoeten om voor eeuwig met Hem te regeren. De heiligen zullen uiteindelijk gevormd zijn uit geest, als ware leden van de wereldregerende Familie van God. Andere verzen maken dit zelfs nog duidelijker.

Iedereen die ooit geleefd heeft zal worden opgewekt ‒ maar niet allemaal op hetzelfde moment. Deze fase van Gods plan zal starten met de opstanding van de heiligen tot onsterfelijkheid en eeuwig leven bij Christus’ terugkomst. Echter, een andere opstanding zal later plaatsvinden, waarin iedereen die ooit heeft geleefd is inbegrepen. Merk op: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De tijd komt en is nu dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen, en dat wie hem horen, zullen leven…Verwonder u daar niet over, want de tijd komt waarin allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen, en zij zullen eruitgaan: zij die het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, maar zij die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding ter verdoemenis. [Grieks: oordeel, geen veroordeling of verdoemenis]” (Johannes 5:25, 28-29).

Heeft u opgemerkt dat Christus zei dat “allen” die in de graven zijn te voorschijn zullen komen? Allen betekent allen! Zoals we hebben gezien is het oordeel nu op het huis van God (de Kerk), dus beschrijft dit een andere tijd, een tijd waarin alle mensen zullen worden geoordeeld. En precies zoals het oordeel van de Kerk zeker niet verwijst naar God die het veroordeelt, zo is het ook met de tijd van oordeel voor de hele wereld.

Een ander belangrijk en lang Schriftgedeelte moet hierbij worden gelezen. Het is te vinden in Mattheüs 11:21-25. Lees het langzaam en zorgvuldig door, let op de verwijzingen naar verschillende beroemde steden uit de oudheid die "de dag van het oordeel" in gaan: “Toen begon Hij de steden waarin de meeste krachten door Hem verricht waren, te verwijten dat zij zich niet bekeerd hadden: Wee u, Chorazin, wee u, Bethsaïda! Want als in Tyrus en Sidon de krachten gebeurd waren die in u plaatsgevonden hebben, dan zouden zij zich allang in zak en as bekeerd hebben. Maar Ik zeg u: Het zal voor Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn op de dag van het oordeel dan voor u. En u, Kapernaüm, die tot de hemel toe verhoogd bent, u zult tot de hel toe neergestoten worden. Want als in Sodom de krachten waren gebeurd die in u hebben plaatsgevonden, dan zou het tot op de huidige dag gebleven zijn. Maar Ik zeg u dat het voor het land van Sodom verdraaglijker zal zijn op de dag van het oordeel dan voor u.

In die tijd antwoordde Jezus en zei: Ik dank U, Vader, Heere van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, en ze aan jonge kinderen hebt geopenbaard.”

Inderdaad, deze kennis is verborgen voor velen.

De enige manier dat deze steden in de toekomst geoordeeld kunnen worden is als er een algemene opstanding komt van mensen uit voorgaande eeuwen ‒ tot een “dag van het oordeel.” Er is geen andere mogelijke betekenis voor dit Schriftgedeelte.

Christus zal eerst op de troon van David gaan zitten (Luk. 1:32). Zacharia 14:1-4 beschrijft ook het precieze moment wanneer Zijn voeten zullen staan op de Olijfberg. Dit is het moment dat Christus de legers van de aarde zal verslaan die tegen Hem zullen vechten. Neem de tijd deze verzen te lezen.

Merk op wat er gebeurt aan het begin van Christus’ heerschappij: “Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid. En voor Hem zullen al de volken [heidenen en Israëlieten] bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals de herder de schapen van de bokken scheidt. En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan Zijn linkerhand. Dan zal de Koning zeggen tegen hen die aan Zijn rechterhand zijn: Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is…Dan zal Hij ook zeggen tegen hen die aan de linkerhand zijn: Ga weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur…” (Mat. 25:31-34, 41)

Dit zijn opmerkelijke passages, die veel informatie geven over de ontwikkeling van Gods plan als Hij werkt met alle naties. Zij die God dienden (de schapen aan de rechterhand) “beërven het Koninkrijk.” Herinner u uit 1 Korintiërs 15:50 dat vlees en bloed het Koninkrijk niet kunnen beërven. Dus dit zijn geestelijke onsterfelijke wezens die nu met Christus over alle naties regeren. Deze gelijkenis van de schapen en de bokken weerspiegelt een beoordelingsproces van alle mensen op aarde waarbij ze worden gescheiden in twee kampen, zij die het “Koninkrijk beërven,” en zij die kozen voor een levensweg die leidt tot vervloeking in het “eeuwig vuur.” (Lees ons boekje De waarheid over de hel om te leren wat de Bijbel daadwerkelijk zegt over dit onderwerp).

Twee oogsten

We hebben zojuist twee verschillende tijden beschreven in Gods plan om uiteindelijk de gehele mensheid in Zijn Koninkrijk te oogsten. Gods zeven jaarlijkse heilige dagen beschrijven Zijn plan en zijn een jaarlijkse repetitie van de betekenis ervan, zodat de christen nooit vergeet wat God op aarde ten uitvoer zal brengen.

In het oude Israël, nu Palestina genaamd, was er een graanoogst in de vroege lente. Het Pinksterfeest beschrijft deze eerste, kleine, voorafgaande “voorjaarsoogst” van christenen, welke vooraf gaat aan de grote “najaarsoogst” die later zal komen wanneer God de gehele mensheid roept en oordeelt zoals Hij nu doet met de Kerk. De apostel Jakobus schreef dat christenen vandaag “in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn.” (Jak. 1:18). Zij zijn degenen die in training zijn om koningen en priesters (regeerders en leraars) te worden over alle mensen in de toekomende wereld!

Wat betekent voorbestemming precies?

Het is tijd om deze belangrijke vraag te beantwoorden. We hebben duidelijk gezien dat voorbestemming niet betekent dat God het lot van alle mensen van tevoren heeft bepaald ‒ dat iedere stap van tevoren uitgestippeld is. Het betekent niet dat alle mensen die ooit geleefd hebben verkozen waren om ofwel verloren of verlost te zijn. Dit zou nu overduidelijk moeten zijn.

Dus wat betekent voorbestemming nu eigenlijk?

Er zijn maar vier plaatsen waar de Engelse King James vertaling het woord “voorbestemd” of “voorbestemming (“van tevoren toe bestemd” in de Herziene Statenvertaling)” gebruikt. Dus, we moeten zeker toegeven dat het woord in de Bijbel staat. Alleen de betekenis moet nog worden opgehelderd. Laten we de vier verzen lezen en daarna naar ze terugkeren voor uitleg.

De eerste twee staan in Efeze 1:4-5 en 11-12: “omdat Hij ons vóór de grondlegging van de wereld in Hem uitverkoren heeft, opdat wij heilig en smetteloos voor Hem zouden zijn in de liefde. Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn kinderen aangenomen te worden, door Jezus Christus, in Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil…In Hem zijn wij ook een erfdeel geworden, wij, die daartoe voorbestemd waren, naar het voornemen van Hem Die alle dingen werkt overeenkomstig de raad van Zijn wil, opdat wij tot lof van Zijn heerlijkheid zouden zijn, wij, die al eerder onze hoop op Christus gevestigd hadden.”

De twee andere zijn te vinden in Romeinen 8:28-30: “En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn. Want hen die Hij van tevoren gekend [stap één] heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd [stap twee] om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. En hen die Hij er van tevoren toe bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen [stap drie], en hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd [stap vier], en hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt [stap vijf].”

We kunnen nu al twee conclusies trekken. Heeft u iets opgemerkt over mensen die zijn voorbestemd om ofwel “verloren” of “verlost” te zijn? Het antwoord is een nadrukkelijk NEE! Dit staat er gewoonweg niet en het oprecht lezen van deze Schriftgedeeltes kan dit er niet van maken. Er is geen verwijzing naar iemand die zijn lot voorbestemd heeft door middel van een vermeende doctrine over voorbestemming.

Wanneer besloot God om degenen te roepen die in deze tijd leven?

Merk nu 2 Timotheüs 1:9 op: “Hij heeft ons zalig gemaakt en geroepen met een heilige roeping, niet overeenkomstig onze werken, maar overeenkomstig Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden der eeuwen.” Dit vertelt ons dat God bepaald heeft om sommigen in deze tijd te roepen “vóór de tijden der eeuwen.” Dit beantwoordt de vraag van wanneer God koos om ons te roepen maar Efeze 1:5 legt uit wat de bedoeling van onze roeping was.

Efeze 1:5 zegt: “Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn kinderen aangenomen te worden,” en vers 11 voegt daaraan toe: “die daartoe voorbestemd waren, naar het voornemen van Hem Die alle dingen werkt overeenkomstig de raad van Zijn wil.” Deze twee verzen, samen met 2 Timotheüs 1:9, maken het absoluut duidelijk dat God zekere mensen voorbestemd heeft met als doel zonen van God te worden! Er is hier niets te vinden over voorbestemd zijn om verloren of verlost te gaan ‒ hoewel verlossing hier wordt beschreven als het doel voor mensen die God roept.

Neem zorgvuldig kennis van vers 12 en de zin “daartoe voorbestemd…opdat wij tot lof van Zijn heerlijkheid zouden zijn, wij, die al eerder onze hoop op Christus gevestigd hadden.” Paulus noteert het feit dat God een paar “eerstelingen” nu oogst—zij die al eerder hun hoop op Christus hadden gevestigd. De wereld is als tweede aan de beurt, maar een enkeling wordt nu geroepen en getraind om eerste te zijn in Gods plan! Dit is een fantastisch en geweldig begrip. Begrijpt u het? Kunt u het potentieel in dit begrip zien voor hoe God u zou kunnen gebruiken?

Romeinen 8 vereist wat meer uitleg. Het beschrijft eigenlijk vijf verschillende stappen of stadia van hoe God met een christen werkt vanaf het allereerste begin tot aan de voltooiing van zijn verlossing. “Van tevoren gekend” betekent gewoonweg van tevoren kennen. Er is niets mysterieus aan het woord en, natuurlijk, kende God ons voordat wij Hem kenden. Op een gegeven moment in Gods onderzoek en het van tevoren kennen van een individu, besluit Hij om die persoon te “roepen.” Wanneer Gods voorbestemde tijd arriveert dan roept Hij die persoon. Die persoon komt nu te weten wie God is (denk eraan, God kende hem “van tevoren”, kende hem voordat de geroepene daarvan op de hoogte was) omdat Hij zich openbaart tijdens de roeping. Als een persoon reageert op de roeping, en is bekeerd, dan wordt diegene “gerechtvaardigd” ‒ vergeven van zijn zonden en rechtvaardig gemaakt voor God. Als die persoon evenzo doorgaat met zich te onderwerpen aan God gedurende zijn of haar leven, dan zal dat leiden tot “verheerlijking” ‒ verlossing. Dit zijn de vijf stappen die beschrijven hoe God werkt met ieder persoon‒ van tevoren kennen, voorbestemmen, roepen, rechtvaardigen en verheerlijken.

Daarom heeft het onderwerp van voorbestemming niets te maken met verlost of verloren zijn, maar met geroepen worden. Nog specifieker, het heeft te maken met degenen die het eerst geroepen worden.

God heeft dus lang geleden besloten (“vóór de tijden der eeuwen”) om een groep mensen te roepen, over een periode van 6000 jaar, die getraind worden om met Christus te regeren. Hij wist hun namen niet van tevoren anders zou Hij alle hoererij, verkrachting, incest, en interraciale huwelijken moeten veroorzaken die, tot op zekere hoogte, zouden moeten gebeuren in die 6000 jaar om een bepaald persoon te produceren. God heeft besloten om het zwakke, dwaze en onaanzienlijke van deze wereld te roepen om de “wijzen…[en de] sterken te beschamen” die God later zal roepen (1 Kor. 1:26-29).

U heeft een keuze

God vertelde het oude Israël door Mozes dat ze een keuze hadden betreffende gehoorzaamheid aan Hem. Merk op: “Ik roep heden de hemel en de aarde tot getuigen tegen u: het leven en de dood heb ik u voorgehouden, de zegen en de vloek! kies dan het leven, opdat u leeft, u en uw nageslacht” (Deut. 30:19). God bespot mensen en naties niet. Hij zou iedereen die “de vreze des Heeren niet verkozen heeft” (Spr. 1:29) niet kunnen aanklagen als zij niet bij machte zouden zijn deze keuze te maken.

U heeft het vermogen te kiezen (Deut. 30:18-19). Wat zal uw keuze zijn?

Oordeel nu bij de Kerk

Om zijn boekje VOORBESTEMMING ‒ onderwijst de Bijbel het? af te sluiten, vatte Herbert W. Armstrong de correcte Bijbelse lering over voorbestemming als volgt samen:

“God beslist niet voor u, op voorhand, of u verlost of verloren zal zijn. Hij besloot wel ver van tevoren welke mensen Hij zou roepen in deze eerste roeping, om een priester of een koning te worden in Zijn Koninkrijk ‒ om deel te hebben in het redden van anderen.

“Hoe geweldig zijn Gods wegen, als Hij ons verstand opent en ze aan ons te openbaart.

“Laten we onze roeping en uiteindelijke verkiezing zeker stellen. Laten we niet treuren over overleden geliefden die waarschijnlijk niet geroepen waren, in dit leven. God is bij machte hen weer op te wekken… [Velen] zullen opstaan in het oordeel voor de Grote Witte Troon [maar ook vele anderen voor dit moment, wat de grootte van dit boekje niet toelaat uit te leggen]. En in dat oordeel zal het Boek des Levens geopend worden, en velen zullen het dan vinden. Het oordeel ligt nu bij Gods ware Kerk ‒ zij die nu geroepen zijn (1 Pet. 4:17). En wij zullen later de wereld oordelen!

“De overgrote meerderheid op aarde vandaag is niet verloren of verlost. Hun kans is nog niet gekomen. Dit is niet hun tijd. Maar het zal komen zo zeker als dat Gods Woord waar is.

“Dit is niet het tijdperk waarin Christus wanhopig tegen Satan strijdt over de kwestie of de gehele mensheid verlost of verloren zal zijn. Als er, zoals velen schijnen te geloven, nu een conflict gaande is tussen Christus en Satan over het lot van de zielen, dan is Satan deze strijd zeker aan het winnen, en een eenzijdige strijd is het.

“Maar Satan is niet krachtiger dan God. We naderen nu het einde van de zesde werkdag van Satans week. Spoedig zal ‘de Sabbat van de Heere uw God komen.’ Satan zal geketend worden, Christus zal regeren ‒ en prediken, en verlossen!”

U bent misschien ook geïnteresseerd in: