“ZALF UW OGEN”

Christus’ Waarschuwing aan Zijn Volk

DOOR DAVID C. PACK

Christus waarschuwt de Laodiceeërs met “zalf uw ogen” – WAAROM? Wat bedoelde Hij? WIE bedoelde Hij? – en hoe kunt u dit weten? Deze hoogst belangrijke richtlijn aan alle Christenen in de laatste dagen moet begrepen worden. Dit uitgebreide boek – van vitaal belang voor de splintergroepen afkomstig uit de Wereldwijde Kerk van God – gaat grondig en gedetailleerd in op zaken die nooit eerder werden uitgelegd. Voor hen die hopen te ontsnappen aan de Grote Verdrukking onthult dit boek exact wat Christus bedoelde en hoe deze bijzonder ernstige waarschuwing toe te passen!

INHOUDSOPGAVE

INLEIDING

Weinigen twijfelen er aan dat het Laodicea tijdperk is aangebroken. Dit impliceert dat de Kerk van de eenentwintigste eeuw voor uiterst belangrijke vragen staat. De profetie onthult dat de meeste broeders deze vragen vandaag uit de weg gaan of ze onjuist beantwoorden. Waarom? Omdat zij niet bereid zijn Christus’ raad te geloven en te gehoorzamen om “uw ogen te zalven…zodat u kunt zien” (Openb. 3:18). Met als gevolg dat zij nooit gaan begrijpen hoe Zijn richtlijn toe te passen om “van Mij [Christus] te kopen goud beproefd komende uit het vuur”.

Eens de Grote Verdrukking er is – het ergste vuur aller tijden! – zullen amper de helft van de Laodiceeërs gered worden, en dan nog pas na het doorstaan van marteling en de dood. De andere helft zal geestelijk te zwak zijn om te overleven, en het merkteken van het beest aannemen. Waardoor zij het eeuwige leven inruilen voor slechts een beetje langer fysiek leven.

Wat kan erger voor hen zijn die de misrekening maken – die verkeerde beslissingen nemen in de eindtijd?

Maar wie stelt zich dan vragen of praat over “zalf uw ogen”? Heel weinig mensen, als er al zijn. Hebt u al vaak of zelfs ooit mensen horen praten over de betekenis van de term? Ook al gaat men nu bijna unaniem akkoord dat het Laodicea tijdperk is aangebroken, en zelfs ondanks het feit dat Christus de Laodiceeërs gebiedt dit te doen? Wanneer hebt u er voor het laatst bij stilgestaan, als u het al ooit deed? En hebt u ooit een preek gehoord over dit onderwerp, al is het er maar één? Zo goed als zeker niet. En dit komt omdat zo goed als niemand gelooft dat hij of zij een Laodiceeër is. Waarom onderzoeken of bestuderen wat toch niet van toepassing is!

Dan komen vragen op: Waar is Laodicea? Tot wie richtte Christus zich? Zalfde u uw ogen? Bent u wel zeker? Weet u zeker wat dit betekent?

U kunt weten wat en wie Christus bedoelde!

Deze vragen begrijpen, en weten wat ze impliceren, is van vitaal belang voor elke ware Christen. Hoewel al onze boeken voor de splintergroepen cruciale kwesties belichten waar ieder van God’s mensen voor staat, en zouden moeten gelezen worden om de geprofeteerde grote afval te begrijpen, overkoepelt dit boek toch alle andere. Dit boek zet uw beslissing in het juiste perspectief; de beslissing die u niet kunt vermijden als u hoopt te ontsnappen aan de Grote Verdrukking – en het eeuwige leven te verkrijgen!

De juiste vergelijking maken

Dit boek gaat gedetailleerd in op het onderwerp Laodicea – en op een wijze die de meeste mensen niet eens begonnen te begrijpen. We gaan van dichtbij onderzoeken wat Christus zei tot deze era, en waarom. Dit houdt in dat we ook de oude stad Laodicea onderzoeken, en nagaan wat dhr. Armstrong dacht over het finale Kerktijdperk. We gaan ook nauwkeurig nagaan wat een Filadelfiër is, wat een fascinerende kijk op het oude Filadelfia impliceert. Vermits het laatste tijdperk erom bekend staat lauw te zijn, wordt in dit boek ook uitgelegd hoe u uw temperatuur kunt meten – aan de hand van wat Jezus Christus onthult, niet hoe uw organisatie erover denkt wanneer die zich met anderen vergelijkt.

Paulus waarschuwt: “Want wij durven onszelf niet rekenen of vergelijken met sommigen die zichzelf prijzen; maar deze verstaan niet dat zij zichzelf met zichzelf meten, en zichzelf met zichzelf vergelijken” (2 Kor. 10:12). En hij voegt er dan ook toe: “Want niet die zichzelf prijst, maar die de Here prijst, die is beproefd” (vers 18). De betekenis van “beproefd” zat stilaan groeien in uw denken.

Op twee plaatsen stelt Daniël dat “in de tijd van het einde” enkel “de verstandigen het zullen verstaan” (12:10). Hij verwees toen naar het verloop van de omstandigheden en de gebeurtenissen, en naar God’s bedoeling (11:32-35). Met andere woorden ten dele wie God aanbeveelt – “beproeft” of “goedkeurt” – en wie niet. In beide passages van Daniël wordt dat begrijpen geïdentificeerd en gekoppeld aan “gereinigd en wit gemaakt en gelouterd”. Dit alles zal overduidelijk gemaakt worden naarmate het boek vordert. U zult het niet kunnen misverstaan, tenzij dat uw keuze is!

Er zit veel meer in wat Paulus schrijft dan op het eerste gezicht lijkt. U zult leren wat het proces is om God’s goedkeuring te ontvangen, en hoe dit rechtstreeks aanknoopt met wat Christus Zijn volk gebiedt in het Nieuw Testament om “uw ogen te zalven”.

Twee visies – beide verkeerd!

Dit boek “ZALF UW OGEN” – Christus waarschuwing aan Zijn volk” werd op twee manieren onthaald. Beide visies zijn onjuist – de ene is vijandig, de andere gewoonweg verkeerd.

Enerzijds voelen bepaalde broeders en leiders zich bedreigd door dit boek, om redenen die voor de hand liggen. Sommigen gingen dan ook regelrecht in de aanval. Natuurlijk deden zij dat op eigen risico, door hun toekomstige veiligheid in gevaar te brengen. Dat is hun beslissing. Maar u moet zich dan wel afvragen of u toelaat dat deze aanvallen – en analyses – van anderen uw denken bepalen.

Anderzijds zijn er mensen die over het algemeen wel akkoord gaan met het boek, maar het eerder herleiden tot sommige “mooie gezegden” of “goede principes” of “interessante inzichten”. Pas erg goed op met het boek op deze manier te benaderen, omdat u zich zo voor de gek kunt houden als zou u deze boodschap in praktijk brengen. Deze boodschap zou een geweldige impact op de lezer moeten hebben. Maar wie die impact afzwakt tot “nuttige wenken” heeft de boodschap van dit boek compleet gemist!

Uitgebreide geestelijke oefening

Wat u gaat lezen is geen intellectueel traktaat, geschreven voor wetenschappers in een geleerd jargon. Het boek werd geschreven in een stijl die deze van dhr. Armstrong zo dicht mogelijk benadert. God’s mensen zijn over het algemeen “de zwakken en verachten van de wereld” (1 Kor. 1:27-29). Vermits ik geen uitzondering ben, weet ik dat we de zaken duidelijk moeten formuleren.

Daarom werd dit boek geschreven als een praktische gids die precies uitlegt waar de titel naar verwijst. Vaak worden details expliciet verwoord, zodat het onmogelijk wordt kernpunten te missen.

Er wordt uit de doeken gedaan hoe u een uitgebreid en tegelijk intensieve geestelijke oefening moet doorlopen; iets wat niet kan volbracht worden door het aanwenden van een gemakkelijke formule. Er wordt gezegd hoe “verstandig” om te springen met Christus’ waarschuwing aan Zijn volk – hoeuw ogen te zalven”. Er wordt exact uitgelegd hoe door God te worden “goedgekeurd” in dit tijdperk – en waarom Christus zegt dat Hij Zijn volk hierover “raad geeft”.

ZALF UW OGEN” zal verklaren wat Christus bedoelde toen Hij Laodicea beschreef als “naakt”, en hoe dit was gekoppeld aan een bepaalde vorm van “schande”. En dit is rechtstreeks verbonden met Laodicea’s “lauw(heid)” die op zijn beurt verbonden is met de andere aspecten van wat Christus omschrijft als de Laodicea conditie.

U zult leren waarom Christus zegt “wees ijverig en bekeer u”. En hoe specifiek die ijver is die de Laodiceeërs aan de dag moeten leggen om te begrijpen waarvan zij zich moeten bekeren, om het enig juiste geestelijke resultaat te behalen dat Christus wil aanvaarden. Wij zullen zien waarvan zij zich moeten bekeren.

Dit alles moet uitgelegd worden, en dit boek gaat daar grondig op in.

Ik besef dat er mensen zijn die de titel lazen en er overheen stapten met de veronderstelling dat zij Christus’ gebod al volbrachten of de inhoud al menen te kennen. Ik bid dat het er maar weinigen zijn, omdat die vrijwel zeker niet correct deden wat Christus vraagt – en hoogst waarschijnlijk niet eens begonnen met het proces!

Van tijd tot tijd zal ik in de eerste hoofdstukken van het boek vitaal belangrijke zaken zeggen zonder er onmiddellijk dieper op in te gaan. Maar we zullen er dan later op terugkomen om die in detail te onderzoeken. Ik dring erop aan geduld te oefenen met de noodzaak om dit geweldig belangrijke onderwerp uit te werken op de enige manier waarop dat kan. Het onderwerp is te uitgebreid en er staat te veel op het spel om dit boek voortijdig aan de kant te leggen, omdat u misschien al wat inzicht kreeg in punten die aangehaald werden zonder echter grondig te zijn belicht.

Boeiende lectuur

In de wereld zijn boeken met een mysterieuze inhoud vaak bestsellers. Iedereen schijnt te houden van een “Wiedeedwat?” detectiveboek. De betekenis van Christus’ instructie aan Zijn volk in de laatste dagen was inderdaad een mysterie!

De mysteries van de religies van de mens blijven altijd mysteries. Die worden nooit verklaard en geraken nooit opgelost. Tenslotte wordt de gelovigen verteld die mysteries gelovig te aanvaarden. En natuurlijk doen de meesten dat. Toch kunnen de Bijbelse mysteries – en zouden ook moeten – duidelijk verklaard worden (1 Kor. 2:9-10). Wat Christus onderwees over het zalven van de ogen zou moeten begrepen worden!

Wat er in onze tijd gebeurde is werkelijk een modern “Wiedeedwat?”. En zoals bij elk mysterie waar een misdaad bij betrokken is, moeten er ook diverse sleutelelementen aan het licht komen: dader, slachtoffer, plaats van de misdaad, wapen, motief en bewijsstukken.

Al blijven sommige misdaden een mysterie – en er zijn er die schuldig zijn aan de geestelijke “misdaad” terzake – toch heeft Christus deze misdaad opgelost door en in Zijn Woord! We gaan zien hoe de Bijbel de Bijbel zelf interpreteert in al het bedekte. We hoeven er niet naar te raden; het staat allemaal in het boek!

Sta er even bij stil. De meeste mensen denken niet bepaald dat technische Bijbeluitleg “boeiende lectuur” is. Maar dit boek is een uitzondering. Het is echt een nooit verteld verhaal – nooit totnogtoe.

Wilt u uw eventueel gevoel van persoonlijke belediging opzij zetten, vooral als u vermoedt dat uw groep wordt beschreven. Dan gaat u dingen leren die fascinerender zijn dan u nu kunt indenken. En als u ver genoeg leest, dan gaat u dit boek niet meer kunnen wegleggen.

Armstrong vereerders?

Op gevaar af een “Armstrong vereerder” te worden genoemd, koos ik erover dhr. Armstrong geregeld te citeren – soms zelfs uitgebreid. Er komen ook citaten van andere apostelen. Maar dat betekent niet dat ik een van hen vereer. De term “Armstrong vereerder” werd gebruikt om mensen te bekladden en te kleineren die vasthouden, die geen compromissen willen sluiten inzake de waarheid. Met de bedoeling dat zij zich daarvoor schuldig voelen, als zouden zij “niet in staat zijn om te groeien” samen met anderen die de bewezen waarheid niet zomaar klakkeloos aannemen zoals de “Armstrong vereerders” zouden doen.

Tragisch genoeg riep de grote afval inderdaad een categorie “overlevenden” in het leven die veelal de persoon van dhr. Armstrong vereren. Zij hebben zich verkeerdelijk gericht op een mens in plaats van op God en Jezus Christus. Zoals de katholieken doen met Maria, hebben zij een zichtbare en tastbare mens nodig waar zij hun kracht uit putten om door te gaan. (Herinner u de les die u kunt trekken uit wereldse religies, dat mensen met een vleselijke gezindheid zichtbare afgoden nodig hebben om hun verering een concrete gestalte te geven). Zij verwarren de lering en het werk van dhr. Armstrong met de man zelf. Mijn ervaring met zo’n mensen is, dat zij zelden genezen. Zij vormen misschien de categorie die het minst zien dat Christus’ gebod op hen toepasselijk is, maar hoogst waarschijnlijk geloven dat het voor anderen bedoeld is – tenminste in zover zij het belang van dit onderwerp aannemen.

Maar algemeen gesproken zijn er de mensen die begrijpen en aanvaarden wat dhr. Armstrong onderwees, en zij die dat niet doen. Het is onwaarschijnlijk dat ik die tweede categorie iets kan zeggen wat hen van mening doet veranderen. Toch citeer ik uitspraken van dhr. Armstrong, en zonder mij daarvoor te verontschuldigen, voor hen met een open geest. Voor hen die graag herinnerd worden aan zijn woorden.

Het volledige beeld

Tenslotte wil ik u nu waarschuwen: Dit boek is zowel levendig als direct geschreven. En dit niet toevallig. Want de huidige omstandigheden vereisen een krachtig taalgebruik. Er staan levensbelangrijke waarheden in, en ik tracht die over te brengen op de meest doeltreffende manier!

Dit boek is ook veel omvattend. Wat de levende Jezus Christus zegt over en tot Zijn volk in de finale Kerkera is veel dieper dan op het eerste gezicht lijkt. En toch neemt vrijwel niemand van de broeders dit in overweging. Dat is het grootste deel van het probleem.

Begrijp waarom. Om precies te weten waarover het gaat – het volledige beeld te krijgen – en om te beseffen wat u moet doen om God’s goedkeuring te ontvangen, moet u dit allemaal lezen. Elke sectie is op de voorgaande gebouwd. En elk hoofdstuk bouwt verder op het andere, waardoor het hele boek in opbouwende lijn gaat. Besef dat pas in de laatste hoofdstukken de vele elementen compleet in elkaar haken.

Verlies de methode waarmee dit boek werd geschreven niet uit het oog.

Terwijl sommigen de indruk hebben dat zij gerust kunnen “rondhuppelen” in de tekst en toch de essentie vatten, mag dat hier niet gedaan worden! Ook mag er niets diagonaal gelezen worden, inclusief de citaten van dhr. Armstrong. Ik dring erop aan elke bladzijde aandachtig te lezen, en het boek daarna een tweede maal te lezen met een open Bijbel.

De aangehaalde punten, principes, Schriftgedeelten en leringen zijn geen veronderstellingen, hypothesen, theorieën of opinies. Het zijn de feiten van onze tijd – en het zijn bewijzen recht uit God’s Woord, uit de geschiedenis, van dhr. Armstrong en uit logisch denken. Over de waarheid waar u voor staat.

Het complete beeld van de eindtijdgebeurtenissen, de grote afval die de Wereldwijde Kerk van God (WCG) trof, wordt gedetailleerd besproken en verklaard in de boeken die achteraan worden vermeld.

Verscheidene preken – die allemaal deel uitmaken van ons Splinter Explanation Packet (uitlegpakket voor broeders uit splintergroepen) – belichten ook waarheden die in dit boek worden uitgelegd. Noteer dat dit vooral het geval is met de 2-delige serie “The Body of Christ: How Most Are No Longer in It – But Assume They Are!” (Het Lichaam van Christus: hoe de meesten er niet meer in zijn – maar veronderstellen van wel!). Dat zijn mogelijk enkele van de belangrijkste preken die ik ooit gaf, en die werken rechtstreeks samen met dit boek. Ze helpen elkaar het volledige inzicht bij te brengen. (Dat is ook zo met het cruciaal belangrijke boek THE GOVERNMENT OF GOD – Understanding Offices and Duties. Het Bestuur van God – Ambten en taken begrijpen).

Nu en dan is het nodig bepaalde principes uit andere gedeelten van het splinterpakket te herhalen omdat ze rechtstreeks aansluiten op Christus’ waarschuwing. Ook binnenin het boek zal herhaling soms nodig blijken. Dit om diverse aspecten van aanverwante punten te kunnen thuisbrengen.

Voor redelijke geesten zal dit boek zonder enige twijfel het exacte antwoord verstrekken hoe “uw ogen te zalven”, en exact aan wie die waarschuwing is gericht!

Christus’ tijd is aangebroken om dit levensbelangrijke inzicht te geven. Maar eerst moeten de elementen op hun plaats worden gezet, en dat vraagt wat tijd.

Hoofdstuk Een –
WAT GEBEURDE ER ECHT?

De wereldgeschiedenis is vol van historici die gebeurtenissen opnieuw bestuderen, herzien, reviseren en de waarheid erachter zelfs helemaal herschrijven. Afhankelijk van wat de heersende omstandigheden dicteren. Zij brengen hun eigen agenda uit, en hun eigen wereldvisie op de geschiedenis.

Hetzelfde gebeurt binnenin de Kerk. Zo zijn er duizenden mensen die zelfs de meest fundamentele feiten van gebeurtenissen na de dood van dhr. Armstrong vergaten of nooit begrepen hadden. Het wie, wat, wanneer, waar, waarom en het hoe van de recente Kerkgeschiedenis verdween in nevelen – zelfs voor mensen die meenden elementaire zaken te snappen.

Een terugblik zet de zaken op punt voor de rest van dit hoofdstuk.

Beknopte geschiedenis

Herbert W. Armstrong stierf begin 1986. Nu een kort overzicht van wat er volgde. In de jaren na de dood van dhr. Armstrong namen valse leiders de kerkvennootschap in handen. Zij geloofden en predikten niet langer vrijwel alle leerstellingen die dhr. Armstrong onthuld had. Na verloop van tijd gooiden die mannen de waarheid compleet overboord, vernietigden de zichtbare kerk en lieten ze geestelijk dood achter. Met als gevolg dat meerdere dienaars de Wereldwijde Kerk van God verlieten om organisaties te stichten, met daarin broeders die ongelukkig waren met de voorbije veranderingen.

In de eerste helft van de jaren 1990 was ongeveer 80 procent van de Kerk compleet afgeweken van de waarheid. Het resterende 20 procent werd verstrooid over diverse splintergroepen die in variërende mate vasthielden aan de waarheid. De meesten gingen akkoord over bepaalde basisdoctrines, maar niet akkoord over vele andere.

Het probleem wordt best als volgt gedefinieerd: Terwijl de meesten akkoord gingen niet akkoord te gaan met dhr. Armstrong op velerlei doctrinepunten, konden zij niet akkoord gaan over waar zij niet akkoord gingen. Met als gevolg dat velen zich niet langer in staat achtten “samen te wandelen” (Amos 3:3) in de eenheid waar de Kerk ooit van genoot. En zo werden zij verstrooid over vele plaatsen, waar zij anderen konden ontmoeten met een relatief soortgelijk geloof. Nochtans bekijken die groepen zichzelf stuk voor stuk als “opkomend voor de waarheid”, in algemene termen.

Op dit punt moet een vitaal onderscheid worden gemaakt. Deze organisaties mogen niet verward worden met de vroegere groepen die in de jaren 1970 afsplitsten toen dhr. Armstrong nog leefde. Die ontstonden in rebellie tegen de waarheid en tegen God’s bestuur toen de Kerk op het juiste spoor zat. De meeste broeders waren toen in staat te erkennen dat geen enkele van die organisaties van God waren. Punt uit. De tijd, in combinatie met de blindheid die de meerderheid van God’s volk teisterde, heeft nu zelfs de bekwaamheid om dit te zien bij de meesten verduisterd. Nu zien velen die vroegere groepen als bijkomende, geldige opties. Deze nieuwe positie vertegenwoordigt een verbijsterende begripsomkeer.

Laten we nu in ’t kort de groepen profileren die opdoken nadat men de waarheid begon te dumpen uit de Kerk.

In december 1989 werd de eerste WCG “splinter” gevormd. Deze organisatie werd uiteindelijk de thuishaven van vele duizenden die er naartoe gingen in de overtuiging dat zij daardoor konden vasthouden aan de volle herstelde waarheid.

In december 1991 vertrok een andere pastor die beweerde dat het Werk voorbij was, en dat dhr. Armstrong er teveel nadruk op had gelegd. Na verloop van tijd kwamen en gingen vele honderden mensen naar en van zijn groep.

In 1993 werd nog een andere groep gevormd. Dit gebeurde nadat een senior evangelist een petitie begon tegen de opvolger van dhr. Armstrong om in de WCG te blijven als “een Local Church Elder”. Pas toen hij en zijn petitie afgewezen werden, startte hij met zijn groep die al vlug in aantal toenam.

In mei 1995 werd de grootste splintergroep gevormd, bestaande uit honderden dienaars waaronder bepaalde senior WCG leiders. En ook vele duizenden broeders. Na een tijd besloot deze groep een eind te maken aan haar inactiviteit, na eerst bijna 300 doctrinaire veranderingen te hebben doorgevoerd. Zij zijn georganiseerd onder de leiding van een gekozen comité, dat op zijn beurt de leider van de groep kiest.

In 1998 kwamen er grote splitsingen in de twee laatste groepen, waarbij telkens 1.500 of meer broeders betrokken waren. In beide splintergroepen ging het in wezen om een machtsstrijd, en had het vrijwel niets te maken met doctrines. Al die groepen ondervonden sindsdien verdere verbrokkeling van kleinere vertakkingen. De 1989-groep leed onder talrijke afsplitsingen, veelal inzake administratieve aangelegenheden en dictatoriaal bestuur. En ook steeds vaker over doctrines, wegens de volstrekt godslasterlijke en onbijbelse nonsens die hun leider onderwees.

Zoals bij de overgrote meerderheid die in Sardis bleef, mag van de 1995-groep verwacht worden dat ze binnenkort het christendom verlaat – na het aannemen van vele valse doctrines. Dit komt door het blijvend aanvaarden van bijkomende ketterijen en het voortdurend verwateren van de daar resterende waarheden. Hoogstwaarschijnlijk zullen de eindtijd en de Grote Verdrukking een halt toeroepen aan haar trage maar versnellende terugreis naar de wereld.

Anderzijds is de leider van 1989-groep al helemaal afgekeerd van God, en werd even vals als de oorspronkelijke afvalligen. Tragisch genoeg schijnen mensen naast hem aan de top zijn leiding te blijven volgen. In deze organisatie groeiden twee gezindheden: Van hen die akkoord gaan met de vele veronderstelde titels en ambten van de leider, en van hen die dat niet doen. Het ziet ernaar uit dat er binnenin meer afsplitsingen ophanden zijn, met overlevenden die dan moeten kiezen waar ze naartoe gaan of die gewoon alles opgeven.

Het resultaat van dit alles is dat de 1993 groep (hoewel steeds meer pinksterachtig en het slachtoffer van intern lijden, erge problemen en tragedies), samen met een paar andere kleinere groepen, knusjes en zelfvoldaan in het midden zitten. In de overtuiging dat zij evenwichtiger, liefdevoller, “beter in staat om te groeien” zijn dan de 1989-groep; en ijveriger en doctrinair trouwer dan de 1995-groep. Deze “middengroepen” zien zichzelf over het algemeen als de beste optie – het “ware overblijfsel van Filadelfia”. Vandaar dat het voor hen moeilijker wordt om hun conditie te zien in het ware licht.

Wij zullen leren waarom geen enkele van deze groepen Filadelfia kan vertegenwoordigen!

Dhr. Armstrong waarschuwde luid en veel

Dhr. Armstrong “riep uit en hield niet in” tijdens zijn hele dienaarschap. Hij vervulde zijn plicht om hen die afstevenden op bestraffing te waarschuwing voor de rampzalige gevolgen. Hij “verhief zijn stem als een bazuin”, zonder zich iets aan te trekken van wat de mensen dachten. Hij vertelde de mensen wat zij moesten horen, zonder rekening te houden met wat zij wilden horen.

Met kordate vrijmoedigheid, kracht en een onomfloerste taal bracht dhr. Armstrong Jesaja 58:1 voortdurend gehoorzaam in praktijk. Hij zag de duidelijke verantwoordelijkheid om hen die stevenden naar de Grote Verdrukking te waarschuwen, zowel fysiek als geestelijk Israël. We moeten onderzoeken hoe hij dat deed, en daar extra tijd voor uittrekken. Zodat u nooit kunt twijfelen aan dhr. Armstrong’s benadering van hen die afstevenen op rampspoed, als zij niet wakker worden.

Wat hierna volgt is een uitgebreide reeks ernstige citaten van dhr. Armstrong. In feite zijn ze Zijn stem die de verantwoordelijkheid opneemt u nu te waarschuwen. Later zult u uitspraken lezen over wat hij leerde op andere specifieke domeinen, die rechtstreeks toepasselijk zijn op Christus’ gebied “uw ogen te zalven”. Die treft u regelmatig aan doorheen het boek.

Let op dat u niet persoonlijk geërgerd wordt door de kracht van dhr. Armstrong’s taalgebruik, waar u wellicht al vele jaren niet meer mee vertrouwd bent. Smaak integendeel zijn woorden, en begin ze nauwkeurig te projecteren op uw eigen conditie. Op die manier heb ik getracht het hele boek te schrijven. (De meeste klemtonen zijn van dhr. Armstrong, en sommige – over het algemeen de cursieve – zijn de mijne, het hele boek door). Lees traag en aandachtig:

“Broeders, ik ben verschrikkelijk BEDROEFD en ziek van hart door de verslagen van overal dat VELEN van onze leden LAUW zijn, of geestelijk compleet LETHARGISCH. Als U een van hen bent, moet ik u waarschuwen – dan bent u mogelijk niet op weg naar God’s Koninkrijk – maar op weg naar uw EINDE in de VUURPOEL!”.

“Verslagen wijzen er op dar velen op de volgende wijze ‘in’ God’s Kerk kwamen: Zij hebben echt GEZIEN en WETEN dat dit waarlijk GOD’S Kerk is. Zij weten dat er verschrikkelijke WERELDPROBLEMEN in het verschiet liggen. Zij hoorden dat God’s Kerk opgenomen wordt naar een PLAATS VAN VEILIGHEID…En daarom komen mensen er in, zelfzuchtig, met het oog op een soort geestelijke en fysieke SECURITY – om verzekerd te zijn van BESCHERMING wanneer de Grote Verdrukking losbarst over de wereld. Maar zij staan zelf NIET ‘in vuur en vlam voor GOD!’. Zij zijn geestelijke LUILAKKEN! En God zal hen geen bescherming bieden!”.

“Als dat zo is, laat mij dan uw oren uitbranden vooraleer de Almachtige God u opbrandt in de Vuurpoel! Als dat uw houding was – als u alleen maar staat aan de kant van krijgen, en helpen uit de weg gaat en het geven aan God overlaat, dan zeg ik u op gezag van Jezus Christus dat, als u zich niet bekeert en nog vlug ook, en verandert…dat u niet thuishoort in God’s Kerk! U bent dan een soort rottend, etterend, geestelijk afval dat woekert binnenin het geestelijk lichaam van Christus’ vrouw…” [Nota van de redacteur: Ergert die taal u, of wekt die u op om in actie te treden?]

“En als DAT uw oren niet doet tuiten en u WAKKER maakt, dan zegt Jezus Christus U via mij, dat u de Vuurpoel riskeert!”.

“Las u ooit Gideon’s ervaring bij de selectie van manschappen voor de strijd? Er waren 32.000 man. Dat is zowat het aantal van de huidige GEDOOPTE volwassen leden (of belijdende leden) in de Kerk van God vandaag! God liet Gideon dan uitvaardigen: ‘Wie vreesachtig en bang is, laat hem dan terugkeren en vertrekken van de Berg Gilead. En van het volk keerden 22.000 man weer, en er bleven er 10.000 over’. Daarna gaf God hen een TEST, en uiteindelijk werden er SLECHTS 300 van de 32.000 geselecteerd door de levende EEUWIGE GOD!”

“O, BROEDERS! MOET dat ook zo worden met God’s KERK vandaag – het eigenste LICHAAM van de levende Christus?”.

“Tenzij ik u DUW – aan u TREK – u eraan HERINNER in actie te treden in deze PLICHT JEGENS GOD EN ZIJN WERK, wandelt u niet mee op God’s weg – dan ligt u aan de kant en is het GEDAAN…”.

Brethren Letter, 2 maart 1967

“De wereld zonk weg in een zelfvoldane en onverschillige sluimering”.

“De wereld is te druk bezig met het genieten van de nieuwe welvaart en het zich koesteren in de comfortabele zonneschijn van luxe, om zich al te druk te maken over de komende NUCLEAIRE Wereldoorlog III die alle menselijk leven van deze planeet ZAL wegvegen, tenzij de Almachtige God dit voorkomt!”.

“Zachte woorden en mooie speeches gaan de mensen niet wakker schudden uit hun prettige dromen. Dat vraagt een SCHOK!”.

“Personal from the Editor”, Plain Truth, sept. 1965

“Ezechiël’s boodschap is voor onze tijd – een profetische waarschuwing voor Amerika en Brittannië, nu!”.

Ware profeten en dienaars van God stonden bijna altijd alleen, en in oppositie tegenover de overweldigende meerderheid in Israël. Zo is de geschiedenis van Israël in het verleden. En is ook vandaag waar”.

“Ezechiël geeft een opsomming van onze zonden – onze gewoonten en levenswijzen die juist schijnen in onze ogen maar die ingaan tegen God’s wetten en een gruwel zijn in Zijn ogen”.

“Onze mensen vandaag kunnen niet zien waar die dingen een verschil uitmaken! Maar Ezechiël zag hoe de predikers het volk misleidden en hen op een dwaalspoor brachten. Zij hebben het allemaal goedgepraat, tot het volk God’s zuivere WAARHEID kwijt was!”.

“Inmiddels is het onze job Amerika en Brittannië te WAARSCHUWEN voor wat in het verschiet ligt! De waarschuwing uitroepen BABYLON te verlaten (Openb. 18:4) – dat zij die het ter harte nemen God nu zouden vinden – onder Zijn goddelijke bescherming komen (Psalm 91), en door met een waarachtig Geest-gevuld leven gehoorzaam aan GOD’S LEVENSWIJZE en wetten, klaargemaakt worden om een regeerder of leraar te worden in Christus’ glorieus Koninkrijk dat er spoedig aankomt!”.

“Will Russia Invade America?”, Plain Truth, nov. 1948

“Ik moet bekennen dat er momenten zijn waarop ik me machteloos, hulpeloos en gefrustreerd voel. Ik vraag me af of iemand van onze lezers zich in mijn plaats kan stellen, en beseffen wat ik zie en weet, en hoe ik mij voel”.

“Ja, miljoenen horen God’s laatste, ernstige en erge waarschuwing! Veronderstelt u dat dit feit me blij maakt, dat ik ervan in de wolken ben? Dat is niet zo! Ik voel me integendeel geslagen – gefrustreerd!”.

“Weet u waarom? Omdat ik zie, zoals Christus zei over Zijn prediking tot het volk, dat zij ‘ziende niet zien en horende niet horen. En begrijpen doen zij al evenmin’. Alleen in Nineve nam het volk een waarschuwing ter harte!”.

“Het geeft me een gevoel van uiterste nutteloosheid – het aan de dag leggen van de grootste moeite, jarenlang vechten met al mijn kracht en energie, plus alles wat ik van God in me kon opnemen – en toch lijkt het op een tredmolen waar geen vooruitgang wordt geboekt!”.

“Ik persoonlijk zie wat er voor ons ligt! Het vervult me met een beklemmende angst – voor de veiligheid van al de mensen waar ik van hou – mensen die zouden kunnen gespaard en beschermd worden tegen de rampen die ze over zichzelf brengen – zelfs als ik ten volle verwacht gespaard te blijven door God’s bovennatuurlijke bescherming – maar zij niet!”.

“Gaat u het begrijpen? Gaat u het ter harte nemen – en uw eigen kostbare leven sparen tegen de dingen die er aankomen? Gaat u de waarschuwing aannemen?”.

“God zegt dat, als wij deze dingen zien aankomen en u waarschuwen, wij onszelf vrijgesproken hebben – uw bloed kleeft niet aan onze handen. Maar dat is niet genoeg om me tevreden te stellen – gewoon mijn eigen vel redden. Ik wil ook u gered zien!!”.

“Heart to Heart Talk with the Editor”, Plain Truth, apr. 1956

“Als iemand me zegt dat mijn huis in brand staat, ga ik niet met hem lachen en weigeren hem serieus te nemen. Ik ga het onderzoeken om zeker te zijn! Als hij het mis heeft, dan zal ik tenminste WETEN dat mijn huis veilig is. Al jaren geleden leerde ik dat het heel gevaarlijk is dingen achteloos te veronderstellen, of ze voor waarheid aan te nemen. Het is veel verstandiger en veiliger om alle FEITEN te verzamelen en pas dan te beslissen”.

“En iemands leven in eeuwigheid is veel kostbaarder dan zijn huis”.

“Ik heb u God’s Woord getrouw gebracht. Het is niet populair. Het is niet wat de populaire meerderheid u vertelt”.

Mijn verantwoordelijkheid eindigt met het u te vertellen. Ik heb het luidkeels uitgeroepen. Ik verhief mijn stem”.

Which Day is the Christian Sabbath? (1976), pp. 7, 107

“God zond Zijn profeten – ZIJN GODDELIJKE ZOON – Zijn apostelen – Zijn ware dienaars, om te pleiten met een wereld die gedwongen wordt om te kiezen – die wereld te waarschuwen voor het onvermijdelijke resultaat van haar dwaze rebellie”.

“De meeste mensen vandaag zijn als een persoon in een diepe slaap, die prettig droomt. Wanneer iemand hem probeert wakker te schudden om hem te zeggen dat zijn huis in brand staat en dat hij zelf op het punt staat op te branden, dan protesteert hij slaapdronken:”

Niet doen! Maak me niet wakker! Ga weg – laat me slapen!”.

Luister toch! Uw huis staat in brand!”.

Ik moet de mensen waarschuwen – of hun bloed kleeft aan mijn handen! De Almachtige God beveelt mij ‘Roep uit de keel, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin, en verkondig Mijn volk hun overtreding’ (Jes. 58:1). God zegt niet ‘fluister’. Hij zegt niet ‘predikt zachtjes en sussend’. Hij zegt me mijn stem te verheffen – luidkeels te roepen! Zijn waarschuwing met donderende stem uit te roepen!”.

“De tijd voor softe, sierlijke, poeslieve, sussende prediking is voorbij!”.

Ik praat niet soft en sussend in de ether. Ik roep het uit! Ik spaar u niet – Ik vertel u de waarheid met al de kracht die God me geeft!”.

“Wij zijn er niet op uit in de smaak van mensen te vallen. Wij zijn er enkel op uit God te gehoorzamen, en mensen te helpen en te redden – omdat wij van hen houden!”.

“In Zijn Boodschap aan Zijn toenmalige ware Kerk die zich overgaf als Zijn instrument om die waarschuwing uit te roepen en Christus’ Evangelie aan de wereld te verkondigen, zei Jezus: ‘Omdat gij het woord Mijner lijdzaamheid bewaard hebt, zal Ik ook u bewaren uit de ure der verzoeking (Grote Verdrukking – Dag des Heren) die over de gehele wereld komen zal’ (Openb. 3:10). Maar van hen die lauw, zorgeloos, onverschillig zijn, zegt Christus dat Hij ze uit Zijn mond gaat spuwen”.

“Ik voel precies hetzelfde wat de profeet Jeremia meemaakte toen God hem onthulde dat het land van Judea spoedig zou verwoest worden, wegens de zonden van de Joden in die tijd. De Chaldeese legermachten van koning Nebukadnezar stonden op het punt naar Jeruzalem te trekken. Jeremia zag het – realistisch. Maar de mensen verkeerden in een diepe slaap. Dat maakte Jeremia misselijk in zijn maag”.

“O mijn ingewand, mijn ingewand!, riep Jeremia uit terwijl hij met zijn handen op zijn heupen duwde. ‘Ik heb barenswee, o wanden van mijn hart! Mijn hart maakt getier in mij, ik kan niet zwijgen!’ (Jer. 4:19)”.

“Ja, ik weet hoe Jeremia zich voelde!”.

“Denk u echt dat ik vandaag kan zwijgen? God heeft mij uw gevaar onthuld! Ik kan uw lethargie zien”.

“Een paar mensen stuurden me klachten en kritiek. Er zijn er die zo’n realistische voorstellingen van wat er echt op hun af komt niet willen zien! Sommigen dreigden ermee De Echte Waarheid niet langer te lezen…”.

“…als ik dit maar reëel genoeg kan maken door God’s genade en door Zijn kracht, kan ik hiermee enkelen van u redden. En uw leven is heel kostbaar! Ieder afzonderlijk mens die kan gered worden loont de moeite – en al die kritiek van hen die softe en sussende dingen en misleidingen willen horen – al de vervolging”.

“Uw leven is heel kostbaar, als potentieel kind van God! Ik hoop u te zien, te kennen, lief te hebben in het Koninkrijk van God! Ja, uw leven is heel kostbaar voor mij! Ik ga u trachten wakker te maken in de realiteit, zover ik kan. Geef maar kritiek en veroordeel me maar…Ik kan niet anders dan duidelijk te waarschuwen! Gemotiveerd door een geest van liefde! Moge God u helpen wakker te worden en te luisteren!”.

“Yes, I Know”, Plain Truth, febr.-mrt. 1955

Stoort het u dat ik dhr. Armstrong zo vaak citeerde, en op die manier? Vindt u dat uitdagend? En zo ja, waarom?

De principes en waarheden van dhr. Armstrong’s woorden zijn niet tijdsgebonden. Natuurlijk is hij niet langer hier om deze waarschuwingen zelf te geven – uit te roepen! Iemand anders moet dat nu doen in zijn plaats, goed beseffend dat het gevaar waarover hij sprak nu nog groter is – nog dreigender, nog dichterbij – voor hen die niet luisterden!

Alle dienaars van God moeten de inborst van een herder hebben. Ware herders houden van God’s schapen, en moeten bereid zijn hun leven voor hen te geven. God zegt dat Hij elke zoon kastijdt van wie Hij houdt (Spr. 3:11-12; Hebr. 12:6-11), en Hij gebruikt vaak Zijn dienaars om Zijn kastijding te brengen. Als de balans van dit boek u stoort, dan is dat misschien goed – als het u aanzet tot actie. Als u ervoor kiest gebelgd te zijn over wat is zeg, is dat de prijs die ik bereid ben te betalen – met de hoop dat u dan wakker geschud wordt zodat u dan later het nodige doet.

In dit tijdperk kan er alleen nog maar botweg vrijmoedig gepraat worden. Maar zo te spreken – en met gezag – heeft z’n prijs. Ik ga ermee door, wat de prijs voor mij persoonlijk ook is, en hoe weinigen of hoe velen ook bereid zijn die prijs te betalen met ons! Zij die niet bereid zijn nu God’s prijs te betalen, moeten beseffen dat de profetie onthult dat de prijs binnenkort drastisch wordt opgedreven voor Zijn volk – en voor alle mensen op aarde.

Knoop dat duidelijk in uw geest: Het is nog altijd niet te laat om de meerderheid achter te laten en te onsnappen aan wat zij te verduren krijgen!

Het bewijs dat mensen in twee condities vluchtten

Na een tijd werd het duidelijk dat de Wereldwijde Kerk van God (WCG voor Worldwide Church of God, en in het Nederlands de WKG) de waarheid helemaal verliet. Er bleef een dode kerk over. En broeders van twee verschillende Kerkera’s (Filadelfia en Laodicea) – eigenlijk twee verschillende condities – werden genoodzaakt om te vluchten. Ze deden dat in een mix-modus. En deze uitloop uit de WCG bleef doorgaan in de negentiger jaren.

Vooraleer verder te gaan, en vooraleer iemand alles kan begrijpen wat er sindsdien gebeurde, moet ingezien worden dat zowel zij die Laodicea en als de mogelijk weinigen die toen Filadelfia weerspiegelden beiden de Wereldwijde Kerk van God verlieten! Tot een ander besluit komen is geloven dat de WCG nog altijd deel uitmaakt van Laodicea – en wie zoiets gelooft, begrijpt het niet meer of heeft nooit God, de Bijbel en de waarheid begrepen. Punt uit!

Vandaar dat de exit uit de grote afval altijd een proces in twee stappen was. Laat me dit even uitleggen.

Toen de leiding van de WCG rebelleerde tegen God en helemaal afviel, zoals uitgelegd, moesten alle bekeerde ‘minds’ die organisatie noodgedwongen verlaten om geestelijk te overleven. De grote meerderheid had dit al lang gedaan. En dat was de eerste stap. (Misschien kunnen er een paar achterblijvers nog altijd uit weggaan).

De tweede stap weerspiegelt de bereidheid van dhr. Armstrong om Sardis te verlaten om God volledig dienstbaar te zijn. Vandaag moeten zij die bij Filadelfia horen of die naar die conditie willen terugkeren (de zesde era) wegtrekken uit het dominante Laodiceaanse “overblijfsel” van Openbaring 12:17 – vertegenwoordigd door diverse grote groepen (en minstens ook door een paar kleinere). Deze stap was voor de meesten verwarrender en moeilijker te begrijpen.

Vanzelfsprekend. De profetie onthult dat de grote meerderheid nooit de noodzaak van de tweede stap zal erkennen en aanvaarden! Het lijkt op de spreekwoordelijke kikker in de waterketel die langzaam opwarmt tot op het kookpunt. Maar lang tevoren is de kikker al te gekookt om nog te ontsnappen.

In tegenstelling tot de kikker weten zij – die bereid zijn de tweede stap te zetten – dat zij moeten ontsnappen aan het hete water, dat nog veel heter wordt in de Grote Verdrukking. Maar in het vreemde gekronkel van de huidige omstandigheden moeten zij willen ontsnappen aan gekookt worden in heet water, eerst hun eigen temperatuur opdrijven.

Dit boek zal duidelijk aantonen – boven elke twijfel – dat Christus Zijn enige en eensgezinde Kerk en Werk oprichtte, eigenlijk heroprichtte voor hen met een klare kijk, die ook bereid en sterk genoeg zijn om beide stappen te zetten. En geleidelijk aan scheiden steeds meer trouwe broeders zich inderdaad af van de zevende era. Al wie houden van de zuivere, compromisloze waarheid zoals de hele Kerk die ooit begreep, en die God’s Werk willen voltooien. Onder Zijn bestuur zoals de Kerk ooit deed, en nu ook in de positie verkeert om dat te doen!

Vergeten wat u ooit wist

Toen ik begin 1993 werd ontslagen, bezocht en raadpleegde ik vele mensen die de afvalligheid al heel vroeg waren ontvlucht. Zij zagen dingen die anderen, die later volgden, nog niet konden zien. Velen wisten ooit dat ze genoodzaakt waren iets te doen, zelfs al konden tienduizenden mensen zichzelf er niet toe aanzetten een standpunt in te nemen en te vertrekken. Dit is echt ironisch. Laten we dat begrijpen.

Terugkijkend weten wij nu dat de WCG God helemaal verliet. Zij gooiden praktisch alle doctrines mèt alle details overboord, die alle broeders nochtans ooit identificeerden als de waarheid. Nogmaals, dit diskwalificeerde deze organisatie om nog langer als God’s Kerk aanzien te worden. Dat wordt nu tenminste begrepen, zij het nog niet ten volle.

Hier is het punt. Tot begin 1995 waren er duizenden nog niet zeker van, toen al velen de WCG verlaten hadden of ermee bezig waren te vertrekken. En nu wordt een fascinerende realiteit duidelijk: Tal van mensen waren bereid de WCG te verlaten toen zij geloofden dat dit Laodicea was. Zij deden het in de overtuiging dat dit nodig was om Filadelfiër te blijven!

Maar toen kwam er een drastische verandering. De meeste broeders werden niet meer bereid een identieke stap te zetten – voor de tweede maal – een stap die ze ooit wel hadden gezet!

Vele duizenden broeders hoorden ooit mijn prekenserie “90 redenen om de waarheid te volgen” (gegeven in 1993-94). Deze redenen zijn nu exact op dezelfde wijze van toepassing – eens te meer! – als toen God’s volk de WCG verliet. In zekere zien zijn ze nu zelfs nog meer van toepassing. Verscheidene redenen ga ik trouwens behandelen doorheen het boek, met vooral naar het einde toe een deel dat er wordt aan gewijd. Voor hen die deze punten hebben gehoord, herinner u een van de eerste vermelde “90 redenen”. Daarin wordt uitgelegd dat voorwerpen de temperatuur aannemen van de kamer waarin ze zich bevinden. Datzelfde gevaar bestaat nog altijd voor heel God’s volk!

Hier komt nu het verschil – wat velen in de war brengt. De (grote en kleine) splintergroepen werden in feite de Laodicea Kerk waarvan we dachten dat die de Wereldwijde Kerk van God zou blijven. Het aannemen van een mix van juiste en verkeerde doctrines met het voortdurend toevoegen van eerder verkeerde, en de weerspiegeling van wat de WCG onderwees in het begin en het midden van de afvalfasen – plus nieuwe valse leerstellingen – vormen daarvan het bewijs. (Onze andere ‘splinterliteratuur’ toont dit overduidelijk aan).

Waarom blijven er dan zoveel mensen in de splintergroepen? Wat gebeurde er met hun persoonlijke overtuiging toen zij eerst wel bereid waren zich aan te sluiten bij een kleinere groep, al deed de meerderheid dat niet?

Ik vergelijk dat met wat Paulus zei tot de Galaten: “Gij liept wèl; wie heeft u verhinderd de waarheid [nog langer] gehoorzaam te zijn?” (5:7). Dit vers werd toepasselijk op duizenden mensen van God’s volk. De eerste stap hebben zij juist gezet, maar dan bleven zij abrupt steken in hun reis!

Natuurlijk zou de grootste splintergroep, gevormd in de lente van 1995, een uitzondering kunnen zijn op wat ik zopas zei. Hier is waarom.

Die groep was de enige organisatie (in wezen de laatste om toen te vormen) die de WCG verliet op het moment dat die compleet verdween van het christelijke radarscherm. Toen de voormalige Pastor General de Wet verwierp – samen met de Sabbat, de Heilige

Dagen, de tienden en de kennis van onrein vlees – verdween ook elke twijfel of het overblijfsel van de WCG Laodicea zou blijven.

(Meer dan enige andere groep, lijkt het erop dat deze 1995-groep alles in het werk stelde om voor zichzelf te bewijzen dat zij Laodiceeërs zijn. We gaan later bespreken hoe hun formatie verwarrend werkt voor vele duizenden die niet bij hen zijn aangesloten. Hou dit in gedachten. Omdat zij aantoonden veel meer ketterijen te tolereren dan hen die vroeger weggingen, zijn de mensen in deze finale groep waarschijnlijk het minst in staat om te begrijpen wat ik zopas verklaarde).

De grote meerderheid van God’s volk is in Laodicea. Zij houden simpelweg niet volledig vast en zijn geen Filadelfiër, maar zij maken zichzelf wijs dat wèl te zijn. Velen lijken vandaag te verwijzen naar “het Laodiceaanse klimaat” als zou het probleem niet liggen in de Laodiceaanse organisaties die uit Laodiceaanse individu’s bestaan. Precies zoals Sardis organisaties bestonden uit Sardis individu’s!

Het wordt duidelijk dat dit een organisatieprobleem is. En organisaties bestaan uit individu’s, waarvan u er een bent. Het is niet zomaar een klimaatprobleem, zoals zovele goedgelovigen het willen zien.

Wanneer het tijd is om te vluchten

Laten we even vooruitkijken. Er is nu een soort mystiek, bijgelovig, blind “vertrouwen” dat alle Filadelfiërs samen op een magische wijze zullen aankomen in Petra, of wat de plaats van veiligheid ook is. Zij worden dan verondersteld te komen uit vele organisaties en velerlei achtergronden. De huidige grote meerderheid van hen die nog altijd geloven in een letterlijke plaats van veiligheid, zitten met het idee dat Christus de Filadelfiërs zal verzamelen uit alle splintergroepen wanneer het tijd is om te vluchten.

Deze theorie is verkeerd en eigenlijk belachelijk. De onmogelijkheid ervan kan bewezen worden! En toch geloven er zoveel mensen in.

Stel je die vele duizenden mensen voor aan de ingang van de plaats van veiligheid, met een heleboel verschillende doctrinaire ideeën en zienswijzen op bestuur. Zij zouden dan komen uit verschillende organisaties, verschillende geloofsopvattingen en tradities hebben, en verschillende – hun favoriete – leiders volgen. Er zou een massale verwarring zijn, alleen al over de vraag welke leider te volgen. Nog afgezien van de verdeeldheid te wijten aan alle andere doctrinaire verschilpunten die velen menen te moeten geloven en na te leven. Loyaal aan de organisaties die zij kozen vanuit hun achtergrond, zullen zij nooit akkoord kunnen gaan over wie de leider wordt – laat staan welke bestuursvorm er moet komen. En in het huidige klimaat bestaat er geen twijfel over dat de mensen hun stem willen laten horen. (En dan blijft er nog de vraag van hoe mensen in zovele organisaties tegelijkertijd God’s sein om te vluchten zullen ontvangen en herkennen).

Laat me dit nogmaals benadrukken: Iedereen zou onder een totaal verschillende bestuursvorm hebben gestaan, onder verschillende leiders, in verschillende groepen, met verschillende geloofspunten en tradities. En dit al jarenlang!

God zou zo’n schipperende groepen en mensen NOOIT belonen met bescherming. Door dit te doen zou de verwarring van hen die niet vasthielden versmelten met de eenheid en duidelijkheid van hen die dat wel deden. God zou zo’n onmogelijke omstandigheden nooit toelaten. Zo’n vreselijke verdeeldheid, in de plaats van veiligheid. Zogenaamde “Filadelfiërs” van allerlei pluimage zouden niet aankomen met een poespas van verschillende ideeën en in staat zijn Amos 3:3 te omzeilen. Om dan 3 ½ jaar in onenigheid nauw “samen te wandelen” met andere veronderstelde “Filadelfiërs” van een verschillende soort.

Niemand zou dwaas genoeg zijn om te geloven dat vele getrouwe mensen (“Filadelfiërs”) onzichtbaar verborgen blijven in alle organisaties waar zij in het geheim alle juiste leerstelsels correct volgen en nauwkeurig naleven – terwijl de rest van die organisatie dat niet doet. Eigenlijk kunt u niet zomaar zelf beslissen “Ik wil gewoon een Filadelfiër zijn te midden van Laodiceeërs; ik hoef in feite niets te doen of voor iets op te komen”.

Dat is hetzelfde denken als van hen die beweren geen ongezuurde broden te moeten eten tijdens de zeven dagen, zolang zij maar “het ongezuurde brood van oprechtheid en waarheid” in gedachten hebben – in hun “hart”. Velen in de wereld kennen dit vers en passen het toe op die manier, zoals zij ook doen met andere verzen.

Dit gezegd zijnde, de weinigen die nu al begonnen zijn hun ogen te zalven en al vlug tot de actie zouden kunnen overgaan, zullen – en moeten – al vlug begrijpen dat zij hun groep moeten verlaten. Alle anderen die uiteindelijk zullen weggaan, gaan eerst hun ogen moeten zalven om in staat te zijn dit te zien en te doen.

Dhr. Armstrong heeft meermaals uitgelegd waarom er een complete eenheid in God’s Kerk moet zijn. Terwijl geen enkele organisatie zou mogen beweren uw automatisch “toegangsticket” naar de plaats van veiligheid te hebben (en een groep beweert dit inderdaad), moeten allen die willen beschermd worden een gemeenschappelijke achtergrond, administratie en doctrinair standpunt hebben. Dus uit één organisatie komen! Zij moeten allemaal de waarheid zien op dezelfde wijze.

(Om te vernemen wie wel en wie niet zal beschermd worden, trek tijd uit om ons gedetailleerd boekje te lezen God’s Promised Protection – PLACE OF SAFETY or Secret Rapture?).

Ik hoop dat u na het lezen van “ZALF UW OGEN” de softe, geruststellende (en opgewarmde protestantse) sirenenzangillusie zult verwerpen als zou God u en uw geloofsopvattingen aanvaarden “gewoon zoals u bent” – afgezien van uw geestelijke conditie, uw geloofsopvattingen en de organisatie die u koos – en u dan toelaat beschermd te worden tegen de Grote Verdrukking!

Wat dhr. Armstrong onderwees over bestuur, eenheid en verdeeldheid

U hoeft mij hierover niet te geloven – u kunt dhr. Armstrong’s eigen woorden lezen. Bij het eerste citaat moet u “stoppen en nadenken”. In zekere zin is dit de belangrijkste doelstelling van dit boek. Neem de tijd om in overweging te nemen hoe bij elk citaat Kerkbestuur, eenheid en verdeeldheid dooreengevlochten zijn. Noteer eveneens dat deze uitspraken vele jaren bestrijken in dhr. Armstrong’s denken:

“Wat te denken van de ‘eenzaat’ Christen die zegt ‘Ik wil Christus dienen op mijn eigen manier’? En wat van de persoon die God’s Kerk verlaat om zijn eigen privé-relatie met Christus aan te knopen – om zijn eigen behoud te verwerven – zonder zijn bijdrage te leveren in de inspanningen van de Kerk om het ware Evangelie naar de hele wereld uit te dragen?

“Of wat van de persoon die een man volgt wegens diens persoonlijkheid, charisma of aantrekkingskracht, of een andere groep?

Stop en denk na!

“Gaat Christus een aantal verschillende groepen huwen die niet in volstrekte harmonie met elkaar zijn – en toch ‘Christus belijden’?

“Jezus zei ‘Wie niet met Mij is [en vermits Hij het Hoofd van God’s ene en enige Kerk is, bedoelde Hij duidelijk met Hem waar Hij werkzaam is – in God’s ene Kerk] die is tegen Mij; en wie met Mij niet vergadert, die verstrooit (Matheüs 12:30).

Jezus Christus gaat de ene en enige ware Kerk trouwen – niet een aantal verstrooide groepen of verstrooide individu’s.

“…Wie tracht zijn eigen redding te krijgen los van de ene Kerk waarmee Christus gaat trouwen, zit op de weg van ‘nemen’. Zij die loyaal in de Kerk geven van hun gebeden, loyaliteit, bemoediging en ondersteuning…het geven van het Goede Nieuws aan de wereld, haar enige hoop!”.

“7 Proofs of God’s True Church”, Plain Truth, sept. 1979

“Het Woord van God leert ons duidelijk dat er slechts één Geest en één Lichaam is (1 Kor. 12:12-13, 20)”.

“Dat ene Lichaam van Christus, dat Zijn werk uitvoert, moet functioneren als een geheel. Het moet werken in harmonie en eenheid, als een team. Want God is niet de auteur van verwarring. Daar mag geen getrek zijn in verschillende richtingen, door verschillende mensen binnenin dat ene Lichaam. Er mag geen competitie zijn, geen verdeeldheid. En al wie zo’n disharmonie in de hand werkt of iemand die daar op aanstuurt en steunt, of competitie en verdeeldheid bewerkt, wordt een vijand van God, en dient de duivel en niet God!”.

“Om die eenheid – die eensgezindheid qua doelstelling en actie – die harmonie en samenwerking in teamverband in God’s Werk te handhaven en te beschermen, heeft God bestuur in Zijn Kerk ingesteld. En Hij heeft Zijn Kerk kracht bijgezet met goddelijk gezag”.

“Dat bestuur in God’s Kerk is bestuur vanuit God, via Jezus Christus, via apostelen, via evangelisten, via pastors, via andere oudsten, in die volgorde!”.

“Must God’s Ministers Be Ordained by the Hand of Man?”, GN, okt. 1962

“Tot ongeveer 1969 ‘spraken we allen hetzelfde’ in God’s Kerk.

“Tegen 1978 spraken vele…dienaars verschillende dingen! God had Zijn zegening en kracht teruggetrokken…die er 35 jaar voor hadden gezorgd dat het Werk van Zijn Kerk elk jaar ten opzichte van het vorige jaar met zowat 30 procent groeide!”.

“Wat deed God Zijn zegening en kracht terugtrekken?”.

“Precies hetzelfde wat de groei van de Kerk van God in Korinthe verstikte in het jaar 56. 25 jaar nadat de Kerk in Jeruzalem werd opgericht. Zij volgden leiders die verschilden; zij spraken verschillende dingen, verwaterden de heilige en kostbare waarheden van Christus!”.

“Christus’ apostel schreef aan de kerk van Korinthe in het jaar 56: ‘Maar ik bid u, broeders, door de Naam van onze Here Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in een zelfde zin, en in een zelfde oordeel’ (1 Korinthe 1:10)”.

“Zij begonnen verschillende leiders te volgen die verschillende doctrines onderwezen. De Kerk raakte verdeeld! En een kerk die tegen zichzelf verdeeld is, kan niet standhouden!”.

“Het is gewoon logisch te beseffen dat als iemand onderwijst wat hij persoonlijk gelooft of verschillende leiders volgt die allemaal hun eigen ding vertellen, we enkel maar verwarring krijgen!”.

“Maar de eigengereiden onder ons, zelfs…in de ministry, begrijpen het niet!” [Auteur: U wel?].

“Christ Sets Church…on Track Doctrinally”, GN, apr. 1979

“Ik wil dat u, broeders, erover nadenkt en begrijpt wat er gebeurde met God’s Kerk in de 70-er jaren, opdat de geschiedenis zich niet herhaalt! Ik wil dat u de ‘vruchten’ ziet van rebellie tegen God’s manier en God’s bestuur”.

“Uiteindelijk bleek het basisprobleem de hele tijd God’s bestuur in de Kerk te zijn. Iemand die, zoals Paulus voorzag, een liberaal volgde die erop uit was volgelingen achter zich te scharen (Hand. 20:30). Die man zei: ‘We zijn bevrijd van dat kerkbestuur en we zijn nu losjes georganiseerd, wat wij graag hebben’”.

“De Kerk is ‘gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus de uiterste Hoeksteen is; op Welke het hele gebouw, degelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heilige tempel in de Here’ (Efeze 2:20-21). Noteer dat de Kerk georganiseerd en degelijk samengevoegd is, niet georganiseerd met wedijverende en van elkaar verschillende takken”.

Let op Efeze 4. Er is slechts één enkele georganiseerde kerk ‘degelijk samengevoegd en samen vastgemaakt’ (vers 16) – als samengelast in één goed georganiseerd lichaam. En hoe organiseerde Hij dit lichaam? Hoe werd het bestuurd? ‘En Hij heeft gegeven sommigen tot apostelen en sommigen tot profeten en sommigen tot evangelisten en sommigen tot herders en leraren; tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus; totdat wij allen zullen komen tot de eenheid van het geloof …’ (Efeze 4:11-13). Het is geen ON-eenheid of een ander soort organisatie en bestuur. Paulus zei ook ‘Dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in eenzelfde zin en in eenzelfde gevoelen’ (1 Korinthe 1:10)”.

“Om een van de redenen – zoniet de belangrijkste reden – te verduidelijken, in verband met het conflict dat werd veroorzaakt door dit liberale element, citeer ik een westerse krant. In een interview met een voormalige dienaar die erop uit was volgelingen achter zich aan te krijgen, werd er over de afgesplitste kerk geschreven dat zij ‘een totaal verschillende administratieve structuur’ had. [Auteur: Dit is het probleem in zovele splintergroepen].

“De meeste…onenigheid in het verleden van de Kerk ging over…bestuur. De afscheiders geloven in een heel liberaal bestuur – de weg van Satan en zijn wereld”.

“Wij die overblijven in de ene en enige ware Kerk betreuren het verlies van hen die op het punt staan te mislukken in hun laatste examens”.

“Recent History of the Philadelphia Era of the WCG”, WN, 24 juni 1985

“…de ene en enig ware Kerk is geen organisatie van mensen, maar een geestelijk organisme. Dit feit sluit echter de organisatie niet uit”.

“Dit geestelijke organisme is het ‘Lichaam van Christus’ met als doel het Werk van God uit te voeren”.

“Als elk individu onafhankelijk op eigen houtje handelt, in een poging de goddelijke Opdracht naar eigen goeddunken uit te voeren, dan krijgen we verwarring en een huis dat tegen zichzelf verdeeld is”.

“Christus heeft Zijn Kerk inderdaad georganiseerd, en zo degelijk samengevoegd als een fysiek gebouw wordt samengevoegd. Door experts in het vak die elk element precies doen passen”.

Just What is the Church”, reprint, 1970

“Maar het is nog altijd waar dat twee niet kunnen samen wandelen tenzij zij het eens zijn. Ik ben het eens met God en met Jezus Christus, het Hoofd van de Kerk. Ik zal nooit de waarheid verwateren die Hij me openbaarde, en er ook nooit compromissen mee sluiten. Wij gaan het allemaal moeten eens worden met God en met Christus, Zijn Zoon, als wij samen met Hen willen wandelen naar God’s koninkrijk”.

“Reports About Garner Ted False”, WN, 6 mrt. 1981

Dhr. Armstrong sprak voortdurend over organisatie, structuur en absolute eenheid binnen de Kerk, zo noodzakelijk voor stabiliteit en voor het voeden van de kudde. Vandaag werden velen van mening dat Christus een dergelijke complete eenheid niet langer vraagt – als die al mogelijk zou zijn. Met als resultaat dat velen dit passé wanen, en er zelfs niet langer naar uitkijken onder God’s volk. Zij stellen zich tevreden met het negeren van de vele valse leringen binnen hun splintergroep.

Zo’n mensen werden praktisch blind door hun eigen keuze!

Dhr. Armstrong verliet Sardis

Het is welbekend dat dhr. Armstrong zijn contact met de Sardis groep langzaam afbouwde, de groep waarmee hij eerst omging toen en nadat hij de waarheid leerde kennen. Gewapend met de nodige feiten om de juiste beslissing te nemen, koos hij er bewust voor zich af te scheiden om geen compromissen te sluiten met wat bewezen was.

Als u in de 30-er jaren voor dezelfde keuze had gestaan (en in de veronderstelling dat u had kunnen weten dat dhr. Armstrong vertrok om te starten met wat later de Filadelfia era zou genoemd worden), zou u dan gebleven zijn in de toen dominante Sardis groep van de vijfde era? Zou u dan de kans genegeerd hebben om u aan te sluiten bij de kleine organisatie onder leiding van dhr. Armstrong? Zou u geloofd hebben dat u een Filadelfiër kon blijven of worden terwijl u in Sardis bleef?

Natuurlijk niet! Waarom? Omdat allen ooit begrepen dat alleen zij die weggingen uit de vijfde era – er niet langer mee omgingen – en zich feitelijk aansloten met mensen uit de zesde era konden beschouwd worden als deelnemers. Waarom zijn er zo weinigen bereid een groep van de zevende era te verlaten? Waarom vergaten zij nog altijd – tot op vandaag! – dat zij zich actief moeten aansluiten, het Werk doen, omgaan met broeders van de zesde era?

Hoewel Laodiceeërs Christus’ volk zijn, in een zwakke en zielige conditie, toch kan Hij hen niet leiden in hun organisaties. En weer vraag ik u, waarom? De meesten begrijpen nu wellicht dat het woord Laodicea “het volk bestuurt, oordeel en beslist” betekent. Het was Christus die deze naam gaf aan allen in het finale tijdperk! Hij begreep beslist dat Hij mensen die Hij deze naam gaf niet bestuurt!

We zullen leren dat dhr. Armstrong onderwees dat het bestuur van God enkel in de Filadelfia era hersteld was. Dit is de enige plaats waar de mensen de volledige waarheid actief vasthouden. Dit is de enige plaats waar Christus de leiding heeft en aanwezig is binnen het bestuur.

Dat is duidelijk. Alle bekeerde mensen in Sardis (zijn er nog een paar vandaag? – Openb. 3:4) zouden nooit als Filadelfiërs kunnen worden beschouwd tenzij zij stoppen met excuses maken, Sardis verlaten en zich aansluiten bij Filadelfia. Hetzelfde is ook waar voor “Thyatireërs” waarvan er blijkbaar nog enkelen op een bepaalde manier denken (hoewel hoogst onwaarschijnlijk dat die bekeerd zullen zijn) – vandaag ergens op aarde (Openb. 2:25). Die zouden uiteindelijk allemaal moeten komen naar het ene, verenigde Lichaam van Christus. En precies dat onderwees dhr. Armstrong sinds 1954 over hen die God’s Geest zouden gehad hebben in Sardis.

Als dit al lang duidelijk was voor iedereen, waarom lijken dan zo weinigen in staat te zijn om te zien dat Filadelfiërs hetzelfde moeten doen – dat zij zich moeten afscheiden van Laodicea om daar geen deel van uit te maken? Waarom beschouwen vele duizenden zich als een uitzondering van wat God’s volk al lang inzag in verband met de Kerkera’s?

Laat me nu nog duidelijker zijn. Iemand is een Laodiceeër tot hij Laodicea verlaat, ondanks alle excuses – of hij nu een lid, diaken, oudste, pastor of evangelist is. En hoeveel mensen besloten zichzelf als “Filadelfiërs” te beschouwen terwijl zij met de beste bedoelingen blijven waar zij zijn, zonder de comfortzone en de familiale sfeer van hun organisatie te willen verlaten?

Herinner u dat God tegen Adam en Eva zei niet te eten van de boom van kennis van goed en kwaad (Gen. 2:16-17). De grote les van die instructie was een mix van ware en valse kennis te vermijden. Dit impliceert beslist juiste en verkeerde doctrinaire kennis. Dhr. Armstrong herhaalde dat tientallen, zoniet honderden malen tegen het einde van zijn leven. Dit constante thema was letterlijk de essentie van zijn laatste boodschap aan God’s Kerk alvorens hij stierf!

Natuurlijk bracht dhr. Armstrong dit zelf in praktijk gedurende zijn hele leven. De niet-bereidheid compromissen te sluiten met de waarheid begon met de beslissing – en de bereidheid – zijn banden met Sardis te verbreken. Om verder om te gaan met een klein eerste groepje van amper negentien man (waarvan zes familieleden waren, in 1933). En die vastberadenheid legde hij telkens opnieuw aan de dag wanneer hij werd geconfronteerd met fouten die zijn kordaatheid op de proef stelden.

Terugkijkend kan ik niet anders dan geloven dat God dhr. Armstrong toeliet ons zijn vaak herhaalde “twee bomen” boodschap na te laten als een krachtig getuigenis – en een waarschuwing! Voor hen in de laatste era, zij die de boodschap nog niet helemaal negeerden of vergaten.

Bij de conclusie zal het duidelijk worden dat er iemand de opdracht moest krijgen om u Christus’ komende en zo goed als zeker laatste waarschuwing te geven, uitgelegd in dit boek.

Hoofdstuk Twee –
DE ENIGE PLAATS OM TE BEGINNEN

Vele Jaren geleden pakte een populair TV-station uit met een reclamespot waarin getoond werd dat de meeste mensen niet geneigd waren hun autogordel te dragen bij het rijden. Nu is de wetgeving wel veranderd en werd het dragen van de gordel algemeen verplicht in de Verenigde Staten en in tal van andere landen. De reclamespot wou reizigers overtuigen van het gevaar niet vastgegespt te zijn.

De reclamespot was gebaseerd op een vertrouwd gezegde: “Een ongeluk overkomt alleen anderen”. Het klonk in die zin: “Natuurlijk weten we dat ongelukken alleen anderen overkomen; maar in geval u een van die anderen bent, draag toch maar uw autogordel”. De spot nam een averechtse draai om de aandacht van de mensen te trekken. Ik heb nooit gehoord van statistische gegevens die aantoonden dat de reclamespot effect had voor de wetgeving veranderde, maar het was wel raak en haakte juist in op het denken van de meeste mensen.

De meeste mensen leven inderdaad in de overtuiging dat slechte dingen over het algemeen enkel voorkomen bij anderen – andere mensen krijgen kanker – andermans huizen branden plat of worden getroffen door windhozen – andermans kinderen sterven aan overdoses drugs – en zo voort. De waarheid is dat iedereen die noodgedwongen lijdt onder een van deze tragische voorvallen waarschijnlijk iemand is die geloofde dat zulke afgrijselijke dingen alleen maar konden gebeuren bij anderen.

Filadelfia en Laodicea onderscheiden

God begrijpt de menselijke natuur. Hij wist dat de natuurlijke neiging van mensen om zich wit te wassen, in combinatie met de aard van de samenleving in de laatste dagen, de aanzet zou worden voor het laatste tijdperk. Hij wist ook dat de meeste broeders die leven in de eindtijd beginnen leven in de veronderstelling dat Laodicea iemand anders, ergens anders is – dat dit ongeval alleen maar anderen kan overkomen. Daarom wou Hij zeker zijn dat niemand een excuus had om per ongeluk de verkeerde era te kiezen. Hij moest een duidelijke, heldere weg bieden aan al die nederige, vastberaden en oprechte broeders, om te kunnen weten waar Hij werkt. Zodat zij kunnen ontsnappen aan “het uur der beproeving” waarvan wordt geprofeteerd dat dit de hele wereld zal treffen (Openb. 3:10; Luk. 21:35).

God verwacht en vereist dat iedere bekeerde persoon God’s era’s of condities juist herkent – correct onderscheidt. Toch zijn de meesten in de war over de identiteiten van Filadelfia en Laodicea (en natuurlijk verwierpen sommigen al het hele idee dat er Kerkera’s zouden zijn).

Maar zij hebben geen excuus! Hier is waarom.

Gaan we nu even terugblikken op Sardis. Niemand met enig inzicht is in de war over hun identiteit. Waarom? Omdat de Kerk werd onderwezen wie zij waren, door de Bijbel, door dhr. Armstrong en de geschiedenis. Evenzo werd ook iedereen onderwezen – door de Bijbel, dhr. Armstrong en de geschiedenis – hoe de identiteit van Laodicea te herkennen. (Later zullen we dit nader onderzoeken).

Bijna niemand verwarde of vergat de identiteit van de vijfde era. Waarom geraakten dan zoveel mensen in de war over wie de laatste era van God’s volk voorstellen?

Wat zijn zij dan vergeten?

Begrijp dit. Bijna niemand gaat u zeggen dat hij een Laodiceeër is. En ook geen enkele groep. Toch is deze era nu dominant. Anderzijds zal bijna iedereen u zeggen een Filadelfiër te zijn. Zoals bijna elke groep. En toch is die era nu niet dominant. Herinner u wat Christus zei dat de Laodiceeërs blind zijn. Voor wat wij kunnen afleiden uit wat de mensen alleen al over dat ene aspect denken, is het duidelijk dat de meesten blind werden voor de realiteit van hun conditie – en de era of conditie waarin zij verkeren.

En dan komt deze belangrijke vraag: Hoe weet je wat is wat, en wie is wie?

Herinner u dat God van u verwacht het verschil correct te onderscheiden tussen de twee finale era’s of geestelijke condities. Nogmaals, vermits wat mensen zeggen duidelijk geen voldoende leidraad is, moet God dit openbaren! Oprechte mensen moeten bepaalde middelen hebben om de kenmerken van iedere era te onderscheiden. God moet een standaard aanbieden – Zijn standaard – om dat te doen. Anders kan Hij de personen niet toerekeningsvatbaar houden voor de conditie die zij kozen.

Denk aan wat Christus de apostelen leerde: “Wee u als al de mensen wèl van u spreken”. Wat vervolgers of overlopers over deze of gene groep zeggen kan daarom niet uw leidraad zijn – tenzij misschien als indirect compliment van iemand die kan gelijk hebben, afhankelijk van wat er gezegd wordt (Joh. 15:20; 2 Tim. 3:12). Op te passen als mensen goed van u spreken”. Vandaar dat God’s mensen moeten beschikken over klare middelen – een Bijbelse methode – om de ware “vruchten” van een organisatie te onderscheiden: haar doctrine, het Werk, bestuur, doelstellingen en hoe de kudde gevoed wordt. Het werd mijn taak om dit te verklaren.

Dhr. Armstrong benadrukte altijd dat potentiële leden nooit klakkeloos moeten geloven wat hij zei, maar zijn woorden eerder zouden moeten bewijzen vanuit hun Bijbel. Even terloops, laat me hier zeggen dat dit ook waar is voor De Herstelde Kerk van God zoals trouwens voor elke andere groep. Onze onderricht, Werk, bestuur, doelstellingen en vruchten zouden vlot moeten kunnen bepaald en onderzocht worden! Diezelfde standaard zou op alle groepen moeten gehanteerd worden.

Als u dit boek leest en de inhoud ervan toepast om uw ogen te zalven, dan zal de mist van verwarring op een verbazende wijze optrekken uit uw denken! Dat is de reden waarom ik duizenden uren besteedde aan het schrijven van meer dan 1.800 bladzijden van “splinter” materiaal, met dit boek als een van de twee centrale spillen. Daarin wordt grondig bewezen wie het overblijfsel van Filadelfia echt voorstelt en waar Christus nu Zijn getrouwe kudde verzamelt.

Beginnend in 1999, en meer door God geleid dan ik toen wist, besloot ik alle twijfel en alle gelegenheden om te treuzelen en om excuses te maken weg te nemen bij hen die niet in staat schenen een duidelijke beslissing te nemen. Praktisch elke denkbare vraag die iemand zou kunnen stellen over de enorme keuze waar mensen met God’s Geest nu voorstaan, wordt beantwoord in dit boek en het overige materiaal voor de splintergroepen.

Ik dring erop aan alles te lezen!

In alle waarschijnlijkheid, omwille van wat de profetie stelt, zult zelfs u verleid worden om de noodzaak deze tweede stap te zetten uit te stellen, te negeren of weg te redeneren! Dit boek kan het verschil uitmaken – als u diep genoeg graaft in deze boodschap, en er naar handelt.

“Hij die meent te staan…”

Een van de grootste waarschuwingen in het Nieuw Testament staat in 1 Korinthe 10:12: “Zo dan, wie meent te staan zie toe dat hij niet valle”. Als de hele Kerk nog maar alleen dit vers toegepast, was het Laodicea tijdperk er nooit gekomen. Jammer genoeg heeft bijna niemand dit vers nageleefd – en de zevende era sloeg toe met volle kracht!

De context waarin deze uitspraak staat geeft een fascinerend inzicht in wat mensen bereid zijn blindelings te tolereren terwijl zij denken in een gezonde geestelijke conditie te verkeren. Neem even de tijd om de zeven voorgaande verzen vóór vers 12 te lezen. Praktisch het hele hoofdstuk gaat over Israël’s neiging om weg te glijden in afgodendienst en de verering van valse goden, zonder weerstand te bieden. Eigenlijk is dat exact wat het merendeel van geestelijk Israël deed vanaf oktober 1992 tot de lente van 1995.

Laat mij dit even uitleggen, want daaruit volgt een verbazend inzicht dat rechtstreeks te maken heeft met wat er gebeurde.

Het fameuze boekje “God is…” kwam in november 1992 in de WCG. Dit boekje introduceerde duidelijk een valse god in de Kerk. Het werd al spoedig, in januari 1993, opgevolgd door de acceptatie van het afgodische heidense symbool van het kruis. Tijdens deze drie maanden werd ik vastbesloten de Wereldwijde Kerk van God te verlaten. Ik veroordeel anderen niet die vroeger vertrokken, maar ik wist pas toen dat mijn tijd om te vertrekken gekomen was.

Begrijpen we dit. De context van 1 Korinthe 10:13 onthult dat God voor een uitweg zorgt op het moment dat valse er doctrines in de Kerk komen. Tenslotte kon de Kerk niet langer Kerk van God worden genoemd eens de ware God werd verwijderd door de Kerkleiding. Op z’n best werd het nog de “kerk van een andere god”. Natuurlijk bleven nog velen van God’s volk in de WCG, zelfs al was de ware God er niet meer. Technisch gesproken was het op dit moment dat de WCG officieel de God van de Bijbel verwierp en daarmee uit het ware christendom stapte (en niet toen de Wet, de Sabbat en de Heilige Dagen werden opzijgeschoven).

Mis deze centrale realiteit niet!

Dit is wat ik bedoel. De meeste broeders die uiteindelijk vertrokken hebben 1 Korinthe 10:5-13 ofwel niet gelezen ofwel niet toegepast. Als zij dat wèl hadden gedaan, waren zij al veel langer vertrokken. Het is belangrijk om dit te begrijpen. Want zij die geloofden “op te komen voor de waarheid” waren in feite volslagen bereid jarenlang te blijven zitten in een organisatie die de ware God buitensloot (disfellowshipte). Ongelooflijk, maar zij schenen Hem niet te missen!

Dit alleen al weerspiegelt een verbijsterende blindheid bij de meeste broeders, toen al aanwezig op een onbeschrijfelijke schaal waarbij woorden tekortschieten.

Natuurlijk heeft 80 procent van de WCG deze valse god tevreden, wetens, willens en permanent aangenomen. Begrijp daarom dat ik enkel spreek over de conditie van hen die sterk genoeg waren om uiteindelijk te vertrekken. Dit vormt een van de grootste bewijzen dat de blindheid (Openb. 3:17-18) van het Laodicea tijdperk toen al over de Kerk was gekomen.

Ziet u dit? Wilt u dit zien?

Een onthullende profetie

Laten we een aspect van de menselijke natuur onderzoeken door gebruik te maken van een vertrouwde profetie. Die profetie illustreert op de meest schrijnende wijze hoe ongelooflijk blind mensen kunnen zijn voor plots opduikend gevaar, zelfs ondanks herhaalde krachtige waarschuwingen die over een lange periode werden gegeven. Gaan we even in gedachten vooruit naar 1.000 jaar in de toekomst, op het einde van het millennium.

Alle broeders kennen de profetie dat Satan dan “voor een kleine tijd” wordt losgelaten. Openbaring 20:6-9 beschrijft een groot aantal mensen die vlak vóór het millennium eindigt zo misleid worden (en dat gebeurt blijkbaar heel vlug) dat zij zich keren tegen de zo genoemde “legerplaats der heiligen” en die aanvallen – de heiligen die samenkomen in Jeruzalem, wellicht voor het Loofhuttenfeest. Hun rebellie zal resulteren in een onmiddellijke vernietiging door God’s hand.

Hoe kon zoiets gebeuren? Welke kronkel in hun eigen natuur maakt het mogelijk dat zovelen zo plots zo compleet misleid worden – en dan nog na zovele waarschuwingen?

Denk na. Het is logisch dat de waarschuwingen tegen het einde van het millennium veelvuldiger en intenser worden nu de Satan zal worden losgelaten uit de bodemloze put. Het naderen van deze “kleine tijd” zal beslist fel besproken worden. Ondanks het feit dat alle naties voortdurend werden gewaarschuwd – 1.000 jaar lang! – dat miljoenen binnenkort gaan worden misleid, gaat dit toch gebeuren. Ongetwijfeld gaat niemand van diezelfde miljoenen vóór dit gebeuren geloven “dat kan mij overkomen” – en toch gebeurt het! Dit ongelooflijke aspect van de menselijke natuur in deze profetie vervat, getuigt ervan dat de mensen volkomen blind kunnen worden – vlugger en radicaler dan zij voor mogelijk hielden!

Op dezelfde wijze werd de grote meerderheid van de WCG verrast door de al lang voorspelde “grote afval”. Hoewel God wist dat dit zou gebeuren, had het nooit mogen plaatsvinden. En in het kielzog van die afval trof ook de Laodicea era het volk op dezelfde wijze, bijna als een complete verrassing. Ondanks jarenlange herhaalde waarschuwingen door dhr. Armstrong en anderen, nam het merendeel van de mensen met God’s Geest (maar zoals hij zich vaak openlijk afvroeg hebben de meesten in de WCG die nooit gehad) op korte termijn de karakteristieken aan van de laatste era.

Dit is bijna helemaal te wijten aan het feit dat zovelen ervan uitgingen dat “ongelukken alleen anderen overkomen”. Zij waren niet bereid om “toe te zien dat hij niet valle”.

Wanneer het oordeel begint

In Johannes 9 had Christus een ongewone – en hoogst leerzame – conversatie met de farizeeërs. Die conversatie begint met vertrouwd vers, hoewel tegenwoordig niet zo vaak aangehaald.

Maar let eerst op de waarschuwing van de apostel Petrus aan de Kerk. Dit zet de elementen in positie: “Want het is de tijd dat het oordeel begint van het huis van God; en indien het eerst van ons begint, welk zal het einde zijn van degenen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?” (1 Petr. 4:17).

Daarbij een elementaire vraag: Waarom begint God met het oordeel over de mensen bij hen in Zijn Kerk? Het duidelijke antwoord wordt gegeven in twee verzen – en die geven een inleiding op Johannes 9. Het heeft allemaal te maken met de overheersende blindheid in ons tijdperk. Het eerste antwoord is Jakobus 4:17: “Wie dan weet goed te doen en niet doet, voor die is het zonde”. Het tweede is Hebreeën 10:26: “Want zo wij willens zondigen nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden”.

Deze verzen tonen dat zij aan wie de kennis van wat zonde is gegeven werd – met andere woorden weten wat niet “goed” is – de personen zijn die verantwoordelijk worden gehouden voor het niet naleven ervan. Hebreeën 10:26 maakt overduidelijk wat op het spel staat voor hen die hun verantwoordelijkheid negeren om te handelen naar hun kennis. De waarheid kennen volstaat niet. Mensen moeten ernaar handelen, of zij worden geoordeeld voor de zonden die zij herkenden zonder ze evenwel aan te pakken en te overwinnen. Dit is geen nieuw inzicht, maar wel een nuttige terugblik die als achtergrond dient voor wat volgt.

Zij die beweren “Wij zien”

Dit heeft allemaal rechtstreeks te maken met een andere ongelooflijke kronkel in de menselijke natuur. En het verklaart waarom sommigen hun ogen zullen zalven op het einde van het tijdperk, en de meeste anderen niet. Het houdt verband met wat mensen kunnen beweren te zien of niet te zien inzake dingen waar zij verantwoordelijk voor zijn. Het volgende verslag vertoont een opmerkelijke gelijkenis met de huidige conditie van God’s volk.

Kijken we nu naar Christus’ fascinerende discussie met de farizeeërs in Johannes 9. Het gesprek gaat specifiek over hen die “zien” en hen die “blind” zijn. Zie vers 9: “En Jezus zei: Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen opdat zij die niet zien zien mogen, en die zien blind worden”.

Wat zegt Christus? Waar spreekt Hij over?

De farizeeërs wilden weten wat Hij bedoelde, en of dat op hen sloeg: “En dit hoorden enigen uit de farizeeërs die bij Hem waren, en zeiden tot Hem: Zijn wij dan ook blind?” (vers 40).

Vooraleer het antwoord van Christus te lezen, kijken we naar Christus’ overeenkomstige uitspraak in Matheüs 9:13: “Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering”. In het voorafgaande vers had Hij juist gezegd: “Die gezond zijn hebben de medicijnmeester niet nodig, maar die ziek zijn” (vers 12). Wat Christus bedoelde was: “Ik ben niet gekomen om de rechtvaardigen te genezen, maar om de zieken te genezen”.

Vermits de Bijbel zegt “Er is niemand rechtvaardig, ook niet een” (Rom. 3:10; Ps. 14:1-3; 53:1-3), wat bedoelde Christus dan? Hij sprak over zelfgerechtigden – zij die denken gezond te zijn terwijl zij in feite ziek zijn, zelfs erg ziek. Dit is een andere manier om te zeggen dat velen denken rechtvaardig te zijn terwijl hun leven eigenlijk vol zonde is. Het probleem is, dat zij zichzelf niet zien zoals God hen ziet.

Hoe staat dit in verband met Christus’ woorden in Johannes “dat zij die niet zien, zien mogen”?

God roept de zwakken van de wereld – mensen met niet zoveel talenten en vaardigheden om de waarheid die God hen tracht te tonen te verduisteren (1 Kor. 1:29-31). Mensen die God roept zijn zij die toegeven – die in staat zijn om te zien – dat zij “niet zien”. Kom niet in de war. Dit is niet moeilijk om te begrijpen. Het gaat over het algemeen om mensen die weten dat zij niet “de groten” zijn in de wereld. Zij kunnen tenminste zien dat zij het antwoord op de grote levensvragen niet zien. Zij beseffen dat alleen God hen deze geestelijke waarheden kan openbaren.

Anderzijds is de wereld vol van mensen die denken de antwoorden te zien, die denken het allemaal te weten. Zij denken de juiste levensaanpak te zien – de juiste cultuur, kerk, samenleving, filosofie om vlot door het leven te gaan, en noem maar op. Over het algemeen zou niemand hen kunnen zeggen dat zij verkeerd zitten. Omdat dergelijke mensen menen te zien, zegt Christus dat Zijn oordeel erin bestaat hen blind te maken – een andere manier om te zeggen dat zij “die zien, blind worden”.

Zij die willen toegeven “Ik zie niet, Ik begrijp het leven niet, ik weet niet wat me bezielt, of waarom ik geboren ben, of wat de wereld drijft”, tot hen zegt Christus eigenlijk: “Ik kwam voor u die willen toegeven geven blind te zijn, dat u zult zien”.

Christus vervolgde met de farizeeërs in vers 41: “Indien gij blind waart, zo zoudt gij geen zonde hebben…”. Met andere woorden, als zij geen kennis zouden hebben van hun zonden, of zonden in het algemeen, zouden zij toen niet geoordeeld zijn. Maar de farizeeërs beweerden integendeel dat zij konden zien. Christus bevestigde hun positie, “maar nu zegt gij: wij zien – en Zijn conclusie was: “…zo blijft dan uw zonde”.

Zonder het te beseffen hadden de farizeeërs zichzelf in de hoek gedreven. Zij zagen en bestempelden zichzelf als mensen die de Wet begrepen, in staat waren de Bijbel te verklaren, wisten wie Abraham, Izaak, Jakob, Mozes en David waren, wat Salomo schreef en wie de profeten waren. Zij zegden duidelijk tot Christus: “Wij zien, daarom hoeft u ons niets te onderwijzen!”. Christus antwoordde in feite: “Wel, als u er zo over denkt dan is uw leven vol zonde en zal die zonde ook blijven”. Echt, zo’n mensen kon Christus niet onderrichten.

Dit verslag is een gigantische boodschap aan elke geestelijk blinde Christen vandaag – iedereen in Laodicea!

Eerlijk gezegd zouden al wie beweren te zien beter gehoopt hebben altijd blind te zijn geweest, omdat God hen anders oordeelde of zal oordelen. Doet u misschien wat de farizeeërs deden? Zou u kunnen zeggen dat u ziet terwijl u in feite blind bent en dat het nodig is “uw ogen te zalven…opdat gij kunt zien”? Zit u ermee in dat u, door gewoon te beweren te kunnen zien terwijl u volslagen blind kunt zijn, Christus’ oordeel over u brengt zodat ‘uw zonden blijven’”?

Overweeg – heroverweeg – overweeg opnieuw heel aandachtig dit verslag. De boodschap ervan is gericht tot iedereen die leeft in de Laodicea era. Christus zegt u: “Geef toe dat u blind bent en Ik zal u helpen te zien” of “Blijf beweren dat u ziet en Ik zal zorgen dat u blind blijft – en dat uw ZONDEN BLIJVEN!”.

Gaat u Christus’ advies in dit boek ontvangen zoals de farizeeërs Zijn raad onthaalden?

De ergste verkeerde veronderstelling

Zoals reeds eerder uitgelegd is het nu duidelijk dat de Wereldwijde Kerk van God de ware God totaal verliet. Als u deze realiteit aanvaardt, doemt deze pijnlijke vraag op: Als de WCG zelfs niet Laodicea is, waar zijn dan al de mensen van de overheersende zevende era? Met andere woorden, waar zijn al de Laodiceeërs?

Niemand die hoopt te ontsnappen aan Laodicea – om te herstellen van die conditie – kan een directe confrontatie met deze vitale vraag uit de weg gaan!

Herinner u dat deze groep de meerderheid van God’s volk uitmaakt in de eindtijd. Hun aantal is zo groot – zo overheersend onder God’s volk in hun tijd – dat Christus verklaart dat zij hun eigen tijdperk vormen. Herinner u ook het patroon van de Kerkgeschiedenis. Wij hebben lang begrepen dat er een verandering van era optreedt wanneer de meerderheid van de mensen die met God’s Geest verwekt zijn een compleet verschillende geheel van geestelijke karakteristieken vertoonden. Dat kan ten goede zijn, zoals bij Smyrna en Filadelfia. Of over het algemeen eerder ten kwade, zoals bij Pergamus, Sardis en Laodicea.

Keren we nu terug naar de bovengestelde vraag. Mijn ervaring is dat de broeders die bereid zijn deze vraag over de identiteit te overwegen beginnen met de veronderstelling dat Laodicea iemand anders – ergens anders is!

Dat is de ‘harde noot’ waarom de huidige meerderheid Laodiceaans is! Nogmaals, deze factor van de meerderheid is de reden waarom God dit een era noemt.

Nu moeten we een vraag stellen op twee manieren: Hoe is het mogelijk dat dit kon gebeuren nadat wij tientallen jaren krachtig gewaarschuwd werden dat dit tijdperk er aan kwam? Toen het kwam waren er weinigen klaar voor! Waarom? Waarom trapten zovelen in de val die ze niet zagen aankomen?

Laten we even opzijzetten wie deze mensen zijn, en ons toespitsen op deze vragen.

Schuldig tot de onschuld bewezen is

In het Amerikaanse rechtssysteem houdt men wie van misdaden beschuldigd wordt “onschuldig tot de schuld bewezen is”. Bijna iedereen is vertrouwd met deze zin. Hoewel dit nu veranderd is, hanteerde het Britse rechtssysteem historisch het tegenovergestelde uitgangspunt: iemand was “schuldig tot zijn onschuld bewezen werd”.

Deze twee juridische uitgangspunten zijn rechtstreeks toepasselijk op alle Christenen die leven in het Laodicea tijdperk. Laat me dit nader verklaren!

Zoals beschreven gaan de meeste mensen uit van de veronderstelling dat zij geen Laodiceeërs zijn. Hoewel niet langer waar, was er toch een tijd – minstens theoretisch – dat dit eerder voor de hand lag als uitgangspunt voor een persoonlijk onderzoek naar iemands geestelijke conditie.

Toen dhr. Armstrong nog leefde, zat de Kerk doctrinair op het juiste spoor. God’s bestuur was gevestigd, het Werk ging volle kracht vooruit en we verkeerden in het Filadelfia tijdperk. Daarover bestond bij niemand verwarring. In principe waren bekeerde mensen in de WCG best mogelijk – misschien zelf waarschijnlijk – Filadelfiërs. Qua Laodiceeër zijn waren de broeders over het algemeen eerder “onschuldig tot hun schuld bewezen werd”.

Dat is nu allemaal veranderd!

De dominantie – de meerderheidsfactor – van de Filadelfia era is nu voorbij, en ruimde plaats voor de Laodicea era en conditie. Vreemd genoeg gaan de meesten niet uit van de veronderstelling dat zij deel uitmaken van die nieuwe era. Toch is dat het geval. Het moet eigenlijk wel het geval zijn.

In de Laodicea era is iedereen “schuldig tot de onschuld bewezen is”. Het kan niet anders zijn! Het hoeft zo niet te blijven – voor niemand niet. Maar dit erkennen is het enige correcte startpunt richting herstel!

Daar komt een nieuwe vraag bij kijken: Waarom zijn er zo weinigen bereid om te geloven dat zij deel uitmaken van een era die overheersend is in hun tijd – waar de grote meerderheid van mensen met God’s Geest in betrokken is? Nogmaals, waarom gaat er zo zelden iemand uit van het idee dat “Als dit de Laodicea era is, zou het raar zijn als ik er niet bij was”?

De belangrijkste reden waarom mensen zichzelf niet eens beginnen te onderzoeken is, omdat zij ondermeer “blind” zijn – en ook “naakt” (Openb. 3:7). Deze twee karakteristieken werken samen. Zou iemand onopzettelijk naakt rondwandelen tenzij hij ook blind was? Natuurlijk niet! Daarom is het ergste element van “ellendig en jammerlijk en arm en blind en naakt” blind zijn! Kijk naar alles waar deze ene conditie toe leidt.

Waarom zeg ik dat? – Waarom is blindheid erger dan de andere slechte kenmerken van die era? Klinken niet alle kenmerken even slecht?

Het antwoord is dat als iemand niet blind is, hij kan zien dat de rest van de beschrijving op hem zelf toepasselijk is. Daarom zegt Christus tot Laodicea eerst “zalf uw ogen met ogenzalf”. Deze era ziet zichzelf niet zoals ze is – de broeders zien zichzelf niet zoals zij zijn! Daaraan kan niets veranderen tenzij hun zicht hersteld wordt. Dat moet eerst en vooral gebeuren.

De rest van dit boek dient om u te helpen zien wat zovele anderen nu niet kunnen zien.

Christus zegt Zijn volk in de zevende era “wees dan ijverig…en bekeer u” – om “van Mij goud te kopen, beproefd komende uit het vuur”. Tragisch genoeg toont de profetie dat de meesten nooit zullen ontwaken uit hun conditie – nooit pogingen zullen ondernemen om “ijverig te zijn…en zich te bekeren”. Zij gaan niet bereid zijn inspanningen te doen om hun ogen te zalven, en om hun geestelijke conditie en karakter (“goud”) te verbeteren. Zij zullen nooit ertoe komen te aanvaarden hoe hun ogen te zalven, en waar meer goud te kopen. En dit omdat zij hardnekkig insisteren dat zij al zien. Helaas voorspelt de profetie ons, hoewel dit kon vermeden worden, dat blindheid de meeste broeders in hun greep gaat houden op het einde van de era.

Ik bid dat deze woorden u tot nadenken stemmen – en dat zou zo moeten!

Alle mensen hebben een vrije wil. U hoeft niet blind te blijven. U kunt uit het gelid stappen van de meerderheid. U kunt genezen, zelfs als de meeste anderen het niet doen.

Hoofdstuk Drie –
DE WAARSCHUWING BEKIJKEN

Niemand geeft graag waarschuwingen. Zeker ik vond het nooit prettig broeders te waarschuwen of op de vingers te tikken als zij door hun gedrag hun eigen persoonlijke veiligheid of hun eeuwige leven riskeren. Het is een ernstige verantwoordelijkheid – om nooit lichtzinnig op te vatten.

Het belangrijkste onderdeel van die waarschuwing is er zeker van te zijn dat de mensen begrijpen wat er op het spel staat als zij die waarschuwing verwerpen. Christus gaf Zijn volk een heel ernstige waarschuwing voor het einde van het tijdperk. Als u die verwerpt, moet u begrijpen wat u verwierp.

Dubbele waarschuwing aan Laodicea

Openbaring 2 en 3 beschrijven Christus’ evaluatie van – en (in vijf gevallen) waarschuwingen aan – elk van de zeven era’s van Zijn Kerk (Math. 16:18). Op het einde van elke boodschap (2:7, 11, 17, 29; 3:6, 13, 22) waarschuwt Christus: “Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt”. Deze zin is overal identiek. Dit impliceert dat er in elke era mensen zijn die Christus’ woorden niet willen horen, er niet naar willen luisteren.

Vanzelfsprekend wordt deze waarschuwing ook herhaald aan Laodicea. Het interessante is, dat hun probleem te maken heeft met het zicht – met de noodzaak hun ogen te zalven als een middel om hun problemen aan te pakken en op te lossen. In feite benadrukt Christus bij Laodicea een dubbele noodzaak voor alle mensen om er bij stil te staan, te KIJKEN en te LUISTEREN. Te beginnen met een persoonlijk onderzoek in het licht van hoe Hij hen beschrijft.

In elke era zijn er mensen die duidelijk niet geneigd zijn om te luisteren. Maar enkel in deze era bestaat het gevaar om zowel doof als blind te zijn! Met andere woorden zegt Christus in dit geval: “Als u oren hebt om te horen, dan zult u uw ogen zalven met ogenzalf!” (we gaan later leren wat ogenzalf is).

Dit is de boodschap van een straffere – dubbele! – waarschuwing van Christus aan Zijn volk in deze era! In Laodicea’s geval ziet het ernaar uit dat Zijn waarschuwing speciaal benadrukt moet worden. En Hij geeft extra punch aan wat Hij tracht over te brengen.

Christus bewijst eigenlijk dat blindheid het ergste probleem is in deze era, omdat Hij Zijn volk instrueert “zalf uw ogen”. Dit omdat het zalven van de ogen het startpunt is op de weg naar herstel.

Eerst en vooral: begrijp dat goed!

(Even terloops: Besef dat we nu nog aan het uitleggen zijn wat het proces van ogen zalven inhoudt, waaruit het bestaat. Dat komt later. Maar wij moeten stellen dat Laodicea een probleem heeft met het gezichtsvermogen – dat hun ogen moeten gecorrigeerd worden).

Vanzelfsprekend vormen zelfgerechtigheid en zelfvoldaanheid ook typische kenmerken van deze era. Met een houding van “Het kan geen betrekking hebben op mij, dus moet het wel over iemand anders, ergens anders gaan!”. Toch is het van toepassing op vele duizenden die zichzelf niet zien binnen de parameters van Christus’ gebod.

Het probleem met deze broeders is dat zovelen hun eigen ogen niet willen zalven. De farizeeërs bewezen dat briljante, goed opgeleide, erudiete mensen kunnen denken te zien terwijl ze in feite stekeblind zijn! Neem de tijd om bijkomende passages te lezen waarin Christus hen herhaaldelijk bestempelt als “blind” (Math. 23:16, 24, 26).

Eerst moet u er diep naar verlangen de geestelijke conditie van uw karakter te zien! U moet kost wat kost willen vermijden valse informatie, valse doctrine – al wat verkeerd is – in u op te nemen.

Telkens opnieuw leren we van fysiek Israël dat zij weigerden de waarheid te zien, dat zij liever luisterden naar waarzeggers dan naar de boodschappen van God’s ware dienaars. Het punt is, dat God in Zijn Woord verklaart dat de verslaggeving van hun fouten “tot onze lering tevoren geschreven zijn” (Rom. 15:4). En dat ze “zijn beschreven tot waarschuwing van ons op wie de einden der eeuwen gekomen zijn” (1 Kor. 10:11). Let goed op dit laatste vers. Het staat vlak voor “Zo dan, die meent te staan, zie toe dat hij niet valle”. En noteer ook de tijd van “de einden der eeuwen”. Die tijd is NU – en daarbij zijn WIJ dat!

Het gebod “zalf uw ogen met ogenzalf” is toepasselijk op alle broeders in alle splintergroepen. En hier is hoe u dit kunt weten.

Keren we nu terug naar de huidige conditie van de WCG. Door af te vallen en terug te keren naar de wereld, zijn zij niet langer God’s volk. Of zij hadden nooit God’s Geest, of zij hadden die wel maar verloren die. Hun ogen zalven – en we zullen later leren waarom dit onmogelijk is – is dus buiten de kwestie. Zij zouden dit nooit willen overwegen. (Daarmee zeg ik niet dat er geen enkelingen met God’s Geest de WCG nog altijd zouden kunnen verlaten, als zij zich bekeren en snel tot de actie overgaan. Maar wel dat het overblijfsel in de WCG nu in een protestantse kerk zit, in aanwezigheid van een valse god en valse dienaars sinds eind 1992).

Vaak hoor ik mensen die daar gebleven zijn blijkbaar nog altijd geloven in “bestuur”. Hoe belachelijk! Begrijp dat 99,9% van dat bestuur al afgevallen is – wat aangetoond wordt door het feit dat zij nu ’s zondags samenkomen en dat zij talrijke afschuwelijke doctrines inslikten, al zouden ze dit met heftig protest ontkennen. Ook sturen zij God’s tienden om Zijn ergste vijanden te dienen. Zij bieden die vijanden rechtstreeks hulp om God’s kudde uit te moorden! “Bestuur volgen” is slechts een excuus om niet te moeten beslissen de waarheid te volgen, wat de prijs ook is.

Besef daarom het volgende. Christus’ raad “uw ogen te volgen” is dus eerst en vooral gericht tot hen die de WCG afval ontvluchtten – maar die niet de acht cruciale kenmerken van Filadelfia weerspiegelen.

Christus “adviseert” Zijn volk

Terwijl Christus’ woorden aan Laodicea kunnen omschreven worden als correctie, instructie of waarschuwing, gebruikt Hij het woord “raad” om Zijn bedoelingen te beschrijven. Noteer: “Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt” (Openb. 3:18).

Het Griekse woord voor “raad” is sumbouleuo. De betekenis is fascinerend en bijzonder instructief voor hen die geïnteresseerd zijn om de raad te ontvangen. Het betekent: “Het geven of aanvaarden van gezamenlijk advies, voor aanbevelingen, raadplegingen, samen raad te geven of te aanvaarden”. Nadat Christus in vers 17 verklaarde dat Laodiceeërs ellendig, jammerlijk, arm, blind en naakt zijn, zegt Hij in feite: “Laten we daar samen over praten”. De betekenis van deze uitspraak is identiek aan wat Christus, de God van het Oud Testament zei: “Komt dan, en laat ons samen richten” (Jes. 1:18).

De vorm van raad behelst geven en ontvangen – met de bereidheid van een Christen om Christus te vragen hem te adviseren over het waarom hij in zo’n erbarmelijke geestelijke conditie verkeert! Daarop moet een intensieve uitwisseling van “geven en nemen” ontstaan. Dit wordt nog fascinerender om te begrijpen als u vers 20 leest. “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand [gericht tot individuele personen] Mijn stem zal horen en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij”.

Nogmaals, de bereidheid tot luisteren gaat vooraf aan wat Christus gaat zeggen tot individuele personen die de deur openen, en Hem in hun woning toelaten zodat zij dan samen kunnen praten. Omdat luisteren naar Christus’ stem (buitenshuis) Zijn raad voorafgaat, moeten we precies weten – zonder enige twijfel – hoe Christus’ stem te identificeren.

Erken eerst dat dit vers een beeld schept van een open dialoog, begonnen door Christus, maar voortgezet door wie de deur beantwoordt. Het resultaat is een gezamenlijke maaltijd, met de duidelijke bedoeling te bespreken wat Christus wil dat de persoon (herinner u “indien iemand”, niet “indien een organisatie”) inziet over zijn geestelijke conditie. (Noteer: Organisaties gaan nooit en zullen nooit collectief wakker worden. Daarom beschrijft Christus Zichzelf niet als kloppend aan de deur van kerken, groepen of organisaties. Dat is cruciaal om te zien. Onthoud het goed).

Christus’ stem identificeren

Op dit punt gekomen moeten we aanstippen dat het levende Hoofd van de Kerk Zijn volk altijd waarschuwt wanneer zij in gevaar verkeren. In Johannes 10:3-5 staat een buitengewone belofte die openbaart wat Christus altijd doet als Zijn schapen bedreigd worden. Laten we dit even lezen.

Merk op dat Christus op die ogenblikken Zijn schapen “bij naam” roept. “Dezen doet de deurwachter open, en de schapen horen zijn stem; en hij roept zijn schapen bij name, en leidt ze uit. En wanneer hij zijn schapen uitgedreven heeft, zo gaat hij voor hen heen; en de schapen volgen hem vermits zij zijn stem kennen. Maar een vreemde zullen zij geenszins volgen, maar zullen van hem vluchten omdat zij de stem der vreemden niet kennen”.

Christus’ gebruik van Zijn stem om Zijn schapen te roepen is specifiek – individueel – bij naam! Het is geen algemene benadering. Christus is begaan met elk van Zijn schapen – iedereen van Zijn broeders. Maar die zullen allemaal – tenzij hun conditie al te zwak is! – nog altijd “zijn stem herkennen”. Dat blijft waar, ook al komen zij tot de bevinding dat ze die stem lang niet gehoord hebben”.

En nu moeten we de hoogst belangrijke vraag stellen: Wat is precies de “stem” van Christus?

De eerste van de 12 regels voor Bijbelstudie is dat de Bijbel altijd zichzelf uitlegt (Hoeveel van die regels herinnert u zich nog?). Daarom moet Christus Zijn stem definiëren of die verklaring betekent niets. Christus doet dat acht hoofdstukken verder waar hij spreekt met Pilatus: “Een ieder die uit de waarheid is, hoort Mijn stem” (18:37). Deze “stem van de waarheid” zal nog een veel grotere betekenis krijgen naarmate het boek vordert. Maar het is beslist nu al duidelijk dat de belangrijkste zaken die Christus met iedere persoon zou willen bespreken – “adviseren” – een reeks onderwerpen zijn die te maken hebben met de waarheid. En hoe de waarheid in verband staat met doctrine, gedrag, het aannemen van Zijn bestuur, het doen van het Werk, en waar samen te komen met anderen die hetzelfde geloven en naleven. Dat zou nu al duidelijk moeten zijn.

Openbaring 3:19 toont dat het kernpunt van Christus’ boodschap te maken heeft met “bestraffen en kastijden”van hen die Hem binnenlaten. Hij begrijpt dat het dooreenschudden van mensen de enige manier is om hem wakker te maken uit hun afschuwelijke, miezerige geestelijke conditie! Toch is het gemakkelijk om te zien dat de meeste mensen van nature geneigd zijn een dergelijke onplezierige bespreking te ontwijken. Ik vergelijk dat met een schuldeiser of iemand met een dwangbevel aan de deur. Met zijn menselijke natuur zou de mens spontaan met excuses afkomen of zich achteraan het huis verstoppen tot persoon aan de deur stopt met kloppen. Niemand verheugt zich in mogelijk onprettige confrontaties.

Ziet u dit? Christus wil dat u “de deur beantwoordt”. Als u dat nu niet doet, blijft de enige resterende mogelijkheid in de Grote Verdrukking – de profetie onthult dat de helft van hen te zwak zullen zijn om daar gehoor aan te geven. Merk op dat Christus spreekt over goud “beproefd komende uit het vuur”. Het woord “beproefd” betekent “ontstoken, gloeiend, gelouterd, in brand”.

We gaan leren dat de Grote Verdrukking in feite Christus’ tweede keus is voor het vuur dat Zijn volk kan gebruiken om “goud te kopen”. Natuurlijk zullen velen dat niet doen en daarmee kiezen voor het derde type vuur – de vuurpoel – door te mislukken in de finale test van de Grote Verdrukking, en bezwijken voor het merkteken van het beest. We zullen leren dat dezen de vijf “dwaze maagden” zijn uit Matheüs 25:1-13.

Snap dit centrale begrip. De waarschuwing aan Laodicea “zalf uw ogen” is in feite nu aan de gang – en gaat door tot in de Verdrukking – voor hen die nu niets willen doen om hun gezichtvermogen te herwinnen. Eens Christus’ boodschap genegeerd wordt tot voorbij de “grenspaal” van de Verdrukking, heeft een persoon door zijn (tot dan toe) lange inactiviteit ervoor gekozen zichzelf te plaatsen in de categorie van de “slechts 50% overlevenden”. Maar Christus’ waarschuwing blijft in feite van kracht voor de rest van het tijdperk.

Als u dat hoedanook moet doen om eeuwig leven te krijgen, waarom dan niet meteen? Waarom wachten tot de omstandigheden u ertoe dwingen, terwijl de voortdurend verslechterende conditie voor hen die het niet deden het alsmaar moeilijker maakt? Bovendien loert er nog een ander verborgen gevaar in uitstellen, wat later in het boek zal onthuld worden.

Als dienaar van God, in de geest van Christus’ boodschap, geef ik u nu raad over iets wat ik leerde; iets wat, om redenen die ik zal uitleggen, door geen enkele andere dienaar in geen enkele andere organisatie had kunnen onderscheiden worden.

Wat de RCG (HKG) website-downloads onthullen

We zullen zien dat de Herstelde Kerk van God (RCG of HKG) in een buitengewone – en unieke – positie verkeert, anders dan gelijk welke andere organisatie op aarde. Dit maakt het ons mogelijk God’s volk te observeren zoals niemand anders kan, en tot op zekere hoogte ook mensen in de wereld.

Twee punten maken deze observatie mogelijk, en onderscheiden ons van andere groepen. Wij bieden nu méér literatuur – meer waarheid in geschreven vorm (qua aantal pagina’s en publicaties) – dan in gelijk welk ander tijdperk in de geschiedenis waarin God met de mensheid werkt (u kunt dat gerust voor uzelf nagaan). Het tweede punt is, dat wij al deze publicaties ook aanbieden op onze websites. We maken alles dus meteen beschikbaar over de hele wereld, meer dan ooit tevoren in de geschiedenis. In feite zijn wij momenteel ’s werelds grootste religieuze uitgeverij.

Om u een idee te geven van de omvang en het waarom van bovenstaande bewering, weet u wellicht dat de RCG alle boeken, boekjes, artikels en brieven uit het verleden heeft herschreven – en daarnaast nog vele andere, inclusief boeken als dit – in recordtempo. Dat zeg ik niet om op te scheppen, maar eerder om een uitermate belangrijk punt te illustreren. Onze websites vormen nu samen ’s werelds meest omvangrijke religieuze websites van welke soort dan ook!

Omdat wij op onze websites zoveel literatuur aanbieden (bepaalde andere groepen doen dat ook maar produceerden zelf relatief weinig), heeft er zich een duidelijk patroon ontwikkeld in het downloaden van literatuur. Vele duizenden malen per dag, en het aantal blijft stijgen – een aantal dat we nauwkeurig kunnen meten. Wat dit onthult, is verbazend: waarheidsgetrouw commentaar van wat God’s volk denkt in deze tijd!

Dit kunnen wij doen. Onze Informatie Technologie staf kan traceren welke literatuur sneller opgevraagd wordt, en welke trager. We kunnen individuele stukken literatuur, preken en andere zaken meten per land. En dit per maand, per week, per dag, per uur en zelfs per minuut! Met meer dan 400 stuks literatuur, alleen al in het Engels (de tijdschriften en artikels niet meegerekend, die we overigens ook kunnen traceren), kunt u zich voorstellen dat wij een schatkist aan statistische informatie ter beschikking hebben, en dat op regelmatige basis!

Vooraleer te bespreken wat we daaruit leerden, laat me vertellen dat we vooraf over het algemeen kunnen zeggen of bezoekers van onze site afkomstig zijn van de wereld, de RCG of splintergroepen. En dit aan de hand van de timing, onderwerp, zoekmachine-statistieken en andere middelen. (Zonder deze differentiatie zou wat ik ga uitleggen een ietwat vertekend beeld geven). Het is te ingewikkeld om in detail uit te leggen hoe we daartoe in staat zijn, maar er zijn een aantal gesofisticeerde indicatoren waarmee we de informatie meten met een opmerkelijke accuraatheid. Normaal gezien krijgen we elke maandag een lijvig verslag over de activiteit van de week voordien, met een gedetailleerde vermelding van de vele duizenden opgevraagde items.

Wanneer wij een nieuw item plaatsen, wordt dit in het begin meestal ‘explosief’ opgevraagd – afhankelijk van wat het is, en omdat we elk nieuw onderwerp gewoonlijk ook op voorhand aankondigen. Dergelijke virtuele explosies gebeurden letterlijk honderden malen. Na verloop van tijd vermindert de toeloop natuurlijk, en blijft het aantal hangen op een niveau van zoekmachines en reclame – die constant een gestage groep van mensen naar het onderwerp voeren, meestal mensen zonder een Kerk-van-God achtergrond.

Bijna zonder enige uitzondering wordt het volgende patroon herhaald in de vier categorieën:

Eerst wordt literatuur over profetie gedownload (wij bieden daarvan meer dan gelijk welke andere organisatie in de wereld). Profetie overvleugelt alle andere onderwerpen. Dan zijn er nog drie bijkomende categorieën die onveranderd hoog scoren op de index van de wekelijkse activiteit.

Ten tweede komen de controversiële onderwerpen. Zoals het gebruik van make-up, het vieren van verjaardagen, militaire dienst, seks en de rol van dhr. Armstrong als Elia (praktisch niemand anders publiceert materiaal over enige van deze of soortgelijke “controversiële” onderwerpen).

Ten derde komen items die de oorsprong van heidense feestdagen en gewoonten verklaren (ook hierover bieden wij veel meer dan gelijk welke andere organisatie, en die worden vooral opgevraagd door mensen met een Kerk-van-God achtergrond).

Ten vierde is er de enorme en snelgroeiende hoeveelheid materiaal voor kinderen. The Story of the Bible serie, kleur- en activiteitenboeken, Children’s Bible Lessons, etc. Die worden in de eerste 48 uren na introductie bij duizenden opgevraagd.

Hier komt de schokkende waarheid. Downloads van elke soort literatuur over christelijke groei, persoonlijke ontwikkeling, karakteropbouw en hoe de relatie met God verstevigen, blijven ver achter de bovengenoemde categorieën. Hoewel de eerste categorieën belangrijk zijn, wordt er nu door de meesten veel meer belang aan gehecht dan aan zaken als persoonlijke groei en iemands relatie met God.

Christus stelt dat de temperatuur van Laodicea “niet heet noch koud” is – maar eerder “lauw”. Via vele duizenden downloads per week nemen onze websites letterlijk – en nauwkeurig – de “temperatuur” van duizenden mensen in de splintergroepen. En op een manier waarop geen enkele andere groep dit kan beginnen te doen!

Hier volgen twee illustraties. Nummer een. Vele duizenden lezen onze Story of the Bible serie, voornamelijk geschreven voor kinderen. Maar anderzijds worden onze boeken en boekjes over kinderopvoeding en huwelijk, die rechtstreeks te maken hebben met werken met kinderen bijna helemaal genegeerd. Bij een gelegenheid postten we Children’s Spring Holy Days Activity Book op dezelfde dag als ons boekje You Can Build a Happy MARRIAGE. Het boekje voor de kinderen werd tijdens die week meer dan tienmaal méér gedownload dan het boekje over het huwelijk. Dat ging zo weken door. In verband daarmee worden onze Children’s Bible Lessons tussen 8.000 en 15.000 en zelfs méér maal per week opgevraagd. (Het is duidelijk dat zelfs de grootste splintergroepen die bijvoorbeeld deze literatuur niet produceren, iets dergelijks ook niet kunnen meten. Hun leden bezoeken onze site voor deze lessen).

Nummer twee. Bijna 2.000 mensen haalden ons boek AMERICA and BRITAIN in Bible Prophecy af op de eerste twee of drie dagen dat het uitkwam. Het aantal blijft hoog. Ook downloads van mijn talrijke preken over profetie overtreffen aanzienlijk de andere preken over verschillende onderwerpen. Daar tegenover staat dat boekjes en artikels over bekering, geloof, overwinnen, aspecten van behoud, genezing, gebed, Bijbelstudie, vasten, meditatie en God’s Geest oefenen, ver beneden het peil blijven van de “hete onderwerpen”.

Zo schreef ik bijvoorbeeld een heel helder, grondig en krachtig boekje over genezing. Toch waren er maar een paar duizend mensen in geïnteresseerd. Dit is droevig commentaar op de prioriteiten van mensen. Hoewel het opzoeken van dokters beslist geen zonde is, zullen we zien dat deze houding toch een fascinerende parallel vertoont met de vroegere inwoners van Laodicea die veel bezig waren met dokters en medicijnen.

Neem dit in overweging: De meeste broeders die Internet gebruiken zijn vertrouwd met het quasi eindeloze aantal gebedsverzoeken en lijsten, uitgewisseld tussen groepen op webpagina’s en chatrooms. Maar, hoeveel – echte – genezingen worden hier vermeld? Het ironische is dat de meesten zich niet het vergeefse realiseren van grootschalig gebed in de Kerk voor zieke verwanten en anderen in de wereld. Christus’ eigen gebed in Johannes 17:9 heeft betrekking op God’s Kerk. Het is geen vervanging van Jakobus 5:16 wat moet gebeuren tussen broeders onderling. Bovendien zijn genezingen een gave aan en enkel aanwezig in het Lichaam van Christus, en de meesten hebben er geen idee meer van wat dit betekent. (De persoon met de gave van genezing moet in het Lichaam van Christus zijn).

Ook schijnen de meesten niet langer te begrijpen of zich zelfs maar te herinneren wie God beloofde te genezen en met wie Hij niet werkt! Herinner u dat de wereld afgesneden is van God, maar een ware dienaar kan een geroepene genezen. Tenslotte, nu er zoveel zelfs elementair begrip verloren ging bij de meesten van God’s volk, is het niet vreemd dat zovele broeders tegenwoordig bijna evenveel tijd doorbrengen in dokterkabinetten als mensen in de wereld.

Ondanks de beperkte omvang – in vergelijking met de grote splintergroepen – gebeuren er in de RCG grootse genezingen, inclusief duiveluitdrijvingen. Er is een reden voor deze mirakels. Christus beschrijft Filadelfia als hebbende “kleine kracht” (Openb. 3:8). Wij hebben altijd begrepen dat dit direct verband hield met kleine miraculeuze kracht. Dat is wat het Griekse woord hier betekent. Laodicea wordt niet zo beschreven. (In dit opzicht zouden velen ook 1 Korinthe 11:28-30 moeten lezen – via genezing zouden zij zo hun fysieke leven kunnen redden). Openbaring 3:8 verwijst, zoals gemakkelijk kan bewezen worden, naar een nevenproduct van de aanwezig apostolische kracht en autoriteit.

Neem uw eigen temperatuur inzake dit cruciale punt. Zij met een Kerk-van-God achtergrond zouden zich moeten afvragen: “Welke onderwerpen op de RCG sites – of elders – vind ik het interessantst? Evalueer eerlijk uw conclusie naar de boodschap die tot u komt.

Een lieftallig gezang

Er zit een krachtige boodschap in wat we zojuist bespraken. De meeste broeders (niet allemaal) schijnen er tegenwoordig van uit te gaan dat het over het algemeen goed gesteld is met hun karakter. En dat zij zich bijgevolg kunnen richten op profetie, controversiële onderwerpen en materiaal om hun kinderen mee bezig te houden. Waarom zijn er bijvoorbeeld niet méér mensen gefocused op hoe een gelukkig huwelijk te bekomen, gekoppeld aan hoe hun kinderen op te leiden?

Beginnen we met God’s Woord om dit punt scherper te stellen.

Dhr. Armstrong onderwees herhaaldelijk dat de Ezechiël Waarschuwing bestemd is voor de naties van modern Israël. Hoofdstuk 33 geeft een beknopt overzicht van de verantwoordelijkheid die God’s Kerk heeft om op te treden als “wachter”. Dhr. Armstrong erkende deze taak te vervullen. In vers 30 spreekt God tot Ezechiël over hoe “…de kinderen van uw volk [de moderne naties van Israël]” constant met elkaar praten over zijn blijkbaar aantrekkelijk boodschap en zijn prachtige manier van prediken. Vers 31 beschrijft hoe deze naties er willen uitzien als God’s volk, terwijl zij voor Ezechiël zitten: “…en horen uw woorden, maar doen ze niet”. Vers 32 beschrijft de woorden van de profeet als “een lied der minne, als een die schoon van stem is en die wèl speelt”. En dan vervolgt het vers met de herhaling: “daarom horen zij uw woorden, maar zij doen ze niet”. Hoewel deze profetie vooreerst spreekt over de miljoenen mensen van overal ter wereld die dhr. Armstrong de waarheid hoorden prediken en daar weinig of niets mee deden – en dat blijft ook vandaag zo voortduren met miljoenen hoorders – is het ook exact commentaar op God’s volk in de laatste era. Mijn literatuur en preken zijn blijkbaar ook een lieftallig gezag voor duizenden mensen van God’s volk in de splintergroepen. Hoewel ik daardoor zou kunnen gevleid zijn, ben ik dat niet. Het doet mijn hart pijn! Ik ben diepbedroefd dat zovelen zo vreselijk en hopeloos blind werden voor hun noodzaak de Almachtige God te zoeken. En om hun karakter schoon te maken, samen met hun miezerig en chaotisch doctrinair inzicht. Net zoals Ezechiël’s “zuchten en uitroepen” (9:4) voor de zonden van modern Israël, zucht en roep ik het uit voor de ellendige, betreurenswaardige conditie van zovele duizenden broeders die ik persoonlijk ken!

Sommigen nù helpen, anderen later

Als u niet bereid bent de beproeving te doorstaan – de moderne christelijke verdrukking (Hand. 14:22) om nu doctrinair vast te houden en nu uw karakter te reinigen – dan bent u op weg naar de afgrijselijkste tijd ooit – de Grote Verdrukking! Met andere woorden, als velen niet het lastigere Filadelfia pad van de persoonlijke “verdrukking” willen aanvaarden vooraleer “de benauwdheid voor Jakob” begint (Jer. 30:7; Dan. 12:1), dan moeten zij zich later aan een nog ontzettend ergere verdrukking verwachten.

Dat is de keuze waar ieder mens voor staat.

Maar ik put moed uit de twee volgende inzichten. Ten eerste, alsmaar meer mensen zijn aan het wakker worden, erkennen wie en wat wij zijn, sluiten zich bij ons aan om het ware Werk van God te voltooien en zich klaar te maken voor het Bruiloftsmaal. Ten tweede, duizenden mensen in de splintergroepen die ons materiaal lezen maar niet willen wakker worden vooraleer het te laat is om te ontsnappen, zullen zich hopelijk het getuigenis, het werk en de ijver van dit Werk herinneren wanneer zij in de gruwelijke Grote Verdrukking zitten. Daar troosten wij ons mee – en zij met broederliefde begrijpen dat wij een verantwoordelijkheid dragen om de vele mensen te helpen die niet tijdig bij ons komen om te ontsnappen aan de komende beproeving voor de moderne nakomelingen van oud Israël (Dan. 11:32-35)!

Er zullen inderdaad mensen zijn die zich het doctrinaire inzicht en de vollere levenswijze zullen herinneren die God opnieuw herstelde doorheen Zijn Kerk. Nu voor zovelen verloren, maar in de Verdrukking dan toch opnieuw herwonnen!

Hoofdstuk Vier –
IN HISTORISCH LAODICEA

U hoorde wellicht het gezegde “Het verleden is de proloog!” Dit betekent dat gebeurtenissen, patronen en trends uit het verleden altijd worden herhaald in de toekomst. Ze fungeren als een inleiding (een proloog) voor wat opnieuw gaat gebeuren. In feite deed Salomo al een soortgelijke uitspraak vooraleer het moderne gezegde werd geformuleerd. “Er is niets nieuws onder de zon”, schreef hij.

Dat is nog meer waar voor de 20-eeuwse afvalligheid dan u misschien vermoedt. De afval in de eerste eeuw, die al begon vooraleer alle oorspronkelijke apostelen gestorven waren, liep heel parallel met onze tijd. En zo waren ook de andere in de Kerkgeschiedenis. Daarom loont het de moeite de eerste afval even beknopt te onderzoeken om daaruit lessen te trekken die wij kunnen toepassen.

Op z’n minst gezegd zult u verbaasd staan.

Post-afval splintergroepen in de eerste eeuw

Omstreeks het jaar 135 werden de Joden verslagen door de Romeinen, in hun tweede opstand (de Bar Kochba rebellie) sinds het begin van de Kerk in het jaar 31. Nadat de Romeinen deze opstand hadden neergeslagen, verwoestten zij Jeruzalem. Zij veranderden wat er van overbleef in “Aelia Capitolina” en verboden de Joden de stad nog langer te betreden.

Op dat moment kwam de Jeruzalem-Pella gemeente van de ware Kerk onder toezicht van een Italiaanse “Christen” Marcus genaamd. Deze charismatische leider overtuigde de meerderheid van de gemeente (hoofdzakelijk Joodse bekeerlingen) af te stappen van de “Wet van Mozes” – de Tien Geboden. Daardoor kregen zij van de Romeinse gezagdragers toegang tot Jeruzalem.

Hier is wat de befaamde historicus Edward Gibbon zei over de enkelingen die Marcus weigerden te volgen: “…de misdaden van ketterij en scheuring werden toegeschreven aan het duistere overblijfsel van de Nazireeërs die hun Latijnse bisschop weigerden te vergezellen… Een paar jaar na de terugkeer van de kerk in Jeruzalem rees de vraag en de controverse of een mens die eerlijk Christus als de Messias erkent maar nog altijd de wet van Mozes volgt nog kon hopen op behoud…[de volgelingen van Marcus] sloten hun Judaïsche broeders uit…de gemeenschappelijke diensten van vriendschap, gastvrijheid, en de sociale omgang” (The Decline and Fall, hfd. 15, pag. 516-517 – Eigen benadrukking).

Nazarenen, Ebionieten en Quartodecimani

De meeste mensen, die de waarheid die zij omarmden zo snel wilden opgeven, begonnen de enkelingen die vasthielden aan wat zij vroeger allemaal geloofden, te beschimpen en te veroordelen. De Nazireeërs die wilden trouw blijven aan het onderricht van de apostelen, werden ervan beschuldigd tweedracht te willen zaaien – belast met de schuld “schisma’s” te veroorzaken – dus een fragmentatie van groepen die het onderling oneens zijn.

“Nazarenen” werd een minachtende term waarmee de wereld Christenen bestempelde, vooral in Judea. Later werd daar iedereen mee bedoeld die de Wet van Mozes aanvaardde en naleefde – dus al de wetten van God, inclusief de Tien Geboden en de Heilige Dagen. Al rond het jaar 57 hadden de Joden Paulus beschuldigd voor Felix (de gouverneur van Caesarea). Zij noemden hem “een opperste voorstander van de sekte der Nazarenen” (Hand. 24:5). De naam “Nazarenen” is afgeleid van Nazareth waar Christus had geleefd. Het betekent gewoon “Christen”.

Omdat zij de Wet van God hielden, bekeek de wereld hen met vreemde ogen: “Nazarenen…een obscure Joods-christelijke sekte…die dateert van hun vestiging in Pella toen de Joodse Christenen uit Jeruzalem moesten vluchten, vlak voor de belegering in 70 na Chr.; hij [Epifanes] karakteriseert hen als niets meer of minder dan Joden puur en simpel, maar voegt daar aan toe dat zij zowel het nieuwe als het oude verbond erkenden en geloofden in de opstanding, en in de ene God en Zijn Zoon Jezus Christus…geboren uit de Maagd Maria, die leed onder Pontius Pilatus, en opnieuw verrees, maar voegt er aan toe ‘in hun wens zowel Joden als Christenen te zijn, zijn zij noch het één noch het ander’. Zij gebruikten de Aramese versie van het Evangelie volgens Matheüs, wat zij het Evangelie voor de Hebreeën noemden, maar terwijl zij zoveel mogelijk de Mozaïsche huishouding willen naleven…sabbathen, voedsel en dergelijke, weigerden zij niet…Paulus of de rechten van de heidense [niet Joodse] Christenen te erkennen” (Encyclopedia Britannica, 11e editie, vol. 19, pag. 319).

Tijdens de sluitingsjaren van het Efeze tijdperk, hadden velen hun eerste liefde verloren en vielen ten prooi aan zwemen van vals onderricht dat traag maar zeker terrein won.

Zij die trouw bleven – zij die vastbesloten waren de apostel Johannes strikt te volgen en die hem loyaal bleven – werden beschouwd als onbuigzaam en compromisloos in het aannemen van “nieuwe verlichting”. Dit wordt ook vaak gezegd van de RCG.

De Smyrna era kreeg de volle klappen van de afvalligheid. Toen verkeerden zij die de waarheid trouw bleven in de kleine minderheid. Vervolging door de Romeinen teisterde alle vormen van christendom – de ware Kerk, diverse andere groepen (inclusief een waaier van groepen die afsplitsten van de waarheid tot hybride mengelingen van waarheid en leugen), en zelfs de vroege katholieke beweging in Rome.

Midden tweede eeuw schenen de Joodse Nazarenen te verdwijnen om plaats te ruimen voor de zogeheten “Ebionieten”. Maar, zoals Gibbon verklaart, waren zij hetzelfde volk: “De naam Nazarenen werd te goed geacht voor deze christelijke Joden, en spoedig kregen zij, vanwege hun veronderstelde armoede inzake begrip alsook inzake hun conditie, de minachtende naam Ebionieten” (Decline and Fall, hfd. 15, p. 516). Noteer daarbij: “…de Nazarenen van de 4e eeuw zijn…identiek aan de Ebionieten” (Encyclopedia Britannica, 11e ed., vol. 19, p. 319).

Hun vijanden noemden hen Nazarenen, Ebionieten of Quartodecimani – zij noemden zichzelf de Kerk van God.

De weinige getrouwen, die de ware Kerk vormden, werden spottend Ebionieten of “armen” genoemd, verwijzend naar hun “simpelheid” om de Bijbel letterlijk te nemen. Deze groep werd zeker nooit gezien als “rijk en verrijkt geworden”, zoals de grotere groepen die neerkeken op dit overblijfsel dat ernaar streefde God te gehoorzamen zoals de apostelen hen onderwezen hadden.

Zij hielden hun hoofdkwartier in Pella en verspreidden zich van daaruit naar Syrië bij Damaskus. Er werd melding gemaakt van een kleine groep in Boerea (niet het Griekse Berea van Handelingen 17), tegenwoordig Aleppo genaamd. Daar werden tot in de 4e eeuw sporen van de Ebionieten gevonden.

Andere groepen “Ebionieten”?

Omdat het merendeel van hun geschriften verloren ging, weten wij weinig van de Ebionieten. De meeste informatie over hen komt van hun vijanden. Zij waren met weinigen, en er waren minstens twee andere groepen met dezelfde naam – een strak en farizeïsch, een andere grotere liberale groep die enkele van de toenmalige populaire filosofieën had aangenomen. Beide groepen waren niets méér dan vroege splintergroepen die per vergissing werden gekoppeld aan God’s ware Kerk.

De eerder strakke splintergroep, Ebionieten genaamd, stond eigenlijk vijandig tegenover Paulus. Deze groep bestond uit geboren Joden die geloofden dat Jezus Christus God was, maar die tegen Paulus gekant waren omdat hij heidenen toeliet tot op het niveau van de Joden en hen dus ook de kans op behoud mogelijk maakte. Irenaeus vermeldt dat deze groep zo strikt was als de farizeeërs en enkel het Evangelie van Matheüs aanvaardden.

De meest populaire, grotere splintergroep accepteerde allerlei gnostische doctrines. Tegen het einde van de tweede eeuw hadden velen de eenvoudigheid van Christus ingeruild voor een mix van waarheid en Essenisme (radicaal conservatisme). Sommigen raakten bekend als Elchasaïten, genaamd naar hun leider, een valse profeet geleid door demonische visioenen (een verbijsterende parallel met de ene grote moderne splintergroep en haar leider, plus ook andere kleinere). Hun doctrines waren een vreemde mix van gnosticisme met uitgesproken duivelaanbidding, verwant aan modern spiritisme, en werden door een van hun andere leiders – namelijk Alciabides – in Rome verspreid omstreeks het jaar 220.

De drie groepen Ebionieten bestonden naast elkaar tijdens de Smyrna era. De voormalige Nazarenen, die de leer van de apostelen naar de letter handhaafden, waren het kleinst in aantal en het meest veracht door de meerderheid – zelfs ervan beschuldigd verdeeldheid te zaaien door zich niet aan te sluiten bij de meerderheid.

De liberalen, onder leiding van afvallige leiders zoals Marcus, stonden open voor compromissen – en waren bereid de nieuwste intellectuele attractie – gnosticisme – te adopteren. (De parallel met de grootste splintergroepen, duidelijk nog altijd onder de hypnotische betovering van WCG-afvalligen, is onmiskenbaar). Op dezelfde wijze werden de getrouwe Quartodecimani van Klein-Azië uiteindelijk verraden door de “verlichte” meerderheid die de waarheid gedeeltelijk had verlaten.

Aan de andere kant van het spectrum waren zij die zich beter schenen te voelen bij de farizeïsche geloofscode in een klimaat van tiranniek leiderschap. (Ook hier herkennen we een moderne splintergroep, plus nog andere “afsplitsingen van splintergroepen”).

Verscheidene geloofsschakeringen doken weer op in het laatste tijdperk van de Kerk – in de 21e eeuw.

Niets nieuws

De welbekende Harvard professor George Santayana zei: “Zij die zich het verleden niet kunnen herinneren, zijn gedoemd het te herhalen”. Denk terug aan wat Salomo zei: “Er is niets nieuws onder de zon”. God’s volk blijft maar doorgaan dezelfde fouten te begaan. Generaties, eeuwen, millennia lang!

Herken de parallel tussen vandaag en wat, daarmee in vergelijking, moet erkend worden als de minder liberale jaren midden 1970. En lezen we nu wat dhr. Armstrong daarover schreef, zo’n negen maanden nadat hij de Kerk opnieuw op het goede spoor zette, na de liberale jaren:

“God zegt tot Zijn Kerk via de apostel Paulus ‘Maar ik bid u, broeders, door de Naam van onze Here Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in een zelfde zin en in een zelfde gevoelen’ (1 Kor. 1:10)”.

“Deze passage wordt vervolgd met te zeggen dat de kerk in Korinthe, precies zoals de huidige Kerk van God, allerlei tegenstrijdige mannen met tegenstrijdige doctrines volgt”.

“Wat toen in die kerken gebeurde…is nu met ons gebeurd. Zij die zich schuldig maken aan het veroorzaken van verdeeldheid bestrijden God en zullen door Hem geoordeeld worden!”.

“Deze groep liberalen had zich de autoriteit aangemeten om de Kerkdoctrine te bepalen [met het doel van eenheid in gedachten]…dat is eenheid in verwaterde doctrines die oudere, loyale dienaars nooit zouden aanvaarden! Dat was geen eenheid – het was VERDEELDHEID!” (Zijn nadruk).

“What Is a Liberal?”, GN, maart 1979

Menselijk geredeneer heeft elke era van God’s Kerk aangetast. Wanneer valse leider manoeuvreren om de interne controle te grijpen, komt menselijk geredeneer tot leven en beraamt allerlei deeloplossingen – omdat de meesten niet bereid zijn te wachten tot God Zijn oplossing openbaart. Het is dan ook niet te verwonderen dat er ook gezegd wordt: “De les die we kunnen trekken uit de geschiedenis is dat niemand uit de geschiedenis lessen trekt”.

Het patroon van hoe splintergroepen ontstonden in de eerste eeuw, biedt ons een vitale les voor vandaag. Laat die les niet verloren gaan voor u. Uiteindelijk werden de Nazarenen – God’s ware Kerk – afgeschreven omdat zij beschouwd werden als te klein en te rigide. De grote splintergroepen gingen verder zonder hen, en dreven uiteindelijk compleet weg van God. Om te verdwijnen in de geschiedenis!

(De lezer wordt dringend aangeraden ons inspirerend en echt fascinerend boek te lezen The History of God’s TRUE CHURCH. Daarin wordt een verbazend inzicht gegeven in de weg die God’s Kerk 2.000 jaar lang doorliep).

Hoe dhr. Armstrong Laodicea beschreef – De Tien Maagden

Dit boek zou niet volledig zijn zonder een diepgaand onderzoek naar hoe dhr. Armstrong Laodicea bekeek en beschreef. Zijn talrijke en degelijke uitspraken blijven overeind als onwrikbaar getuigenis dat korte metten maakt met alle excuses voor hen die uitkijken naar een reden om zichzelf wit te wassen.

Velen hebben ten onrechte geloofd dat de parabel van de tien maagden, in Matheüs 25, betekent dat de helft van de Kerk bestaat uit Filadelfiërs en de andere helft uit Laodiceeërs. Dhr. Armstrong heeft dit nooit onderwezen. En het is zeker ook niet waar, vermits Christus zegt dat alle maagden “sluimerig werden en in slaap vielen”.

De eerste drie onderstaande citaten maken het grote gevaar om deze parabel mis te verstaan huiveringwekkend realistisch. Enkel gebaseerd op Matheüs 25:1-12, aangehaald in de eerste drie citaten, heeft dhr. Armstrong altijd begrepen en onderwezen dat de Laodiceeërs – beschreven als de tien maagden, niet alleen maar de vijf dwaze – slechts een 50/50 kans op behoud hebben.

Voor alle duidelijkheid – dit zijn uw kansen als u niet wakker wordt!

Ik dring er ten stelligste op aan deze uitspraken niet te lezen als waren zij toepasselijk op iemand anders, ergens anders. Lees ze alsof ze op U slaan. Zij die dhr. Armstrong’s waarschuwing in de wind slaan, doen dat tot hun eigen ondergang. U en ik zijn in deze tijd schuldig tot onze onschuld bewezen is! Nogmaals, pas heel erg op uzelf geen Oké te geven als de feiten dat niet doen!

Ik heb meer citaten ingelast dan nodig kan blijken. Dit deed ik met een bedoeling. Wanneer u ze leest, let dan op de rode draad in dhr. Armstrong’s gedachtegang die de lauwheid van de Laodiceeërs rechtstreeks koppelt aan de doctrinaire verwatering en het sluiten van compromissen. (Cursieve druk over het algemeen van mij; alle andere nadruk van hem).

“Terwijl we drieëneenhalf jaar in de plaats van veiligheid zijn, gaan de twee getuigen prediken tot de hele wereld, beschermd tegen Satan. Maar Satan wil in zijn waanzinnige woede oorlog voeren tegen het OVERBLIJFSEL van de Kerk. Dit moet de Laodicea era van de Kerk zijn (Openbaring 12:17)”.

“Wat is tenslotte het probleem van de Laodicea era van God’s Kerk? Denk eraan dat dit ook GOD’S Kerk is – die de geboden van God en het getuigenis van Jezus Christus hebben (Openb. 12:17)”.

“Maar deze era wordt beschreven in Matheüs 25. Matheüs 24 verwoordt het door Jezus gegeven teken dat Zijn komst voorafgaat, om een eind te maken aan de huidige wereldorde, en aan de Grote Verdrukking en de Dag des Heren bij Zijn Tweede Komst”.

Matheüs 25 toont de tijd vlak voordat Christus zal terugkeren. Daarin wordt de Laodicea Kerk beschreven als de 10 maagden die hun lampen namen (hun Bijbels) en vertrokken om Christus tegemoet te gaan bij Zijn komst. Maar vijf onder hen – de helft van de Kerk – namen hun lampen (Bijbels) zonder olie om te lampen te verlichten (de Heilige Geest om hun verstand te verlichten om de Bijbel te BEGRIJPEN). Enkele vertalingen geven dit in het Engels weer alsof zij de Heilige Geest verloren door nalatigheid, tekort aan gebed, tekort aan fellowship met broeders en met God en met Christus, en in de greep van materialistische en wereldse interesses. Beschrijft dit sommigen van ons, zelfs nu?” (Al het cursieve is hier van mij).

“Terwijl zij – de helft van de Kerk die achteruitging – opnieuw dichter tot God trachtten te naderen, zal Christus’ komst plaatsvinden en de deur naar God’s Koninkrijk zal voor hun gezicht GESLOTEN worden! WAT EEN VERSCHRIKKELIJKE EN AFGRIJSELIJKE TRAGEDIE! Het kan u en mij overkomen”.

Co-worker Letter, 20 jan. 1981

“Nu terug naar Openbaring 12:17: Satan zal vol woede zijn tegen het overblijfsel – de laatste overblijvende generatie van de Kerk – de ‘Laodicea’ Kerk. En hij zal die vreselijk vervolgen. Maar Matheüs 25 toont dat, hoewel die laatste generatie van de Kerk lauw zal zijn – niet minder emotioneel maar meer ‘liberaal’, meer werelds en minder geestelijk – minder strikt Bijbels – toch nog de helft van hen gaat gered worden bij Christus’ komst, al wordt dan de helft uit Christus’ mond gespuwd (Openb. 3:16)”.

“Personal”, PT, aug. 1980

“We komen angstwekkend dicht bij het einde van dit tijdperk”.

“Deze Kerk dreef af naar een Laodicea conditie”.

“De Laodiceaanse kerk zal worden gekenmerkt door geestelijke lauwheid – de helft van de leden (Math. 25:1-13) zal buitengesloten worden uit het Koninkrijk van God”.

“Maar het slechte nieuws, zoals het er vandaag uitziet, mijn geliefde broeders, is dat wij onmiskenbaar in de Filadelfia era verkeren – niettegenstaande de spot van mijn zoon – ernstig gevaar lopen Laodicea era te worden. Daar ben ik persoonlijk erg mee begaan. Als u daar niet erg mee begaan bent, dan verkeren we inderdaad in dodelijk GEVAAR”.

“What God Never Did – Never Will – Allow…”, GN, aug. 1979

“De…rechtbank…heeft de curator nu verwijderd, maar de rechtszaak is niet voorbij”.

“We moeten ons ernstig afvragen WAAROM God [deze beproeving] toelaat. Ik kan daarop antwoorden. Ons volk van deze ‘Filadelfia’ era werd lauw, dreef steeds meer af naar de wegen van deze wereld. Zelfs bepaalde dienaars verwaterden de waarheden en doctrines die een liefdevolle Christus in Zijn Kerk had geplaatst”.

“Wij hebben een ware EXPLOSIE nodig om ons wakker te maken!”.

Brethren Letter, 24 febr. 1979

“…toen mijn zoon…zich meer gezag begon toe te eigenen dan hem gedelegeerd was en hij zich omringde met liberalen die hem leidden en misleidden in het verwateren van God’s doctrines – ontstond er onder hun verkeerde invloed in de Kerk een Laodiceaanse lauwheid en onverschilligheid, en een verlies van liefde voor God’s waarheid”.

“Christ Sets Church on Track”, GN, apr. 1979

“De Kerk werd ondersteboven gekeerd. Het leek erop alsof men zover mogelijk de weg wou opgaan van de levenswijze en geloofspunten van het wereldse christendom beïnvloed door Satan – wat erop neerkomt zoveel mogelijk Satan’s wegen op te gaan en zover mogelijk weg van God’s wegen!”.

“De schade die werd aangericht als gevolg van deze houding is voor God’s Kerk NIET TE BECIJFEREN! Het bracht schade toe, op een manier die mijn zoon niet besefte, aan duizenden leden van de Kerk van de levende God. Het voerde naar lauwheid, een slordigere houding ten overstaan van een reële of strikte gehoorzaamheid aan God’s wegen”.

“Reports About Garner Ted False”, WN, 6 maart. 1981

“In plaats van Christus via ZIJN WOORD, DE BIJBEL van ganser harte te GEHOORZAMEN, sloop er jarenlang, toen ik tot 360 van de 365 dagen in het jaar in andere delen van de wereld verbleef, een LIBERALE geest van SATAN binnen”.

“Die leiders aan wie ik de verantwoordelijkheid delegeerde voor de TOEPASSING van de REGELS en DOCTRINES die Christus via Zijn apostel in de Kerk had geplaatst, gingen veel VERDER dan het gezag dat hen gegeven werd. Zij begonnen de REGELS TE VERANDEREN en God’s waarheid te verwateren, de DOCTRINES te veranderen, compromissen te sluiten – om te zien hoe dicht zij de wegen van SATAN konden naderen – en de broeders er ook naartoe leiden! Zij wilden LIBERALER worden – meer zoals DEZE WERELD VAN SATAN”.

“…er zijn nog ENKELEN onder ons met een neiging om ZICH TE LATEN GAAN – ijver te verliezen – en zelfs LAUW te worden”.

Brethren Letter, 15 sept. 1980

“Van de ‘Filadelfia’ Kerk zegt Christus: ‘Ik weet dat u maar weinig kracht hebt’. Het is waarschijnlijk de zwakste qua aantal en qua fysieke kracht en macht – het kleinste ledenaantal van elk van de Kerken sinds de tijd van de apostelen tot aan de Tweede Komst. Er zijn maar weinig dienaars”.

“Maar sommigen onder hen in de Kerk vandaag zullen het moe worden goed te doen. Zij zullen opscheppen de ware Kerk te zijn – denken geestelijk rijk te zijn terwijl zij in feite geestelijk bijna armzalig zijn. Omdat zij onverschillig zijn tegenover het echte werk van God, lauw, met een tekort aan ijver, zal Christus hen uit Zijn mond spuwen. Zij kunnen niet gebruikt worden in Zijn werk. Zij zullen hun eigenste behoud verliezen waar ze zo mee opscheppen, tenzij zij zich bekeren! Moge God u helpen nooit af te drijven naar de Laodiceaanse kerk!”.

“Must God’s Ministers Be Ordained By the Hand of Man?”, GN, okt. 1962

“Jezus Christus, het Hoofd van God’s Kerk heeft vlug geageerd om Zijn Kerk WEER WAKKER TE MAKEN en terug op het juiste spoor te zetten, tijdens de laatste vijf maanden”.

“Wij schudden de Laodiceaanse lauwheid van ons af, die ons in slaap begon te wiegen”.

“Wij zijn TOE AAN EEN INSPIRERENDE, OPWEKKENDE NIEUWE START! Laten we onze toewijding en betrokkenheid VERGROTEN. GOD’S WERK IS NOG VER VAN VOLTOOID!”.

Brethren Letter, 23 okt. 1978

“Een huis dat tegen zichzelf verdeeld is ZAL NIET BESTAAN, zei Jezus. Mijn zoon heeft God’s Kerk VERDEELD! Tot voor tien jaar geleden WAREN WE NIET VERDEELD!”.

“Weer zegt God tot ons: ‘Zo GOD het huis niet bouwt, tevergeefs werken de bouwlieden er aan’. Via de levende JEZUS CHRISTUS bouwt GOD de Kerk van God in ONZE tijd, even zeker als in de tijd van de eerste oorspronkelijke apostelen. Het Werk GROEIDE EN GROEIDE met God’s zegening, vijfendertig jaar lang tot in 1969 – SINDSDIEN IS GOD’S ZEGEN WEGGENOMEN. Wij waren geneigd GOD te vergeten, door Laodiceaans lauw zuurdesem in ons toe te laten. CHRISTUS ZEGT NU, WORD WAKKER! Kom uit de roes die ons gedrogeerd heeft! REN CHRISTUS EN DE APOSTELEN ACHTERNA! LATEN WE DOORGAAN OM HET WERK KLAAR TE KRIJGEN”.

Brethren Letter, 28 juni, 1978

“Wanneer we voor een erge of alarmerende situatie staan, hebben we…een neiging om te VERSLAPPEN IN GEBED – in BIJBELSTUDIE te doen, en dus ook minder ijver aan de dag te leggen en minder bereid zijn offers te brengen voor GOD’S WERK”.

“Veronderstelt u dat Satan dit niet weet? Hij weet het! Hij zal alles doen wat in zijn macht ligt om u te ontmoedigen en aanmerkingen te maken – om te verslappen in gebed en Bijbelstudie – om uw geïnspireerde ijver voor God’s Werk te verliezen!”.

“Ik WEET dat de meesten van ons nog niet terugkeerden naar totale IJVER van GANSER HARTE vol energie om DOOR TE GAAN MET DIT WERK dat wij MOETEN voltooien!”.

“Als we kijken naar de FEITEN en TENDENSEN lijkt dat misschien onmogelijk! Maar dit is HET WERK VAN GOD – EEN WERK VAN GELOOF – en bestaande feiten, trends, omstandigheden, HEBBEN NIETS TE MAKEN MET GELOOF. De levende Christus heeft middelen en wegen waar WIJ NIETS VAN AFWETEN!”.

“Het is onze plicht…onze ZONDEN te BELIJDEN en te betreuren, dat we wereldse interesses en pleziertjes toelieten die ons wegtrokken van onze God, en onze ijver voor ZIJN WERK. Ik roep u op, broeders, deze lauwheid te BELIJDEN…en VURIG en BEROUWVOL te BIDDEN voor God’s vergeving voor dit wangedrag, en voor een permanente ZEGENING van ZIJN WERK vanaf nu, voortdurend tot de uiteindelijke voltooiing”.

“Broeders, velen, zoniet het merendeel, hebben in onze geest en ons hart andere interesses laten insluipen, tot op het punt dat wij GEEN GEDREVENHEID meer hebben voor HET BELANGRIJKSTE WERK OP AARDE; gedrevenheid zoals die van voetbalsupporters voor een voetbalwedstrijd”.

“WAAROM kunnen voetbalsupporters zich ‘OP’drijven in een bijna fanatieke IJVER gemotiveerd door HAAT, terwijl wij onverschillig ‘DOWN’ en lauw zijn over de BELANGRIJKSTE EN GLORIERIJKSTE ROEPING ALLER TIJDEN?”.

“…Christus doet Zijn deel – opent nieuwe deuren. Slechts één ding liep verkeerd! – en dat moeten wij onder ogen zien! – al te veel mensen onder ons werden lauw…!”.

“We zouden kunnen denken dat, omdat we [God’s] Sabbatten houden, we geen boze wegen of zonden hebben waar we ons van moeten afkeren. Maar laksheid…kan zonde zijn”.

Brethren Letter, 2 nov. 1972

Deze laatste aanhaling begon met te verwijzen naar gebed en Bijbelstudie. We zullen later zien dat intensief gebed en grondige, gedetailleerde Bijbelstudie nog veel belangrijker zijn dan de meesten nog maar beginnen te beseffen met betrekking tot hen die God goedkeurt.

Vooraleer verder te gaan is het van cruciaal belang dat u het volgende inzicht helder voor ogen houdt: Voor de rest van het boek is het essentieel dat u dhr. Armstrong’s inzicht – uit de Bijbel – aanvaardt, waarbij hij alle tien maagden van Matheüs 25 identificeert met Laodicea. Dit is een geweldige sleutel om te zien in welk gevaar u verkeert, als u uw ogen niet zalft op de wijze die Christus leerde. Deze parabel behandelt het overheersende aantal broeders in de eindtijd. Buiten Christus’ Lichaam, en daarom afgesneden – losgekoppeld – van Hem, en nog weinig van God’s Geest hebben. En dit komt zowel tot uiting in hun conditie als in wat Christus hen zegt hoe dit te verhelpen!

Een alternatief idee dat de helft van de maagden Laodiceeërs zijn en de andere helft Filadelfiërs, heeft wortel geschoten bij hen die zich nu zelfs niet langer zorgen maken over dit onderwerp. Het is een uiterst gevaarlijke gedachtegang! Zij die dit aanvaarden worden in slaap gesust in een nog veel gemakkelijker denken, namelijk dat Filadelfiër of Laodiceeër zijn een 50/50 bewering is, en dat – en dit is het ergste probleem – het missen van het behoud zelfs niet eens ter sprake komt!

Méér mis kan het gewoon niet zijn! Laodiceeërs werden numeriek dominant – het gaat dus over de grote meerderheid met God’s Geest vandaag. Herinner u, zij zijn talrijk genoeg om een era genoemd te worden. U moet – u moet! – deze spilrealiteit begrijpen! De “50/50” kansen hebben alleen maar betrekking op wie eeuwig overleeft en wie niet – van hen die allemaal de Verdrukking ingaan!

Binnenin de oude stad

Jezus Christus vergeleek de zevende en finale era van Zijn volk met de oude stad Laodicea. Kijken we nu waarom Hij uitgerekend deze stad koos om de meerderheid van Christenen die in de laatste dagen leven te typeren. Er zijn tal van parallellen, die de toon zetten voor wat iedereen van God’s Kerk kan beslissen te verstaan. Christus wist dat geschiedkundige feiten ons zouden moeten bijstaan – en dat doen ze ook. Ik ga de meer voor de hand liggende parallellen aanstippen naarmate we vorderen. De meeste worden opzij gelegd voor later.

Naarmate we vorderen, wees dan voorzichtig met de neiging om te spotten of te grijnzen. Christus had heel specifieke redenen om een vergelijking te maken tussen deze stad en Zijn volk in de laatste era. De parallellen zullen duidelijk worden voor hen met “oren om te horen” en “ogen om te zien” – voor hen die echt Christus’ inzicht verlangen.

Antiochus II stichtte de oorspronkelijke stad Laodicea tussen 261 en 253 v.C. en noemde ze naar zijn vrouw Laodice. Antiochus II was een Seleuciden koning die regeerde over Syrië (Laodicea maakte eerst deel uit van een groter Syrië) nadat Alexander de Grote gestorven was. De volledige naam van de stad was Laodicea ad Lyceum (“aan-de-Lycus” rivier) om onderscheiden te worden van de minstens zes andere steden met dezelfde naam. Er liepen twee wegen door de stad, eigenlijk twee belangrijke handelsroutes.

De omgeving van Laodicea was een prachtig landschap met pittoreske vruchtbare valleien omringd door glooiende heuvels die leidden naar een vlot bereikbare uitstekende haven aan de zuidwestkust van wat tegenwoordig Turkije is. Verder inwaarts werd het land echter ruwer en meer onherbergzaam. Voor reizigers was het gemakkelijk om op dit punt te stoppen, ook al waren zij misschien eerst van plan verder het binnenland in te trekken.

De meeste bezoekers vonden de atmosfeer in en rond Laodicea te heerlijk om weg te gaan. Er heerste een Middellandse Zeeklimaat met veel regenval, gematigde temperaturen en zachte zeebriesjes, zelfs tijdens de relatief hete droge zomer. Slechts af en toe was er ’s winters sneeuw en vorst op de hoger gelegen plaatsen rond de stad. Er stroomden ook twee riviertjes op een zekere afstand aan weerszijden van de stad. En de omringende heuvels waren over het algemeen bebost. Ik bestudeerde vele foto’s van die streek, en het is daar heel mooi.

Speeltuin voor welstellenden

In Laodicea was er een goed uitgebouwd zakenwezen, met tal van succesrijke bedrijven. (Dit houdt mogelijk verband met de grote Joodse bevolking in de eerste eeuw). Op de heuvels rondom de stad waren uitgestrekte wijngaarden, en een strand om te baden lag niet veraf. Zoals Hierapolis, zo’n 10 kilometer te noorden, bekend om warmwaterbaden.

Binnen de stad waren fonteinen, openbare badplaatsen, gymnasiums, een immens stadion, speciale zalen voor samenkomsten en banketten, en twee rijkelijk ingerichte theaters (een groot en een klein). Het weerspiegelde allemaal de welstand van Laodicea en waarom die stad werd beschreven als “een favoriet plezieroord bezocht door hoogwaardigheidsbekleders”, met inbegrip van politici en royalty’s.

Laodicea was het financiële centrum van de Romeinse provincie in Azië, en alom gekend om haar welvaart. De welvarendste stad in de streek. De talloze mausoleums getuigen van de vele welstellenden die er begraven liggen. De stad was zo rijk dat ze Romeinse hulp weigerde toen ze bij de eerste grote aardbeving in het jaar 60 werd verwoest. Ze koos ervoor de hele stad helemaal zelf herop te bouwen. Dat maakte Laodicea befaamd als een voorbeeld van autarkie.

Is het dan te verwonderen dat Christus de moderne Laodiceeërs laat verklaren: “Ik ben rijk en verrijkt geworden, en heb aan geen ding gebrek” (Openb. 3:17)? Een studie van de sleutelwoorden in deze passage toont dat Christus verwees naar de financiële welvaart en de opstapeling van materiële goederen.

Laodicea putte ook welvaart uit haar textielnijverheid, en was beroemd om haar weeftechniek – de burgers waren trots op hun kleding – een zachte, zijdeachtige, zwartglanzende stof. Opnieuw is het gemakkelijk te begrijpen waarom Christus de moderne Laodiceeërs adviseert “witte klederen” van zuiverheid en rechtvaardigheid te kopen. Het is fascinerend dat zovele jonge mensen in de wereld, maar ook in de grote splintergroepen er vandaag schijnen op prat te gaan zwarte kleding te dragen, een trend die rechtstreeks uit de wereld is afgeleid. Voor hen die het nader bekijken, geeft God altijd voldoende hints om een goed beeld te krijgen!

De grote splintergroepen zijn, zoals Laodicea zelf, prettige en comfortabele plaatsen, voor populaire reizen gemakkelijk toegankelijk via de “haven” of “hoofdwegen”. Natuurlijk zijn broeders die daar aankomen niet gauw bereid verder het “binnenland” in te trekken, waar de reis moeilijker en uitdagende wordt. Zo zijn er ook vele senior “hoogwaardigheidsbekleders” van God’s Kerk (evangelisten en senior pastors) die verblijven (“op vakantie zijn” is wellicht een betere omschrijving) in de splintergroepen, waar het “klimaat” prettig is, de “wijn” lekker en de “stranden” zonnig. (Merk op dat, hoewel het overblijfsel van Filadelfia meer zogenoemde “goederen” heeft – veel meer literatuur om het Werk voort te zetten en de kudde te voeden – de grote splintergroepen over het algemeen meer “diensten” aanbieden – meer lokale trefpunten, pastors, Feestplaatsen, jeugdkampen, socials en fellowship).

Historisch trefcentrum

In de vierde eeuw werd Laodicea het toneel van minstens twee belangrijke religieuze concilies, wat weerspiegelt hoe theologen en kerkelijke “hoogwaardigheidsbekleders” zich goed voelen in een prettige omgeving. Omstreeks 365 n.C. was de Romeinse keizer persoonlijk de voorzitter van “Het (katholieke) Concilie van Laodicea” waarin hij besliste dat het Romeinse katholicisme de enige staatsgodsdienst van het keizerrijk werd. En hier werd het houden van de Sabbat officieel onwettelijk verklaard.

De oorspronkelijke WCG Correspondence Course stelt: “De beroemdste canon uit dit concilie – de negenentwintigste – luidt als volgt: ‘Christenen moeten NIET Judaïsch zijn door te rusten op de SABBAT (GOD’S ware rustdag), maar moeten op die dag WERKEN…en, als ze kunnen, dan rusten (op zondag) zoals (belijdende) Christenen. MAAR als iemand Judaïsch bevonden wordt (God’s ware Sabbathouders), dan weze hij anathema (kerkelijk vervloekt) vanwege Christus’ (Nicene and Post-Nicene Fathers, Vol. XIX, p. 148)”.

De massale ketterij – het verbieden van hèt teken dat de ware God identificeert met Zijn volk (Ex. 31:13; Ezech. 20:12) – werd in het keizerrijk geïntroduceerd te Laodicea. Hoe ironisch dat het juist uit deze stad kwam dat zij die de ware Christus dienden formeel anathema werden verklaard door de Roomse kerk!

Ter herinnering! Het woord Laodicea betekent in algemene termen “het volk regeert, oordeelt en beslist” – omdat Christus’ leiderschap zonder het te weten werd verworpen vanuit deze plaats. Betreffende het politieke klimaat in Laodicea, is het interessant te weten dat er toen in de oude stad een democratisch bestuur was. Zij gingen er prat op dat zij mensen toelieten een stem uit te brengen in burgerlijke aangelegenheden. Interessant genoeg, en we gaan dat later zien, verhaalt de geschiedenis dat het oude Filadelfia – een nabijgelegen stad – werd bestuurd door een aantal verlichte monarchen.

Plotse verwoesting

In het jaar 494 werd Laodicea verwoest door een zware aardbeving, zonder waarschuwing. Uiteindelijk werd ze totaal vernietigd door Islamitische invallers die de stad achterlieten in een staat die historici beschrijven als “een extreme woestenij”. Twee latere pogingen voor de heropbouw hadden geen succes. Al was de stad opgerezen tot op een prominent niveau, toch eindigde Laodicea in complete troosteloosheid. Met niet veel meer dan wat archeologische restanten verspreid over een gebied van nog geen vierkante kilometer, als een blijvend getuigenis van haar verwoesting. Bijna 1.500 jaar bleef dit gebied onbewoond. Historici en archeologen waren verbaasd over de schrale en erg “onspectaculaire ruïnes” (zoals een historicus het beschreef) van de eens zo dynamische, bruisende, bloeiende stad.

De parallel met deze twee gebeurtenissen (de aardbeving en de invasie) die oud Laodicea overvielen, vertoont een onmiskenbare gelijkenis met wat de finale era van God’s Kerk zal overkomen. Om die reden staat er in dit gedeelte van het boek Openbaring niet dat Christus naar deze era zal “komen”. Dit omdat er geen enkele overlevende nog in leven zal zijn bij Zijn Wederkomst. De helft van de “maagden” zullen in de Grote Verdrukking sterven door onthoofding (Openb. 12:17; 20:4) als gevolg van Satan’s gramschap op fysiek en geestelijk Israël. En de andere helft geeft het duidelijk op en aanvaardt het merkteken van het beest. Om dan te sterven in de Dag des Heren, de tijd van God’s finale toorn op alle naties vóór Christus’ Wederkomst.

Een waterprobleem

Het enige minpunt van Laodicea’s locatie was het gebrek aan een lokale watervoorziening. De stad miste het koele bronwater van het nabijgelegen Colossae, en de warmwaterbronnen van Hierapolis aan de overzijde van de vallei van de Lycus rivier. Met als gevolg dat Herodes de Grote een enorm aquaduct naar de stad bouwde. Er zijn nog altijd overblijfselen van te zien, zoals de toren van waaruit het water werd gestuwd. Er zijn ook overblijfselen van de “pijpen” gemaakt van uitgehouwen steen. Daarin zijn nu nog zware mineraalsedimenten te vinden van het water dat er vroeger door stroomde. (Ik heb daarvan close-up foto’s gezien die aantonen dat ze voor 80% verstopt zijn).

Spijtig genoeg bevond de enige beschikbare waterbron zich op zekere afstand. En al kwam er dan een aquaduct, het reeds mineraalrijke water werd muf en lauw als het de stad bereikte. Met als resultaat dat zij die het water dronken er vaak van moesten braken!

Geen wonder dat Christus over hen van de zevende era zegt: “Ik zal u uit Mijn mond spuwen” [In het Grieks emeo: “braken of overgeven”]. Ondanks de geweldige welvaart en de talrijke plezierige kanten van het leven in Laodicea, moesten de inwoners gewend raken aan het brakke en mineraalvolle water dat altijd lauw was.

Een verbijsterende en onverwachte parallel komt later tot uiting!

De behandeling van slechte ogen en oren

Tenslotte was er een zeer befaamde en gerespecteerde medische school (eerst zo’n 20 kilometer ten westen, maar later verhuisd naar Laodicea). De dokters waren zo beroemd dat hun gezicht werd afgebeeld op plaatselijke munten. Die school produceerde speciale oorzalf en ogenzalf (“Frygisch poeder” genaamd), gemaakt van aluin en reeds gereputeerd van in de tijd van Aristoteles.

Het poeder werd onder de vorm van tabletten uitgevoerd naar het Middellandse Zeegebied, en verkocht om zwakke ogen te verbeteren en zelfs te genezen. Het poeder werd op de ogen zelf aangebracht. De Laodiceeërs waren enorm trots op hun algemeen medisch vakmanschap, en in het bijzonder op hun bekwaamheid om mensen met gehoorproblemen voort te helpen. Maar zij specialiseerden zich in het helpen van wie we zouden kunnen omschrijven als “legaal blind”.

Zoals reeds uitgelegd, vertonen velen van God’s volk een opmerkelijke parallel. De meeste broeders in de splintergroepen raadplegen de dokters praktisch evenveel als hun tegenhangers in de wereld. Het is dan ook droevig dat wij lange tijd de enige organisatie waren die een heel boekje wijdde aan genezing.

Het is belangrijk te noteren dat de burgerij van Laodicea zichzelf zag als erg scherpzinnig en prat ging op haar opleiding, wijsheid en intellect – hun scherpe “mentale ogen”.

Nogmaals, het is dus niet te verwonderen dat Christus Zijn volk van de moderne era zegt ogenzalf te kopen om geestelijke visie te krijgen. Het is ook interessant dat speciale oorzalf in die stad overal te koop was. En toch zijn de meerderheid van modern Laodicea niet alleen blind, maar hebben zij ook geenoren om te horen” welke waarschuwende woorden Christus tot hen richt.

Hoofdstuk Vijf –
VERGELIJKING MET DE MODERNE ERA

Het onderzoeken van de oude stad Laodicea heeft alleen maar zin als we daarmee kunnen begrijpen hoe dezelfde condities of karakteristieken opnieuw opduiken in de moderne tijd. Anders is het alleen maar een les aardrijkskunde en geschiedenis die, hoewel interessant, geen geestelijke betekenis of waarde aan het licht brengt.

Vanaf hier zal het boek langzaam een compleet en levendig beeld opbouwen, bedoeld voor de Christenen van de eenentwintigste eeuw. Om zichzelf te analyseren, met zichzelf voor ogen.

Niets goeds over ter zeggen

En nu is het van essentieel belang dat we de kernvraag opnieuw stellen: Waar zijn al de Laodiceeërs? Herinner u dat de Bijbel toont dat zij allemaal in een erbarmelijke geestelijke conditie verkeren, en dat hun aantal overheersend is. Christus zou zeker genoeg informatie verstrekken over hun identiteit, zodat zij die ervoor kiezen in de grote en overheersende groep te blijven, dan geen excuus meer hebben. Het zou dus gemakkelijk moeten zijn hen te herkennen – als zij “ogen hebben om te zien”.

Al wie ooit deelnam aan de WCG Sprekersclub of Ambassador Club weet dat de eerste regel om een toespraak goed te evalueren is, dat de evaluator altijd begint met een compliment – hij zou iets goeds moeten zeggen over de inspanning van de spreker. In dezelfde zin had Christus altijd iets goeds te zeggen over elk van de eerste zes era’s (en niets slechts over Smyrna en Filadelfia), alvorens te corrigeren. Toch had Hij niets goeds te zeggen over Laodicea. Christus’ “raad” is scherp, krachtig en duidelijk om de echt afschuwelijke conditie van de Laodiceeërs te onderstrepen. Nogmaals, dat zou het heel gemakkelijk moeten maken hen te identificeren. Hun geestelijke conditie alleen al zou hen duidelijk moeten kunnen afzonderen van – en het onderscheid zien met – getrouwe Christenen.

De acht tekens van een Laodiceeër

De Bijbel geeft in feite specifieke en beschrijvende tekens – of kenmerken – van hen in de Laodicea era. Ze zijn niet moeilijk te identificeren of op te sommen. Hoewel er zeven duidelijke kenmerken zijn, gaan we er eigenlijk acht onderzoeken – het achtste is uniek en heeft uitleg nodig om begrepen te worden. Dat gebeurt op het einde van het hoofdstuk.

De Boodschap

Om Christus’ waarschuwing aan Laodicea beter te kunnen nagaan, volgt hier de volledige boodschap zoals staat in Openbaring 3:14-22: “En schrijf aan de engel van de gemeenten der Laodicensen: Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige Getuige, het Begin der schepping God’s: Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt noch heet; och, of gij koud waart of heet! Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen. Want gij zegt: Ik ben rijk en verrijkt geworden, en heb aan geen ding gebrek; en gij weet niet dat gij zijt ellendig en jammerlijk en arm en blind en naakt. Ik raad u dat gij van Mij koopt goud beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worden; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt. Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u. Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij. Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, zoals Ik overwonnen heb en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon. Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt”.

Het waterprobleem duikt weer op

Vers 16 beschrijft de eerste conditie – “lauw” zijn. Het voor de hand liggende probleem is dat deze broeder niet vol vurige “ijver” zijn. We zullen verder zien dat, net zoals de oude stad moeilijkheden ondervond met de toevoer van water en zich ermee moest verzoenen dat het “lauw” was, ook de problemen van modern Laodicea rechtstreeks verband houden met een tekort aan geestelijk water in hun leven (Joh. 7:38-39)! En zoals de vele mineralen in het water van de oude stad de kwaliteit van goed “H2O” bedierven, zo ook werden de “kracht, liefde en gematigdheid” (2 Tim. 1:7) van God’s Geest in modern Israël vervuild, om het zo te zeggen, door “een andere geest” (2 Kor. 11:4). We zullen zien dat wat Johannes beschreef als “de geest der dwaling” (1 Joh. 4:6) en wat Paulus “een andere geest” noemde (2 Kor. 11:4) nu in hun denken verstrengeld is met God’s Geest.

Hun lauwheid leidt tot zes andere condities, allemaal gerelateerd aan een gebrek aan toewijding.

Het tweede probleem wordt als volgt verwoord: “Ik ben rijk en verrijkt geworden, en heb aan geen ding gebrek”. Zoals in het oude Laodicea, is er een houding van zelfredzaamheid. Dergelijke mensen voelen niet de noodzaak, de dwang of de urgentie om zichzelf te onderzoeken. Zelfvoldaan en tevreden met zichzelf vertolken zij het protestantse gezang “Just as I am” (“Gewoon zoals ik ben”). En dit veroorzaakt de drie andere condities, als een bijproduct van de eerste twee.

De derde, vierde en vijfde conditie worden omschreven als “ellendig”, “jammerlijk” en “naakt”. Interessant is dat het Griekse woord ellendig zowel kan vertaald worden in “ellendig” als “miserabel”. Het woord jammerlijk betekent “miserabel” of “beklagenswaardig”. Deze woorden zijn zo met elkaar verwant dat het ernaar uitziet dat Christus deze woorden gebruikt in de trant van afschuwelijk, verschrikkelijk en betreurenswaardig om Zijn punt kracht bij te zetten!

Het Griekse woord voor “arm” (ptochos) is bijzonder fascinerend. Het betekent “buigen en kruipen als een bedelaar, een pauper, een arme”. Het geeft ons het beeld van de daklozen op straat. Welke doorsneeburger van het welvarende oude Laodicea had zichzelf willen zien in zo’n afschuwelijke conditie? En hoe zou hij tot die conclusie zijn gekomen over zijn eigen conditie? Deze conditie weerspiegelt de moeilijke uitdaging waar Christus voor staat om Zijn volk vandaag te bereiken.

Als de broeders in de Kerk in Laodicea Christus’ eerste twee instructies aan Zijn discipelen hadden gevolgd, zoals gegeven in de Bergrede – om een houding van “arm van geest” en om te “treuren” te ontwikkelen (Math. 5:3-4) – dan hadden zijn zich niet rijk kunnen blijven voelen terwijl zij geestelijk zo arm bleven. Als zij hun zwakheid hadden erkend van hun ontoereikendheid in God’s Geest, dan zouden zij geregeld hebben getreurd over hun zonden en voortdurend hebben “gehongerd en gedorst naar gerechtigheid” (vers 6).

Tragisch genoeg gebeurde dat niet.

Alles getraceerd tot blindheid

Het meest fascinerende gedeelte van Christus’ beschrijving van Laodicea komt aan het licht in het zesde herkenningsteken. De enige manier dat iemand zo’n absoluut afgrijselijke conditie als die beschreven door Christus niet ziet, is dat hij totaal BLIND is! Het Griekse woord dat Christus gebruikt voor “blind” is tuflos, wat “ondoorlaatbaar, fysiek of mentaal blind” betekent. Met andere woorden, het gezichtsprobleem dat de Laodiceeërs aantastte zit heel diep – wat we “stekeblind” zouden noemen – en veel erger gesteld dan bij hen met een zwak gezichtvermogen die 2.000 jaar geleden actief op zoek waren naar een behandeling met Frygisch poeder

Laat me een eerder vermeld punt benadrukken: Uitgerekend de conditie van blindheid is Laodicea’s ergste geestelijke fout. Herinner u dat, als de mensen in deze era niet blind waren, zij zouden kunnen zien dat zij lauw, ellendig, jammerlijk, arm, enz. zijn. Natuurlijk zou geen enkele historische Laodiceeër die van zichzelf denkt intellectueel verlicht te zijn en een expert in zowel fysiek gezichtsvermogen als perceptie (mentaal gezichtsvermogen), tegelijk ook maar even in overweging nemen dat hij totaal blind zou kunnen zijn! (Hoe interessant dat de maagden van Matheüs 25 blijkbaar van zichzelf niet zien dat zij langzaam aan God’s Geest verliezen – de “olie” in hun “lampen” – tot het te laat is).

Merk op dat de mensen van Smyrna (Openb. 2:9) door Christus worden beschreven als de tegenpolen van de Laodiceeërs. Zoals Filadelfia, kreeg deze era geen correctie van Christus. Let op. Historisch waren de mensen van Smyrna fysiek arm, en toch beschreef Christus hen als geestelijk rijk. Dit wetende lieten zij toe – zoals hun Filadelfische equivalenten – dat hun vijanden hen Ebionieten noemden, wat geestelijke “paupers” betekent.

Daarin zit een overdonderende boodschap voor Filadelfia – de huidige “Ebionieten”!

Waar de welvaart is

Wees bereid om de splintergroepen nu in een ander daglicht te onderzoeken. Jaarlijks incasseren die groepen individueel miljoenen en collectief tientallen miljoenen dollar. Wees eerlijk met uzelf en geef toe dat die groepen openlijk uitkomen voor hun relatief grote financiële reserves.

Vijf jaar lang was ik de eigenaar en manager van een tamelijk succesrijk bedrijf dat ik erfde in 1995. (Ik was er ook getuige van hoe nauwe familieleden en mijn ouders diverse succesrijke firma’s oprichtten). Waarschijnlijk heb ik dus op z’n minst een even goede toegepaste kennis over hun zakelijke balansrekeningen en lijsten van activa en passiva als eender welke andere dienaar. Dat zelfs de grootste splintergroep verscheidene miljoenen dollar op de bank bewaart wanneer er zoveel te doen is en terwijl honderden miljoenen dollar van jaarlijkse inkomsten verloren gingen in de grote afval, is een torenhoog getuigenis van letterlijk “rijk en verrijkt geworden” te zijn. De drie andere grote splintergroepen zijn in verhouding even welvarend. Zoveel in reserve houden om zichzelf fysiek te beschermen, vooral dan de salarissen en pensioenen van de dienaars, terwijl de noodzaak om het Werk uit te breiden zo groot is, is een uitermate zelfzuchtige en angstwekkende houding.

Bankvermogens van dergelijke omvang geven een gevoel van zekerheid, zelfredzaamheid, onoverwinnelijkheid – een mentale afscherming – tegen wat de wereld tegen die organisatie zou kunnen inbrengen. Juist met het oog op die verleiding instrueerde Paulus Timotheüs het volgende op te dragen: “Beveel de rijken in deze tegenwoordige wereld dat zij niet hoogmoedig zijn, noch hun hoop stellen op de ongestadigheid van de rijkdom, maar op de levende God…” (1 Tim. 6:17). Vers 18 vermeldt de remedie, wat Timotheüs de rijken eveneens moest opdragen: “Dat zij weldadig zijn, rijk worden in goede werken, gaarne mededelende zijn…”.

Kijken we in dat verband even naar de enorme omvang van het Werk van de Herstelde Kerk van God. Werk dat wordt verricht door tienden en offers vanwege een relatief klein aantal mensen, en enkele tientallen stafmedewerkers die eindeloos doorwerken om de gehele waarheid van God terug te geven aan mensen van wie die waarheid was weggenomen. Maar zoals bij de vermenigvuldiging van de “vissen en de broden” vermeerdert God de impact van onze inspanningen. Zodat we veel méér kunnen realiseren dan onze beperkte omvang schijnbaar mogelijk maakt.

Een genotzuchtige era

In het moderne tijdperk was er een aangroei van kennis door wetenschappelijke vooruitgang, maar tegelijk een afbraak van karakter. Er kwam een pretgekke wereld tot stand, waar de westerse samenlevingen zich toeleggen op een fysieke, materiële opstapeling van bezit, en op het geld dat nodig is om méér te kopen. En dit lijkt het enige te zijn waar de meesten in deze generatie op gericht zijn.

Paulus zei dat de condities in de Kerk van de “laatste dagen” een weerspiegeling zouden zijn van de velen die “meer liefhebbers der wellusten dan liefhebbers van God” worden. Neem even de tijd om deze passage in 1 Timotheüs 3:1 tot 4:4 aandachtig te lezen (de context zijn de condities “in de laatste dagen”). De meeste lezers denken dat de eerste verzen van hoofdstuk 3 uitsluitend slaan op het verval van de maatschappij in ergere immoraliteit, karakterafbraak en zonde. Maar zelfs een vlugge studie van de volledige context toont dat dit niet het geval is. Ook al zit de moderne maatschappij zeker vervat in de beschrijving, toch wordt hier in de eerste plaats de Kerk geviseerd – waar zij “de gezonde leer niet zullen verdragen”. (Verder in het boek zal dit nog duidelijker worden aangetoond).

De wereldwijde jacht op pleziertjes heeft vandaag een veel grotere impact op het denken onder God’s volk dan de meeste mensen kunnen vermoeden. En dat is exact wat gebeurde bij de broeders die leefden in een omgeving als die van oud Laodicea. God’s volk kan het niet verhelpen beïnvloed te worden door wat er gebeurt in de wereld rondom. Dat is de reden waarom zo velen de “dienstverleningen” van de grote splintergroepen verkiezen boven de “goederen” bewaard door het overblijfsel van Laodicea. Broeders hadden deze verandering in materialistisch denken moeten zien aankomen – tenzij een wijdverspreide blindheid al was ingetreden, en dit verhinderde te zien.

Hou duidelijk voor ogen over wie Paulus spreekt – en herlees dan de eerste verzen van 2 Timotheüs 3. Om de afschuwelijke houdingen en gedragingen te beseffen waar God’s volk in vervallen was, net zoals de wereld om hen heen.

Een geestelijke nudistenkolonie

We moeten ook nog wat commentaar geven over het feit dat Christus de Laodiceeërs eveneens naakt noemt – het zevende kenmerk. Dit is de exacte betekenis van het Griekse woord: “naakt – absoluut, relatief, letterlijk of figuurlijk”. Botweg gezegd, het is alsof de hele laatste era een geestelijke nudistenkolonie is. Ik zeg dat niet – Jezus Christus zegt het! Meer nog dan bij de andere condities die de Laodiceeërs aantastten, kunnen we ons afvragen: Zouden mensen zomaar naakt rondlopen tenzij ze blind zijn? Daarbij komt dat, als alle mensen die hen omringen ook blind zijn, ze niet van iemand onder hen kunnen verwachten dit duidelijk te maken.

Het vereist iemand met gezichtsvermogen om een blinde persoon of een hele groep van blinde personen te zeggen dat hij of zij naakt zijn. De boodschapper die deze waarschuwing brengt, moet dus gezichtsvermogen hebben en moet dus komen van buiten deze era.

Nogmaals, het is juist de blindheid waarmee de Laodiceeërs zijn geslagen dat zij ook niet alle andere slechte kwaliteiten van hun geestelijke conditie kunnen zien. En daarom – laten we het nu nog een keer zeggen! – moeten zij EERST hun blindheid aanpakken als sleutelelement voor het opruimen van hun zwakke en slechte kanten. U weet nu waarom Christus Zijn volk in Zijn waarschuwing recht naar de kern van het probleem gaat – dat zij hun ogen moeten zalven om hun gezichtsvermogen terug te krijgen, als de eerste stap naar herstel.

Alvorens verder te gaan, herinner u dat Christus Zijn volk zegt dat de “schande van [hun] naaktheid” moet verdwijnen. In feite zouden de meeste mensen niet beschaamd zijn lichaamsgedeelten te ontbloten, tenzij hun schaamdelen zichtbaar werden. Het zijn juist die geslachtsdelen van het lichaam die altijd moeten bedekt zijn.

Kijken we nu naar hoe de Bijbel de klemtoon legt op het bedekken van iemands “lendenen”.

Paulus instrueerde de Efeziërs: “Doe de hele wapenrusting God’s aan”(6:11). Verzen 14-17 beschrijven de zes onderdelen van de “Evangelische wapenrusting” die Christenen moeten dragen om “overeind te blijven tegen de listige omleidingen van de duivel”. En om uiteindelijk behoud te verkrijgen.

Het eerste onderdeel dat Paulus vernoemt is: “Staat dan, uw LENDENEN omgord hebbende met de waarheid”. Dit is een verbijsterend Schriftgedeelte voor al wie het wil aanvaarden! Laodiceeërs vergaten zoveel waarheid die zij ooit kenden, dat hun “lendenen” – hun schaamdelen ontbloot werden! Eenvoudig gezegd, zij wandelen rond in een schandelijke conditie omdat zij vele ware doctrines vergaten, maar niet zien dat zij dit deden.

Vooraleer dit boek eindigt, zal dit overduidelijk zien boven enige twijfel! U zult geen andere keuze hebben dan te geloven dat dit exact is wat Christus bedoelde toen Hij Zijn volk adviseerde hun “ogen te zalven”.

Maar er is ook nog een ander aspect van het nudistenprobleem dat u rechtstreeks aangaat. Het heeft te maken met naakte leraren die u valse leer brachten. Ik moet het nu plastisch verwoorden. Tenzij u uw gezichtsvermogen herwint, kunt u niet inzien wanneer u “geflitst” wordt door geestelijke “streakers” die te koop lopen met hun nieuwe doctrines en u zo proberen de kleren van uw lijf te rukken!

Denk aan de toekomstige episode – de straf – die de Laodicea era te wachten staat: De mensen in deze era hadden veel waarheid, die ze echter overboord gooiden! Veel waarheid, inzicht en speciale kennis. Die fantastische waarheid werd na 19 eeuwen hersteld (Math. 17:11) voor God’s volk (Filadelfia) – en veel daarvan werd nooit eerder begrepen door geen enkele era sinds de tijd van de apostelen. Zelfs de oorspronkelijke 12 apostelen begrepen belangrijke aspecten van de profetie niet, die verzegeld waren tot de eindtijd (Dan. 12:9). Het feit dat zoveel waarheid werd gegeven die duizenden jaren lang ontoegankelijk was voor miljarden mensen, en die dan wegebde of platweg verworpen werd, beschouwt Christus als gewetenloos ongepermitteerd.

De Kerkleden van de laatste era werden fantastisch gekleed in de prachtige kleding van God’s doctrines, zo gul aan hen verstrekt door God’s leidinggevende dienaar die er zoveel offers voor bracht. En toch ‘stripten’ zij in het openbaar. Daarom kan God hen niet onschuldig verklaren – en zal Hij dat ook niet doen!

Maar laat me dit nu weer benadrukken. Christus zou nooit een hele era straffen – zelfs niet één persoon – om “ellendig en jammerlijk en arm en blind en naakt” te zijn zonder eerst duidelijk te hebben gemaakt wat dit betekent. Met andere woorden, wat Hij precies wou bestraffen. Daarom is het Hoofd van de Kerk er plichtsmatig aan gebonden kristalhelder gedetailleerd exact te verklaren wat “zalf uw ogen” betekent – en Hij doet dat ook!

Vooraleer wij de vitale eerste fasen van wat deze instructie betekent in het volgende hoofdstuk gaan uitleggen, besef dat er in dit hoofdstuk verwezen werd naar acht specifieke kenmerken van alle Laodiceeërs. We hebben er maar zeven besproken. En vermits dit slechts toepasselijk is op de helft van de Laodiceeërs, is het achtste teken er een van een permanente Laodiceeër – iemand die na aanmaning en waarschuwing, zelfs in de Grote Verdrukking, zijn ogen nog altijd niet gaat zalven en daarmee zijn lot voor eeuwig bezegelt!

Zij die echt willen begrijpen wat zij nu moeten doen, blijf verder lezen. Alle anderen zouden hier misschien willen stoppen.

Hoofdstuk Zes –
HET PROBLEEM AANPAKKEN

Dhr. Armstrong sprak meermaals over de wet van oorzaak en gevolg, en hoe die elke actie in het leven doordrenkt. Hij herinnerde de Kerk er voortdurend aan dat de mensheid de gevolgen behandelt in plaats van de oorzaken. Want de mensheid is afgesneden van God, en kent daarom niet de oorzaken die wereldvrede, overvloed, welzijn en voorspoed voortbrengen. Tenzij de mensheid zich aan God onderwerpt, zal ze nooit de weg – de momenteel verborgen oorzaken – achter haar problemen, het kwaad en ziekten kunnen achterhalen. Daarom blijven reële en langdurige oplossingen een verre droom.

Laodicea heeft een gelijksoortig probleem als de wereld in z’n geheel. Zij kan haar talloze problemen, weerspiegeld in haar afschuwelijke conditie, niet oplossen – tenzij ze de specifieke oorzaak aanpakt die al die problemen veroorzaakt. Christus identificeert ze voor hen die eerst gevolg geven aan “oren hebben om te horen”. Al bijeen is Zijn volledige boodschap aan deze era amper negen verzen lang – en veel daarvan omschrijft de gevolgen van hun conditie alvorens de oorzaak te identificeren.

Maar de levende Christus liet Zijn schapen niet achter zonder specifiek in de richting te wijzen van de oorzaak achter al de slechte gevolgen in hun leven!

Zalf uw ogen

Als u bereid bent om te luisteren – de eerste stap om het gezichtsvermogen te herwinnen – vragen we nu: Waarom gebruikt Christus uitgerekend de term “zalf”, en waarom preciseert Hij de “ogen”?

Het antwoord impliceert de tweede stap.

Herinner u dat de burgers van Laodicea zichzelf bekeken als uiterst scherpzinnig. Zij gingen prat op hun opleiding, medische vaardigheid qua gezichtsvermogen en gehoor, hun wijsheid en hun intellect. Dat is een klassieke weergave van onze tijd, soms bestempeld als het Informatie Tijdperk.

De huidige samenleving is inderdaad beter opgeleid en geïnformeerd dan enige andere uit het verleden. De moderne mens bekijkt zichzelf als bijzonder verlicht. Toch weet iedereen van God’s volk dat de wereld totaal blind is voor de wereldwijde rampen die vlak in het verschiet liggen.

Voor een deel is het juist dit gevoel van verlichting dat hun blindheid veroorzaakt. Waarom zouden mensen die menen te kunnen zien kunnen gemotiveerd worden om stappen te ondernemen om hun verondersteld verloren gezichtsvermogen te corrigeren? Ziet u het verband?

Net zoals ’s werelds jacht naar materialisme de Kerk aangetast heeft, is het bovengenoemde overheersende “informatiemilieu” ook genesteld in de laatste era van God’s volk. Bedenk even dit: In het huidige grotere ‘kerkgeheel’ wordt er een brede waaier van literatuur aangeboden, door splintergroepen en talloze onafhankelijke websites. Daarop staat een massa ‘kerk’ informatie, waardoor de meesten van God’s volk best tevreden zijn met de beschikbare kennis die zij ruimschoots en gemakkelijk kunnen krijgen.

Deze schijnbaar ontelbare websites, nieuwsbrieven en preken, afkomstig van zelfaangestelde “leraren”, “goeroe’s” en allerlei “bronnen van licht” vormen nu een plaag voor God’s volk als nooit voorheen. En die maken de bestaande algemene verwarring alleen maar erger. En nogmaals, de mensen blijven achter met een goed gevoel dat zij nu de “big picture” zien van alles wat er gebeurt in de verschillende organisaties. Maar dit schept ook nog een andere reden waarom zovelen menen te kunnen zien – dat zij menen “oké” te zijn. Door de erge problemen, houdingen en condities die zij ergens anders waarnemen bij andere groepen, komen velen tot een zelfvoldane conclusie: “Zo slecht ben ik niet!”.

Daarom kan ik het niet verhelpen te geloven dat er slechts een relatief klein aantal personen een ontnuchterend boek als dit ernstig zullen nemen. En dit terwijl er zo veel op het spel staat!

Zou u een van de uitzonderingen kunnen zijn?

Een buitengewoon Schriftgedeelte

Een opmerkelijke passage in 1 Johannes 2 opent de deur naar inzicht in de zin “zalf uw ogen”, en beantwoordt de twee vragen waarmee het vorige tekstblokje werd ingeleid. Wat dit Schriftgedeelte ontsluiert is werkelijk “oog openend” – als u het wil aannemen.

Die passage werd geschreven in de jaren 90, nadat alle andere apostelen gestorven waren. Johannes schreef zijn drie brieven tegen een achtergrond van toenemende afvalligheid, toen vele broeders de waarheid begonnen in te ruilen voor valse doctrines. Zoals in zijn Evangelie staan de woorden waarheid, waar en waarachtig veelvuldig opgetekend doorheen Johannes’ brieven. Terwijl Johannes bekend staat als de “apostel van de liefde”, zou hij minstens ook kunnen bekend staan als de “apostel van de waarheid”. En dit wegens het feit dat deze stokoude apostel God’s mensen dringend en herhaaldelijk aanmaande vast te houden aan de waarheid!

Dit zet de toon voor wat wij kunnen leren over het zalven van de ogen. Bij het lezen ervan hoeft u mijn woord niet aan te nemen. Nogmaals, een belangrijke regel voor Bijbelstudie is de Bijbel altijd zichzelf te laten interpreteren. Let op hoe duidelijk de Bijbel Christus’ woorden aan Laodicea uitlegt.

Open 1 Johannes 2 en lees elk geciteerd vers.

De context van Johannes’ boodschap is eveneens belangrijk. Vers 4 waarschuwt dat ieder die verklaart “ik ken Hem [Christus]”, maar “Zijn geboden niet bewaart een leugenaar is, en de waarheid is niet in hem”. Het is van cruciaal belang te noteren dat vers 5 doorgaat met het onthullen dat alleen zij die “Zijn [Christus] woord bewaren” de liefde van God in hun leven kunnen ontwikkelen en perfectioneren. (Tenslotte kunnen anderen alleen maar praten over de wet en de liefde). Al bijeen stelt Johannes 17:17: “Uw [God’s] woord is de waarheid”. “Zijn woord” bewaren is identiek aan de waarheid bewaren of vasthouden.

Kunt u dit duidelijk zien?

1 Johannes 2:11 gaan verder met het geven van een waarschuwing door te spreken over iemand die “wandelt in duisternis en niet weet waar hij heengaat, want de duisternis heeft zijn ogen verblind”. Natuurlijk is dat het centrale probleem bij elke man of vrouw in Laodicea. Laten daarom aandachtig verder lezen.

De “zalving”

De context, met een opbouw naar vers 20 toe, vervolgt met een waarschuwing om niet terug te vallen in de wegen van de wereld. In vers 20 begint dan de uitleg over hoe blindheid te vermijden – of ervan te herstellen! Blindheid die onlosmakelijk resulteert in het verlaten van de waarheid. Merk op: “Doch gij hebt de zalving van de Heilige, en gij weet alle dingen”. Vers 21 vervolgt: “Ik heb u niet geschreven omdat gij de waarheid niet weet, maar omdat gij die weet en omdat geen leugen [doctrinair of anders] uit de waarheid is”. Deze zalving, die het de ontvangers ervan mogelijk maakt “alle dingen te weten” van de waarheid, is dus van cruciaal belang.

Maar wat is dat?

Laten we verdergaan. Johannes toont dat het deze “zalving” is die God’s mensen veilig in God’s waarheid bewaart. Noteer dat goed. Exact hetzelfde Griekse woord wordt vertaald met “zalving” in vers 27. Het is hoogst belangrijk dit te begrijpen. Het Griekse woord voor “zalving” is chrisma. Dit betekent letterlijk: “Gave van de Heilige Geest: zalving”.

Nu in duidelijke taal, zodat er geen ruimte is voor misverstand: Bij de bekering en doop – via verwekking, tot het maken van zonen – zalft God alle nieuwe Christenen met Zijn Heilige Geest. Maar de hoeveelheid verschilt van persoon tot persoon, en dit kan nog meer verschillen in de tijd. We gaan leren dat het uitgerekend deze variatie is die het grootste deel van het probleem inluidt.

Vers 26 onthult waarom Johannes schreef wat hij schreef: “Dit heb ik geschreven van degenen die u verleiden”. Hier was het probleem. Bepaalde leiders trachtten de broeders weg te trekken van elementen van de waarheid. Dat was de uitdaging waar de broeders voor stonden, en waar Johannes over sprak! En natuurlijk is dat vandaag net hetzelfde.

Vers 27 legt duidelijk het verband tussen de Christelijke “zalving” met God’s Heilige Geest en het bewaren van de “waarheid”. (Maak een mentale aantekening voor later dat de zalving altijd gedaan wordt met olie). En lees dit nu aandachtig: “En de zalving die gij van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en gij hebt niet van node dat iemand u leert; maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, is zij ook waarachtig en is geen leugen; en gelijk zij u geleerd heeft, zo zult gij in Hem blijven”.

De Geest der waarheid

Maar hoe kan iemand blijven in Christus? Het antwoord daarop is belangrijker dan u misschien denkt.

Op de laatste avond vóór Zijn kruisiging zei Jezus tot de apostelen dat Hij hen “de Trooster” zou zenden, “de Geest der waarheid” (Johan 15:26). Een paar verzen verder voegt Hij er aan toe: “Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, zal Hij u in al de waarheid leiden” (16:13).

Een Christen moet alleen “blijven” bij wat de Geest der waarheid de Kerk en dus ook hem bijbracht. Denk na! Dit mag duidelijk voor niemand een vrijgeleide zijn om elke vermeende “geest der waarheid” waar dan ook naar eigen goeddunken te volgen. Omdat de echte Geest der waarheid, de enige die uit God vloeit, de broeders altijd zal leiden naar de doctrinaire waarheid die al bewezen is. Mis dit punt niet!

Kunt u nu beter begrijpen wat Jakobus schreef: “Naar Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord der waarheid, opdat wij zouden zijn als eerstelingen van Zijn schepselen” (1:18). Natuurlijk is het de Heilige Geest (der waarheid) die in feite bij de doop in het nieuwe kind van God komt (Handelingen 2:38), en hem verwekt.

De Heilige Geest is synoniem met “het woord der waarheid” en “de Geest der waarheid”. Snap dit. Deze drie zijn een en hetzelfde.

Nu kunt u 1 Johannes 2:4 beter begrijpen: “in hem is de waarheid niet”. Dit is een andere manier om te zeggen dat de “Geest der waarheid” of het “woord der waarheid” niet aanwezig is in mensen die God niet gehoorzamen.

Laat me dit herhalen voor de nadruk: Al de maagden van Matheüs 25 vielen zonder “olie” – de Heilige Geest. De helft van hen zaten zover door hun voorraad heen, dat zij geestelijk niet meer te herstellen waren. Nu zou het minstens moeten beginnen duidelijk te worden dat zij in het proces verkeerden deze zalving te verliezen – de olie! – het woord der waarheid! – de “Geest der WAARHEID!”. Daarom werden de dwaze maagden in de parabel opgedragen “gaat…koopt” olie (de Heilige Geest) van “de verkopers” (de Vader en Christus).

We kunnen nu één van de belangrijkste conclusies trekken in dit boek. Christus’ term “ogenzalf” kan nu begrepen worden – die term is nu onthuld. Het gaat om de Geest der waarheid – geestelijk “Frygisch poeder”! De wijze Laodiceeër gaat er NU meer van kopen!

De oorzaak van de schaamte wegnemen

We zijn nu klaar voor het volgende vers in 1 Johannes 2. Vers 28 begint (en dit is slechts het begin) met een uitleg van het hoogst belangrijke verband tussen de zalving met God’s Geest – om de waarheid duidelijk te kunnen zien – en waarom Christus het zalven van de ogen daaraan koppelt als de manier om de “schande van hun naaktheid” weg te doen.

Let op wat Johannes toevoegt: “En nu, kinderkens, blijft in Hem [Christus]; opdat, wanneer Hij zal geopenbaard zijn, wij vrijmoedigheid hebben en wij door Hem niet beschaamd gemaakt worden bij Zijn komst”.

Voor God staan met “onze lendenen omgord met de waarheid” – omdat wij gezalfd zijn met een overvloed aan de Geest der waarheid – doet de conditie weg van naaktheid en schaamte. De Griekse wortel voor “schaamte” en “niet beschaamd” is hetzelfde: schune. De betekenis van “niet beschaamd” kon ook correct vertaald worden als “niet onteerd”. Het zou beslist een schandelijke ontering zijn voor God te staat met ontblote schaamdelen, wanneer u verwacht wordt voor Hem te verschijnen in vlekkeloze witte kleding.

Geen wonder dat Christus zo’n “schaamteloze” mensen de Grote Verdrukking instuurt, de laatste overblijvende plaats waar zij allemaal – ook al zal slechts de helft dit werkelijk doen – voldoende karakter en waarheid (“goud”) kunnen herkrijgen (“kopen”) om eeuwig behoud te ontvangen.

Begint u nu te begrijpen waarom de meeste broeders in de zevende era – die blijk gaven van maar weinig interesse in geregeld, ijverig gebed, Bijbelstudie, vasten en meditatie – steeds minder voorraad van de Geest der waarheid hebben?

Laat ons dit duidelijk stellen. U moet “uw ogen zalven” met veel méér “Geest der waarheid”, of u gaat nooit de “schande van uw naaktheid” kunnen wegdoen. Terwijl we er meer over leren hoe dit te doen, moet u eerst inzien dat het verband werd gelegd door God via Zijn woorden – niet door mij!

Om uw gezichtsvermogen terug te krijgen van Christus, moet u eerst bereid zijn te erkennen – toe te geven – dat u blind bent. Bovendien zou u nooit iemand anders met gezichtsproblemen kunnen helpen tenzij u zelf eerst uw eigen probleem aanpakt.

Alle waarachtig inzicht in God’s Plan en in de geestelijke waarheid komt van God. Het was enkel de werking van God’s Geest die onze ogen opende toen we voor het eerst geroepen werden. Merk opnieuw hoe de Bijbel zichzelf interpreteert: “Opdat de God van onze Here Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest der wijsheid en de openbaring in Zijn kennis; Namelijk verlichte ogen van uw verstand, opdat gij moogt weten welke de hoop van Zijn roeping is, en welke de [echte] rijkdom der heerlijkheid van Zijn erfenis is in de heiligen” (Ef. 1:17-18).

Als u wil toegeven dat u nog maar weinig van God’s Geest in u hebt, waardoor u het zicht verloor op iets of veel van de waarheid, dan wil God eens te meer “de ogen van uw verstand” aanvullen. U kunt opnieuw “verlicht” worden in alles wat u eens begreep.

Herinner u dat historisch Laodicea alles scheen te hebben – behalve goed drinkwater uit een lokale bron. Begint u de sterke overeenkomst te zien met Christus’ volk in de laatste Kerkera? Zo schijnen de broeders tegenwoordig ook “alles te hebben”, behalve dan het enige dat echt telt – voldoende levend water van God’s Geest van waarheid hebben dat vloeit uit hun geestelijke “buiken” (Johannes 7:37-38). Zij hebben absoluut ogenzalf nodig om te zien wat zij allemaal kwijt zijn!

Liefde voor, leven naar de waarheid

Vooraleer dit gedeelte af te sluiten, moet er eerst nog een volstrekt vitaal zaadje uit 1 Johannes 2 in uw begrip worden geplant. Het introduceert hoe wat we zopas leerden over de waarheid, onafscheidelijk samenhangt met christelijk gedrag: gerechtigheid.

Het laatste vers van 1 Johannes 2 verruimt de context met een ander element dat wordt vervolgd in hoofdstuk 3: “Indien gij weet dat Hij rechtvaardig is, zo weet gij dat ieder die de rechtvaardigheid doet, uit Hem geboren [verwekt] is” (vers 29). Houden van de waarheid is niet zomaar iets mentaals. Het impliceert de opbouw van rechtvaardig karakter – gerechtigheid doen – als bewijs dat iemand bevrucht werd met God’s Geest. Het omvat “daad en waarheid” (1 Joh. 3:18).

Merk op dat de eerste twee verzen van hoofdstuk 3, die echt een vervolg zijn van hoofdstuk 2 (mensen maakten de indeling), spreekt over het verkrijgen van behoud en worden “zoals” Christus in de opstanding. Vers 3 voegt daar aan toe: “En een ieder die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelf zoals gelijk Hij [Christus] rein is”.

In hoofdstuk 8 zullen we leren over het levensbelangrijke en fascinerende geestelijke verband tussen gerechtigheid, het christelijke reinigingsproces – de waarheid leven – en de conditie van Laodicea.

Wat velen niet langer onderscheiden

Toen zowel de farizeeërs als de sadduceeën op een gegeven moment naar Christus kwamen om Hem te verzoeken met een teken van God, drong Hij door tot de kern van hun probleem. Dit zei Hij: “Als het avond geworden is zegt gij: schoon weder, want de hemel is rood. En des morgens: Heden onweer, want de hemel is droevig rood. Gij geveinsden! Het aanschijn van de hemel weet gij wel te onderscheiden; en kunt gij de tekenen der tijden niet onderscheiden?” (Math. 16:2-3).

Het ironische is, dat dit vers een moderne verdraaiing vertoont. In tegenstelling tot de farizeeërs kunnen de huidige mensen blijkbaar wel (zij het gedeeltelijk) de tekenen der tijden onderscheiden: onheilspellende en constant verslechterende wereldcondities. Maar zij kunnen niet langer de volledige waarheid onderscheiden. Het is alsof deze broeders de bekwaamheid verloren zelfs nog maar te herkennen wat zij eens beweerden te hebben bewezen. Christus verklaring waarom Hij sprak in parabels, is nu op hen van toepassing. Terwijl velen geloven dat zij nog altijd zien wat God onderwijst, zijn zij teruggekeerd naar een staat van blindheid.

Noteer: “Daarom spreek ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien en horende niet horen, noch ook verstaan. En in hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: “Met het gehoor zult gij horen en geenszins verstaan; en ziende zult gij zien en geenszins bemerken. Want het hart van dit volk is dik geworden, en zij hebben met de oren zwaarlijk gehoord en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien en met de oren horen en met het hart verstaan, en zich bekeren en Ik hen geneze” (Math. 13:13-15).

Al de mensen die luisterden naar Christus waren beslist niet zonder fysiek gezichtsvermogen of gehoor, maar eerder niet in staat om de betekenis van wat zij zagen en hoorden waar te nemen.

Dit beschrijft Laodicea!

Toen dhr. Armstrong de valse doctrines afkeurde die in de 70-er jaren in de Kerk binnendrongen, verwees hij in het algemeen naar vele identieke verkeerde ideeën die nu zo populair zijn in de splintergroepen: verkeerd bestuur, het vieren van verjaardagen, het dragen van make-up, de verwarring van de Persoon van Christus met het Evangelie van het Koninkrijk, huwelijk met ongelovigen, interraciale huwelijken, het niet langer benadrukken van Christus’ gebroken lichaam voor genezing, meedoen aan politieke verkiezingen, God’s tiendenwetten afzwakken of zelfs afschaffen, laksheid over Sabbatkleding, onjuiste haarlengten voor zowel mannen als vrouwen – en zovele andere doctrines en tradities die vandaag verloren gingen (2 Tess. 2:15; 3:6).

Bovenop al deze ideeën kwamen er in de splintergroepen nu een heleboel andere – nieuwe! – valse leringen waar dhr. Armstrong in de verste verte niet aan gedacht had. De condities zijn vandaag de dag erg verslechterd!

En toch schijnen er maar weinigen in staat op te merken wat er gebeurt, zoals bij hen die luisterden naar Christus’ parabels! U leert nu waarom.

Zij die houden van de waarheid

Nog een ander Nieuw Testamentisch Schriftgedeelte onthult wat God verklaart dat er op het spel staat voor wie niet genoeg van de waarheid houden – die stoppen met het bijvullen van de geest der waarheid in hùn geest. Kunt u raden – of herinnert u zich – waar ik naar verwijs?

In 2 Tessalonicenzen 2:3 voorzegde Paulus de “grote afval” die zou gebeuren vóór Christus’ Wederkomst. “Dat niemand u verleide op enigerlei wijze; want die [dag van Christus’ Wederkomst] komt niet tenzij dat eerst de grote afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs…”. En natuurlijk werd de grote afval inmiddels een historisch feit!

De volgende zes verzen in het hoofdstuk beschrijven de ongelooflijke misleiding begaan door de finale mens der wetteloosheid. En vers 10 onthult dan welke mensen worden weggemaaid door het bedrog. Lees het aandachtig: “En in alle verleiding der onrechtvaardigheid in hen die verloren gaan; daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden”. We zagen dat de helft van de laatste Kerkera zal vergaan in die finale afgrijselijke misleiding.

Vers 11 verklaart het grote verborgen gevaar dat inherent vastzit aan het maken van compromissen met de waarheid, en wanneer hun liefde ervoor verzwakt. “En daarom zal God hen zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven”. Dat zal gebeuren bij minstens de helft van de mensen die nu zeggen: “Ongelukken overkomen alleen anderen”.

De parel van grote waarde bewaken

Is uw liefde voor de waarheid verminderd? Bent u vergeten wat er allemaal op het spel staat voor iedereen die het kostbaarste van alle bezittingen niet langer liefheeft? Wanneer las u het bovenstaande vers voor het laatst waaruit blijkt wat God zal sturen naar hen die niet langer opkomen voor de “parel van grote waarde” waar zij ogenschijnlijk alles voor verkochten om die te kopen? Diezelfde mensen waren toen ogenschijnlijk ook bereid alles te verkopen voor de “verborgen schat” die ze aantroffen in “een veld”. Herinner u de parabels.

Is het voor u belangrijk dat de “parel van grote waarde” niet mag afbrokkelen of beklad worden? Bent u nog altijd laaiend enthousiast voor al de kostbare elementen die u vindt in God’s speciale kist van de “verborgen schat”? Dwing – dwing uzelf! – om deze vragen eerlijk te beantwoorden. Als u dadelijk “ja” antwoordt, stop dan en herhaal de vraag. Want dan hebt ze zelfs niets in overweging genomen.

Begrijpt u nu beter waarom Christus Zijn schapen altijd waarschuwt met de stem der waarheid wanneer zij gevaar lopen (Johannes 10:3-5)? Denk er aan, Hij roept hen “bij naam” omdat Hij met ieder van hen begaan is. Begrijpt u nu ook beter waarom Hij zegt dat Zijn ware schapen “Zijn stem…van waarheid kennen” (18:37)?

Zo is dit boek!

Herinner u ook wat ik zei dat de term “stem der waarheid” een nog veel grotere betekenis krijgt naarmate het boek vordert. Het zou nu duidelijk moeten zijn dat het belangrijkste wat Christus wil bespreken – “aanraden” – met iedereen die Zijn klop op de deur beantwoordt, te maken heeft met de waarheid. Waarheid inzake doctrine en gedrag, en hoeveel van de Geest der waarheid die persoon heeft!

Levensbelangrijke preken

U zou dit belangrijk punt nu duidelijker moeten zien. De preek “Do You Love the Truth or the Idea?” (Houdt u van de waarheid of van het idee?) op onze website kan u erg behulpzaam zijn om te begrijpen waarom zovelen zich voor de gek hielden door te geloven van de waarheid te houden terwijl zij zich slechts intellectueel aangetrokken voelen tot een idee of concept. Aangetrokken tot, of verliefd op.

Daarbij hebben velen de centrale waarheid verloren van wie en wat het Lichaam van Christus is. En hoe iemand daarin moet blijven om verbonden te zijn met de enige Bron waaruit zij meer van de Geest der waarheid kunnen krijgen. Dit onderwerp wordt behandeld in hoofdstuk 11, en wordt goed uitgelegd in de prekenserie “The Body of Christ”, die deel uitmaakt van het Splinter Explanation Packet.

Een filosoof van de negentiende eeuw, William James, zei ooit: “De ultieme test van wat een [de] waarheid betekent, is het gedrag dat die waarheid dicteert of inspireert”. Hoe waar! We spraken al over mensen die zichzelf reinigen om behoud te ontvangen. Dat zijn mensen die de waarheid leven. Het volstaat niet dat we er gewoon van houden – we moeten er ook naar leven! In hoofdstuk 8 gaan we zorgvuldig in detail onderzoeken wat het impliceert van God’s waarheid te houden en te beleven!

Maar we gaan eerst een diepteonderzoek doen naar Filadelfia – zowel de moderne era als de historische stad.

Hoofdstuk Zeven –
WAT FILADELFIËRS KUNNEN ZIEN

In een voorgaand hoofdstuk bespraken we het feit dat de Laodiceeërs eigenlijk een geestelijke nudistenkolonie zijn. Een hele Kerkera van God’s volk wandelt naakt rond – zonder kleren aan.

Volledig gekleed gaan betekent meerdere kledingstukken dragen. Een van de belangrijkste kledingstukken, waar geen Christen zonder kan, moet nu geïntroduceerd worden. Tegelijk vormt dit de introductie op het hele zevende hoofdstuk. Dit kledingstuk kan qua belangrijkheid wellicht worden vergeleken met de bovenkleding die mensen dragen.

Bekleed met nederigheid

Hier is wat Petrus schreef: “…weest met ootmoedigheid bekleed; want God weerstaat de hovaardigen maar de nederigen geeft Hij genade. Vernedert u dan onder de krachtige hand van God…” (1 Petr. 5:5-6). In dezelfde zin instrueerde Paulus de Kolossenzen: “Zo doet dan aan [zoals kledij]…ootmoedigheid, zachtheid…” (3:12).

U hebt nu beslist al de noodzaak gezien om uw taak op het einde van dit tijdperk – en de Bijbelse richtlijnen in dit boek – uiterst nederig te benaderen. Geen enkele andere benadering maakt ook maar de minste kans op het boeken van waarachtig succes – God’s goedkeuring. Zonder deze meest elementaire christelijke kwaliteit heeft niemand van ons enige hoop om zichzelf te zien zoals God ons ziet – laat staan om Zijn karakter in ons op te bouwen; door te groeien, te overwinnen, Zijn waarheid te leren en na te leven! Het vereist een echt diepe nederigheid te erkennen dat u blind, ellendig, naakt, etc. zou kunnen zijn – vooral als uw gevoelens u iets anders willen aanpraten (Spr. 14:12; 16:25).

In deze optiek, wat zien Filadelfiërs dat Laodiceeërs niet kunnen zien? Nu we de kenmerken van een Laodiceeër beschreven hebben, wat zijn dan de kenmerken van een Filadelfiër? De vraag is, wat hebben zij van die era onthouden wat allen in Laodicea niet meer kunnen zien?

Nederigheid introduceert de acht kenmerken van Filadelfia

De mensen van God leven in een tijdperk waarin mensen in de wereld niet langer geïnteresseerd zijn in internationale gebeurtenissen en leefomstandigheden, zoals dat bij de meesten vroeger wel het geval was. Tal van factoren, waaronder een overlast aan informatie, hebben ertoe bijgedragen dat de mensheid zich voelt volgestouwd met wat er rondom gebeurt.

God beschrijft ons tijdperk als een tijd waarin “ongerechtigheid (wetteloosheid) vermenigvuldigd wordt” en “de liefde van velen verkilt” (Math. 24:12). Anderzijds vermeldt Ezechiël (9:4) dat God een speciaal merkteken aanbrengt op hen die “zuchten en uitroepen” om al die soorten “gruwelen” die nu op wereldwijde schaal uitbreken. Als een hele groep mensen dit merkteken krijgt, moet er dan wel degelijk een heel speciaal volk zijn overgebleven van mensen die zichzelf niet hebben laten verharden.

Dit zijn de mensen die nog altijd bekommerd zijn!

We hebben steeds begrepen dat de Kerk van God in elk tijdperk rechtstreeks wordt beïnvloed door de samenleving rondom. In zekere mate volgt ze de eb en vloed van de overheersende sociale trends en karaktertrekken. Dat was juist het probleem met broeders die in historisch Laodicea leefden – en is ten dele een reden waarom Christus Zijn volk vandaag vergelijkt (ook al gaat het nu om een geestelijke stad) met de inwoners van die fysieke stad. Door de geestelijke blindheid komt ook het onvermogen om nog diep bekommerd te zijn om mensen of belangrijke aangelegenheden. Het merendeel van God’s volk is, minstens voor een deel, “ongevoelig” geworden (Ef. 4:19) voor menselijke leefcondities, gebeurtenissen of andere zaken die hen eerst raakten. Waaronder doctrines die weggleden uit hun inzicht.

Tegelijkertijd, en dat hangt daarmee samen, is er een hele generatie van mensen die volkomen gevuld zijn met trots (het tegenovergestelde van nederigheid). Die trots stak de kop op in de samenleving die God’s volk helemaal omsluit. Dit maakt het zelfs voor mensen met God’s Geest veel gemakkelijker om deze houding spontaan te absorberen. Besef dat zelfs de normale fysieke nederigheid van een of twee generaties geleden nu praktisch volledig verdwenen is. Elke vorm van een bewuste, regelmatige benadering voor nederig zelfonderzoek is zoals ‘the old American South’: “Gone with the wind”!

Vooraleer verder te gaan, aanvaard dat u leeft in een ongelooflijk arrogant geestelijk milieu.

De boodschap

Om een Filadelfiër te worden is het eerst nodig Christus’ beschrijving van die era te onderzoeken. Dan moet hij zichzelf onderzoeken waar hij daar in past – of, in de Laodicea era, waar hij daar bijna zeker in tekortschiet. U zult zien dat er acht verschillende kenmerken zijn die weerspiegeld worden in Filadelfiërs.

Zo beschrijft Christus de zesde Kerkera, in Openbaring 3:7-13:

“En schrijf aan de engel der gemeente die in Filadelfia is: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die de sleutel van David heeft; Die opent en niemand sluit, en Hij sluit en niemand opent: Ik weet uw werken; zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven en niemand kan die sluiten; want gij hebt kleine kracht en gij hebt Mijn woord bewaard, en hebt Mijn Naam niet verloochend. Zie, Ik geef u enigen uit de synagoge des satans, van hen die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar liegen; zie, Ik zal maken dat zij zullen komen en aanbidden voor uw voeten, en bekennen dat Ik u liefheb. Omdat gij het woord Mijner lijdzaamheid bewaard hebt, zo zal Ik u ook bewaren uit de ure der verzoeking die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken die op de aarde wonen. Zie, Ik kom haastig; houd wat gij hebt opdat niemand uw kroon neme. Die overwint, Ik zal hem maken tot een pilaar in de tempel van Mijn God, en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven de Naam van Mijn God en de naam van de stad van Mijn God, namelijk van het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel van Mijn God afdaalt, en ook Mijn nieuwe Naam. Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt”.

Alvorens de andere zeven kenmerken van Filadelfia te bespreken, besef dan eerst welk kenmerk Christus het belangrijkste vindt waarnaar Hij het zesde tijdperk noemt. Dat is, nogal letterlijk, “de broederliefde-era”. We gaan zien dat Hij nog verscheidene andere namen had kunnen geven, maar toch koos hij deze. We zullen later ook de eerste karakteristiek – broederliefde – meer in detail bespreken. Nu volstaat het te zeggen dat Christus’ benaming van deze era weergeeft hoe belangrijke het voor Hem is dat Zijn volk broederliefde in stand houdt. En dit terwijl mensen rondom hen steeds cynischer en harder worden door de algemene wetteloosheid van de mensheid. Daarom is één van de twee vitale domeinen van het christendom dat Filadelfiërs nooit ophouden bekommerd te zijn om hun medemens.

Dat is het eerste kenmerk dat de zesde era typeert.

Het tweede en derde kenmerk

Het tweede – en meest vitale – punt waar de Filadelfiërs blijven zorg voor dragen is de noodzaak om vast te houden aan de hele waarheid van God. Zij begrijpen wat zij moeten doen: “Houdt vast wat gij hebt” en dit tegen elke prijs! Zij blijven de noodzaak zien om de waarheid niet te laten wegglippen. Vanzelfsprekend mag daarom de Heilige Geest, die daarvoor nodig is, niet uitdoven. Als zij zien dat dit gebeurt, keren zij weer naar de enige Bron die de Geest kan bijvullen – en dat doen zij telkens weer tijdens hun hele bekeringsproces.

Dat is eigenlijk het kernpunt van “volharden tot het einde” om gered te worden (Math. 24:13) – en het is niet toevallig dat deze instructie onmiddellijk volgt op de waarschuwing voor hen wier liefde verkilt (vers 12). Denk er aan, Romeinen 5:5 toont aan dat “de liefde van God in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest” die de Geest der waarheid is.

Deze twee elementen zijn onderling verbonden binnen de instructie om te volharden!

Jezus zegt deze mensen: “Gij hebt Mijn woord bewaard” (Openb. 3:8). Sommigen gebruiken deze zin als een vergunning om doctrines te veranderen door te beweren: “Ik ontvang mijn doctrines rechtstreeks van God – uit de Bijbel. Ik bewaar God’s woorden, niet die van dhr. Armstrong”. Natuurlijk gaat iedereen, de paus, de afvalligen en alle andere religieuze leiders en dienaren hetzelfde beweren. En uiteraard doen de leiders van de splintergroepen dat. Zou er iemand beweren zijn doctrines te halen van buiten de Bijbel? (Herinner u wat dhr. Armstrong zei, dat Christus enkel via apostelen doctrine bracht. We gaan dit later gedetailleerd bespreken).

Terwijl velen zichzelf Filadelfiër beschouwen, is het onmogelijk een Filadelfiër te zijn als u niet ELKE doctrine vasthoudt (en de gevestigde traditie), zoals de Kerk was aangeleerd. Door alleen al dit specifieke punt te negeren, diskwalificeert iemand zich voor bescherming op de plaats van veiligheid (vers 10). Alléén een onwrikbare groep wordt beschermd tegen het “uur der verzoeking” die de hele beschaving binnenkort gaat slaan.

Het Laodiceaanse overblijfsel, beschreven in Openbaring 12:17, heeft blijkbaar nog minstens enkele kerndoctrines bewaard, zoals gehoorzaamheid aan God’s geboden. Maar schiet tekort in wat Christus “vasthouden” noemt. Voor Hem maakt het verschil in hun doctrinaire positie een enorm verschil uit! Begrijp dat! En dit punt verbindt Hij ook met het gevaar dat iemand zijn kroon verliest (vers 11). Dit gaat in het volgende hoofdstuk besproken worden, op een ongewone en fascinerende wijze.

Vers 10 bevat het derde kenmerk van Filadelfiërs. Let op de zin: “Omdat gij het woord Mijner lijdzaamheid bewaard hebt”. Dit onderstreept het feit dat Filadelfiërs de noodzaak inzien om geduldig te volharden, zoals Christus Zijn volk in de eindtijd instrueerde: “Bezit uw zielen [leven] in uw lijdzaamheid” (Luk 21:19).

Dit is het ongeduldigste tijdperk in de geschiedenis. In bijna alles wat zij doen willen mensen onmiddellijk voldaan en klaar zijn. Sinds de opkomst van de “nu-generatie” een paar tiental jaar geleden, zijn er nog maar weinig mensen die geduldig op iets kunnen wachten. En toch vereist praktisch alles van waarde een zeker geduld om het tot stand te brengen. In de eindtijd, wanneer zelfs behoud op het spel staat, is dit vertrouwde cliché geestelijk nog méér waar – “Goede dingen komen voor wie kunnen wachten”.

“Een open deur”

Het vierde teken van een Filadelfiër is dat hij erkent te moeten blijven doorgaan in deelname aan en ondersteuning van het Werk van God – “Ik heb een geopende deur voor u gegeven”.

Het ware volk van God tracht altijd het Werk te doen. Hun broederliefde ligt deels in hun verlangen de hele waarheid van God uit te dragen naar hun medemensen in alle naties. Matheüs 24:14, 46 en 28:19-20 tonen aan dat hun inspanning doorgaat tot aan de Grote Verdrukking. Dhr. Armstrong beschouwde het ondersteunen van het Werk altijd als een minimum standaard om een Christen te worden genoemd.

Eens het aantal mensen met Laodiceaans denken de overhand nam, was het Werk niet meer op dezelfde manier relevant qua omvang en focus als toen dhr. Armstrong nog leefde. Dat zou heel duidelijk moeten zijn. Zij die uitkijken naar de grootste omvang vandaag, begrijpen niet dat er een verandering van era optrad. Dat is een van de belangrijkste redenen waarom ik niet spreek over de numerieke grootte van De Herstelde Kerk, inzake ledenaantal en inkomsten. Dat is niet meer van onze tijd. Wij begrijpen dat “grootsheid”, “grootte”, “omvang” qua ledenaantal of inkomsten van God’s Kerk meer werken tegen dan voor groepen – wat verschilde in de gouden jaren en het prachtige Filadelfia tijdperk onder de bloeiende ministry van dhr. Armstrong. De grotere groepen hebben een groot probleem om uit te leggen hoe zij geen deel uitmaken van de grote, overheersende Laodicea era.

Anderzijds doen de Laodiceeërs wel ietwat Werk, omdat alle era’s wat inspanningen doen om het Evangelie te verspreiden – op z’n minst lokaal – zoals dhr. Armstrong zei over vroegere era’s. Wegens hun gezamenlijke omvang kan van Laodicea (hoewel verdeeld) verwacht worden dat zij een groter “Werk” doen dan het kleine overblijfsel van Filadelfia. (Natuurlijk zou dit dan van mindere waarde zijn vermits hun doctrines bestaan uit een mix van waarheid en leugen – en Christus leidt hen niet). Toch betwijfel ik dit sterk! Het Werk hier door God verricht zal alle menselijke inspanningen in splintergroepen uiteindelijk in de schaduw stellen.

Dit belangrijke punt mag u niet ontgaan!

Het Werk dat Filadelfia doet wordt gedetailleerder behandeld op het einde van dit boek. Maar het wordt nog meer in detail behandeld in mijn boek voor de splintergroepen, dat volledig daar aan gewijd werd: Is God’s WORK FINISHED? – Has It Changed? Iedereen met het hart nog altijd in het Werk van God, zal na het lezen ervan paf staan van wat in De Herstelde Kerk van God gedaan wordt.

Hier is wat zovelen niet kunnen zien in verband met God’s Werk. Filadelfiërs zijn duidelijk niet “rijk en verrijkt geworden”. (Herinner u dat de Griekse woorden in Openbaring specifiek verwijzen naar financiële, materiële welvaart, overeenkomstig historisch Laodicea). Hoe zou Filadelfia Werk van dezelfde grootte als vroeger kunnen verrichten, wanneer er duidelijk niet zoveel geld voorhanden is? Wees voorzichtig met hen die snoeven over de enorme omvang van hun “werk”. (Natuurlijk kan ik niet uitsluiten dat God van plan kan zijn, gedurende een korte periode, uitzonderlijk of zelfs wonderbaarlijk veel inkomsten te injecteren in Zijn finaal Werk vooraleer het tijdperk eindigt).

Iedereen met zelfs maar één “oog om te zien” – en dan nog half dichtgeknepen – kan niet naast dit punt kijken. Toch is er een manier waarop Filadelfiërs dit compenseren, zonder grote financiële middelen.

IJver onder vervolging

Dit voert ons meteen naar het vijfde teken. En dit kenmerk is dat Filadelfiërs, in tegenstelling tot Laodiceeërs, geweldig ijverig zijn. Christus hoeft de zesde era er niet aan te herinneren “wees ijverig en bekeer u”. Zij zijn enorm toegewijd in de verkondiging van het Evangelie en andere waarheden, zoals duidelijk blijkt uit de ongelooflijke productiviteit en de snelheid waarmee deze dynamische groep doorgaat met het Werk. En dit komt omdat het wordt kracht bijgezet door een overvloed aan God’s Geest!

Dat moet ook duidelijk blijken uit de ijver waarmee zij het Werk doen. En niet met softe of mompelende klanken, zo typisch aan splintergroepen. Maar met de forse rechtdoorzee stijl van dhr. Armstrong, in de lijn van de schallende trompet van Jesaja 58:1!

Door hun ijver, eenheid in doelstelling en de vitale zegening over hen uitgestort – want Christus leidt deze onverdeelde groep inderdaad – kunnen zij, zoals reeds vermeld, veel meer gedaan krijgen dan hun omvang het schijnt mogelijk te maken!

Hun ijver is niet alleen opvallend in hun acties en dienstverlening, maar ook in hun liefde en handhaving van de volledige waarheid – zoals hoger uitgelegd.

Het zesde teken van de Filadelfiërs is dat zij verschrikkelijke vervolging doorstaan vanwege de “synagoge [kerk] van de satan”. Mensen slagen er niet in te begrijpen dat het in de eindtijd niet enkel gaat om Filadelfiërs en Laodiceeërs. Maar dat er tussen het koren ook moederkoren of onkruid zit, waaronder sommig erg boosaardig (megaonkruid als zij in een leidinggevende positie staan). Veel van dit onkruid, in de vorm van de synagoge des satans, vervolgt Filadelfia – zoals in vroegere era’s ook bij trouwe Christenen. (Herinner u Smyrna – Openbaring 2:8-9 – dat ook beschreven werd als fysiek arm maar geestelijk rijk, en niet gecorrigeerd werd door Christus. En interessant genoeg werden zij ook vervolgd door deze “synagoge”).

De Herstelde Kerk van God is zeker het grootste bewijs van dergelijke vervolging. De enorme hoeveelheid en de aard van schandalige zaken die over ons in het algemeen en over mij persoonlijk worden gezegd (zoals ook gebeurde met dhr. Armstrong vóór en na zijn dood), getuigt veel meer van wie we zijn dan van wie we niet zijn!

Hoewel kort aangehaald in dit hoofdstuk, heb ik een heel boek gewijd aan vervolging en aanverwante onderwerpen. Van vitaal belang voor iedereen in de eindtijd. De titel is Should ACCUSERS Be Answered? – Do You Believe Obvious Lies?

Besef dan ook dat “ZALF UW OGEN” voortdurend tegengewerkt werd en wordt, zowel met verdachtmakingen als met afgemeten “geredeneer” om Christus’ advies aan Zijn volk te weerleggen. Velen missen het punt waar dit op henzelf slaat, hebben ook een tekort aan God’s Geest, en wuiven alles weg als zijnde “de persoonlijke mening van de heer Pack”. Zo zit dat, en u zou dat ook moeten weten.

Vers 9, dat verwijst naar de “synagoge”, besluit met een fascinerende uitspraak over en aan Filadelfia. Een uitspraak die door bijna iedereen over het hoofd wordt gezien. “Zie, Ik zal maken dat zij zullen komen en aanbidden voor uw voeten, en bekennen dat Ik u liefheb”.

Lees deze passage opnieuw. Het is alsof de mensen de Filadelfiërs niet kunnen herkennen wie zij zijn, tot God Zijn liefde voor hen onthult. Het ziet ernaar uit dat zij een kleine, verwaarloosbare, veelal onbekende en ook miskende groep blijven. Beschouwd als irrelevant. Tot deze groep pas later door God wordt geïdentificeerd voor wie zij waren – voor het oog van de synagoge des satans, de wereld en zelfs Laodicea.

Een kleine miraculeuze kracht

Het zevende kenmerk dat zichtbaar was bij Filadelfia en de overblijvenden heeft te maken met hun omvang en met het gebrek aan financiële middelen, zoals vermeld bij nummer vier. Filadelfiërs hebben kleine kracht. Hoewel zij geestelijk sterk zijn, hebben zij niet veel miraculeuze kracht. Ik heb al eerder uitgelegd dat wij bij de RCG geregeld allerlei mirakels meemaken, die rechtstreeks verband houden met de apostolische autoriteit aan deze era gegeven. Maar die zijn enkel collectief bekeken betekenisvol, in vergelijking met onze geringe omvang. (Vanzelfsprekend werd niet iedereen altijd genezen, zelfs toen Filadelfia op het juiste spoor zat en toen dhr. Armstrong nog leefde). Daarom moet het duidelijk zijn dat getrouwe mensen met slechts een kleine hoeveelheid miraculeuze kracht niet als zodanig konden beschreven worden tenzij zij een relatief kleine organisatie vertegenwoordigen.

Hou dit beeld klaar voor ogen!

Christus’ autoriteit dragen

Het achtste en laatste kenmerk van Filadelfia wordt beschreven in vers 8: “Gij hebt Mijn Naam niet verloochend”. De mensen van de zesde era begrijpen alles wat dit betekent, in het licht van God’s buitengewone tegenwoordigheid in Zijn Kerk toen Hij Zijn apostel van de 20e eeuw leidde – Herbert W. Armstrong.

Deze man begreep volkomen dat Jezus Christus’ kracht – Zijn autoriteit, Zijn “naam” – achter alles stond wat hij deed; achter hem persoonlijk en de Kerk die hem steunde! Dhr. Armstrong besefte goed dat zelfs maar een fractie van wat hij allemaal volbracht in de verste verte niet had gekund zonder de miraculeuze kracht van God achter hem (Zach. 4:6).

Iedereen die dit vergat, wat sommigen deden, en die dhr. Armstrong probeerde te flatteren over zijn verwezenlijkingen, vergat dat geen tweede maal!

Zoals reeds vermeld wist dhr. Armstrong dat Christus enkel via apostelen waarheid in de Kerk brengt. Geen enkel ander ambt kan nieuwe doctrine in de Kerk brengen met Christus’ autoriteit – namens Hem. Dhr. Armstrong wist ook dat de Kerk compleet op God moest vertrouwen, voor alles. En hij gaf nooit blijk van zelfredzaamheid, nu zo vanzelfsprekend bij mensen die zo graag over God schijnen te praten (en dat slechts van tijd tot tijd), terwijl zij zo vaak negeren wat Hij hen zegt te doen!

Het is deze autoriteit van Christus – uitgedrukt in Zijn Naam – welke de synagoge des satans verfoeit. (Naar die synagoge wordt verwezen in vers 9, vlak na de vermelding van “Mijn Naam”). Dit drijft hen ertoe hun vervolging toe te spitsen op Filadelfia. Begrijp dat er een heel boekje zou kunnen geschreven worden alleen al over de betekenis van “Mijn Naam (Christus) niet verloochenen”.

Wat Filadelfiërs zien

Algemeen gesproken zien Filadelfiërs de waarheid, het Werk van God, hun medemens en zichzelf. Zij zien ook hoe zij de plaats moeten herkennen waar God’s bestuur de leiding heeft. Daarom “zien” zij nog altijd de doctrine van de ene ware Kerk en de doctrine van het Lichaam van Christus, en dat leiderschap niet verdeeld is en ook nooit was! Zij vergaten nooit wat wij ooit allemaal begrepen op dat punt. Zij kunnen “zien” dat Christus buiten Laodicea staat – dat Hij geen enkele van die groepen leidt waar de opinies van mensen en van dienaren “regeren, oordelen en beslissen” en zich toch Zijn autoriteit toe-eigenen. Zij “zien” dat Hij aan het kloppen is om de individuele “woningen” in te gaan (Openb. 3:20), waar Hij kan werken met “iedereen” die Zijn stem van de waarheid hoort aan de deur.

Lukas 21:36 beschrijft hen die “Waken…biddende dat [zij] mogen waardig geacht worden te ontvluchten al deze dingen die geschieden zullen”. Mensen die blind zijn kunnen dat duidelijk niet doen – het vraagt gezichtsvermogen om over iets te waken! Maar Filadelfiërs doen dit voortdurend, omdat zij zijn uitgerust met voldoende geestelijk element dat hen de volle visie mogelijk maakt.

Al dit inzicht werd verduisterd en ging verloren bij tal van duizenden broeders die nu niet langer kunnen zien. Geestelijk gesproken kunnen duizenden niet langer een hand voor hun gezicht zien. Zij hebben zichzelf toegelaten zo blind te worden, zelfs voor zaken die eens fundamenteel en elementair waren, dat slechts de helft in staat zal zijn zich te herstellen. En dan is er nog de gloeiende beproeving van de Grote Verdrukking voor nodig om dat te bewerken.

De grote propagandist

De menselijke regeringen gebruiken veelal propaganda om hun ideeën te verspreiden, zowel ten goede als ten kwade. Over het algemeen gebruiken de slechtste regeringen de meeste propaganda, en er zit altijd een agenda achter – wat zij uiteindelijk willen bereiken.

Zovelen van God’s volk vergaten dat de grootste propagandist in het universum Satan de duivel is. Zij schijnen niet langer te snappen dat hij sterk is in het verspreiden van verkeerde informatie (Openb. 12:9), vanuit zijn regering als “god van deze wereld” (2 Kor. 4:4). En toch verspreidt hij zoveel verkeerde en averechtse informatie, klinkklare leugens en propaganda tegen zowel dhr. Armstrong als tegen zijn onderricht. Zodat bijna alle broeders vreselijk in de war zijn over wat zij eens dachten zo klaar en duidelijk te zien. Wat eens de echte waarheid leek, staat nu ter discussie, wordt in vraag gesteld, uitgedaagd en zelfs belachelijk gemaakt. (Ik spreek hier niet over valse leiders in de WCG of over mensen of vertakkingen die te pas en te onpas volstrekt satanische retoriek uitbraken bij iedereen die maar wil luisteren – wat je van zo’n mensen kunt verwachten; maar ik spreek hier eerder over de “overlevenden” van de grote afval).

Daniël zei dat “de verstandigen zullen verstaan” wat er gebeurt in de eindtijd (12:10). Christus verwees naar hem toen het dit punt opnieuw beklemtoonde in Matheüs 24:15. Dhr. Armstrong drukte meermaals zijn twijfel uit of 90 procent van de Kerk het wel “snapte”.

Kortom, Filadelfiërs “snappen het” – snappen het allemaal! Zij blijven eraan denken waar zij de waarheid leerden en weten exact wat te doen (2 Tim. 3:14) tijdens de periode waarin “boze mensen en bedriegers tot erger zullen voortgaan” (vers 13).

Geconditioneerd tot compromissen

Herinner u het tweede punt waar Filadelfiërs bekommerd om blijven – en het is van vitaal belang dit te beseffen. Zij vinden het nodig vast te houden aan de hele waarheid van God. Zij begrijpen: “Houd wat gij hebt” tegen elke prijs!

De meesten van God’s volk leven in democratische landen. Democratieën functioneren praktisch alleen door het de mensen met verschillende standpunten mogelijk te maken overeenkomsten te sluiten qua posities en waarden. Dit schijnt de enige manier te zijn om zelfs maar een gedeeltelijke vrede te bereiken. Zoals reeds hoger aangestipt, absorberen God’s mensen onbewust deze geest van compromissen. Een geest die bijna alles doordrenkt in de regering, het zakenleven, de opvoeding en de omringende samenleving in het algemeen. Het ziet ernaar uit dat mensen worden geconditioneerd – zo goed als getraind! – om te geloven dat zij “wat moeten inleveren” om goed met anderen overeen te komen en te bekomen wat zij willen.

Dat is niet God’s manier. Filadelfiërs zullen nooit compromissen sluiten – NOOIT. In tegenstelling tot zovelen rondom hen in de laatste dagen (2 Tim. 3:1; 4:3), blijven zij voortdurend “gezonde leer verdragen”. Zij weigeren zich af te wenden van de waarheid naar “fabels” toe, van welke soort dan ook!

Bedenk dat het woord compromis (in het Engels compromise) uit twee delen bestaat: “com” en “promis”. Com betekent “met” en promis (in het Engels promise) betekent: belofte, toezegging. Zij die compromissen sluiten proberen een nieuwe positie in te nemen en die te laten samengaan met een oude belofte die zij deden – in dit geval een belofte aan God!

Gaat u dit patroon voortzetten?

Voor hen met “ogen om te zien” en “oren om te horen” plaatst dit de hele kwestie van doctrinaire veranderingen in een ander daglicht.

Dhr. Armstrong en doctrinaire compromissen

Dhr. Armstrong had veel te zeggen over doctrinaire compromissen. Hier volgen enkele van zijn uitspraken die tonen hoe erg hij er tegen gekant was.

Noteer:

“Maar het is nog altijd waar dat twee niet kunnen samen wandelen als zij het niet eens zijn. Ik ben het eens met God en met Christus het Hoofd van de Kerk. Ik zal de waarheid die mij geopenbaard is nooit afzwakken, en er op geen enkele manier compromissen mee sluiten. Ieder van ons moet het eens worden met God en met Christus ZIJN Zoon, als we met hen willen wandelen naar God’s Koninkrijk.

“Reports About Garner Ted False”, WN, 6 maart 1981

“Drieënveertig jaar geleden gaf de levende Christus mij Zijn grote opdracht”.

“Maar tijdens deze 43 jaar, werd ik vaak onder druk gezet om compromissen te sluiten – ‘gewoon maar een beetje’ – met God’s waarheid”.

“Hij vertouwde mij Zijn kostbare waarheid toe”.

“Wees nu eerlijk, hoe denkt u erover?”.

“Zou het niet oké zijn compromissen te sluiten, ‘gewoon maar een beetje’ inzake een ‘onbelangrijk bijkomstig punt’? Vooral inzake een schijnbaar onbelangrijk punt waar we ‘gek’ lijken in de ogen van de wereld?”.

“Maar als we beginnen compromissen te sluiten met God’s waarheid, zelfs op de geringste en oppervlakkigste manier, hebben we Satan toegelaten een voet tussen de deur van de Kerk te steken. Dan gaat hij de deur al vlug openduwen (hij is sterker dan wij) en de hele Kerk overnemen”.

“Een weinig zuurdesem verzuurt het hele deeg!..Ik ben gelast met de opdracht God’s woord te bewaren. Het ongerept bewaren – zonder compromissen! Ik heb nooit compromissen gesloten met God’s waarheid – wat de kosten of de omstandigheden ook waren. En dat zal ik nooit doen!”.

“Net zoals Israël zowel in populatie als financieel klein is onder volken, zo is God’s Kerk klein in aantal en populariteit tussen kerken of religieuze organisaties. Maar Israël staat sterk en alleen tussen de wereldse naties in vastberadenheid geen duimbreed toe te geven aan de ergerlijke methodes en eisen van terroristen!”.

“Satan is de chef van de terroristen. Hij haat God’s heilige Woord”.

“Als het bewijs wordt geleverd dat iets verkeerd is, zal ik het veranderen. Ik zal nieuwe waarheid aanvaarden zo dikwijls het bewezen wordt dat het nieuwe waarheid betreft die naar mij of naar de Kerk toekomt. Maar ik zal geen compromissen sluiten met de waarheid! Dat deed ik nooit!”.

“Ik sluit geen compromissen – zelfs niet ‘zomaar een beetje’”.

“Personal”, GN, dec. 1976

“Waarom praten de verschillende takken van het ‘christendom’ over een unie? WAAROM is het voor hen mogelijk de deur te openen voor compromissen?”.

“En is het overigens niet juist dat zij allemaal zouden moeten samenkomen? Waarom zou het christendom moeten verdeeld zijn?”.

“Het Tweede Vaticaans Concilie doet vele voorstellen naar zowel de protestanten als naar de oosterse orthodoxe kerk. Zij nemen zelfs een verzoenende houding aan tegenover de Joden. Onlangs heeft Paus Paulus VI de niet-katholieke christelijke wereld verzekerd dat hij van plan is elke hindernis op te ruimen die de ‘christelijke eenheid’ in de weg staat”.

“De grote vraag is WAAROM zo’n compromissen mogelijk zijn?”.

“Kunt u zich voorstellen dat Jezus Christus compromissen begint te sluiten om samen te gaan met de farizeeërs?”.

“Ontvingen al die honderden verschillende sekten en genootschappen die het onderling oneens zijn en zichzelf ‘christelijk’ noemen hun uiteenlopend geloof van dezelfde bron? Duidelijk niet!”.

“Nu zouden we het antwoord moeten beginnen te zien op de vraag hoe die verschillende religieuze groepen compromissen sluiten en samenkomen? Hun geloofspunten, hun gewoonten, zijn de uitvindingen van mensen. In feite ontvingen zij hun geloofspunten niet van de ware en levende God – of van Zijn Woord, de Bijbel. Hun religies hebben een menselijke oorsprong. Daarom voelen de mensen zich vrij om hun eigen geloof en hun wijzen van doen te veranderen”.

“Daarom zouden wij nu moeten begrijpen waarom dezen, zoals de Rooms katholieke kerk, de Bijbel verwerpen als de supreme autoriteit – er zichzelf als kerk boven stellen als zijnde de supreme autoriteit…en zo zouden we moeten begrijpen hoe zij compromissen kunnen sluiten en samenkomen”.

“Vermits [de ene en enige ware Kerk] bestuurd en geleid wordt door de levende God, wiens geschreven Woord betekent wat het zegt, kan en zal die Kerk geen compromissen sluiten of zich verenigen met de kerken van deze wereld”.

“Personal”, The Plain Truth, dec. 1964

Alle broeders leven in een wereld die letterlijk bepaald wordt door de geest van compromissen sluiten. Er komt praktisch geen eind aan de manieren waarop Satan, de wereld en de menselijke natuur inwerkt op God’s volk om hen compromissen te doen sluiten met vrijwel elke waarheid, wet en principe in de Bijbel. Terwijl velen dit nog min of meer als zonde beschouwen – hoewel veel minder erg dan vroeger – hebben velen nog niet ten volle erkend dat het hoogst belangrijk is geen compromissen te sluiten met de ware doctrine in de eindtijd.

Dhr. Armstrong begreep en onderwees de Kerk van God geen compromissen te sluiten, maar vast te houden. En een van de doctrines die hij de Kerk onderwees was dat ware doctrine alleen maar via apostelen in de Kerk komt. Besef dat eerst deze waarheid moet verworpen worden alvorens gelijk welke andere waarheid kan overdrukt worden.

Oefen deze woorden van dhr. Armstrong tot uzelf te zeggen: “Ik heb NOOIT compromissen gemaakt met God’s WAARHEID – wat ook de kosten of de omstandigheden zijn. Ik zal dat nooit doen!”. En: “Ik ga nooit compromissen sluiten – zelfs niet ‘even een klein beetje’”.

Vele jaren lang heb ik me geoefend om deze zinnen geregeld te herhalen. Al deed ik het niet perfect, het heeft me wel goed geholpen!

2 Petrus 3:18 – en het grote misverstand!

De grote afval zou ons allemaal moeten hebben geleerd dat afvalligen dozijnen methodes gebruiken om de Kerk af te leiden naar honderden valse doctrines. Ik heb 43 trucs en manoeuvres vermeld in mijn boek There Came a FALLING AWAY.

Enkele van die spitsvondigheden worden in splintergroepen zelfs nog handiger gebruikt dan bij de valse leiders van de WCG. De meest populaire – en veruit de meest effectieve – is het flagrante misbruik van 2 Petrus 3:18: “Maar was op in de genade en in de kennis van onze Here en Zaligmaker Jezus Christus”.

Naar deze passage wordt vaak verwezen met het zinnetje “We moeten groeien in kennis”. Met daarbij praktisch altijd doctrine in het achterhoofd.

Dit vers spreekt NIET over doctrine, maar veeleer over kennis – en dat is wat het Griekse woord zegt! Dat is snel na te gaan. Het gebruikte woord voor “kennis” is gnosis, wat betekent: “(de handeling van) kennen, en (bij uitbreiding) kennis”. Dat is niet moeilijk te begrijpen. Elke dag krijgt bijna iedereen in zijn leven wat kennis bij (gnosis). Vanzelfsprekend is “kennis van Jezus Christus” de belangrijkste kennis die u kunt leren. Maar vergis u niet: dit vers preekt over “kennis”, niet over “doctrine”.

Anderzijds is het Griekse woord voor “doctrine” – tientallen malen vermeld in het hele Nieuw Testament, zoals ook het geval bij “kennis” – didache. Dit woord betekent “instructie” (de handeling of de materie), leerstelling of doctrine (wat reeds onderwezen werd)”. Schenk vooral aandacht aan de zin “reeds onderwezen”.

Nogmaals, het Griekse woord voor “doctrine” (didache) is totaal verschillend van dat voor “kennis” (gnosis). Ik kan dat niet sterk genoeg benadrukken. Er is een duidelijk verschil tussen kennis en doctrine.

Asjeblief, voor uw eigen goed – trek een rechte lijn in uw begrip!

Algemene brief

Het is van groot belang de achtergrond en de bedoeling van Petrus’ brieven naar waarde te schatten. Elk van die brieven staan bekend als een “algemeen epistel”. Zij waren in feite open brieven aan alle broeders in de Kerk door de eeuwen heen. Stel u voor dat God Petrus inspireerde om individuele Christenen te zeggen overal en altijd te groeien in doctrine door, zoals u zou kunnen verwachten, eigen Bijbelstudies.

Dat is een volkomen belachelijk idee, en het zou gegarandeerd uitmonden in complete en absolute chaos en verwarring – om nog te zwijgen van afgrijselijke verdeeldheid – doorheen de Kerk, en in elke era! Toch is dit het uitgangspunt waarmee tal van ongekwalificeerde leraren hun afstappen van de waarheid naar de dwaling mee goedpraten – meteen weg van wat “reeds onderwezen werd”! Precies zoals de afvalligen zelf, introduceert elke leider van een splintergroep bijna routinematig flagrante ketterijen onder het motto “groeien in kennis”.

Om niet over te komen als onbuigzaam of weigerachtig om te groeien, slikken de meeste leden hun praatjes.

Trap niet in zo’n misleiding en dwaasheid! Iedereen die zo weinig afweet van de Bijbel dat hij didache verwart met gnosis, is bepaald niet gekwalificeerd om u de waarheid over wat dan ook te onderwijzen – punt uit! Dergelijke mensen zouden eerst zelf moeten groeien in kennis over het woord “kennis”. En dan zouden zij hun tijd moeten besteden om zich toe te leggen op het bewijzen van en het vasthouden aan ware doctrines die zij duidelijk nooit bewezen hadden.

Dhr. Armstrong zei herhaaldelijk tot mensen die de waarheid voor het eerst hoorden: “Beproeft alle dingen, behoudt het goede”. Blijkbaar deden dat maar enkelen met alle doctrines van God. En blijkbaar heeft de grote meerderheid van de Kerk dit bijna nooit gedaan.

Maar er is een middengroep van mensen die “sommige dingen beproefden”, en daarom alleen maar “sommige dingen behouden die goed zijn”. Die mensen hebben zichzelf echt voor een dilemma geplaatst. Zij zijn onvoldoende klaar om weerstand te bieden tegen de verleidingen van hen die hen trachten “te keren tot fabels”. En dan wordt het gemakkelijk om hun zwak doctrinair inzicht en hun trouw weg te redeneren in de zin van: “Och, de heer Armstrong veranderde doctrines, en ik groei nu in kennis”. Wat er met deze mensen eigenlijk gebeurt, is dat hun “schaamdelen” verder ontbloot werden.

Ongelooflijk! Eigenlijk hebben zij hun ondergoed uitgedaan, en nu beweren ze er beter uit te zien. Wat ’n blindheid!

En dan is er nog iets meer ironisch bij dergelijke mensen. Zij praten vaak alsof zij “iets primitiefs” ontgroeid zijn. Of anderen zullen spreken van “simplistisch”. Met de bewering dat zij nu verwerpen wat “wel goed werkte voor dhr. Armstrong in zijn tijd”. Kunt u zich een grovere brutaliteit en grotere arrogantie voorstellen van mensen die schaamteloos in hun blootje lopen terwijl zij beweren dhr. Armstrong te zijn ontgroeid?

Laten we het nu anders stellen. U kunt niet “groeien in kennis” van wat al bewezen is! Dat is letterlijk onmogelijk.

Bewijs is bewijs is BEWIJS!

Het is duidelijk dat talrijke broeders God’s waarheid nooit volledig bewezen. Met als resultaat, gekoppeld aan een nu geringere toevoer van de “Geest der waarheid”, dat zij in luiheid beweren te zijn “gegroeid” om “nieuwe waarheid” te zien, terwijl zij regelrecht de dwaling in lopen.

Nogmaals, wat u bewezen hebt kunt u niet ontgroeien. Ik herhaal: Wat u waarlijk bewezen hebt, kunt u niet ontgroeien of er bovenuit groeien!

Zij die valse leer aanvaarden terwijl zij dat bestempelen als “groeien”, bazuinen uit dat zij wat ze nu weggooien nooit echt onderzochten en nooit nauwkeurig bewezen! Eigenlijk zijn zij aan het uitkraaien dat zij God nooit geloofden, en ook niet dhr. Armstrong toen hij nog leefde, inzake 1 Tessalonicenzen 5:21 en Romeinen 12:2.

Hoevelen zouden dit doen als zij hun acties in dit licht zouden zien?

Verbijsterende onwetendheid

Even terloops. Ik sta versteld van de openlijke Bijbelse onwetendheid van velen waarvan ik dacht dat zij reuzen in het geloof waren. De omstandigheden dwongen mij dit waar te nemen. Het leek erop dat sommigen van hen amper in staat waren het boek Matheüs terug te vinden – laat staan valse doctrine te weerstaan.

Geloof me! In vergaderingen zat ik bij evangelisten en senior pastors die bijna Bijbelse ongeletterden leken. Sommigen openden nauwelijks hun Bijbel, voor de zeldzame keer dat zij die meebrachten naar de vergaderingen. Dit zeg ik niet om hen neer te halen, maar om te erkennen wat Christus zei: “Aan hun vruchten zult u hen kennen”.

Wees niet bang om Christus’ uitspraak hier op toe te passen!

Jammer genoeg leerden velen van deze mannen dhr. Armstrong na te praten terwijl zij blijkbaar nooit hun huis op de rots van Christus’ woorden bouwden, zoals onderwezen door dhr. Armstrong. Het is dan niet verwonderlijk dat zo velen faalden in hun verantwoordelijk om Titus 1:9 waar te maken. Het gaat hier over de vereiste kwalificaties om geordineerd te worden in de ministry: “Die vasthoudt aan het getrouwe woord dat naar de leer is, opdat hij machtig zij, beide om te vermanen door de gezonde leer en om de tegensprekers te weerleggen [overtuigen]” – en, zou ik eraan toevoegen, een groot aantal mensen redden van onnodig opgeslokt te worden door compromissen sluitende leiders met een eigen persoonlijke doctrinaire agenda.

Paulus waarschuwde voor “oneerlijke dienaars” die “het Woord van God vervalsen” (2 Kor. 4:2). Omdat zij, zoals hun studenten die hen willen geloven, de liefde der waarheid nooit aangenomen hebben” (2 Tess. 2:10).

God’s ware dienstknechten en dienaars zouden deze praktijken nooit – onder geen enkele omstandigheid – volgen! Zij verdraaien de Schriften nooit voor eigen doeleinden.

Wanneer iemand een juiste opleiding kreeg en voldoende gegrondvest is in de Bijbelse waarheden, is het veelal gemakkelijk de misleidende logica te doorzien, aan de kaak te stellen en de correcte uitleg te geven.

Vraag nu uzelf af: Heeft mijn pastor mij willen beschermen tegen “tegensprekers”? In MYSTERIE DER EEUWEN schreef dhr. Armstrong: “Het is de plicht van Christus’ ware dienaars (en hoe zeldzaam zijn die vandaag) om de verwekte maar nog ongeboren heiligen te beschermen tegen valse doctrines, tegen valse dienaars”.

Dit boek maakt deel uit van mijn verantwoordelijkheid om die plicht te vervullen.

Ik dring er bij u op aan te erkennen dat 2 Petrus 3:18 de leidraad werd – in de realiteit de misleidraad – om valse leer te introduceren. Terwijl iedereen zou moeten begaan zijn met het voortdurend groeien in “de kennis van Jezus Christus”, werd dit vers een excuus om valse doctrine te aanvaarden; een middel om wat duidelijk valse leer is te bestempelen als “groeien”.

Sta daar nu even bij stil, om dit vitale punt niet te missen. Elke dienaar zal u zeker vertellen te hopen dat al zijn preken zijn toehoorders meer kennis hebben bijgebracht – dat de mensen naar huis konden weerkeren bewust van nieuwe aspecten over reeds vaststaande doctrines – dat zij het nooit op dezelfde manier als vroeger bekeken. Bij mij is dat zeker zo. Dat is fundamenteel, en gemakkelijk te zien.

Probeer dit kleine experiment. Wanneer u uw pastor de volgende keer een gewone routinepreek hoort geven, vraag hem dan of er nieuwe doctrine in zat. Hij zal u praktisch altijd antwoorden met “Nee!”. Vraag hem dan of hij hoopt dat de gemeente nieuwe kennis leerde. Hij zal u hoogst waarschijnlijk antwoorden met “Ja!”. Daarna zou u hem op een beleefde manier kunnen vragen of hij wel altijd het verschil weet!

Groeien in kennis was nooit hetzelfde als het veranderen van doctrine – zonder een levende apostel om het proces te leiden. Ik daag ieder lid en iedere dienaar uit om uit te zoeken waar dhr. Armstrong het tegengestelde zei, of waar de Bijbel het anders stelt!

Een kijk in historisch Filadelfia

Het onderwerp Filadelfia zou, zoals Laodicea, niet compleet zijn zonder de oude stad te onderzoeken – deze keer in terugblik. Hoewel geografisch dichtbij, was Filadelfia heel anders om in te leven.

Zoals bij de oude stad Laodicea zijn er ook diverse fascinerende parallellen tussen historisch Filadelfia en de moderne broeders van die era. Zelfs het kortste onderzoek van de stad onthult gelijkenissen waar je niet kunt naast kijken. De geschiedenis geeft een inspirerend plaatje, vol geestelijke betekenis.

De stad werd genoemd naar haar stichter, Attalus Philadelphus II, koning van Pergamum (159-138 v.C.). Koning Attalus kreeg die naam wegens zijn buitengewone liefde voor zijn broer, en wegens zijn loyaliteit en betrouwbaarheid. Deze koning had er geen idee van dat de naam die hij koos zou thuishoren in de geschiedenis van God’s Kerk.

Van steden wordt vaak gezegd dat zij hun eigen “persoonlijkheid” hebben. New York, Los Angeles, Londen, Parijs, Rome, etc. Toen Christus de apostel Johannes inspireerde het boek Openbaring op te tekenen, was de stad Filadelfia ongeveer 250 jaar oud. Daarom was de aard van die stad al stevig gegrond. En toen Christus de trouwe broeders uit de Kerkera van de 20e eeuw daarmee vergeleek, kende Hij de persoonlijkheid van de stad.

Het is interessant op te merken dat Filadelfia wat hoger gelegen was dan de andere zes “era-steden” op dezelfde handels- en postroute. Zij stond boven alle andere omringende steden die dichterbij lagen dan de zes waarnaar de era’s zijn genoemd. Met dit overheersende uitzicht werd zij een machtige versterkte stad.

De vergelijking is hier duidelijk, en ik zag dit met eigen ogen. Moderne geestelijke Filadelfiërs werden een soort “vesting” onder hun broeders – oninneembaar qua vastberadenheid en compromisloosheid. En zij hebben een klaardere kijk op de dingen. Zij zitten in een stad die niet kan verslagen worden. En die, in tegenstelling tot de Laodiceeërs, nog zal bestaan bij Christus’ Wederkomst.

Communicatie, water en bestuur

Terwijl welstellend Laodicea een bankcentrum was, is het interessant dat Filadelfia – wat minder welvarend – werd beschouwd als een vitale communicatieverbinding met omringende steden. Inclusief de steden op de handelsroutes, waar de andere era’s naar vernoemd werden. Deze gelijkenis in “communicatie” tussen hoe Filadelfia was en nog altijd is, spreekt boekdelen!

De ministry van dhr. Armstrong was ongetwijfeld ’s werelds grootste verspreider van “geestelijke communicatie” ooit. Het overblijfsel ervan in de 21e eeuw gaat voort met de productie van een enorme hoeveelheid materiaal in dezelfde geest, zoals op het hoogtepunt van de era. Alleen al de huidige toegankelijkheid van Internet in combinatie met de grote hoeveelheid literatuur, bewijst dit punt.

In tegenstelling tot Laodicea’s aanvoer van lauw water, beschikt Filadelfia over zeer goed water. Door de Meander (of Cogamus) Rivier aan de noordkant, onderaan de hoogte waarop de stad gebouwd was. (Het woord meander in het Engels betekent “ een kronkelend pad volgen”, en daarvan is de naam van deze rivier afgeleid). De heuveltop overschouwde eveneens de wijde vallei van de Hermus Rivier. Niet ver van Filadelfia vloeide de Meander in de Hermus. Beide rivieren bezorgden de stad overvloedig koel, vers water. Het volgende hoofdstuk toont de ongelooflijke gelijkenis tussen de waterbevoorrading in het oude Filadelfia en de toevoer van “water” in de nieuwe era.

In het vierde hoofdstuk vermeldden we dat democratie de algemene bestuursvorm was in Laodicea, waarbij de bevolking de uiteindelijke beslissingsmacht had. Filadelfia verschilde daarin, en werd bestuurd door wat als “keizerlijke cultus” bestempeld werd – een fascinerende parallel met hoe sommigen dhr. Armstrong bekeken! Het is hoogst interessant dat de bevolking liever had dat één man – een welwillende monarch – de stad bestuurde, dan dat er democratie was. Deze regeringsvorm bleef klaarblijkelijk vele tientallen jaren bestaan.

We zullen later een fascinerende parallel zien met de huidige bestuursvorm, hersteld onder de broeders van de moderne era die Filadelfia’s naam dragen. Dit is begrip dat zij niet vergaten.

Een geschiedenis van aardbevingen

Het meest fascinerende deel van Filadelfia’s geschiedenis, is misschien wel dat de stad werd getroffen door een hele reeks aardbevingen. De meeste ervan verwoestten de stad bijna volledig. De ergste gebeurde in het jaar 17 van onze jaartelling. Telkens opnieuw werd de stad herbouwd – wat wees op de generatielange onoverwinnelijke geest van de lokale burgerij. Toch maakten deze aardbevingen het volk behoedzamer, en gingen zij leven aan de buitenkant van de stad. Uit vrees voor bijkomende aardbevingen en naschokken.

Terwijl zelfredzaam Laodicea hulp van Rome weigerde te aanvaarden na de eerste grote aardbeving, waren de Filadelfiërs wel bereid hulp van Keizer Tiberius aan te nemen. Wegens hun geweldige dankbaarheid, gaven zij Filadelfia een nieuwe naam: Neocaesarea, of “Nieuw Caesar”.

De vergelijkingen zijn duidelijk. Moderne Filadelfiërs hebben geleden onder meerdere geestelijke aardbevingen, maar zij gaven het nooit op en gaven er nooit de brui aan. De totale vernietiging van de Wereldwijde Kerk van God als God’s Kerk, is een goede parallel met de aardbeving van het jaar 17. Maar zowel de moderne broeders als de oude stad met die naam doorstonden sindsdien andere aardbevingen.

Het is ook interessant dat de burgerbevolking van de oude stad wegens de veelvuldige aardschokken de stad ontvluchtte bij de minste beving. Dit omdat zij waren afgestemd op de omgeving waar zij voor kozen in te leven.

De befaamde Griekse historicus Strabo zei: “Filadelfia heeft geen betrouwbare omwalling, omdat er dagelijks stukken in de ene of de andere richting van afbrokkelen”. Er wordt gerapporteerd dat hij twijfelde aan de mentale gezondheidstoestand van de lokale bevolking omdat zij voortdurend wilden terugkeren en herbouwen. Er werd ook gerapporteerd dat zij liever wilden wonen in hutten aan de buitenkant van de stad, dan de stad op te geven en elders te gaan wonen. Het is duidelijk dat zij er weinig om gaven de schijn van rijkdom en welvaart op te houden.

Eveneens in tegenstelling tot Laodicea kwam Filadelfia altijd weer overeind na aardbevingen door de eeuwen heen. In feite bestaat de stad Filadelfia tot op vandaag. Al heeft een lange reeks aardbevingen minstens tien steden in de omgeving permanent verwoest.

De historicus Edward Gibbon schreef: “Tussen de Griekse kolonies en kerken van Azië staat Filadelfia nog steeds overeind, als een zuil in een tafereel van puin” (Smith’s Bible Dictionary, p. 509). Het feit dat hij ook verwijst naar het meer (dan Laodicea) significante archeologische overblijfsel van Filadelfia dat overeind staat als een “zuil”, krijgt nog een grotere betekenis.

De versterkte stad die geloof en vrijheid verdedigt

Gibbon vervolgt met een beschrijving van de uitzonderlijke standvastigheid van de stedelingen: “Op enige afstand van de zee, vergeten door de (Griekse) keizer, aan alle kanten omringd door de Turken, verdedigden de strijdlustige inwoners hun religie en vrijheid meer dan tachtig jaar lang”.

Dit is een echte getrouwe parallel met het moderne tijdperk. Naarmate het boek vordert, zal het zelfs nog duidelijker worden dat de moderne Filadelfiërs, zelfs omringd door vijanden zoals vroeger, strijden om vast te houden waarin zij geloven. Zij begrijpen wat het betekent te verdedigen (Filip. 1:17, 27-28) wat zij hebben: hun “religie [geloof] en vrijheid” (Joh. 8:31-32).

Maar religie en vrijheid zijn voor de ware Christen echter één en hetzelfde. Zo definieert Christus vrijheid – wat de kern is van ware religie: “Jezus dan zei…Indien gij in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen; En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrij maken” (Joh. 8:31-32).

Zij die de volledige waarheid van God’s Woord grondig kennen zien dat dit de enige ware weg is om totaal vrij te worden – vrij van onderworpenheid aan Satan, de menselijke natuur, de wereld, verwarring, de straf van de zonde (met haar gevolgen), nodeloos lijden, en zoveel meer.

Een stad met vijf namen

Filadelfia heeft een interessante geschiedenis inzake naamsveranderingen. Meer dan 15 eeuwen bleef ze een Romeinse stad, en viel dan in 1392 in handen van de Turken die ze Allah-Sheher noemden. Of: “Stad van God”. Dat op zich is al interessant, omdat ze nog altijd die naam draagt. En God leidt haar moderne equivalent.

Naast Filadelfia, Neocaesarea en Allah-Sheher werd de naam in de eerste eeuw n.C. ook uitgebreid tot Philadelphia Flavia. En ongeveer tweehonderd jaar later, werd ze ook nog Klein Athene genoemd, wegens de wijdverspreide afgodenverering. De parallel met de WCG is echt fascinerend.

Christus’ belofte in Openbaring 3:12 om de geestelijke Filadelfiërs een nieuwe naam te geven, krijgt een nieuwe betekenis. “En Ik zal op hem schrijven de Naam van Mijn God en de naam van de stad van Mijn God”. Alle Filadelfiërs kunnen een nieuwe naam verwachten die zij voor eeuwig krijgen. Vermits de stad vroeger minstens vier naamsveranderingen moest tolereren (dus in totaal vijf namen), wordt het duidelijk waarom Christus zo’n belofte zou maken!

Een era van pilaren

Gibbon sprak over de hele stad als “een zuil in een tafereel van puin”. Ook dat is interessant, omdat Christus iedere Filadelfiër beschrijft als “een pilaar in de tempel” en dat “hij er niet meer zal uit gaan” (Openb. 3:12). Filadelfiërs moesten vanzelfsprekend meermaals “uit gaan” – of uit de oude stad of uit de moderne organisatie(s) waar zij eens bij waren, om hun leven te redden. Zoals het ook begon met dhr. Armstrong zelf.

Ook een interessant feit is dat er nog altijd zoveel méér ruïnes van het oude Filadelfia overblijven dan van Laodicea. Een ruïne bestaat uit vier robuuste marmeren pilaren die al de aardbevingen overleefden. Zij staan daar als een buitengewoon getuigenis van de kracht en het uithoudingsvermogen van de moderne geestelijke pilaren in Filadelfia.

Dit, gekoppeld aan de verwijzing van Christus om pilaren te worden in God’s Tempel, zijn de redenen waarom het RCG tijdschrift The PILLAR of the Truth wordt genoemd (of kortweg The PILLAR). Dit tijdschrift is bestemd voor Kerkleden, in de geest van het oude Good News. Een interessant punt: Ook daarom hebben wij na rijp beraad besloten een pilaar af te beelden op de linkerzijde van alle boeken voor de splintergroepen (zie de kaft), naast ons zegel waarop de twee enorme zuilen van Salomo’s tempel staan (Jachin betekent “gegrondvest” en Boaz betekent “kracht”).

Hoeveel mensen gaan er uiteindelijk voor kiezen pilaren van God’s weg te worden in een huidige “scène van geestelijke ruïnes”? Een puinhoop, eerst in de WCG en daarna in de splintergroepen. Besef in deze optiek dat de historische stad Filadelfia nooit veel inwoners had. Ondanks haar leeftijd van meer dan eenentwintig eeuwen, zijn er nog altijd niet meer dan 40.000 tot 45.000 inwoners. Maar nog meer verrassend is het feit dat, na meer dan 2.100 jaar klein te zijn gebleven, de bevolking begin 20e eeuw plots verdubbelde (al bleef het aantal dan nog klein).

Commentaar overbodig bij deze vergelijking, zowel met onze tijd als met de opkomst van de Filadelfia era!

Ook een ander element in Gibbon’s citaat moet worden besproken. Blijkbaar werd er met de Filadelfiërs weinig rekening gehouden – “vergeten door de keizer” – en werd er niet zo naar omgekeken. Daarom konden zij meer dan 80 jaar ongestoord hun religie beoefenen. Kan dit een moderne parallel zijn met hoe deze era zal “vergeten” worden door de autoriteiten (en door de meeste Laodiceeërs), tot het voor God tijd wordt om hen te voeren naar de veiligheid – mogelijk omdat deze broeders uiteindelijk worden verjaagd door de regeringen van de landen waarin ze wonen?

We zullen zeker buitengewoon veel geloof en vertrouwen nodig hebben om af te wachten hoe God dit uitwerkt!

Maar voor hen die God’s komende bescherming willen krijgen, is het nog veel belangrijker er voor te zorgen zeker te kwalificeren om beschermd te worden.

Hoofdstuk Acht –
GOD’S GOEDKEURING KRIJGEN

Al hebben de meesten er wellicht nooit zo over nagedacht, de belangrijkste doelstelling van een Christen is die kwaliteiten op te bouwen die hem uiteindelijk God’s goedkeuring geven. Zodat hij de Koninkrijk van God kan erven.

In feite onthult God’s Woord dat er een bepaald geestelijk “zegel van goedkeuring” bestaat, dat elke Christen MOET verkrijgen. Specifieke acties in iemands gedragingen verlenen deze goedkeuring. En vermits God geen aanzien des persoons heeft, zijn er geen uitzonderingen in wat Hij verwacht. Zonder deze acties heeft de Christen, hoe oprecht hij ook is, geen hoop op behoud.

Bedenk dit even. In de context van de komende hongersnood, schadelijke dieren, het zwaard en de pest die modern Israël gaan treffen, zoals voorspeld, schreef Ezechiël het volgende. “Hoewel deze drie mannen, Noach, Daniël en Job, in het midden daarvan waren, zij zouden door hun gerechtigheid alleen hun ziel bevrijden…” (14:14). Vers 16 voegt hier aan toe: “Die drie mannen in het midden daarvan zijnde, zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Here God, zo zij zonen en zo zij dochters bevrijden zouden; zijzelf alleen zouden bevrijd worden”. Verzen 17-21 herhalen bijna woordelijk wat voorafging om er de klemtoon op te leggen. Voor wie dergelijke recht-voor-de-raap waarschuwingen nog altijd ter harte nemen, zo vaak geciteerd in het verleden, is het om kippenvel van te krijgen.

God’s instructie was altijd “uw eigen zaligheid te bewerken” (Filip. 2:12). De meeste mensen zijn vertrouwd met dit Schriftgedeelte, maar weinigen schijnen dit nog langer persoonlijk op te vatten zoals God’s bedoeling is. Dat zou voor velen beter veranderen – en vlug ook!

Een schokkend onderzoek

Sinds ik in de ministry kwam, heb ik rechtstreeks gewerkt met meer dan 10.000 broeders. Daardoor kon ik de geestelijke temperatuur van God’s volk enorm goed waarnemen en begrijpen. Laat me hier een casestudy geven om over na te denken.

In al mijn ambtsperiodes, te beginnen in de 70-er jaren, vroeg ik broeders anoniem te antwoorden op vijf heel eenvoudige vragen (op briefkaartformaat) over hoe dikwijls zij baden, Bijbelstudie deden, vastten.

De antwoorden waren altijd verbijsterend – eerder schrikbarend! De reacties waren altijd hetzelfde. Ongeveer 20% stuurde de kaart niet terug, waarschijnlijk omdat hun antwoorden niet goed waren. (Sommigen in deze categorie waren zelfs verontwaardigd dat hen dit gevraagd werd). Verbazend genoeg was er een andere 20% die toegaf nul te scoren in alle categorieën. Toch was er nog een andere 20% die 5-10 minuten per dag bad en Bijbelstudie deed – op dagen dat het geen nul was! Een vierde 20% bad over het algemeen voldoende, maar deed dan weer onvoldoende Bijbelstudie, en vastte zelden tussen twee Verzoendagen in. Die laatste 20% (merkwaardig genoeg ongeveer het aantal overlevenden van de grote afval) baden en studeerden bijna 30 minuten op de meeste dagen. Amper 2 of 3% van de totale groep behaalde of overschreed dit aantal elke dag in beide categorieën, en vastte op regelmatige basis.

Is het dan te verwonderen dat 80% van de WCG de grote afval niet overleefde? Ik wist al op het eind van de 70-er en het begin van de 80-er jaren – na de liberale periode – dat de meesten nooit hun ijver herwonnen die zij mogelijk eens hadden. En dat de meesten in de Kerk stevenden naar een groot probleem! Al kon ik het me beslist niet voorstellen hoe erg het probleem zou worden, toch constateerde ik een verontrustende afwezigheid van de meest elementaire christelijke werktuigen. Werktuigen nodig voor enige vorm van geestelijke groei.

In dezelfde periode begon ik ook te letten op wat ik toen bestempelde als “The Disappearance of Self-examination” (Het verdwijnen van zelfonderzoek). Op de website vindt u daarover een gelijknamige preek waarin de condities meer in detail beschreven worden.

Dat alles vormt de achtergrond voor het onderzoek van fascinerende begrippen die iedere levende persoon met God’s Geest uiteindelijk moet kunnen leren en aanpakken. Zij die begrijpen wat we gaan bespreken zullen ontdekken dat dit de enige uitweg is uit de donkere tunnel van blindheid, naar het geestelijke licht aan het eind van de tunnel.

In dit hoofdstuk gaan we de uitweg stap voor stap bewandelen – Schriftgedeelte na Schriftgedeelte. Zodat u uw uitweg uit blindheid volkomen begrijpt, en zult leren wat Christus bedoelde toen Hij zei “Zalf uw ogen…opdat gij zien moogt”.

Begrijp dit. Het belang van dit hoofdstuk kan niet genoeg benadrukt worden. Geen enkele van de beschreven stappen mag worden overgeslagen. Moge God u helpen het ontzaglijke belang te begrijpen van wat u nu aan het leren bent!

God’s Woord is een lamp

Spreuken 6:23 zegt: “Want het gebod is een lamp, en de wet is een licht”. Het Hebreeuwse woord voor “wet” is torah wat letterlijk betekent “ervoor te zorgen het licht te zien”. We zijn allemaal vertrouwd met de zin “het licht zien”, maar waarschijnlijk weten slechts heel weinig mensen dat dit rechtstreeks is afgeleid van het woord “wet”.

De Psalmen zetten deze stelling kracht bij in 119:105: “Uw woord is een lamp onder mijn voet, en een licht voor mijn pad”. Samengevoegd is er geen misverstand over hoe God exact bedoelt dat Zijn Woord moet inwerken in ons leven.

Een Schriftgedeelte uit het Nieuw Testament gaat nog verder met die vergelijking. Maar daar wordt op een andere wijze gezegd wat God’s Woord is, iets waar we al in een ander hoofdstuk naar verwezen. “Uw woord is de waarheid” (Johannes 17:17). Als we dit samenvoegen wordt onthuld dat God’s Woord – de Bijbel – een lamp of een licht moet zijn, identiek gedefinieerd als de waarheid. Vooraleer verder te lezen, dring ik erop aan dat u er even bij stilstaat wat u zopas gelezen hebt.

Het enige wat blinde mensen niet zien is licht van welk type ook. Hun wereld is pikzwart!

Johannes vermeldt bijkomend belangrijk inzicht in de natuurlijke geneigdheid van de menselijke aard in elke persoon om duisternis te verkiezen boven licht, en ook over het waarom ervan. Lees aandachtig – en geloof – het volgende vers:

“En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos. Want een ieder die kwaad doet, haat het licht en komt tot het licht niet, opdat zijn werken niet bestraft worden. Maar die de waarheid doet, komt tot het licht, opdat zijn werken openbaar worden, dat zij in God gedaan zijn” (3:19-21).

Diverse punten springen naar voor in deze passage. Herinner u ten eerste dat we praten over hen die zowel de waarheid naleven als ervan houden. Beide zijn essentieel. Merk op dat de bovenstaande passage spreekt over wie de “waarheid doet”. En herinner u ook dat iedereen die “gezalfd” is met God’s “Geest van waarheid” zichzelf voortdurend “reinig” (1 Joh. 3:3). En U, “ziet u het licht” hier?

Dit proces beschrijft de persoon die regelmatig “naar het licht” komt – “het woord der waarheid” – zodat hij zijn “daden” kan onderzoeken, om in staat te zijn na te gaan of ze “in God gedaan zijn”. Met andere woorden, gedraagt hij zich als een Christen? Is zijn leven vol van God’s Geest en ware doctrine – vooral dan in verband met het rein worden? Weerspiegelt zijn leven Christus’ gedrag? Groeit hij in karakter? Alleen intensieve studie van God’s Woord brengt dit aan het licht.

Het is hoogst interessant dat God bij de Dagen van Ongezuurde Broden de Christenen aanraadt zuurdesem “uit te zuiveren” vooraleer “ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid” te eten (1 Kor. 5:7-8). U begint te zien dat er veel meer in zit dan oppervlakkig lijkt, en dat heeft specifiek te maken met “zalf uw ogen”.

Het Griekse woord voor “oprechtheid” is fascinerend. Het betekent “onderzoeken in het licht van de zon en zuiver bevonden worden”. Het is hoogst interessant dat God oprechtheid in die betekenis koppelt aan waarheid, en dat daar uitzuiveren bij komt kijken (het proces om te reinigen). Hoe dit gebeurt, gaat vlug duidelijk worden.

Vervolgens, terug in Johannes 3. Het woord vertaald als “bestraft worden” zou beter vertaald zijn met “ontdekt worden”. In vele Bijbelmarges wordt dat zo vermeld. Laten we dit duidelijk stellen zodat niemand het mis kan verstaan. De meeste mensen gaan niet naar het licht van God’s Woord omdat zij niet willen dat hun gedrag ontdekt wordt – blootgesteld! – voor wat het werkelijk is! Ze blijven liever in het donker, niet in staat om te zien waar zij naartoe gaan. Eerder dan toe te geven dat zij hun leven moeten veranderen.

En als zij dan ook niet leven naar de waarheid, draagt dat bij tot hun naaktheid. Er zijn natuurlijk mensen die ontdekken, zij het dan gedeeltelijk, dat hun gedrag te wensen overlaat. Zij proberen dit gedrag dan weg te houden van het licht. Vanzelfsprekend is niet iedereen er trots op naakt rond te lopen in het openbaar. Spijtig genoeg vinden zij het gemakkelijker het licht uit te doen (God’s Woord uit de weg gaan) dan kleren aan te trekken!

Zou u dat kunnen zijn? Ga dit nauwkeurig na, en blijf dat doen terwijl u verder leest. Erken eerlijk de krachtige zuigkracht in uzelf; geef oprecht toe dat u van nature niet verschilt van gelijk wie.

Er is nog veel meer dat moet begrepen worden. Laten we opletten hoe het volledige – echt fascinerende – plaatje langzaam zichtbaar wordt!

Wassen om rein te worden

In de Psalmen vermeldt David nog een ander vitaal element dat het reinigingsproces behoort bij te brengen. Na zijn zonde met Batseba en de daarop volgende samenzwering om Uriah te vermoorden, begint hij Psalm 51 met nederig God’s genade te vragen.

In vers 4 roept hij uit tot God: “Was mij van mijn ongerechtigheid en reinig mij van mijn zonde”. Vers 9 introduceert een bijkomend element: “Ontzondig mij met hysop [een oud kruidenmiddel om te reinigen], en ik zal rein zijn; was mij, en ik zal witter zijn dan sneeuw”.

Tenslotte vraagt hij: “Schep mij een rein hart, o God! En vernieuw in het binnenste van mij een vaste geest…en neem Uw Heilige Geest niet van mij” (verzen 12-13).

Omdat hij in zo’n erbarmelijke geestelijke conditie verkeerde, als gevolg van zijn zware zonde, was God’s Geest in David aan het tanen. En hij wist dat hij die riskeerde te verliezen. Hij wist dat God het weinige dat er nog van overbleef ook nog zou kunnen wegnemen, als hij zich niet bekeerde. Iedere bekeerde persoon zou daar nota van moeten nemen. Als dat kon gebeuren bij David – en we zullen later zien dat Paulus dezelfde bekommernis had over zichzelf – dan kan dat ook bij u gebeuren!

Deze verzen verbinden reinigen en wassen met zuiveren – onszelf uitzuiveren met God’s hulp. Maar hoe zegt God dit te doen?

In Efeze 5 beschrijft Paulus hoe echtgenoten van hun vrouw moeten houden: “Zoals Christus ook de Kerk liefgehad heeft” (vers 25). Vers 26 spreekt dan van de uiteindelijke bedoeling: “Opdat Hij haar heiligen zou [God’s Woord van waarheid heiligt ons – Joh. 17:17], haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord [het Woord der waarheid]”.

De Williams vertaling geeft dit beter weer: “…haar reinigende door Zijn Woord, als geïllustreerd door het waterbad”.

Deze passage voert het element van corrigerende Bijbelstudie rechtstreeks naar het proces van ontzondiging, wassing, reiniging en heiliging – de kern van wat elke Christen in praktijk moet brengen!

Is het dan te verwonderen dat Jezus vlak voor Zijn verraad en kruisiging tot Zijn discipelen zei: “Gij zijt nu rein om het woord dat Ik tot u gesproken heb” (Joh. 15:3)? Nu zou dit vers in zijn ware betekenis tot leven moeten komen.

Maar er is nog veel meer te begrijpen!

Correctie en waarheid

In 2 Timotheüs 3:16, geprangd in een lange passage over voortgaan in de gezonde leer, legt Paulus uit dat één van de bedoelingen van Bijbelstudie “correctie” is. Dit is de vertaling van het Griekse epanorthosis, wat “opnieuw rechtmaken, rectificatie, correctie” betekent.

De wortel van dit woord wordt gebruikt in de geneeskunde. Zoals orthopedie – dokters die werken met het beendergestel, tussenweefsels (ligamenten, pezen, kraakbeen, enz.) en de algemene lichaamsstructuur. Dat is afgeleid van het Griekse woord omdat zij het verband begrijpen met een juiste uitlijning en de functies van het skelet. Deze dokters zijn bedreven in het herkennen en aanpakken van gestalteproblemen – als iemand niet langer fysiek recht is. Zij begrijpen dat er vaak chirurgische ingrepen nodig zijn om het probleem te “corrigeren”, soms erg ingrijpende ingrepen.

Het zou duidelijk moeten worden dat Laodiceeërs inderdaad ingrijpende ingrepen nodig hebben, die Christus wil uitvoeren – als zij naar Hem toekomen en hun deel deden in de voorbereiding.

Jeremia 5:3 en 7:28 koppelen het aanvaarden of verwerpen van correctie aan het voortbrengen van waarheid in iemands leven. Neem de tijd om deze verzen aandachtig te lezen.

“Toon uzelf beproefd”

Wij zijn nu klaar om een cruciaal Schriftgedeelte te onderzoeken, waarmee iedereen die God’s correctie wil veel dichter bij het licht en het volledige gezichtsvermogen kan komen aan het eind van de tunnel. Waarschijnlijk maakte dit Schriftgedeelte ooit deel uit van het Bijbelse vocabularium van vrijwel alle leden van God’s Kerk, en is het een van de belangrijkste passages in dit boek vermeld!

Paulus schreef aan Timotheüs: “Benaarstig u om uzelf Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt” (2 Tim. 2:15).

Drie gewichtige punten die met elkaar in verband staan springen in het oog, in dit ene Schriftgedeelte. En elk punt is heel diepgaand.

(1) Bijbelstudie (“Benaarstig u” – in het Engels staat “Study”) op de juiste wijze gedaan, leidt naar “Gode beproefd. (2) Zij die dit doen, hoeven niet “beschaamd” te zijn. (3) Zij moeten het “Woord der waarheid recht snijden”.

Deze passage zit barstensvol betekenis. Ten eerste is het Griekse woord voor “beproefd” dokimos. De betekenis is fascinerend, en ontzettend belangrijker dan de meesten (zelfs van de weinigen die het kennen) beseften. Het is het centrale venster op wat Christus bedoelt met “zalf uw ogen”. Dokimos betekent letterlijk “aan de test onderwerpen door beproeving om waarheid en echtheid voort te brengen, zonder vermenging”. Dit woord heeft een krachtige betekenis en het verbindt eens te meer waarheid en zuiverheid, deze keer bij wijze van een soort intensieve Bijbelstudie – het soort dat het “Woord der waarheid recht snijdt”.

Dit proces is de sleutel om door God goedgekeurd te worden. Natuurlijk zullen zij die de Bijbel wel bestuderen maar het Woord der waarheid niet recht kunnen snijden of zij die helemaal geen Bijbelstudie doen, niet door God worden goedgekeurd – en zij zullen beschaamd staan!

Ziet u het verband met Openbaring 3:18 – “goud kopen, beproefd komende uit het vuur”? Vanaf nu zou het niet meer mogen mis verstaan worden. Denk eraan dat Christus tot de Laodiceeërs zei dat zij beschaamd zouden moeten zijn omdat zij naakt zijn. Hoe zijn zij naakt? Herinner u dat zij hun schaamdelen – hun “lendenen” – niet hebben “omgord met de waarheid” (Ef. 6:14). De Geest der waarheid leidt ons in het “recht snijden” van God’s Woord der waarheid.

We gaan begrijpen dat 2 Timotheüs 2:15 aantoont dat, wanneer u de Bijbel bestudeert, dit een beproeving moet zijn – en dat betekent een felle beproeving indien correct gedaan. Dit is de boodschap. U zou uzelf moeten onderwerpen aan een test, met waarheid en echtheid (zuiverheid, oprechtheid) als eindresultaat – onvermengd goud.

Geen wonder dat Christus in de Bergrede onderwees: “Zalig de reinen van hart; want zij zullen God zien” (Math. 5:8). Dit is opwindend inzicht, en ik hoop dat de helderheid ervan u inspireert! Het verband tussen zuiverheid en het vermogen om God te zien, zou nu onmiskenbaar duidelijk moeten zijn. Ook het verband met het altijd nastreven van de waarheid. Snap dat de Laodiceeërs God niet kunnen zien, ook niet hoe en waar Hij werkzaam is.

Maar er is nog meer!

De sleutel zit in “dokimos”

Gaan we nu even terug naar de Dagen der Ongezuurde Broden, en ons deze keer toespitsen op wat altijd moet gedaan worden vóór het Pascha. 1 Korinthe 11 vermeldt twee uitspraken die duidelijker belichten hoe we dokimos in ons leven moeten toepassen.

Vooraleer Christenen mogen deelnemen aan het Pascha, instrueert Paulus: “Maar de mens beproeve zichzelf…” (vers 28) zodat hij niet “onwaardig” eet. Het Griekse woord voor “beproeve” hier is dokimazo, met dezelfde wortel als dokimos. Dit toont aan dat God een veel intensiever pre-Pascha onderzoek verwacht dan de meesten zich ooit realiseerden. Dit betekent ook dat iemand die dergelijke zelfonderzoek niet doet, zelfs niet eens door God wordt goedgekeurd om het Pascha te houden.

Dit onderzoek is van vitaal belang! Wist u dat?

Iets anders is ook van belang eerder in dit hoofdstuk, waar Paulus al eens het woord dokimos gebruikte. Het is rechtstreeks verbonden met het onderscheiden van waarheid versus ketterij – ware van valse doctrines. Noteer: “Zo hoor ik dat er scheuringen onder u zijn…Want er zijn ook ketterijen onder u” – WAAROM? – “opdat zij die oprecht [dokimos, goedgekeurd] zijn, openbaar [duidelijk] mogen worden onder u” (verzen 18-19).

Denk daar nu diep over na. Mensen worden door valse doctrines meegesleept, klaarblijkelijk omdat zij “het woord der waarheid” niet bestudeerden en niet “recht sneden” zoals zij hadden moeten doen (en ook omdat de hoeveelheid van God’s Geest in hen afnam). Terwijl zij die dit wèl doen onmiddellijk herkend worden [“openbaar”] voor wat zij zijn – “beproefd door God”.

Waarom? Omdat zij niet worden meegesleept door ketterijen. Zij kunnen WEERSTAND bieden omdat zij zuiver in de waarheid zijn, en dit impliceert noodzakelijkerwijs een overvloed van de kracht van de Geest der waarheid. Zij kunnen de “schaamte” voorkomen om met “afgezakte broek” (naakt) te staan zoals zij die werden meegesleurd door dwaling en hun kleren verloren.

SNAP DIT!

Intensieve, corrigerende Bijbelstudie, het aanroepen van God om u te wassen en te reinigen, zijn veel belangrijker dan de huidige blinden willen geloven! Laten we dat goed onder ogen zien. De meeste broeders hebben nooit veel Bijbelstudie gedaan, en doen het nog altijd niet – laat staan intensief. Zij laten toe dat de “zorgen van de wereld” (Math. 13:22) dagelijks hun tijd stelen. IJverige, diepgaande dokimos Bijbelstudie is noodzakelijk om terug te keren naar de ware doctrine.

Wilt u daar tijd voor vrijmaken?

Twee onderzoeksniveaus vereist

In 2 Korinthe 13:5 schrijft Paulus: “Onderzoekt uzelf of gij in het geloof zijt, beproeft uzelf. Of kent gij uzelf niet, dat Jezus Christus in u is? Tenzij dat gij enigszins verwerpelijk zijt”. We gaan elk sleutelwoord bestuderen.

Eerst richten we ons op de betekenis van “verwerpelijk”. Begrijp dat dit een centraal gegeven is omdat dit het ergste bijproduct is van het negeren of verkeerd toepassen van dit vers. Laten we er alle mysterie van wegnemen. Het Griekse woord voor verwerpelijk is adokimos – en het betekent gewoon “niet beproefd”. Vanzelfsprekend is niet beproefd het tegenovergeteld van beproefd.

Nu naar meer inzicht. Dit vers beschrijft eigenlijk twee verschillende niveaus van zelfonderzoek. Het ene wordt samengevat in “onderzoek”, het andere in “beproeven”. Het is heel interessant dit te begrijpen.

Hoewel dokimazo in dit vers staat, is het verrassend genoeg niet vertaald door “onderzoek” wat komt van het Griekse woord peirazo. En peirazo betekent echter “testen, streven, kritisch bekijken”. Dit is een minder intensief persoonlijk onderzoek dat sommigen bereid zijn om te doen. Natuurlijk zijn er velen die dit zelfs niet willen doen. Maar zij die dit wel doen, moeten beseffen dat deze passage aantoont dat peirazo eerder het beginpunt is voor een juist en grondig onderzoek – het startpunt om te bepalen of iemand “in het geloof” is.

Interessant is, dat het woord dokimazo hier vertaald wordt met “beproeven”. Het volstaat niet dat een Christen zich alleen maar (kritisch) onderzoekt. Hij moet ook doorgaan naar een vuriger niveau van intensief onderzoek, om een “bewijs, beproefdheid” te krijgen van zijn bekering, karakter, zuiverheid en waarheid!

Begrijp dit! Dit vers draagt God’s volk op beide soorten onderzoek te verrichten, en hier is het punt: Zij die dit niet willen doen, kunnen niet onderscheiden of zijn Christenen zijn; of “Christus [de Geest der waarheid] in u is” ofwel of zij “verwerpelijk” zijn – niet goedgekeurd!

Dit is een echt erbarmelijke conditie voor wie erin vervalt.

Begint u nu te zien waarom de helft van de Laodiceeërs geestelijk zo ver zijn gegaan dat zij uiteindelijk helemaal afvallen? Dit probleem wordt nu duidelijker.

Let nu op de bredere context in 2 Korinthe 13, waarin vers 8 het proces afsluit met ofwel “tegen de waarheid” ofwel “voor de waarheid” te zijn. (Noteer dat dokimos – “goedgekeurd” ook staat in vers 7).

Wordt uw denken verruimd? Ziet u hier de vitale rol van God’s waarheid? Sta er geregeld lang genoeg bij stil om sleutelwoorden en zinnen te overdenken.

In de context van hoofdstuk 13 wordt besproken hoe sommigen in Korinthe Paulus uitdaagden; zich eigenlijk afvroegen of hij echt wel “goedgekeurd” was (verzen 6-7). In deze optiek is het belangrijk te noteren dat Paulus de Korinthiërs vijf hoofdstukken eerder (8:8) had gezegd “de oprechtheid van uw [hun] liefde te beproeven” – niet die van hemzelf. Ook in deze passage wordt dokimos (“beproefd”) verbonden met oprechtheid – en liefde (de vervulling van God’s Wet, Zijn licht).

Nochtans komt er nu een interessante passage aan het licht over Paulus – en uiteindelijk over ons. In zijn eerste brief aan de Korinthiërs had Paulus zijn bezorgdheid geuit dat zelfs hij een “verworpene” kon worden, en behoud verliezen. Hij schreef: “Ik loop dan alzo, niet als op het onzekere; ik kamp alzo, niet als de lucht slaande. Maar ik bedwing mijn lichaam en breng het tot dienstbaarheid, opdat ik niet enigszins, daar ik anderen gepredikt heb, zelf verwerpelijk worde” (9:26-27).

Het Griekse woord voor “verwerpelijk” is adokimos. Zoals David in Psalm 51 is Paulus zelf ook bezorgd over zijn eigen geestelijke conditie, waarover hij waakte. Zelfs als apostel kon hij in God’s ogen niet beproefd zijn.

Dit punt zou nu duidelijk moeten zijn – en u moeten treffen met de impact van een volgeladen 50-tonner. Als het zelfs voor apostelen en bekeerde koningen nodig is bekommerd te zijn om hun goedkeuring door God, hoe staat het dan met u? Gaat u dan nonchalant en onverschillig staan over wat PAULUS schrijft “ik bedwing mijn lichaam” om dat te voorkomen? En over het feit dat David het uitriep tot God?

Wat de meesten nooit deden

Erken dit. Er zijn twee en slechts twee categorieën van mensen op de planeet aarde – de dokimos en de adokimos – de GOEDGEKEURDEN en de NIET-GOEDGEKEURDEN!

Dit maakt het allemaal gemakkelijk verstaanbaar waarom Paulus ook aan de meeste andere gemeenten schreef “dokimos” toe te passen in hun bekering. Hij adviseerde de Galaten als volgt: “Maar een ieder beproeve [dokimos] zijn eigen werk” (6:4). Paulus maakte geen uitzonderingen: “Een IEDER” zou dat moeten doen.

Hij raadde dat ook de Tessalonicenzen aan. Herinner u hoe we zagen dat de meesten in de Kerk nooit de tijd namen om “alle dingen te beproeven” en daarom ook niet in staat waren “om het goede te behouden” (1 Tess. 5:21).

U hebt het goed geraden! Het woord “beproeven” is hier ook dokimazo. Dat zou u moeten raken met de kracht van een bliksemschicht vergezeld van het lawaai van een bomontploffing!

Hoeveel mensen, denkt u, hebben God’s waarheid bij het begin van hun roeping bewezen op dit niveau van vurige Bijbelstudie? Beslist niet zo veel! Geen wonder dat er zovele tienduizenden afvielen. Op z’n best schijnen een paar tienduizenden peirazo te hebben toegepast, terwijl slechts een klein aantal ooit dokimos toepasten. Pauzeer en herlees de laatste zin alvorens verder te gaan.

Ik wil er nu even een persoonlijke kanttekening aan toevoegen. Juist dit soort Bijbelstudie zette in mijn denken al mijn inzicht kracht bij, inzicht in dit boek beschreven. Bovendien herschreef ik alle literatuur van dhr. Armstrong in amper 4 ½ jaar (al had hij 52 jaar tijd om het allemaal te schrijven) – al bijeen eigenlijk meer dan tweemaal zoveel. En dit was waarschijnlijk een van de meest intensieve processen ooit ondernomen om de waarheid te herbestuderen, althans over zo’n korte termijn. Dit zeg ik niet om op te scheppen. Maar eerder om proberen te verklaren waartoe ik gedwongen werd te doen, omdat er geen enkele andere dienaar naar me gezonden werd om me daarbij te helpen. In de andere zin duurde dit inspannende streven – deze “dokimos ervaring” – eigenlijk méér dan tien jaar, vanaf het moment dat ik in 1993 werd buitengezwierd uit de WCG. Ik zal nooit vergeten hoe waardevol dat was!

U kunt hetzelfde doen. Het is niet te laat om te beginnen graven en nu te beproeven wat u eerder had moeten bewijzen. Maar u moet bewust beslissen dit te doen.

Ik kan het niet duidelijker stellen. Ik ben letterlijk bezig het in uw oren uit te schreeuwen met al mijn kracht – omdat het nu nog niet te laat is om dit te doen. Er blijft nog een beetje tijd over vóór de Grote Verdrukking, wanneer het te laat zal zijn om het tweede type vuur te ontlopen dat een liefdevolle God achter de hand hield. Voor wie geen “oren om te horen” en “ogen om te zien” hebben om te doen wat Hij hen NU opdraagt te doen.

De RCG reproduceerde de totaliteit van God’s herstelde waarheid in schrift. Als u dhr. Armstrong’s boeken, boekjes, artikelen en andere literatuur met de waarheid niet langer bezit om u te helpen het bovenstaande te doen, gebruik dan de onze die gratis beschikbaar zijn op onze website. (Velen gooiden de literatuur van dhr. Armstrong weg in het begin van de 90-er jaren, toen Pasadena hen dit opdroeg). Wij stellen er prijs op u behulpzaam te zijn in uw inspanning, en hopen dat iedereen die bijkomende hulp nodig heeft om die doelstelling te bereiken het ons gewoon vraagt.

Bij wijze van referentiematerieel verwijzen wij nu naar ons uitgebreid boek There Came a FALLING AWAY, waarin 280 doctrinaire veranderingen gedetailleerd beschreven staan.

Dichter bij God komen

Jakobus schreef: “En weest daders van het Woord en niet alleen hoorders, uzelf met valse overleggingen bedriegende” (1:22). Hij ging verder met de “alleen hoorders” te vergelijken met hen die in een spiegel kijken om hun geestelijke problemen effectief te identificeren, maar hun bevindingen dan onmiddellijk negeren. Zij worden de “vergeetachtige hoorders” genoemd. Vers 25 beschrijft hen die “kijken in de volmaakte wet, die der vrijheid” en die volgen in actie.

Dit brengt ons bij Hebreeën 10, waar er verder wordt op ingegaan hoe actie te ondernemen: “Zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid van het geloof, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water” (vers 22).

Alleen God kan onze zonden vergeven en ons helpen Zijn Bijbels “rein water” goed te gebruiken “om ons lichaam te wassen”. Noteer dat het vers begint met “Laat ons toegaan…”. Dit betekent dat wij dichter bij God komen door Zijn Woord te bestuderen en door vurig gebed. Het is geen toeval dat het volgende vers instrueert: “Laat ons dan de onwankelbare belijdenis van de hoop vasthouden; (want Die het beloofde is getouw)”. En dit wordt drie verzen later gevolgd met: “Want zo wij willens zondigen nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden. Maar een schrikkelijke verwachting des oordeels, en hitte des vuurs dat de tegenstanders zal verslinden” (verzen 23, 26-27).

Begrijp dit niet verkeerd! Voor God is dit alles uitermate ernstig! Hij is verontwaardigd als mensen Zijn geopenbaarde waarheid met de voeten treden, en Hij beschouwt hen die deze waarheid zo lichtzinnig opvatten als Zijn tegenstanders. Alle broeders en dienaars – en Paulus’ waarschuwing is gericht tot allen met God’s Geest in de eindtijd (vers 25) – zouden moeten vrezen en beven bij dergelijke angstaanjagende gedachte!

Moge God iedereen die dit leest helpen om vast te houden aan elk onderdeel van de waarheid, en Zijn brandende toorn ontlopen!

Gaan we nu terug naar Jakobus’ brief, waar u een buitengewone Bijbelse belofte in aantreft. Die belofte wordt ingeleid met “God weerstaat de hovaardigen, maar de nederigen geeft Hij genade. Zo onderwerpt u dan aan God…” (4:6-7). De vitale sleutel die de weg klaarmaakt om terug te keren naar de nabijheid van God is, nogmaals beschouwd, nederigheid. Dit omdat hoogmoed God’s weerstand opwekt. Het wordt duidelijker dat het aantrekken van nederigheidskleding, waar al eerder naar verwezen werd, zelfs nog belangrijker wordt in het herstelproces.

Wat de belofte betreft: “Nadert tot God, en Hij zal tot u naderen. Reinigt de handen, gij zondaars, en zuivert de harten, gij dubbelhartigen!” (vers 8).

Mis dit niet. Wanneer wij “naderen tot God” belooft Hij hetzelfde te doen naar ons toe – altijd. Hij verbond Zich ertoe – ALS wij ook onszelf “reinigen” van zonden (en wij zagen dat Hij ons er zelfs mee helpt), wat zoals we nu begrijpen gebeurt door uiterst intensieve Bijbelstudie waarbij het woord der waarheid recht wordt gesneden – maar ook geleid door de hernieuwde en toegenomen Heilige Geest die in onze geest werkzaam is. Vers 9 voegt er aan toe: “Gedraagt u als ellendigen [dit betekent: vasten!] en treurt en weent; uw lachen worde veranderd in treuren en uw blijdschap in bedroefdheid” wanneer de omstandigheden dit vereisen. In feite worden de meeste Christenen op het einde van het tijdperk uitgerekend met deze omstandigheden geconfronteerd!

Stel uzelf de vraag: Hoe vaak hebt u zich genoeg zorgen gemaakt over uw conditie om te vasten met als enige doel te ontdekken of u zonder het te weten een Laodiceeër werd?

Straks zullen we een fascinerend verband zien tussen dokimos en het veel dichtere contact met God dat daaruit resulteert.

Ermee beginnen

Er wordt gezegd: “De reis van duizend mijl begint met een enkele stap”. Waar begint die reis? Het antwoord is eerlijk toe te geven waar u vandaag staat.

Spreuken 16:2 stelt: “Alle wegen van de man zijn zuiver in zijn ogen: maar de Here weegt de geesten [houdingen]”. Aanvaard dit Schriftgedeelte voor wat het zegt. Alle mensen zijn van nature geboren met de overtuiging dat alles wat zij doen “zuiver” is. Spreuken 21:2 herhaalt hetzelfde, behalve dan dat het woord “recht” in plaats van “zuiver” wordt gebruikt. De betekenis is in beide verzen identiek. (Spreuken 12:15 koppelt dit denken specifiek aan dwaasheid).

De natuurlijke menselijke benadering – ook de uwe – staat ver van David’s vraag dat God hem “wast”, “reinigt” en “ontzondigt” (Ps. 51).

Dit is de keuzemogelijkheid: Verklaar uzelf “rein en recht in uw eigen ogen”, of vraag God die de houdingen weegt, u te reinigen en u echt recht te maken.

Vermits het doel erin bestaat “goedgekeurd door God” te worden en niet “goedgekeurd door onszelf”, moeten we naar God toe gaan. Correctie zoeken vanuit Zijn geïnspireerd Woord. Zodat wij teruggebracht worden naar waarheid en zuiverheid. Het proces begint, wordt in gang gezet, wanneer we toegeven dat we niet “rein” zijn voor God.

En nu vraag ik u opnieuw: Bent u in staat om het meest essentiële element van nederigheid te zien als het allereerste kledingstuk om “aan te trekken” om uw doel te bereiken?

Nog een ander belangrijk Schriftgedeelte, het laatste dat dokimos gebruikt, heeft rechtstreeks te maken met hoe sommigen zichzelf goedkeuren – hoewel zij God’s goedkeuring zouden moeten nastreven. (Zoals reeds aangehaald in het begin van dit boek).

Let eens te meer op de standaard: “Want niet die zichzelf prijst, maar die de Here prijst, die is beproefd [dokimos]” (2 Kor. 10:18). Het woord “prijst” <in het Engels “commends”> betekent letterlijk “dichtbij staan, samen gezet”. Dat is juist. God staat echt “dichtbij”, is “samen gezet”, met hen die HIJ goedkeurt! Herinner u dat dit het is wat Christus beloofde te doen: “Samen [zitten]” met al wie Hem in huis toelieten voor advies (Openb. 3:20).

Hoe wonderbaarlijk is het te ervaren hoe God’s “levende” Woord (Hebr. 4:12) ineen past als een gigantische puzzel die een magnifiek tafereel toont, enkel helder wanneer alle stukjes op hun plaats zijn!

Begrijp niet verkeerd wat u zopas las. God’s goedkeuring telt, en alléén de Zijne. U kunt geen zelfmisleidende spelletjes spelen, en uzelf goedgekeurd bevinden door dat gewoon te beweren. U moet bereid zijn door vuur heen te gaan – òf nu òf later – op naar de zuiverheid en waarheid die God verlangt!

Drie Vuren: kies er een

1 Korinthe 3 pakt uit met een van de grootste puzzelstukjes, volstrekt onafscheidelijk verbonden met het proces dat we hier leren. U moet begrijpen hoe God karakter bouwt, en hoe Hij mensen leidt naar zuiverheid en waarheid. Denk er aan dat studie met het oog op correctie – doctrinair of anders – altijd een brandende beproeving is.

De passage begint met het introduceren van verschillende soorten karakters die de mensen bouwen: “En indien iemand op dit fundament bouwt: goud, zilver, kostbare stenen, hout, hooi, stoppels…” (vers 12). Drie van deze materialen – gelijkend op karakter – doorstaan en worden eigenlijk gezuiverd door vuur, terwijl de andere drie erdoor worden verteerd.

Merk op dat God letterlijk zegt “de metalen” (of edelstenen) van het karakter van ieder mens te testen. “Een ieders werk zal openbaar [duidelijk] worden; want de dag zal het verklaren, daar het door vuur geopenbaard wordt; en hoedanig ieders werk is, zal het vuur beproeven” (vers 13).

De christelijke ontwikkeling impliceert “gloeiende beproevingen”. (1 Petrus 4:12 stelt dit). In zekere zin onthult 1 Korinthe 3 dat de hele christelijke ervaring één lange “beproeving door vuur” is, wat zoals we zagen niet te scheiden is van dokimos voortdurend in praktijk brengen. Bedenk dat dit het soort beproeving is dat “waarheid en echtheid voortbrengt – zonder vermenging”. De enige manier om vermenging te verwijderen (valse leer en verkeerd of vals gedrag) te verwijderen, vermenging met onzuivere metalen – niet het ware materiaal – gebeurt in extreme hitte in een oven van vuur! Die onzuiverheden moeten weggebrand worden.

Lees nu hoe rechtvaardig karakter – beschreven als goud, zilver, edelstenen door vuur gezuiverd – God’s beloning brengt: “Zo iemands werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen” (vers 14). Anderzijds zullen hout, hooi en stoppels het vuur niet overleven. En zelfs niet de geringste verhoging van toegevoegde hitte. “Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur” (vers 15).

Zij wier karakter zo uitgedund is dat zij op het punt komen dat hun werken moeten worden “verbrand” – wat betekent dat zij “schade lijden” – kunnen nog wel gered worden. Maar dat kan alleen nog gebeuren “als door vuur”. Begrijp dat een aanzienlijk verlies aan karakter kan betekenen dat ook behoud kan verloren gaan.

Deze Bijbelpassage verwijst naar en beschrijft drie vuren. Ieder mens – in het verleden, het heden, de toekomst – moet, zonder één uitzondering, kiezen voor een van deze drie vuren.

Het eerste vuur. Zij die ervoor kiezen zichzelf te onderzoeken door God’s Woord. En wel op zo’n intensieve en corrigerende wijze om te groeien in zuiverheid en waarheid, dat God dit vergelijkt met een beproeving door vuur. Die worden goedgekeurd. (Herinner u, dit is niet het andere, mindere – niet-brandende – type van het peirazo onderzoek dat enkel maar het niveau van “kritisch nagaan” inhoudt).

Het tweede vuur. Zij die nu lauw en niet actief zijn. Zij willen niet het dokimos niveau van gloeiende beproeving bereiken, wat zou kunnen door Bijbelstudie en door God veel meer van Zijn Geest te vragen. Zo maken zij dat God hen door het ergste vuur aller tijden doet heengaan – de Grote Verdrukking. Zoals we zagen met de bovengenoemde zes elementen, zullen de helft van hen die de Grote Verdrukking ingaan “schade lijden” maar gered worden “als door vuur”.

Het derde vuur. Zoals zij die de Grote Verdrukking geestelijk niet overleven, zullen er mensen zijn die uiteindelijk kiezen voor de vuurpoel als hun finale “beloning”.

Hier gekomen, herinner u Christus’ specifieke raad aan Laodicea. Om “van Mij te kopen goud beproefd komende uit het vuur…”. Hij legt uit dat alleen dit “witte klederen” kan opbrengen, nodig om de “schande van [hun] naaktheid” te bekleden. Sommige Laodiceeërs zullen Christus’ raad nederig aanvaarden en in praktijk brengen vóór de Grote Verdrukking. Anderen zullen het uitstellen en ertoe gedwongen worden tijdens de Verdrukking. Met andere woorden, sommigen kiezen voor het vuur nu en anderen voor het vuur later – en tragisch genoeg nog anderen voor de vuurpoel veel later. (Dat is waar voor de andere helft van de Laodiceeërs die, uit angst of zwakheid, hun karakter compleet zullen verkwanselen en de waarheid helemaal opgeven – om hun fysieke leven tijdelijk te redden!).

Net zoals de Tv-reclamespot ‘Fram Oil Filter’ waarbij de klant te horen krijgt “U kunt me nu betalen of later”, zo kunt u zich nu bekeren en de Grote Verdrukking ontlopen of u er later IN bekeren. Ook al kunt u dan nog gered worden, is het wel die weg die u wil opgaan? Dat vuur zal dan heel reëel zijn, zelfs voor hen die blindelings geloven dat “Ongelukken alleen anderen overkomen”.

Begrijp dit! Er zijn geen andere categorieën dan dokimos vuur nu, Verdrukking vuur later, en de vuurpoel veel later!

Dhr. Armstrong begreep het

Dhr. Armstrong begreep de onderlinge verbanden tussen de uitgelegde Schriftgedeelten en principes beter dan u zou kunnen denken. Laten we even onderzoeken wat hij zei over het belang van correcte Bijbelstudie en het aanroepen van God om ons te wassen en te reinigen, via deze vorm van corrigerende Bijbelstudie. Dit bereidt u voor op de rest van het hoofdstuk.

De eerste aanhaling is een herhaling van eerder in dit boek. Omdat het hier bijzonder toepasselijk is. Herlees dit citaat met uzelf in gedachten, nu u de vitale betekenis begrijpt van wat er achter “dokimos” zit (alle nadruk is van hem):

“Wanneer we voor een erge of alarmerende situatie staan, hebben we…een neiging om te VERSLAPPEN IN GEBED – in BIJBELSTUDIE doen, en dus ook minder ijver aan de dag leggen en minder bereid zijn offers te brengen voor GOD’S WERK”.

“Veronderstelt u dat Satan dit niet weet? Hij weet het! Hij zal alles doen wat in zijn macht ligt om u te ontmoedigen en aanmerkingen te maken – om te verslappen in gebed en Bijbelstudie – om uw geïnspireerde ijver voor God’s Werk te verliezen!”.

“Ik WEET dat de meesten van ons nog niet terugkeerden naar totale IJVER van GANSER HARTE vol energie om DOOR TE GAAN MET DIT WERK dat wij MOETEN voltooien!”.

“Als we kijken naar de FEITEN en TENDENSEN lijkt dat misschien onmogelijk! Maar dit is HET WERK VAN GOD – EEN WERK VAN GELOOF – en bestaande feiten, trends, omstandigheden, HEBBEN NIETS TE MAKEN MET GELOOF. De levende Christus heeft middelen en wegen waar WIJ NIETS VAN AFWETEN!”.

“Het is onze plicht…onze ZONDEN te BELIJDEN en te betreuren, dat we wereldse interesses en pleziertjes toelieten die ons wegtrokken van onze God, en onze ijver voor ZIJN WERK. Ik roep u op, broeders, deze lauwheid te BELIJDEN…en VURIG en BEROUWVOL te BIDDEN voor God’s vergeving voor dit wangedrag, en voor een permanente ZEGENING van ZIJN WERK vanaf nu, voortdurend tot de uiteindelijke voltooiing”.

“Broeders, velen, zoniet het merendeel, hebben in onze geest en ons hart andere interesses laten insluipen, tot op het punt dat wij GEEN GEDREVENHEID meer hebben voor HET BELANGRIJKSTE WERK OP AARDE; gedrevenheid zoals die van voetbalsupporters voor een voetbalwedstrijd”.

“WAAROM kunnen voetbalsupporters zich ‘OP’drijven in een bijna fanatieke IJVER gemotiveerd door HAAT, terwijl wij onverschillig ‘DOWN’ en lauw zijn over de BELANGRIJKSTE EN GLORIERIJKSTE ROEPING ALLER TIJDEN?”.

“…Christus doet Zijn deel – opent nieuwe deuren. Slechts één ding liep verkeerd! – en dat moeten wij onder ogen zien! – al te veel mensen onder ons werden lauw…!”.

“We zouden kunnen denken dat, omdat we [God’s] Sabbatten houden, we geen boze wegen of zonden hebben waar we ons van moeten afkeren. Maar laksheid…kan zonde zijn”.

Brethren Letter, 2 nov. 1972

“De verdrukking [vermeld in Math. 24:9] vond al plaats, bij wijze van voorloper, in de natie Juda in het jaar 70. Maar dit was eerder een vroeg type, een voorloper van een grote nationale invasie en gevangenneming die nog moet komen”.

“[Math. 24:10-13, 21]: ‘En dan zullen er velen geërgerd zijn, en zullen elkaar overleveren en elkaar haten. En vele valse profeten zullen opstaan, en zullen er velen verleiden. En omdat de ongerechtigheid zal vermenigvuldigd worden, zo zal de liefde van velen verkillen. Maar wie zal volharden tot het einde, die zal zalig worden…Want alsdan zal grote verdrukking wezen, zoals niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal…’.

“Dit spreekt ook individueel tot waarlijk door de Geest verwekte Christenen die zo lauw werden en zo uit gebedsvol contact met God, dat zij niet waardig zullen geacht worden al deze dingen te ontvluchten. En deze fase van die Grote Verdrukking wordt duidelijk naar voor gebracht bij de opening van het 5e Zegel van Openbaring 6…”.

The Book of Revelation Unveiled At Last (1972), pp. 25, 26, 27, 31

De volgende en laatste aanhaling van dhr. Armstrong (ook herhaald) maakt alles klaar voor absoluut vitaal inzicht. Het besluit dit hoofdstuk, en legt ook het verband tussen effectieve Bijbelstudie, het doorzien van valse doctrine, de hoeveelheid van God’s Geest en het zalven van de ogen. Alle nadruk is van hem – lees zijn woorden heel aandachtig.

Let nu op:

“Matheüs 25 toont de tijd vlak voordat Christus zal terugkeren. Daarin wordt de Laodicea Kerk beschreven als de 10 maagden die hun lampen namen (hun Bijbels) en vertrokken om Christus tegemoet te gaan bij Zijn komst. Maar vijf onder hen – de helft van de Kerk – namen hun lampen (Bijbels) zonder olie om te lampen te verlichten (de Heilige Geest om hun verstand te verlichten om de Bijbel te BEGRIJPEN). Enkele vertalingen geven dit in het Engels weer alsof zij de Heilige Geest verloren door nalatigheid, tekort aan gebed, tekort aan fellowship met broeders en met God en met Christus, en in de greep van materialistische en wereldse interesses. Beschrijft dit sommigen van ons, zelfs nu?”.

“Terwijl zij – de helft van de Kerk die achteruitging – trachtten dichter bij God te naderen, zal Christus’ komst plaatsvinden en de deur naar God’s Koninkrijk zal voor hun gezicht GESLOTEN worden! WAT EEN VERSCHRIKKELIJKE EN AFGRIJSELIJKE TRAGEDIE! Het kan u en mij overkomen”.

Co-worker Letter, 20 jan. 1981

De eerste paragraaf in wat dhr. Armstrong schrijft stelt nogmaals dat de “lampen” en de “olie” in Matheüs 25 in feite de Bijbel en de Geest van God zijn. In dit geval nauwelijks werkzaam in het leven van de maagden.

Houd dit vooral in gedachten.

Nu komt deze centrale vraag aan de orde, en die is allerbelangrijkst in het hele proces om de ogen te zalven: Hoe kunnen mensen die eens de waarheid kenden, die zo compleet uit het oog verliezen? Wat gebeurde er eigenlijk in hun geest? Het antwoord ligt in het juist, exact begrijpen van wat echte bekering is.

Een andere kijk op wat inkomt bij verwekking

Laten we het nu eenvoudig stellen en beginnen met een overzicht. Vroeger zagen we al dat de Bijbel onthult dat een Christen bij zijn bekering wordt verwekt met wat Jakobus het “woord der waarheid” noemt (1:18). We zagen ook dat Christus dit de “Geest der waarheid” noemt in Johannes (15:26; 16:13). En dat Petrus beide termen identificeert als een andere manier om te verwijzen naar de “Heilige Geest” (Hand. 2:38) die gegeven wordt na bekering en doop.

Het laatst aangehaalde Schriftgedeelte in Johannes (6:13) onthult dat het door de allerbelangrijkste Heilige Geest is – de Geest, of het Woord der waarheid – dat de Christen wordt “geleid… in al de waarheid”. Het is van vitaal belang de betekenis ervan te snappen. Om te begrijpen wat Jezus bedoelde, moeten we andere Schriftgedeelten in een nauwkeurige volgorde onderzoeken.

Eerst in de Bergrede. Jezus onderwees dat Zijn ware volgelingen hun “huizen” bouwen op wat Hij zegt, Zijn “woorden”. Toen Hij de richtlijn gaf te bouwen op een “rots”, wat dit huis zou beschermen tegen “slagregen”, “waterstromen” en “winden” (Math. 7::24-28), bedoelde Hij dat zij dit zouden moeten doen.

Anders gezegd, wanneer nieuw bekeerden spreken over bouwen op Christus, zouden zij in gedachten moeten houden te bouwen op Zijn instructies – Zijn waarheid – bouwen als iemand die “Mijn woorden hoort, en ze doet” (vers 24).

Daarna kijken we opnieuw naar het midden van Johannes 8, met als context dat Christus spreekt tot hen “die in Hem geloofden” (vers 30). Christus herkende hun onzichtbare moorddadige houding en besefte dat zij niet echt geïnteresseerd waren in Zijn onderricht. Maar dat zij eerder veronderstelden Zijn volgelingen te zijn. Aan deze lege “gelovigen” legde Christus uit dat Zijn discipelen (Grieks: studenten of leerlingen) enkel worden geïdentificeerd als ware Christenen “als [zij] in Mijn woord blijven, zo zijn [zij] waarlijk Mijn discipelen; En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal [hen] vrijmaken” (verzen 31-32).

Laten we nu verder gaan. Eerder in Johannes had Jezus verklaard aan Zijn discipelen dat Hij “het Boord [was] dat uit de hemel neerdaalt, opdat de mens daarvan ete en niet sterve” en dat deze mens “eeuwig zal leven” (6:50-51). In vers 63 verklaarde Hij wat Hij bedoelde. “De woorden die Ik tot u spreekt zijn geest en zijn leven”.

Dit is een buitengewone verklaring. En de meesten hebben er niet het minste idee van wat Jezus ermee bedoelde, of hebben het ooit geweten en vergaten het!

Een levend Boek

Dit moeten we begrijpen. Anders dan alle andere boeken die ooit zijn geschreven, is de Bijbel in zekere zin levend – herinner u dat Paulus dit “vlug” aanstipt in Hebreeën 4:12. Met andere woorden, de Bijbel is een levend boek. Zij die de Bijbel bestuderen, moeten dat begrijpen. En de Bijbel bestuderen is anders dan gelijk welk werk van mensen bestuderen. Wanneer de Heilige Geest in iemand werkzaam is, schrijft die God’s woorden – Zijn wet, Zijn waarheid – in de geest van die persoon. Dit betekent dat Bijbelstudie doen zonder dat deze Geest inmiddels werkzaam is, er geen hoop is om juist inzicht te krijgen. Bovendien kan er bij mensen die wel de Heilige Geest hebben, maar slechts in geringe mate werkzaam in hun geest, een “andere geest” (2 Kor. 11:4) de Bijbelstudie gemakkelijk – en vlug! – bederven. Die “andere geest” is de “geest der dwaling” die tot verkeerde conclusies leidt! In feite gebeurt dat keer op keer.

Zelfs bij hen die in het proces zitten dat zij naar Christus toe worden “getrokken” en nog niet bekeerd zijn, is de Heilige Geest werkzaam “bij” hen (nog niet “in” hen). Waardoor zij het eerste inzicht kunnen krijgen. (Neem even de tijd om Johannes 6:44 en 65, gevolgd door Johannes 14:17 te lezen). In feite kunt u letterlijk niets van deze punten die ik hier uitleg begrijpen als God, via Zijn Geest, niet werkt met u – u trekt – of, als u bekeerd bent, in u (1 Kor. 2:13-14).

Gaan we nu terug naar Hebreeën 4:12, omdat er een verwant punt rechtstreeks bij komt kijken. God’s geïnspireerde, levende Woord wordt hier getypeerd als een soort “zwaard”. Noteer: “Want het Woord van God is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling van de ziel en van de geest…en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten”.

Maar waar spreekt Paulus precies over? Hoe wordt dit zwaard vollediger gedefinieerd? Het antwoord zit in Efeze 6, eerder al meermaals naar verwezen, over de wapenrusting van God: “De helm der zaligheid”, “de borstplaat der gerechtigheid”, “de lendenen omgord met de waarheid”, enz. Let op dit onderdeel van de wapenrusting: “Daarom neemt aan de gehele wapenrusting van God, opdat gij kunt weerstaan in de boze dag…en neemt…het zwaard van de Geest, hetwelk is het Woord van God” (verzen 13, 17).

Het is echt essentieel dat elke Bijbelstudent dit begrijpt met het oog op een getrouwe toepassing van God’s Woord. U kunt dit gewoonweg niet negeren als u hoopt de Schriften te begrijpen, of de waarheden die verloren gingen opnieuw te herwinnen. De Bijbel is een levend zwaard van de Geest. En dit zwaard zal alle valse doctrines in stukken hakken. Met z’n twee kanten – “tweesnijdend”. Maar dat is enkel het geval ALS de persoon die het zwaard hanteert de Heilige Geest in grotere mate heeft!

Eeuwenlang hebben miljoenen, zelfs miljarden mensen in de wereld de Bijbel bestudeerd. Vaak ijverig. En toch zonder te begrijpen. Nu begrijpt u ten volle waarom! Hun geest mist de Geest/Woord der waarheid. Lezers van de Bijbel hebben geen schijn van kans op geestelijk inzicht. Maar wie slechts weinig van God’s Geest heeft, is nauwelijks beter af.

Met olie gezalfd bij de bekering

Vooraleer het onderwerp van bekering te verlaten, kijken we tenslotte nog naar een ander gerelateerd punt, daarmee verbonden via diverse bijkomende passages.

In Hoofdstuk 6 zagen we dat het ontvangen van God’s Heilige Geest een “zalving” is (1 Johannes 2:27). Nogmaals, zalvingen worden natuurlijk altijd uitgevoerd met olie, en wij zullen daar straks op terugkomen. Vooraleer verder te gaan, herinner u dat de hele eerste brief van Johannes herhaaldelijk de nadruk legde op het belang van vast te houden aan de waarheid.

Bij het begin van het tweede hoofdstuk wordt het verband uitgelegd dat het volgen van de waarheid van God’s Woord de enige manier is om de liefde van God te perfectioneren. Lezen we nogmaals: “Maar wie Zijn Woord bewaart [nooit compromissen sluit], in hem [en in niemand anders] is waarlijk de liefde van God volmaakt geworden” (vers 5).

Dit alleen al, hoewel niet de focus van dit boek, is ongelooflijke kennis die slechts weinigen in God’s Kerk schijnen begrepen te hebben. Maar zij met broederliefde zullen dit verband niet missen. Miljoenen mensen spreken over Christenen die “liefde” hebben, maar bijna niemand van hen koppelt dit aan de waarheid van de Bijbel! Geen wonder dat zo weinigen de Bijbelse definitie van de liefde van God kennen (1 Joh. 5:3; Rom. 13:10). En dus ook geen wonder waarom er zo weinigen die liefde beoefenen. De splintergroepen met hun verdere afsplitsingen benadrukken “liefde” in hun geschriften en preken, maar probeer maar eens één passage te vinden waar uw groep die liefde koppelt aan 1 Johannes 2:5!

Zij negeren deze passage!

Vervolgens gaan we naar 1 Johannes 2. Beginnend in vers 20 gaat het over een speciale zalving. En we zagen hoe in vers 26 wordt uitgelegd dat enkel door deze zalving – het Woord of de Geest der waarheid ontvangen in de geest – iemand met succes kan weerstand bieden tegen hen die, zoals Johannes waarschuwt, “u verleiden” weg van de waarheid. Dit betekent alweer dat een aanzienlijke aanvoer van God’s Geest u moet leiden in regelmatige, dagelijkse Bijbelstudie om dit mogelijk te maken. Denk aan de laatst geciteerde aanhaling van dhr. Armstrong.

Laten we nu alles aan elkaar knopen, inclusief het verband met de dwaze en wijze maagden. De dwaze maagden hadden getolereerd dat de “olie” wegliep uit hun “lampen”. Wij zagen dat enkel de olie van God’s Geest de lampen verlicht. Die lampen zijn de Bijbel.

Matheüs 25:8 aandachtig lezen (en onderzoeken in het Grieks), onthult dat het probleem van de maagden erin bestond dat de Heilige Geest “uitging” uit hun lampen (of Bijbel), of meer bepaald uit hun Bijbelstudie. Zij hadden de Heilige Geest niet dagelijks aangevuld en hernieuwd. Buiten Christus’ Lichaam en dus losgekoppeld van Zijn kracht, leven zij ook niet naar Zijn woorden.

Nu zou het ook al onmiskenbaar duidelijk moeten zijn dat God’s Geestelijke woord der waarheid samenwerkt met de Schrift – het geschreven woord der waarheid – in de bekeerde geest.

Hier komt het niet-te-missen punt: God’s levende Woord is zo dat de Heilige Geest en Bijbelstudie elkaar versterken. Als het ene ontbreekt, zal uiteindelijk ook het andere verdwijnen of nutteloos worden.

In herhaal: Miljoenen mensen in de wereld bestuderen de Bijbel elke dag zonder dat zij tot waarachtig inzicht in staat kunnen zijn. Waarom? Omdat zij niet de Heilige Geest hebben die hun geest leidt – zij zijn niet bekeerd. Tegelijk onthult de profetie dat de meeste mensen die nu de Heilige Geest hebben of ooit hadden, toelieten dat de aanvoer ervan op een laag pitje kwam of helemaal stilviel. In Hoofdstuk 11 zullen we leren dat dit onlosmakelijk verbonden is met het onderwerp en de identiteit van het Lichaam van Christus. En met het feit of iemand verbonden is met die ene plaats – die ene organisatie – waar de actieve, levende Christus en Zijn Geest werkzaam zijn en de leiding hebben.

Herinner u dat Christus God’s Geest ook al vergeleek met stromend water dat uit iemands “buik” vloeit (Johannes 7:37-39) en zo actief “vruchten” voortbrengt (Gal. 5:22-23).

God’s Geest is niet statisch, kan niet gebotteld worden. Maar moet dagelijks worden benut en bijgevuld (2 Kor. 4:16; Luk. 11:13). Als de Heilige Geest in een mens afneemt, vermindert ook de waarheid en de bekwaamheid om weerstand te bieden tegen doctrinaire fouten – of die persoon nog geregeld Bijbelstudie doet of niet. (In feite gaan de meesten dan niet langer door met regelmatige Bijbelstudie)! Dit komt omdat de lamp van God’s Woord totaal nutteloos wordt zonder de allerbelangrijkste olie die zorgt voor licht in de geest van de lezer.

Vele duizenden verloren de waarheid die zij ooit bezaten. Zij lieten toe dat God’s Geest in hen taande, door die ongetwijfeld te blussen (1 Tess. 5:19) en te bedroeven (Ef. 4:30) op beslissende momenten in hun leven. Toen velen niet meer genoeg olie hadden, wat nog werd verergerd door een verminderde interesse in ijverige en ernstige Bijbelstudie, werden velen belazerd met alternatieve verwrongen uitleggingen van vele basisdoctrines. Zij werden de maagden van Matheüs 25, waarvan de toekomst zal uitwijzen of zij tenminste tot de “wijzen” behoren.

Bijna niemand heeft begrepen wat u zopas las. Vanzelfsprekend hebben de kerken van de wereld nooit begrepen of onderwezen wat dit hoofdstuk (samen met Hoofdstuk 6) uitlegde. Jammer genoeg is het met God’s volk niet veel beter gesteld. Toch kunnen sommigen misschien weer opnemen wat zij eens begrepen en kwijtraakten, tenminste iets wat hier werd uitgelegd.

Neem nu de bewuste beslissing deze kennis klaar – en helemaal recht! – in uw geest te prenten! Beslis dat niets u gaat kunnen doen wankelen en wegtrekken van dit ware inzicht.

Het doel van Bijbelstudie

Vooraleer dit hoofdstuk af te sluiten, komen we even terug op het onderwerp van wanneer een persoon geroepen wordt tot bekering. In een van Christus’ parabels is er iets dat ermee verband houdt.

In Matheüs 13 onderwees Christus misschien wel Zijn langste parabel, die van de zaaier en het zaadgoed. Verzen 4 tot 8 beschrijven het “zaad” dat viel “langs de weg”, “op steenachtige plaatsen”, “in doornen” of “in goede aarde”. Jezus legde uit dat het zaad in alle gevallen “het woord” is dat gezaaid wordt in het hart van de mensen waarmee God begint te werken. In drie van de vier beschreven gevallen ontkiemt het zaad nooit helemaal.

Christus interpreteert de parabel van vers 18 tot 23. Het zaad dat aan de kant van de weg valt, wordt opgegeten door “vogels” – een type van Satan – die “wegrukt wat in het hart gezaaid was” vooraleer het wortel kan schieten. Het zaad dat op steenachtige plaatsen valt kon wel wortel schieten, maar niet diep. En de zon – een type van erge beproevingen (“verdrukking”) of vervolging – kon de plant al vlug verdorren en uitdrogen zodat die stierf. Het zaad dat tussen de “doorns” viel is de persoon die het woord hoort, maar het in zijn geest verstikt door de “bekommernis van deze wereld” en “de rijkdom”. Verder is er het zaad dat belandt in goede aarde. Dit is de persoon met een vruchtbare houding die niet alleen “het woord hoort” maar het ook “verstaat” en dan “vrucht draagt”. Deze mensen aanvaarden, gebruiken en vullen de Heilige Geest in zich regelmatig aan.

Alleen zij die in deze laatste categorie zijn – goede aarde – zullen voordeel halen uit de waarheid en de leer die hier wordt aangebracht, wat hoort bij het zalven van hun ogen.

Dit brengt ons bij een ander belangrijk principe. Paulus onderwees de vergaderde ministry van Efeze het volgende: “En nu, broeders, ik beveel u Gode en het woord Zijner genade, Die machtig is u op te bouwen en u een erfdeel te geven onder al de heiligen” (Hand. 20:32).

God’s Woord zal Zijn volk beslist weer opbouwen – inclusief de heropbouw van hun begrip en zuivere doctrine – zij die Bijbelstudie doen en toepassen in hun leven. Maar dit gaat enkel gebeuren nadat zij hun ogen zalfden door voldoende olie te krijgen – de Geest en het woord der waarheid – om het opnieuw te begrijpen! En geen van beide zaken gebeurt van de ene dag op de andere.

“In Geest en in waarheid”

Een laatste woord is hierbij gepast. Velen schijnen niet eens te weten welke doctrines hun organisatie officieel onderwijst. Dit hoor ik geregeld. Wanneer ik mensen vertel wat hun groep gelooft – en openlijk leert – hoor ik vaak opmerkingen als “O, werkelijk? Dat wist ik niet!”, “bent u wel zeker?”. Dan sta ik perplex en denk: “Waarom weet u dat niet? – ’t Is toch uw groep! Wiens fout is het dat u dit niet weet? Controleert u, leest u, bestudeert u wel de literatuur van uw organisatie en luistert u naar hun preken? Zo ja, hoeveel en hoe aandachtig?”.

Denk er aan, 1 Johannes bevat een waarschuwing voor hen die zich laten inpakken en leiden door de “geest der dwaling”.

U moet dat recht in uw geest houden! In de Bijbel worden er maar twee geesten gedefinieerd – de Geest der waarheid en de geest der dwaling. Johannes verbindt het horen van Christus’ stem (waar de waarheid zit) gesproken door Zijn dienaren met het onderscheiden van het grote verschil tussen beide geesten. Zo zegt hij het: “Wij zijn uit God. Die God kent hoort ons [herlees 1 Joh. 2:4]; die uit God niet is, hoort ons niet. Hieruit kennen wij de Geest der waarheid en de geest der dwaling” (4:6).

Nu we de waarheid zo expliciet gedetailleerd bespreken, kan ik u vragen: Hoort u de Geest der waarheid in Johannes’ woorden? – en in dhr. Armstrong’s woorden? – en in mijn woorden die ze ondersteunen? Ziet u dat dit allemaal op u van toepassing is?

Overdenk uw organisatie. Beide geesten kunnen die niet leiden – of, in dit geval u niet (hoewel beide geesten nu aanwezig zijn in al de splintergroepen). Het is de ene of de andere. Christus is het Hoofd van één Kerk; leidt er maar één. U persoonlijk kunt de Geest der waarheid niet zoeken of lang blijven bewaren als de geest der dwaling binnendrong in uw groep of organisatie, en die leidt. (Lees even Jakobus 3:11-12). Dat is nu al jaren het geval. U moet opnieuw geënt worden op de plaats waar Christus’ bestuur werkzaam is, en dus op Christus Zelf.

De tijd speelt niet in uw voordeel, omdat er niet veel tijd meer overblijft in dit tijdperk. En omdat de blindheid altijd maar verergert naarmate de tijd verstrijkt. Lang uitstellen kan daarom noodlottig worden.

Kunt u nu beter begrijpen waarom Christus zo boud de instructie geeft – eigenlijk het gebod: “Maar de ure komt, en is nu, wanneer de ware aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en waarheid, want de Vader zoekt ook zulken die Hem alzo aanbidden. God is een Geest, en die Hem aanbidden moeten Hem aanbidden in Geest en in waarheid” (Joh. 4:23-24)?

God is samengesteld uit de Heilige Geest der waarheid. Dit verklaart waarom Hij niet aanvaardt op een andere manier aanbeden te worden. Daarom MOET Zijn volk Hem – en dat wordt letterlijk gezegd – “Hem aanbidden in Geest en in waarheid”. Merk op dat dit Schriftgedeelte ook de positieve opdracht inhoudt dat u dit “ZULT” doen. Dit is vanzelfsprekend onmogelijk zonder een aanzienlijke hoeveelheid van de Geest der waarheid – het Woord der waarheid – in de geest. Zodat er geen ruimte overblijft voor de geest der dwaling!

Ik hoop dat u nu begrijpt dat zij die leven naar en houden van de waarheid moeten komen naar de enige organisatie – het ene, verenigde Lichaam van Christus – waar het volle licht van die waarheid is, en waar God’s Geest overvloedig en krachtig aanwezig is. Dit is de test die bepaalt voor welke era, welke conditie, iedere persoon uiteindelijk kiest. Na het volgende hoofdstuk zullen we leren dat er nog een andere belangrijk element in deze test zit. En elke Christen in dit tijdperk komt daarmee rechtstreeks in aanvaring!

Maar eerst moet u in staat zijn te meten hoezeer uw geestelijke temperatuur is afgekoeld.

Hoofdstuk Negen –
MEET UW TEMPERATUUR

In de nasleep van de grote afval met de opkomst van een grote variëteit splintergroepen, raakten velen in de war. Zij dachten dat een van de groepen die rechtstreeks gevormd was uit de WCG Filadelfia moest zijn, en al de andere Laodicea. Maar alle groepen werden Laodicea, omdat zij dat moesten zijn! Dit is het Laodicea tijdperk. De simpele realiteit is dat al deze groepen deel uitmaken van dezelfde era – en zij voelen ook hetzelfde aan met geestelijke zintuigen. Zelfs heel vluchtig beschouwd “zien, voelen, smaken en ruiken” de splintergroepen en de van hen afgesplinterde groepen bijna hetzelfde voor hen die erop terugkijken nadat zij die verlieten.

Misschien zijn er enkele individuele Filadelfiërs door gefilterd (alleen God weet dit) – en zij die hun ogen zalven gaan uit – het nu duidelijke Laodiceaanse denken. Dit omdat zij bereid zijn de tweede stap te zetten die anderen niet zetten, of er zelfs niet naar zoeken. Zij verlaten Laodicea zoals zij verlieten wat een compleet valse kerk werd (WCG). God verwacht van Filadelfiërs dat zij duidelijk en ondubbelzinnig aantonen geen Laodiceeër te zijn; dat zij niet bereid zijn genoegen te nemen met een deel van de waarheid. Hij verwacht van hen dat zij actie ondernemen.

Dit gezegd zijnde, ontvangen we geregeld informatie over broeders van overal ter wereld die vrijwel alle splintergroepen vertegenwoordigen. De gemeenschappelijke rode draad in hun denken is dat zij volledig willen “vasthouden” (Openb. 3:11) aan al de doctrines die door dhr. Armstrong werden hersteld in de Kerk (Math. 17:11). Zij beseffen dat zij niet kunnen blijven waar zij zijn, en velen verlaten inderdaad de splintergroepen. Zij beseffen – zien! – dat er nu een organisatie is (en was) die geen enkel compromis sluit met wat de Kerk ooit begreep.

Ik wou u zo graag laten delen in de intense blijheid en opgetogenheid die vele broeders uiten wanneer zij enthousiast vernemen dat alles waar zij eens in geloofden werd herschreven en opnieuw beschikbaar wordt voor iedereen die God nog zou kunnen roepen in dit tijdperk. Met geestdrift zien hoe mensen “weer tot leven komen” door wat zij dachten dat nooit meer zou geproduceerd worden, en zien hoe zij hun eerste liefde opnieuw beleven: dat is meer waard dan honderd loonstrookjes!

Daar staat tegenover dat wij ook werken met anderen in alle grote splintergroepen, die niet bereid zijn terug te keren naar alles waar God’s Kerk ooit in geloofde. Na met vele honderden van hen te hebben gewerkt, leerde ik dat er slechts minieme verschillen zijn tussen de groepen die zij vertegenwoordigen. En zij redeneren op dezelfde wijze. Zoals reeds vermeld zijn ze het allemaal oneens met dhr. Armstrong. Maar hun probleem is, dat zij het niet eens worden waar zij het oneens zijn met dhr. Armstrong. En daarom kunnen zij niet samen wandelen. Hun eerste liefde is ver verleden tijd.

Toch zijn er nog vele anderen die, verward over hun situatie, in geen van beide categorieën vallen. Zij zitten in het midden. Voor hen kan het gevolg van de verwarring worden verwijderd, als zij de oorzaak ervan aanpakken!

Alle splintergroepen zijn in het “lauw”gebied

We moeten nu even iets behandelen dat werd besproken in andere boeken. Het houdt rechtstreeks verband met wat ik de “temperatuursverwarring factor” noem. We gaan het even overlopen.

Toen Jezus over de Laodiceeërs zei dat zij “lauw” waren, verwees Hij naar een temperatuurbereik. Bedenk dat Hij de Laodiceeërs zei dat zij beter koud of heet waren dan lauw. Koud, heet en lauw zijn geen exacte temperatuurgraden. Het gaat telkens om een temperatuurbereik. Zo is ijskoud bijvoorbeeld kouder dan erg koud maar nog warmer dan het absolute nulpunt, de koudste temperatuur in het universum. Heet beslaat een gebied van ongeveer 30 graden (warm voor een mens) tot de temperatuur in de kern van de zon (zo’n 15 miljoen graden Celsius). Maar astronomen zeggen dat de zon eigenlijk een “koude ster” is. Zelfs op dit niveau is hitte dus relatief.

Dat is wat ik bedoel. De broeders van de lauwe era vertonen een temperatuurbereik. Afhankelijk van de groep kan die een beetje warmer of een beetje kouder zijn, maar nog altijd binnen het lauwe gebied. Hebt u daar ooit bij stilgestaan? Dat is de reden waarom velen menen beter te zijn – Filadelfiërs – terwijl anderen tekortschieten. Maar een beetje meer waarheid maakt van iemand nog geen Filadelfiër. Een beetje warmer dan andere zijn, maakt iemand nog niet heet. Toch gaan zij die een beetje warmer zijn wellicht eerder compleet getrouw worden doorheen martelaarschap in de Grote Verdrukking.

Deze conditie van “een beetje warmer” zijn heeft vaak te maken met het moment waarop men de grote afval verliet. Hoe later dit gebeurde, hoe minder die persoon geneigd zal zijn om zijn ogen te zalven inzake zijn conditie. (Natuurlijk kunnen er sommigen relatief koud qua temperatuur zijn, aan het lage einde van lauw, en daarom niet in staat die slechte conditie beginnen te zien). Zij die de afvalligheid verlieten in vroegere stadia, zijn veelal eerder bereid dat te doen.

Bekijk die temperatuursverwarring in een andere optiek. Dhr. Armstrong onderwees honderden doctrines (inclusief vele details binnen die doctrines) – en niet dozijnen, zoals sommigen denken! Bepaalde groepen zijn voor de helft juist. Andere geloven misschien tweederde van de waarheid. Nog andere mogelijk 80 procent. Eén of twee zouden aan 90 procent kunnen komen, al betwijfel ik dat. En natuurlijk zijn er groepen die beweren dat zij 100 procent vasthouden – maar dat percentage benaderen ze niet! In feite accepteren velen onbewust dat zij zich bevinden in het hogere eind van lauw.

Bedenk even deze vergelijking. Zoals een dronkaard in een steeg op een koude nacht drinkt om zich warm te houden, terwijl zijn lichaamstemperatuur eigenlijk daalt. Zo voelen velen een artificiële warmte terwijl zij in feite langzaam aan kouder worden. Dit wordt al gedeeltelijk verklaard door het feit dat zij omringd worden door tal van lauwe lichamen die de kamertemperatuur kunstmatig opdrijven – en een vals gevoel van veiligheid geven door hun aantal.

Ik bid dat u hier aandacht aan schenkt vooraleer dit illusieverloop voert naar een onomkeerbare geestelijke bevriezing!

Blindheid in de grootste groep

Een factor van de temperatuursverwarring binnenin de splinters is (althans gedeeltelijk) te wijten aan de omvang van de grootste groep – die gevormd werd in het voorjaar van 1995. Er is geen ontkomen aan te vermelden hoe deze groep het gezichtsprobleem van bijna iedereen daarbuiten indirect veroorzaakte. Dit gebeurde op de volgende manier:

Het geestelijke landschap van deze organisatie is doctrinair zo verwoest, dat bijna iedereen die er niet bij hoort kan zien dat hun geestelijke conditie daar veel slechter is dan in gelijk welke andere groep. Zij hebben veel meer valse doctrines dan gelijk welke andere splintergroep. In feite bewezen zij zo te zijn afgewaald dat zij nog veel erger werden dan in de liberale 70-er jaren. En met hun nog voortdurende veranderingen komt het einde niet in zicht. Zoals de afvalligen een comité vormden om al de doctrines van de Wereldwijde Kerk van God te onderzoeken, zo heeft ook deze organisatie een comité gevormd (eigenlijk een eindeloze groep van comités). En dit comité blijft constant bezig zo goed als elke doctrine die dhr. Armstrong onderwees te herzien. Daardoor verviel die organisatie in tientallen valse leerstelsels (2 Tim. 4:3) – die met de dag vermeerderen. En ze brak met vele gezonde tradities waarvan de Bijbel onderwijst dat die ook moeten gehandhaafd blijven (2 Tess. 2:15; 3:6).

Hun voorbeeld is zo openbaar en zo “luid” dat het niemand kan ontgaan – behalve dan de meesten die in die groep zitten! Hun conditie is zo erbarmelijk dat zelfs vele dienaren in andere groepen (hoewel die zelf ook afschuwelijke compromissen sloten) nog kunnen zien dat dhr. Armstrong, als hij nog in leven was, hun hele ministry onmiddellijk zou disfellowshippen. En dit is geen overdrijving!

Terwijl de vraag blijft waarom iemand zo’n zwakke, compromissen sluitende, doctrinair ongezonde dienaars zouden volgen, is dat nog niet het ergste probleem dat voortkomt uit wat deze groep aan het doen is.

Uw temperatuur in de war brengen

Nogmaals, vele groepen kunnen die volstrekt betreurenswaardige conditie van deze organisatie zien. En daarin ligt juist het probleem. Die splintergroep wordt de standaard van blindheid – het “Laodiceeër” zijn – voor vele andere groepen die denken te kunnen zien, daarmee in vergelijking.

De ellendige conditie van deze groep bezorgt mensen in andere splintergroepen ongewild een “sluier” van oogkleppen zodat die blind worden voor de vele valse doctrines binnen hun eigen groep! Nogmaals, andere organisaties zien zichzelf daarmee in vergelijking als “vasthoudende”! De grootste splintergroep, en in mindere mate ook andere kleinere groepen, verblinden de meerderheid van de broeders die hen bekijken. Zij zeggen dan: “Zij moeten wel Laodiceeërs zijn want wij zijn stukken beter (heter) dan hen” – terwijl zij alleen maar heter zijn binnen het bereik van lauw.

Maar deze grootste groep is wel de minst geschikte maatstok, omdat die binnen een paar jaar helemaal verdwenen is uit het rijk van het ware christendom. Amper ietwat beter dan het dode Sardis, zijn ze onderweg naar half protestantisme. Natuurlijk denken zijzelf niet ook maar één procent protestants te zijn – maar ze zijn het wel! Als de Grote Verdrukking hun afgang in verwarring, verdeeldheid en doctrinaire ontbinding (nu zo duidelijk geleid door de geest der dwaling) niet zou inperken, zouden de mensen die erbij blijven uiteindelijk compleet afvallen.

Maar daar komt nog een ander probleem bij kijken dat er rechtstreeks verband mee houdt. En dit heeft te maken met de eerste splintergroep die eind 1989 gevormd werd. Deze groep maakte het God’s volk nog ingewikkelder om te zien waarbij zich aan te sluiten. Ten eerste ziet die vroegste groep zich in eigen ogen als de groep die het best vasthield, omdat zij (initieel) de meeste leringen van dhr. Armstrong bewaarden. Nu bezit die groep ook de auteursrechten van het merendeel van zijn literatuur.

Maar er is iets dat wellicht nog erger is. Onder het mom van “nieuwe openbaring” vanwege hun leider, heeft deze groep zoveel schandelijke dwaling en misbegrip van Oud Testamentische profetie ingelast dat die nu meer valse ideeën onderwijst dan elke andere groep. Daarbij komt nog dat, wegens de gesloten en paranoïde leiding, de groep een zware beschuldigende houding heeft naar andere groepen toe, en een mentaliteit van vreselijke zelfgerechtigheid. Waardoor zij vasthouden aan wat dhr. Armstrong onderwees in een kwalijk daglicht stellen.

Los van valse doctrines beseffen de mensen dat deze groep onmogelijk de era kan vertegenwoordigen die bekend staat om broederliefde. Toch blijven zij verder verwarring zaaien over hun imago, door hun organisatie te doen overkomen alsof zij vasthouden aan de waarheid – en zij noemen hun organisatie naar het zesde tijdperk. Maar de leiding aan de top is in de verste verte niet van God. Die is al weggevallen. (Herinner u, “aan hun vruchten zult u hen kennen”. U hoeft er niet naar te raden).

De leider van die organisatie nam het standpunt in dat hij “Die Profeet” is, ondanks het feit dat de Bijbel en dhr. Armstrong onderwijzen dat die Persoon Jezus Christus is. En verder zijn er nog de bijna 30 andere goddelijke en religieuze titels die deze man zich toeeigent. Het is voor iedereen van God’s volk onmogelijk zo’n godslasterlijke, tierende valse profeet en valse christus te volgen – en toch nog een dienaar van de ware God te blijven. Nadat iemand tot het besef komt dat hij een valse profeet volgt, moet hij zich bekeren en onmiddellijk weggaan. Daarom is de noodzaak om die specifieke groep te verlaten zelfs nog veel dringender dan bij andere groepen het geval is! (Maar door de quasi verering die de leider zijn aanhangers oplegt, blijken velen die deze groep verlaten jammer genoeg vereerders in plaats van navolgers van dhr. Armstrong te worden).

Toch zitten er vele fijne mensen in bovengenoemde groepen. Deze mensen zullen uiteindelijk, en wellicht spoedig, die organisaties moeten verlaten om zelfs nog maar lauw te blijven.

Hoedanook, de leiding van deze 1989-groep is zo radicaal en zo bizar – en dit allemaal onder het motto van “vasthouden” – dat zij “the big picture” vreselijk vertroebelen voor hen die onder het oppervlak van de verwarring willen kijken.

Denk hierover na tot dit duidelijk wordt. En overweeg dan dit.

Zij in het midden

We beschreven de groepen in beide uithoeken van de zevende era. Maar nu kan het niet genoeg beklemtoond worden dat zij die bij de twee andere grote “middengroepen” behoren niet mogen ten prooi vallen van de verblinde, zelfvoldane opgeblazenheid te geloven God’s “beste alternatief” te zijn. Al verkeren zij misschien in een ietwat betere geestelijke positie om de Grote Verdrukking te overleven, dan is dit het beste wat zij kunnen hopen. Hun doctrinaire conditie ziet er alleen maar goed uit omdat zovelen in hun gezelschap zich meten naar kromme, kapotte maatstokken. Zo heeft bijvoorbeeld de 1993-groep al een bijna pinkstergemeenteobsessie ontwikkeld voor “mirakels” en “zegeningen” waar haar leider voortdurend doet voor vasten, om het veronderstelde “apostolische christendom te herstellen” waar hij zo de nadruk op legt. Deze focus zal alleen maar de zelfgenoegzaamheid van die organisatie in de hand werken als hebbende een “hechtere relatie met God”. Maar hierbij moet worden opgemerkt dat bijkomende compromissen, inclusief een vals Evangelie, een toenemend aantal wegtrekkende dienaars en honderden broeders, plus flagrante leugens, de oorzaak worden van een versnelde implosie die waarschijnlijk eindigt in een uiteenvallen.

Laat me dit nogmaals zeggen. De eerste twee groepen scheppen een speciaal probleem voor alle andere groepen die, in het licht daarvan, gemakkelijker kunnen beweren: “In vergelijking houden wij beter vast of doen wij het beter” – “Wij zijn niet zo liberaal als de grootste groep of niet zo extreem als die vroege groep. Wij zijn evenwichtiger, met meer liefde en meer bereidheid om te ‘groeien’”.

Beide middengroepen, eerder “centrale” groepen, moeten de realiteit nauwkeurig afwegen.

Hoevelen zullen erkennen dat slechts één Kerk alle waarheid heeft? Hoevelen gaan begrijpen dat de meeste groepen het zo kunnen aan boord leggen dat hun verwrongen zelfbeeld hen in vergelijking met andere groepen doet uitstijgen op Filadelfische hoogte? (Begrijp het. Wij zouden niet anders zijn als we niet zouden kunnen aantonen, met absoluut bewijs, dat wij inderdaad op doctrinair hoog niveau staan). Hoevelen gaan zien dat het allemaal een spel is met een heel hoge inzet, op basis van een artificieel gemanoeuvreer dat op grote schaal wordt gespeeld in de splintergroepen? Hoevelen gaan dit allemaal in verband brengen met wat duizenden in de war brengt, en wat zovelen weerhoudt om hun blindheid aan te pakken?

Deze twee groepen, en elke andere soortgelijke groep, vormen een enorm obstakel die de broeders op individuele basis zouden moeten aanpakken, omdat geen enkele organisatie als geheel haar conditie gaat toegeven – waardoor het probleem voor al haar leden vlot zou worden opgelost.

Vandaar de vraag hoeveel individuele personen bereid gaan zijn hun ogen te zalven zodat zij kunnen leren – “zien” – dat de standaard die zij gebruiken helemaal verkeerd is? Hoevelen gaan zich herinneren dat “Zij die zichzelf met zichzelf vergelijken” onwijs zijn (2 Kor. 10:12)? Hoevelen gaan vergeten dat “niet die zichzelf prijst, maar die de Here prijst, die is beproefd” (vers 18)? Dit impliceert hele organisaties.

Alle gebieden nauwgezet onderzoeken

In de geest van het al eerder verklaarde peirazo moet iemand zijn of haar temperatuur grondig en methodisch opnemen. Als u echt wel geïnteresseerd bent in het “zalven van uw ogen…opdat gij zien moogt”, dan moet u bereid zijn alle aspecten van uw bekering en christelijk leven nauwkeurig te onderzoeken. Een vluchtig onderzoek, zoals vele mensen gewoonlijk doen als voorbereiding op het Pascha, volstaat niet. Zelfs niet bij benadering. Ik ga u hier een lijst van vragen voorleggen – het strikte minimum – die u voor uzelf zou moeten beantwoorden. Vooral toegespitst op uw gedrag.

Werktuigen om te groeien

Vragen in verband met de vijf werktuigen voor christelijke groei. Bidt, studeert, vast, mediteert u regelmatig – en legt u zich actief toe op het oefenen met God’s Geest? In welke van die domeinen bent u zwak? Waar zou u beter – of méér – kunnen doen? Hoe lang en hoe vaak doet u het? En verder, hoe lang schoot u tekort in gebruikmaking van deze vitale christelijke werktuigen, bij de Kerk al tientallen jaren gekend als de enige manier waarop een Christen geestelijk kan groeien?

Zo goed als zeker schiet u tekort op bepaalde vlakken. Vraag uzelf af waarom u toelaat dat dit gebeurt – en hoe vastbesloten u bent er iets aan te doen. Is het iets dat u NU gaat verbeteren, of iets wat u eerder “later gaat aanpakken”, wanneer u “even meer tijd hebt”?

Sabbat en Heilige Dagen

Hoe ziet u God’s Sabbat? Bereidt u zich er correct op voor, en ziet u die graag aankomen? Gebeurt het dat u de “onderlinge bijeenkomsten nalaat”? Zo ja, hoe vaak – en wat doet u geloven dat u dit kunt doen (Hebr. 10:24-26)? Springt u wat losser om met de Sabbatkledij dan toen de Kerk nog op het goede spoor zat? Zijn uw gesprekken vol ijdele woorden – of probeert u die actief te vermijden in uw contacten met de broeders op de Sabbat? Luistert u nog altijd aandachtig tijdens de diensten en neemt u nauwgezet notities met uw open Bijbel, omdat u van plan bent die aantekeningen een of tweemaal opnieuw door te nemen tijdens de komende week? Kijkt u naar de TV op de Sabbat, en zo ja hoe lang en met welke bedoeling? Is uw gedragsstandaard voor de Sabbatviering erop achteruit gegaan? Ziet u de Sabbat nog altijd als God’s testgebod?

Hoe zit het met het Loofhuttenfeest? Bent u altijd aanwezig, elke dag van het Feest? En, nogmaals, hoe bent u dan gekleed? Legt u nog altijd een integraal tweede tiende opzij in voorbereiding op het Feest, en geeft u altijd het overschot af vóór en na het Feest zodat anderen die minder bevoorrecht zijn er ook kunnen bij zijn? Geeft uw aanwezigheid blijk van loyaliteit ten overstaan van de organisatie waar u op dat moment bij bent, of gaat u naar eender welke feestplaats – van welke organisatie ook – als die dichterbij is of u meer aantrekt?

Bijbelstudie en lectuur

Hoe vaak bestudeert u uw Bijbel om basisdoctrines opnieuw intensief onder ogen te nemen (in een dokimos modus) – of in dezelfde zin met het oog op persoonlijke correctie? Wanneer nam u voor het laatst een boekje van dhr. Armstrong, en las u het aandachtig met een open Bijbel? (In deze optiek is 1 Tim. 4:13 “Houd aan in het lezen” wel erg toepasselijk). Hoe vaak doet u dat, tenminste als u het al doet? Misschien moet u zich eens afvragen: “Hoeveel Christenen in vroegere tijdperken zouden zo erg uitkijken naar de vele boeken en boekjes die nu stof opstapelen op mijn boekenplank? Hoeveel jaren – of tientallen jaren? – zijn er verlopen voor u dit nog eens deed?

Als u het bovenstaande niet doet, hoe vaak en in welke mate leest u dan de literatuur van uw eigen groep? (Dit is niet bedoeld om het materiaal van uw groep aan te bevelen, maar om u te helpen uw algemene temperatuur op te nemen). Hoe vaak denkt u na, praat u over, bestudeert u het concept achter het woord waarheid? Hoe vaak bent u bewust en specifiek aan het denken over de noodzaak om vast te houden, met Openbaring 3:11 in gedachten? Ooit?

Kijken naar de voltrekking van de profetie

Vanuit deze optiek, hoe gemotiveerd bestudeert u profetie – daarmee bedoeld de waarheid van de profetie? Bezorgt dit onderwerp van profetie u nog altijd kippenvel, of geeft het u een geweldige kick van urgentie over onze tijd – zodat u een alsmaar vuriger Christen wordt telkens u de gebeurtenissen bestudeert die spoedig plaatsvinden? Gebeurtenissen die de hele wereld gaan verpletteren wanneer ze inslaan?

Hoeveel jaren we ook nog voor de boeg hebben, het zullen er in elk geval minder zijn dan toen dhr. Armstrong nog leefde en ons zegde ons leven te vereenvoudigen (januari 1980). Omdat hij wist dat de catastrofale profetische gebeurtenissen vlug zouden inslaan op een wereld die er zich niet aan verwacht. Inmiddels zijn meer dan 25 jaar verlopen. Hoe grondig hebt u Lukas 21:36 in praktijk gebracht: “Waakt dan te aller tijd, biddende” – met het besef van het voor u extreme gevaar als u de voorafgaande verzen 34-35 negeert – en vooral dan vers 35? Kunt u nog altijd (of kon u ooit) de beesten, koppen, hoorns en tenen uitleggen van Openbaring 13, 17 en Daniël 7, en het grote beeld van Daniël 12?

Persoonlijk gedrag

En wat over andere domeinen van christelijk gedrag? Drinkt u wat méér dan goed voor u is? Zijn uw gesprekken tijdens de week een weergave van wat Christus zou zeggen – en bent u daar actief mee begaan? Hoe gaat het met uw huwelijk, en in welke mate bent u erop gericht deze relatie te verbeteren? Besef u dat het huwelijk een relatie op Goddelijk Plan is, een “Goddelijke instelling, ingesteld door God”? Is uw huwelijk nog altijd speciaal – en elke dag in opgaande lijn?

Brengt u de Bijbelse principes van kinderopvoeding dagelijks in praktijk? Bent u consequent en gelijkgezind in wat u doet, wetend dat u kleine potentiële leden van de God Familie aan het opvoeden bent? Wetend dat u enkel een tijdelijk rentmeesterschap over hen hebt, dat u namens God uitoefent tot zij de volwassenheid bereiken?

Betaalt u nog getrouw tienden over elke cent die u verdient? En hoe zit het met de offers die God u ook opdraagt (Mal. 3:8-10)? Betaalt u ook nog derde tiende, of zit u in een van de groepen die God’s eeuwige wet daarover afschaften – en daarmee het gebod om te zorgen voor weduwen, wezen, noodlijdenden, vreemdelingen en Levieten negeerden? Hebt u zich laten overtuigen door de “argumenten” van uw leiders als zou God die wet hebben afgeschaft, gewoon omdat zij die verwierpen? Omdat zij u overtuigden als zou dhr. Armstrong deze universele beslissing voor de Kerk hebben genomen indien hij nog in leven was?

Vurig voor het Werk?

Toen dhr. Armstrong nog leefde sprak hij voortdurend over het belang van God’s Werk. Het juiste kader van hoe God’s ware Werk moet worden uitgevoerd en de prediking van Zijn volledige waarheid buiten beschouwing gelaten, bent u binnen uw groep nog altijd enthousiast voor de vooruitgang van het Werk in de wereld?

Hoe vaak bidt u over God’s Werk? Hoe lang en hoe specifiek zijn uw gebeden daarover (Math. 9:36-38)? Denkt u in termen van geregeld extra offeranden brengen, zoals dhr. Armstrong er ons maandelijks aan herinnerde in bijna alle Leden/Medewerkers brieven? Hoe vaak denkt u aan de fantastische aankondiging van God’s Koninkrijk aan alle naties, en de ontnuchterende Ezechiël waarschuwing aan de moderne naties van Israël?

Onderzoeken en overwinnen

Hoe vaak neemt u de tijd om uw activiteiten te onderbreken en uzelf te onderzoeken? Als u de impact beseft van Jeremia 17:9, hoe vaak bidt u dan vurig voor correctie (10:23-24)? Vraagt u – smeekt u! – God om u te tonen hoe Hij u ziet? Hoe vaak bekeert u zich diep van wat God’s spiegel over u reveleert (Jak. 1:22-25)?

Hoe erg bent u ermee begaan om Christus’ levenswijze te imiteren? Hoe vaak denkt u aan deze onophoudelijke verantwoordelijkheid? Hoe ‘kapot’ bent u van uw gedrag – en hoe vastbesloten om uw problemen te overwinnen? Van welke zwakke plekken kunt u zeggen dat u ze eerlijk hebt aangepakt – en overwonnen? Hoe vaak en in welke mate ervaart u “honger en dorst naar gerechtigheid”? Hoe vaak denkt u aan de negen “vruchten van de geest” en geeft u er gestalte aan? Liefde, blijheid, vrede, lijdzaamheid, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing (Gal. 5:22-23) – in het volle besef van Jezus’ ontnuchterende instructie, viermaal verstrekt in Johannes 15 om “meer vruchten voort te brengen” (verzen 2, 5, 8, 16) als bewijs dat u Zijn discipel bent?

Waartoe u geboren bent!

Hoe vaak denkt u actief en bewust na over regeren met Christus, echt te zetelen op tronen om naties te besturen? Hoe veel denkt u na over het kwalificatieproces voor bestuur? Brengt u dat in verband met het correct besturen van alle domeinen in uw leven nu? Mediteert u er vaak over – als u het al doet – dat God u echt leidt? Denkt u er regelmatig aan dat u in opleiding bent om een leraar te worden?

Zo zou ik kunnen doorgaan met deze lijst, die echter eerder bedoeld is als een startpunt. Om ergens te beginnen. De lijst is ver van volledig – en de oprechtheid van uw interesse om uw gezichtsvermogen te herwinnen wordt gedeeltelijk bepaald door de lengte van uw eigen lijst bovenop de opsomming die ik gaf. Uw lijst zal ook meten hoe eerlijk u uzelf beoordeelt. Als u uzelf witwast, het geprofeteerde “blinde oog” letterlijk toekeert naar uw christelijk gedrag, dan gaat u uzelf alleen maar benadelen. En uzelf misschien voor eeuwig verknoeien!

Hoofdstuk Tien –
BESTUUR IS ALLES

De Bijbel is vooral een boek over bestuur. Al leerde ik dit van dhr. Armstrong, bijna 40 jaar studie van God’s Woord bevestigde de waarheid ervan. Neem alleen maar deze punten in overweging: De rebellie van Lucifer tegen God’s bestuur, de soortgelijke beslissing van Adam, de wijze waarop God oud-Israël bestuurde (Mozes, Jozua, de richters, koningen en profeten, etc.), de opstand van Korach, de rebellie van Saul, het speciale scepterverbond (bestuur) beloofd aan het Huis van David, hoe Christus kwalificeerde om Satan te vervangen, het bestuur van God in de Kerk, waarom de regeringen van deze wereld niet werken en nooit gewerkt hebben, en de komende wereldomvattende superregering van God, gemanaged door Christus en de heiligen, om het bestuur van de mens te vervangen en om vrede, geluk, overvloed en welvaart te brengen aan alle naties – en méér – maken dit onderwerp tot het centrale thema van de Bijbel!

Het Evangelie van het koninkrijk van God is een boodschap die helemaal betrekking heeft op bestuur – zopas beschreven – onder het bewind van de Familie van God. En dit onderwerp is het absolute zwaartepunt van de hele Bijbel. Daarom was bestuur het constante thema van dhr. Armstrong’s geschriften, waar er in vrijwel al zijn boeken en boekjes op de ene of de andere wijze naar werd verwezen of beschreven. Geloof me, nu ik de taak voltooid heb al zijn literatuur te herschrijven, weet ik het! Nu begrijp ik, op een manier waarvan ik moet toegeven dat ik voorheen nooit ten volle begreep, waarom dhr. Armstrong onderwees: “Bestuur is alles”. Waarschijnlijk herinnert u zich zijn woorden nog, die hij exact op deze wijze verwoordde. Wij zullen zijn verklaringen straks lezen.

Er is een reuzenreden waarom hij dat zo aanvoelde vanaf de winter 1952-1953, toen God hem deze geweldige waarheid voor het eerst openbaarde. Met de Radio Church of God die toen 19 jaar oud was en sneller begon te groeien, begon dhr. Armstrong het Evangelie tot buiten Noord-Amerika te verkondigen aan de wereld, in januari 1953. Het is niet toevallig dat God uitgerekend dit punt toen openbaarde, toen Zijn waarheid in de Kerk werd hersteld door dhr. Armstrong! God wist, en dhr. Armstrong begreep dat achteraf, dat een enorm Werk dat de hele aarde zou omsluiten en alle naties bereiken, de juiste bestuursvorm moet hebben. Met het oog op de immense omvang waarin het Werk uiteindelijk zou resulteren. Er moest een enorme profetie vervuld worden. Als de Kerk interne machtsstrijd, competitie en onenigheid van Sardis had moeten ondergaan – te wijten aan de lompe, onefficiënte en niet-Bijbelse bestuurswijze die alle inspanningen zo erg versnipperde – zou het Werk onder dhr. Armstrong afgeremd zijn tot kruipsnelheid en was het permanent gereduceerd tot maar een fractie van wat het werd.

Hier volgen alleen maar twee aanhalingen van dhr. Armstrong, als inleiding op dit hoofdstuk. Ze wijzen op het extreme belang te begrijpen hoe God Zijn Kerk bestuurt. Wie enkel maar de eerste verklaring leest, zal er nooit meer aan twijfelen hoe uitgesproken belangrijk dhr. Armstrong bestuur vond, en hoe veelomvattend hij dit zag. Deze uitspraak kwam in een van zijn laatste preken, en het ziet er bijna naar uit dat God hem dit wou laten zeggen op het einde van zijn leven als een speciaal getuigenis aan de Kerk. Als iets van kapitaal belang van dat ene punt dat de Kerk nooit mocht vergeten. Nadat ik dit fragment opnieuw beluisterd had, wenste ik u de kracht en intensiteit over te brengen van de wijze waarop deze bijna 93-jaar oude man sprak. Het komende boek waar hij naar verwees was MYSTERIE DER EEUWEN. De tweede aanhaling versterkt de eerste:

“Maar toen ik werd uitgedaagd, alvorens ik iets leerde over de Heilige Dagen of wat dan ook, werd ik uitgedaagd op het punt van God’s wet en God’s bestuur! Het ging allemaal om bestuur. Wat Satan wegnam was bestuur. Wat Christus gaat komen herstellen is bestuur. En waartoe Hij mij opwekte was om bestuur in Zijn Kerk te herstellen! En de hele test van de uitdaging, nadat God me ontvankelijk had gemaakt door andere zaken waarvan sprake in dat boek, was in de eerste plaats het punt van bestuur”.

Rely on God, 6 april 1985, Preek

“En dit is wat Petrus tot hen zei in die tijd. Vers 19, het derde hoofdstuk van Handelingen. Petrus zei: ‘Betert u dan en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden wanneer de tijden der verkwikking zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heren, en Hij gezonden zal hebben (de tijd waarop Hij zenden zal) Jezus Christus Die u te voren gepredikt is; Die de hemel moet ontvangen (nu is Hij opgeklommen ten hemel en de hemelen zouden Hem tot op een bepaalde tijd ontvangen) tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door de mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw’.

“Nu de wederoprichting. Zoek dat woord op in een woordenboek. Wederoprichting betekent herstel tot een vroegere conditie, een vroegere status of conditie. Het herstellen van wat weggenomen werd. Het herstellen van wat weggenomen werd [tweemaal gezegd]. Nu vraag ik u wat Christus gaat herstellen wat was weggenomen? Wat weggenomen werd, was het bestuur van God. Het bestuur van God! En als u de hele Bijbel kent, dat is het hele verhaal van de Bijbel. Dat is de hele bedoeling – alles”.

The Mission of the Philadelphia Era of the Church, 17 dec. 1983, Preek

Sta even stil bij die twee beknopte verklaringen. Ze bevatten een thema dat een echte stuwkracht vormde in het hele leven, ministry en denken van dhr. Armstrong. Hij wist dat God hem zond naar de naties van de wereld en haar leiders. Met de constante boodschap – de “aankondiging” zoals hij het stelde – van God’s komende wereldregering onder de God-Familie. Dat hield hij voor ogen en daar sprak hij over.

Valse profeten onthalen

Een van de laatste instructies van Christus aan de Kerk, was de waarschuwing dat er vlak vóór Zijn Wederkomst valse profeten en valse christussen zouden opkomen. En dat die velen ertoe zouden verleiden hen te volgen. Wat een valse profeet ook zou zeggen, daarvan zei Jezus simpelweg “Geloof het niet”. Deze waarschuwingen kenden een heel ironisch verloop in de laatste era van God’s volk. Beginnen we met dit te onderzoeken, en wat het uiteindelijk te maken heeft met bestuur – en het bestuur in Zijn Kerk. De volgende sectie zet alle elementen in positie voor de rest van dit hoofdstuk.

De parallelle hoofdstukken van Matheüs 24, Markus 13 en Lukas 21 – gekend als de Olijfberg-profetie – bevatten verscheidene waarschuwingen. In Matheüs 24 waarschuwt Christus driemaal voor hen die zouden komen en “velen verleiden”. Let op: “Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zij zullen velen verleiden” (vers 5). Niemand kan eraan twijfelen dat dit gebeurd is, zowel in de wereld als in de Kerk. Al 2.000 jaar zijn er al velen gekomen “in [Christus’] naam”, wat betekent door Zijn autoriteit – en werden velen misleid.

Vers 11 is specifieker, en waarschuwt opnieuw dat er “velen” verleid worden. Deze keer door “valse profeten”. Jezus spreekt tot de Kerk! Hoe weten wij dat? Verzen 12-13 zijn rechtstreeks gericht tot de Kerk omdat alleen dààr mensen mogelijk niet volharden tot het einde. Alleen in de Kerk kan wetteloosheid (“ongerechtigheid”) zo welig tieren dat goddelijke liefde verkilt. Mis dit punt niet. Het werd voorspeld dat valse profeten de Kerk op het einde zouden misleiden!

Denk eraan dat de wereld altijd misleid was (Openb. 12:9)!

Dan volgt Christus’ strafste waarschuwing: “Alsdan, zo iemand tot u zal zeggen: Ziet, hier is de Christus, of daar, gelooft het niet. Want er zullen vele valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (indien het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden. Ziet, Ik heb het u voorzegd! Zo zij dan tot u zullen zeggen: Ziet, hij is in de woestijn, gaat niet uit; Ziet, hij is in de binnenkamers, gelooft het niet” (24:23-26).

Diverse punten springen nu naar voor. Ten eerste waarschuwde Christus Zijn discipelen dat zij konden misleid worden. Let op Zijn herhaald gebruik van “u”. Vermits de discipelen echter niet leven in de eindtijd, maar WIJ wel, moet die waarschuwing er staan voor ONS vandaag (24:3)!

Let op de nadruk.

Misleiding zal op het einde zo groot zijn, dat het best mogelijk is dat God’s mensen niet alleen valse profeten maar ook valse christussen volgen! Jezus waarschuwt dat de geraffineerde en flagrante misleiding die nodig is dat dergelijke valse profeten of valse christussen succes boeken – waar zij steeds meer in slagen! – verbijsterend is! En toch werd er vandaag aan mensen gezegd dat dit niet kan voorvallen bij de “uitverkorenen” (vers 24). En daarmee schuiven zij de grootste van alle waarschuwing opzij, alsof die waarschuwing helemaal niet op hen slaat.

Dit op zichzelf al is een van de meest verbijsterende misleidingen waar ik ooit van hoorde!

Wanneer u te maken krijgt met mensen die zeggen Christus is “hier of daar”, dan zegt Jezus: “Geloof het niet” (Math. 24:26). Toch schijnen velen in splintergroepen bijna rotsvast te geloven in valse profeten en valse christussen, in plaats van in de ware Christus. Zoals reeds eerder uitgelegd, weet ik uit ervaring dat mensen over het algemeen beginnen met te veronderstellen dat andere mensen misleid zijn of het risico lopen. Christus waarschuwde dat de misleiding erger wordt (vers 24), en dat bepaalde valse profeten en valse christussen zelfs mirakels gaan verrichten. Die mirakels gaan ook velen misleiden, inclusief broeders. Omdat zovelen nu blindelings hen onthalen die Christus NIET GEZONDEN heeft. Zij negeren het cruciale belang van de vruchten, zij getroosten zich niet de moeite om die na te gaan – om te zien – of iemand gekozen werd door God, maar geloven hem op zijn woord! En ik ben geen uitzondering. Een leider moet in staat zijn overeind te blijven bij een nauwkeurig onderzoek van God’s kwalificaties – door de juiste vruchten voort te brengen. Maar in zekere zin wordt dat onnodig als de aanwezigen hun leiders een “vrijkaart” geven.

Verbazend genoeg hebben twee of drie leiders van splintergroepen, die van zichzelf beweren profeten te zijn (nogmaals, een van hen pretendeert zelfs “Die Profeet” te zijn van Deuteronomium 18:15) hebben duizenden mensen belazerd. Mensen die Christus’ waarschuwing compleet negeerden of vergaten! Zij dachten dat Zijn waarschuwingen voor “iemand anders” waren.

Christus waarschuwde dat dit allemaal zou gebeuren. Maakt u dat bezorgd? Dat zou moeten. Hij waarschuwde de Kerk over wie niet te onthalen! Resultaat? Ongeveer 120.000 mensen (80 procent) verlieten de waarheid! Het merendeel van de overblijvende 20 procent heeft op z’n minst enkele valse doctrines ‘gekocht’. Volgens het patroon van 2.000 jaar Kerkgeschiedenis komt dat omdat mensen al te bereid zijn alleen maar hen te aanvaarden die God niet gezonden heeft.

Houd het volgende basisprincipe in gedachten: Nooit werd door Christus aan Zijn Kerk een belangrijke waarschuwing gegeven – geen één! – die nu en dan niet werd genegeerd!

Laten we nu verder gaan met een kolossale ironie.

Waarheid alleen via apostelen

Vele broeders, inclusief alle leiders van splintergroepen, kozen ervoor bepaalde doctrines waar de Kerk eens in geloofde wetens en willens te verwerpen. Toch zou het nu al duidelijk moeten zijn dat de meesten van God’s volk bepaalde andere doctrines gewoonweg vergaten; doctrines die ooit bekend waren in de hele Kerk.

De meeste broeders herinneren zich wel dat de dhr. Armstrong belangrijke leerstelsels vaak herhaalde, om er de nadruk op te leggen. Leerstelsel die de Kerk nooit moet vergeten of verwarren. Desondanks werden enkele van zelfs sommige van de meest centrale doctrines die hij onderwees verworpen of – nogmaals – vergeten! Weinige van die doctrines zijn belangrijker dan het Bijbelse basisbegrip dat Christus waarheid in Zijn Kerk brengt via apostelen – en alléén via apostelen!

Vooraleer verder te gaan, laten we even vier verklaringen van dhr. Armstrong lezen. Terwijl u ze leest, kijk dan of de kracht en klaarheid van zijn woorden geen herinneringen oproept van hoe we dat allemaal ooit wisten. Noteer bij de aanvang van de eerste aanhaling, in verband met wie God zendt, hoe dhr. Armstrong een apostel definieert:

“Het woord apostel betekent ‘iemand die gezonden is’.

“De Kerk van God in het Nieuw Testament ontving alle leringen, praktijken, gewoonten, van de apostelen, met Petrus als hoofd over alle anderen.

“De apostelen waren de leraren die de geloofspunten, leerstelsels, praktijken en gewoonten van de Kerk in de Kerk brachten. En God vroeg van alle Kerkleden hetzelfde te geloven en te spreken!

“Er was geen doctrinaire raad! De leringen van de Kerk kwamen niet van een comité van dienaars en/of leden die stemden over wat te geloven.

“Let nu goed op dit punt: God brengt Zijn waarheid in Zijn Kerk via Christus en via de apostelen!

“Noteer dit! De Kerk van God is gebouwd op het fundament van de apostelen en de profeteren…

“Ik heb u getoond…dat Petrus de leider van de apostelen was – en dat de Kerk de lering en doctrines kreeg van de apostelen!

“Zo, laat het nu officieel gesteld worden – door Christus’ hedendaagse apostel – dat dit binden en ontbinden klaar en duidelijk opgedragen was aan Christus’ hoofdapostel – geen dienaar lager in rang en op diens gezag aangesteld – niet door de Kerk als een lichaam – maar door de apostel!

“Jezus Christus is het levende Hoofd van deze Kerk! Hij bouwde die via Zijn apostel. En Hij, Jezus Christus, heerst nog steeds als hoogste Autoriteit in de enige plaats op aarde waar het Bestuur van God vandaag in voege is!”.

“How Christ Gives the Church its Beliefs, GN, 20 nov. 1978

“God zegt dat wij in Zijn Kerk allemaal hetzelfde moeten geloven en spreken – wij moeten akkoord gaan met wat waarheid is, en wat juist en goed is in tegenstelling tot wat slecht en zonde is.

“Maar HOE? Hoe bracht Jezus Christus Zijn doctrines in Zijn Kerk? Hoe deed Hij dat in het jaar 31? En hoe in het jaar 1933?

“Alleen door Zijn gekozen apostelen.

“Onze leer en doctrines moeten komen van God! Via Christus! En via Zijn apostel!

“In de omgang met mensen heeft God altijd gewerkt met één man – iemand die God geloofde! In het oude Israël waren er soms mensen die dit eenmansleiderschap uitdaagden. En in dezelfde zin zijn er vandaag ook mensen die dit uitdaagden!

“Eerst waren er Mozes’ broer en zus die dit eenmansleiderschap uitdaagden…‘En zo ontstak des Heren toorn tegen hen’ (Num. 12:9).

“Al weten al onze leden en dienaars dit wel, toch zijn er die er niet voor terugdeinzen minachtend, vijandig of vernederend te spreken tegen Christus’ huidige apostel! Zij hoeven MIJ niet te vrezen! Want ik zal me niet tegen hen keren of hen slaan.

“Waarom vrezen zij God dan niet? Het moet om een van twee zaken gaan. Ofwel begrijpen zij deze leer niet echt…ofwel geloven zij niet dat God mij koos als Zijn huidige apostel en menselijke leider.

“De Kerk is GOD’S Kerk. Het Hoofd van de Kerk, onder God, is Jezus Christus. Onder Christus, op menselijk niveau, is Zijn gekozen apostel, via wie Hij deze geestelijke TEMPEL oprichtte en bouwde; de geestelijke Tempel waar de regerende Christus spoedig glorierijk zal naartoe gaan (Ef. 2:20-21).

“Alle doctrines van de Kerk werden, zoals bij de start in het jaar 31, door de apostelen ingevoerd. Alle doctrines in de huidige Filadelfia era werden in de Kerk geplaatst door Jezus Christus via Zijn gekozen apostel”.

“And Now Christ Sets Church Back on Track Doctrinally!”, WN, 19 febr. 1979

“De leerstelsels van de Kerk werden veranderd. Het meest succesrijke boek van allemaal, De Verenigde Staten en Groot-Brittannië in de Profetie, werd aangevallen…zoals ook een aantal andere basiswerken en belangrijke boekjes geschreven door Christus’ apostel.

“Hoe ontvangt God’s Kerk haar doctrines, geloofspunten en leerstelsels? Rechtstreeks van God, via de kanalen van Jezus Christus als Hoofd van de Kerk, en vanwege Hem via de apostelen! Nooit door iemand anders! Nooit door een groep dienaars die zichzelf aanstelden als Doctrinair Comité! Zo was het in de eerste eeuw.

“Hoe kreeg de Wereldwijde Kerk van God haar doctrines, geloofspunten en leerstelsels? Uitsluitend via Christus’ apostel!

“Maar elke doctrine, geloofspunt en leerstelsel in de Wereldwijde Kerk van God kwam van Christus via Zijn gekozen apostel!”.

“What Is a Liberal?”, WN, 19 febr. 1979

“De levende Jezus Christus stichtte de enige ware Kerk van God in het jaar 31. Diezelfde Jezus Christus startte de Filadelfia era van God’s Kerk door mij, als Zijn gekozen apostel, in augustus 1933.

“God gebiedt in Zijn Woord dat wij allen ‘hetzelfde spreken’. Dat ‘zelfde’ brengt Hij in de Kerk via Zijn apostel”.

“Watering Down – Or Slowly Building Solidly Up?”, WN, 11 juni 1979

Diverse andere verklaringen, sommigen uitgebreid en al even krachtig, zouden hierbij ook kunnen aangehaald worden. Maar deze vier zouden moeten volstaan voor al wie er de waarheid over wil weten – en wie vastbesloten is er aan vast te houden – wat dhr. Armstrong onderwees over hoe ware doctrine in de Kerk komt. Vooraleer verder te gaan, bezin even of u dit nog altijd gelooft.

Dhr. Armstrong vereren of geloof in God op basis van bewijs?

Zij die weigeren uitzonderingen te maken inzake vasthouden aan de waarheid die de Kerk ooit geloofde, en geloofden dat die waarheid enkel via apostelen kwam, worden er vaak van beschuldig “meneer Armstrong te vereren”. Ik verwees daarnaar in de inleiding, en ook nog daarna. Los van het punt dat ik straks aanstip, is dit ook ironisch.

Overweeg dit even. Toen bijna 150.000 mensen vasthielden aan wat dhr. Armstrong onderwees toen hij nog leefde, suggereerde niemand dat we “hem vereerden”. Waarom zijn er nu mensen die dat wel zeggen? Wat is er veranderd?

Vele broeders hebben er lang naar gestreefd om de leer van andere apostelen te volgen (van Petrus, Paulus, Johannes, Jakobus, Matheüs, Judas), en niemand heeft ooit gesuggereerd dat zij een van hen vereerden. Waarom wordt dhr. Armstrong er uitgepikt om op die wijze in de kijker te komen?

Neem dit in overweging. Zoals alle apostelen vóór hem, stierf dhr. Armstrong. Van hen die de instructies van andere overleden apostelen op een evenwichtige wijze gehoorzaamden, werd nooit gezegd dat zij die op een plateau zetten of vereerden. Daar zou dhr. Armstrong moeten bijhoren. Want hij is echt een apostel “zonder eer van hen in zijn eigen tijd” – voor hen die eerder denken dat hem volgen (1 Kor. 11:1) hem vereren werd, nu hij gestorven is.

Dhr. Armstrong onderwees duidelijk dat ware doctrine enkel in de Kerk kan komen via het hoogste Nieuw Testamentische ambt. Op zichzelf was dit al een doctrine waar sterk aan werd vastgehouden. De meesten wisten niet hoe zij het aangeboden harde bewijs moesten uitdagen. Maar hoevelen hebben dit bewijs verinnerlijkt? Dit kolossale begrip verwerpen is eigenlijk al een valse doctrine. Bedenk opnieuw! Eerst moeten de mensen deze doctrine verwerpen om later ook andere doctrines te kunnen verwerpen. Besef dat dit de enige manier is om gelijk welke nieuwe leer te ontvangen van niet-apostelen. Ik herhaal – er is geen andere manier om te kunnen afstappen van vroegere geloofspunten.

Nu missen velen het geloof om volledig te aanvaarden dat God dhr. Armstrong in die mate en op die buitengewone wijze leidde, zoals de hele Kerk dat vroeger wel geloofde. Maar zij zouden daar niet aan getwijfeld hebben als zij hadden bewezen wat hij onderwees – en dit impliceert dat Christus de waarheid enkel aan Zijn Kerk onderwijst via apostelen.

Denk na! Dit is bijna zeker een van de redenen waarom Christus vroeg: “Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?” (Luk. 18:8). Die vraag verwijst naar de periode vlak voor Zijn Terugkeer. De enigen die mogelijk kandidaat zijn voor het hebben of verliezen van geloof, zijn mensen in Zijn Kerk. Hij wist dat de wereld daar niet bij hoorde. Jezus begreep duidelijk dat de condities in de laatste dagen de oorzaak werden dat mensen in grote getale het geloof zouden verliezen; geloof in hoe Hij Zijn Kerk zo lang zo succesrijk had geleid en gezegend – en hoe Hij ze had geleid in de waarheid. Hoe kort is het geheugen van de mens!

Toen dhr. Armstrong de Kerk herhaaldelijk zei dat de almachtige, levende Christus hem leidde – dat wat volbracht werd in de Wereldwijde Kerk van God niet het product van een mens was – zagen de meesten alles wat bereikt werd en geloofden dat hij gelijk had. En sommigen bewezen het. Maar dhr. Armstrong stierf, de tijd verliep en het geloof verwaterde. Nu zijn er velen al zelfs niet meer zeker van dat hij een apostel was. Of, als hij het was, dan zijn ze onzeker over wat dit betekent voor de Kerk.

Hen ontvangen die God zendt

Keren we nu terug naar het onderwerp van valse profeten en valse christussen. Er is een tegengestelde kant aan Christus’ waarschuwing hen niet te ontvangen. Er zijn natuurlijk mensen die God INDERDAAD zond – zij die zouden moeten ontvangen worden. Velen vergaten dit allerbelangrijkste onderscheid. Zij vergaten eerst dat God niet iemand zou zenden zonder dat we zeker zouden kunnen weten dat hij vanwege God kwam. Herinner u dat het woord apostel “iemand die gezonden is” betekent – gezonden vanwege God! Als God een man zendt, dan wil Hij dit vanzelfsprekend kenbaar maken bij Zijn andere dienaars. Zodat zij deze man kunnen steunen.

Vlak voor Zijn kruisiging zei Christus tot Zijn discipelen: “Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo Ik iemand zend, wie hem ontvangt, die ontvangt Mij; en wie Mij ontvangt, die ontvangt Hem [de Vader] Die Mij gezonden heeft” (Joh. 13:20).

Dit vertegenwoordigt een hoogst belangrijke test voor al God’s dienaars in elk tijdperk. Ontvangen wie God zendt is zowel Christus als de Vader ontvangen. Daar staat – vanzelfsprekend – tegenover dat het verwerpen of negeren van wie Christus zond, gelijk staat met het verwerpen of negeren van Christus en de Vader!

Een langere passage zet dit punt kracht bij, en maakt het volstrekt kristalhelder hoe belangrijk dit principe voor God is! U vindt het in Matheüs 10:40-42. We gaan die passage onderzoeken van vers tot vers. “Die u ontvangt, ontvangt Mij; en die Mij ontvangt, ontvangt Hem Die Mij gezonden heeft” (vers 40). Dit deel van de passage is bijna identiek aan Johannes 13:20.

Maar daar stopt het niet bij. Het volgende vers onthult dat er meer op het spel staat dan op het eerste gezicht lijkt – meer dan louter God’s instructie te gehoorzamen om dienstknechten te ontvangen die Hij de autoriteit gaf of zond. “Die een profeet ontvangt in de naam van een profeet, zal het loon van een profeet ontvangen; en die een rechtvaardige ontvangt in de naam van een rechtvaardige, zal het loon van een rechtvaardige ontvangen” (vers 41).

Daar zit, nogal letterlijk, iets in voor u en voor mij – als wij het onderscheid kunnen maken tussen wie God zond en wie Hij niet zond. Er staat een echte – en eeuwige – beloning op het spel. Let nu op het volgende vers. “En zo wie een van deze kleinen te drinken geeft alleen een beker koud water, in de naam van een discipel, voorwaar Ik zeg u, hij zal zijn loon geenszins verliezen” (vers 42).

Denk hierover na. Gewoon een simpel glas water geven in de naam van een discipel brengt een absoluut zekere beloning vanwege God. Hier is waarom. Wat we ook doen voor God’s ware dienstknechten – zelfs zij die het meest elementaire “ambt” hebben, of zo u wilt, die de “kleinen” zijn – beschouwt Christus als rechtstreeks voor Hem gedaan. “En de koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat MIJ gedaan” (Math. 25:40).

Deze laatste passage introduceert de noodzaak om ware broeders van Christus altijd te ontvangen. Natuurlijk is dat, in tegenstelling tot apostelen, profeten, evangelisten, enz., veel moeilijker en soms onmogelijk te onderscheiden. In feite gaat het daarover in de uitgebreide passage van Matheüs 25. Mensen konden niet altijd onderscheiden of zij een van Christus’ “broeders” ontvingen – Zijn “kleinen”. Maar Jezus noteert het gedrag van broeders ten opzichte van zelfs de “minste” van Zijn schapen.

Wat is het punt? Gewoon dit: Hoe belangrijk is het dan voor God dat wij het gebod opvolgen een apostel te ontvangen als God hem zendt? Vermits een apostel iemand is die “gezonden is” vanwege God, wee hen die Johannes 13:20, Matheüs 10:40-42 en Matheüs 25:40 negeren! U zult binnenkort zien dat dit met dhr. Armstrong zelfs nog een grotere betekenis krijgt.

Ik kan niet genoeg beklemtonen hoe ernstig dit is voor Christus, die uw bereidheid om iemand te ontvagen die Hij zond koppelt aan uw aldanniet bereidheid om Hemzelf en de Vader te ontvangen. Hou uzelf niet voor de gek als zou er minder dan dit op het spel staan! Er wordt een heel specifieke beloning verzekerd aan al wie begrijpt dat hij enkel een beker koud water geeft aan een discipel in de naam van een discipel.

Hoeveel te meer aan een apostel?

Natuurlijk kan het sommigen niet schelen wat God hierover zegt. Zij schijnen te ontvangen wie zij willen, en verwerpen wie zij willen. Zonder rekening te houden met wat God instrueert – en of God een man zond.

“Al stond iemand op uit de dood”

In feite is dat een van de hoofdpunten uit de parabel van Lazarus en de rijke man. Daarin komt tot uiting hoe erg mensen zich verschansen in hun denken, en niet willen toegeven dat zij een verkeerde positie innamen. Op het einde van het verhaal besefte de rijke man dat hij zijn behoud had verknald. Daarop drong hij er bij Abraham – dan in het Koninkrijk – op aan Lazarus naar zijn vijf broers te zenden om hen te waarschuwen voor wat de rijke man verworpen had. Abraham antwoordde: “Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen” (Luk. 16:29).

Met het idee dat iemand die uit de dood opstaat meer gewicht in de schaal zou leggen, dringt hij er bij Abraham op aan het opnieuw in overweging te nemen (vers 30).

Abraham’s antwoord impliceert een donderende waarschuwing aan al wie de autoriteit die God aan Zijn apostel Herbert W. Armstrong toekende zou verwerpen – geheel of gedeeltelijk. Noteer: “En hij [Abraham] zie tot hem: Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al ware het dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen” (vers 31).

Het is uiterst moeilijk mensen te bewegen die zich hebben vastgezet in hun denken. Op basis van deze parabel besef ik dat dit boek, geschreven door iemand waarvan de meesten denken dat hij vooringenomen is en beslist niet door God gezonden, waarschijnlijk niet veel broeders zal bewegen. (Misschien heel weinige senior dienaars, als er al zijn). Maar vermits Christus dit inspireert, zal het boek wel enkelen bewegen. Ik hoop dat u nadenkt over wat de rijke man niet begreep inzake de hardnekkigheid van de menselijke natuur; over hoe mensen kunnen weten wat Mozes en de profeten onderwezen – en toch geen persoonlijke actie in hun leven ondernemen, zelfs al stond er iemand op uit de dood om hen te waarschuwen!

De flagrante ironie waarvan ik sprak, gaan we nu verder onderzoeken. Hoe verbijsterend is het dat mensen valse en compromissen sluitende leiders, valse profeten en valse christussen ontvangen, rechtstreeks in tegenspraak met Christus’ persoonlijke waarschuwing (aan hen in de eindtijd) dit niet te doen. Maar toen een echt grote dienaar van God stierf na een fenomenaal 52-jarig dienaarschap waarbij hij 250 miljoen mensen bereikte, heeft de grote meerderheid die deze grote leider kende nu veelal verworpen dat God hem gebruikte – ten gunste van mensen waar Christus ons voor waarschuwde om die te verwerpen! Verbijsterend!

Hoe tijden veranderden. Er was eens een tijd, nog niet zo lang geleden, dat koningen, koninginnen, presidenten, eerste ministers en kanseliers dhr. Armstrong ontvingen als “Een Ambassadeur Zonder Portfolio”. Hij kreeg speciale eer, onderscheidingen, geschenken en de behandeling – vanwege vleselijke wereldse leiders, mensen die er geen idee van hadden wat zijn taak was – wat de Kerk ooit begreep. Nu hebben er tienduizenden mensen die het ooit begrepen, alles of veel verworpen van zijn doctrines, zijn beslissingen, de tradities die hij onderwees, zijn karakter, en in vele gevallen zelfs dat hij een apostel was. Zij verwerpen ook zijn buitengewone, merkwaardige en de waarachtige historische voltrekking van profetieën!

En dit brengt alles in stelling om te zien dat het nog meer noodzakelijk is iemand die gezonden is te ontvangen – wie in dit geval nog méér was dan een apostel! Wat betekent dit?

Leiders verwerpen dhr. Armstrong als Elia

Laten we nu een zeer grote stap voorwaarts zetten voorbij het inzicht dat de waarheid aan de Kerk wordt geopenbaard via apostelen, en hoe te herkennen of iemand gezonden is. Naast het verwerpen van dit inzicht moeten de mensen ook dit inzicht verwerpen – als zij doctrines veranderen – dat de finale Elia gekomen is en alles in de Kerk herstelde (Math. 17:11).

Van alle twistpunten in de splintergroepen is een het grootste (en mogelijk het grootste) misschien wel dat dhr. Armstrong de voorspelde “Elia” is die zou komen vóór de Dag des Heren en Christus’ Terugkeer. De “Elia” waarvan werd voorspeld dat hij “alle dingen zou herstellen”. Als dhr. Armstrong die man inderdaad was, dan moeten alle waarheden die hij onderwees behouden worden – eraan vastgehouden worden! Dit heeft geweldige implicaties! Het boek I Will Send ELIJAH To Restore All Things, dat de rol van dhr. Armstrong grondig bewijst, onderzoekt de implicaties en waarom zovelen zowel zijn rol als de betekenis ervan verwerpen.

Ook al betwisten sommigen de inhoud, toch zullen de meesten niet ontkennen dat God van de Filadelfiërs zegt dat zij “vasthouden” aan de waarheid. Velen zullen zich dit nog wel herinneren, maar hebben het jammer genoeg opzij geschoven: de Elia vervulling, de leer, en de implicaties die voortvloeien uit dit gebod van vast te houden. Diverse categorieën beschrijven uiteenlopende manieren waarop mensen tegen dit onderwerp aankijken.

Sommigen verwerpen meteen dhr. Armstrong’s vervulling. Anderen aanvaarden die wel, maar zitten in een organisatie die bizarre doctrines onderwijst inzake de veronderstelde vervulling van hun leider als zou hij “Die Profeet” zijn. Nog anderen, die deze groep verlieten om zich aan te sluiten bij allerlei kleine splintergroepen, aanvaarden het wel. Maar zij hebben allerhande eigen ideeën aangenomen die al bijna even bizar zijn, gewoonlijk ook op het vlak van profetie. Een vierde categorie bestaat uit enkelen die deze doctrine over het algemeen wel geloven, maar de implicaties ervan niet vatten.

Tenslotte zijn er vele honderden mensen van God’s volk met een evenwichtige benadering van dhr. Armstrong’s rol en de implicaties ervan. Deze mensen negeren de feiten niet die voor de hand liggen – het reuzengrote bewijs van wie hij was. Zij volgen geen valse profeet, en geloven ook geen onzinnige profetische ideeën. Zij begrijpen dat het Werk niet voorbij is tot de Grote Verdrukking begint. Zij in deze categorie halen broeders die hierover of over andere zaken in de war zijn niet door het slijk of vallen ze niet aan. Zij geven geen blijk van verkeerde, dwaze, onopgeleide, onevenwichtige, niet-onderwijsbare en niet-bestuurbare houdingen die zo duidelijk zijn bij velen die belijden dhr. Armstrong’s vervulling te accepteren – gewoonlijk het duidelijkst bij hen die lang bleven bij de 1989-groep. Het zijn vooral zij die de slechtste naam bezorgen aan hen die correct vasthouden aan dit begrip.

Het graf kussen

Vanzelfsprekend werken de meeste leiders van splintergroepen bewust of onbewust mee aan de misleiding van vele broeders in deze zaak, omdat zij voortdurend zeggen: “Wij houden van de heer Armstrong”. De valse leiders van de WCG beweren nog steeds dat zij “houden van de heer Armstrong”. Net zoals de farizeeërs bloemen hingen aan de graven van de profeten die ze vermoord hadden (Math. 23:29), “kussen zij zijn graf” geregeld. Voor politieke impact. Als het hen gevraagd werd, zouden de paus en elke moderne Tv-evangelist beslist antwoorden dat zij “houden van dhr. Armstrong”.

Zelfs de duivel zou u niet proberen te misleiden door te beginnen zeggen: “Ik haat dhr. Armstrong” of ook maar: “Ik houd niet zo van dhr. Armstrong”. De meeste leiders van splintergroepen voegen er dikwijls aan toe: “Hij was een fijne man”, of “Hij deed een goed Werk”, of “Hij was, of was waarschijnlijk, een apostel” – vooraleer zij onveranderlijk verder gaan met uit te leggen waarom hij “verkeerd” was in bepaalde zaken. Zij begrijpen dat zij meer kans maken u of hun organisatie mee te slepen in hun verkeerd denken en/of nieuwe doctrine, als zij de indruk geven dhr. Armstrong te respecteren en er in algemene zin mee akkoord te gaan. Daarom hanteren zij de subtiele aanpak van “iemand het graf in prijzen”. En hun tactieken lijken duidelijk te werken.

God’s vijanden, en anderen die compromissen sluiten met Zijn waarheid, vallen altijd Zijn grootste dienstknechten aan. Maar zij, tenminste die van binnen de “kerk”, doen dat gewoonlijk heel geraffineerd, terwijl zij beweren het niet te doen. Zij zeggen dan dat zij “respect hebben voor wat hij realiseerde”.

Elke leider van een splintergroep wil zijn eigen handtekening zetten op zijn groep. Deze mannen willen het niet doen overkomen als zouden zij “onbekwaam zijn om te groeien”. Zij willen wel gezien worden als mannen met visie, “bekwaam om te groeien”. Daarom praten zij nooit over “alle dingen herstellen” (behalve dan die ene senior leider met zijn non-stop nadruk op mirakels, terwijl hij beweert dat dit het “herstel van apostolisch christendom” is, hoewel dhr. Armstrong dat nooit deed). Zij praten ook nooit over het feit dat dhr. Armstrong onderwees dat enkel apostelen doctrine in de Kerk kunnen brengen. Denk daarover goed na terwijl u hen observeert! Die mannen zijn niet bereid dhr. Armstrong te blijven aanvaarden als door God gezonden – of als een apostel die als enige de autoriteit heeft waarheid in de Kerk te brengen, of als de Elia door God gezonden om alle dingen te herstellen. En dan hebben zij nog het lef te zeggen dat wij – en dhr. Armstrong zelf – nooit zeker waren van wat zij weten waar de Kerk ooit absoluut zeker van was!

Eens kende de Kerk de doctrine over wie de Elia was. Deze gezonde doctrine te ontkennen, te verwerpen of zelfs te minimaliseren is een gevaarlijke ketterij. Vele mensen over de hele wereld zijn er diep van overtuigd dat vasthouden rechtstreeks voortvloeit uit dhr. Armstrong’s vervulling van Matheüs 17:11 en Maleachi 4:5-6. Maar zij staan dan voor een zwaar dilemma als zij overwegen zich aan te sluiten bij een van de grote splintergroepen.

Vergeet nu even alle fouten van leiders van de splintergroepen, behalve dan de Elia vervulling. En bedenk dan God’s Plan voor de eindtijd. Hij plande 6.000 jaar geleden de vervulling van Matheüs 17 – en de mogelijke verwoesting van de aarde als Elia zou falen in zijn komst (Mal. 4). Hij wist ook dat zij die echt Filadelfiër bleven of het opnieuw werden een geweldige test zouden ondergaan. Omdat zij zouden vasthouden aan ware doctrine, terwijl zij omringd worden door een overheersend aantal mensen die dat niet doet.

Zou God verwarring scheppen?

Begrijp dit feit. Mensen die geloven dat de grote Elia profetie vervuld werd door dhr. Armstrong zou Christus nooit verzamelen – en ook nooit kunnen verzamelen – onder een man die niet gelooft dat dit plaatsvond. Of erger, zoals in het geval van die ene “presiderende” senior evangelist die beweert het Filadelfische overblijfsel te leiden, en stiekem hoopt die rol zelf te vervullen!

Denk aan het ongelooflijk verwarrende signaal dat Christus zou geven aan alle mensen van Zijn trouwe kudde, als Hij dit van hen verwachtte. Dat zou gelijkstaan met te verwachten dat zij die dhr. Armstrong’s vervulling wel geloven, in staat waren “uit te knobbelen” dat Christus niet bedoelde dat zij een leider zouden volgen die dit ook geloofde. Op basis van wat zou Christus mogelijk kunnen verwachten dat zij dit weten? Als Hij dat deed, zou Hij Zijn volk vragen te wandelen in een conditie van Amos 3:3 – wat onmogelijk is! Hij zou hen dan ook vragen een valse leider te volgen. Vanzelfsprekend zou God weten dat mensen die de profetie geloven – en de geweldige implicaties begrijpen daaraan gekoppeld om vast te houden – zouden weten dat zij een leider moeten zoeken die dit ook gelooft en begrijpt. Voor Hem zou het tegenovergestelde doen geestelijke waanzin zijn, waardoor zij van God de auteur van verwarring zouden maken. Ik kan me geen ergere hypocrisie vanwege God voorstellen, mocht Hij dit doen.

Het is echt een belediging en bespotting van God te geloven dat Hij tot zo’n misleidend en verwarrend plan in staat zou zijn. Nogmaals, pauzeer even en overdenk wat u zopas las.

Vervolgens moeten mensen die dit “uitknobbelden” tegelijk ook “uitknobbelen” dat alles wat dhr. Armstrong leerde over het accepteren van een milieu met doctrinaire compromissen – zoals alle splintergroepen doen op diverse andere wijzen – verkeerd was. Tracht u bijvoorbeeld voor te stellen hoe vrouwen, die begrepen waarom dhr. Armstrong verklaarde dat Satan eerst make-up in de Kerk injecteerde om het liberalisme in te voeren, konden samengaan met vrouwen die zich maquilleerden? Hoe zouden zij die geloven in de ene, verenigde ware Kerk te zijn, samen wandelen met hen die dachten dat “wij alleen maar één van de vele ware kerken” zijn? Ga dan terug en stel u het geargumenteer voor tussen hen die dhr. Armstrong als de Elia verwierpen (en dachten dat hun leider of iemand anders die rol zou vervullen) en hen die wisten wat de rol van dhr. Armstrong was. En de betekenis van zijn vervulling in relatie tot vasthouden. Er zouden vreselijke argumenten aan te pas komen over heel wat verschillende onderwerpen. En dat is nu al het geval.

De senior evangelist/leider ontkent zelfs de basisdoctrine dat de Kerk onze Moeder is, zoals hij me herhaaldelijk zei. De grootste splintergroep heeft deze doctrine nu ook verworpen. Zij begrijpen niet langer de onmiskenbare klaarheid van verzen over dit onderwerp (waarop we later terugkomen). Het boekje van dhr. Armstrong over “wedergeboorte” verklaart gedetailleerd hoe allerbelangrijkste hij deze doctrine vond binnen God’s Plan om Zichzelf te reproduceren. Het is bijna onmogelijk om de magnitude van deze kennis te missen. Toch doen velen het.

De meeste andere leiders staan vrouwen toe make-up te gebruiken; leden mogen verjaardagen vieren, buiten de Kerk trouwen, een vals evangelie prediken – naast een lange lijst van andere valse doctrines, te talrijk om op te sommen. Nogmaals, geen enkele eerlijke persoon kan eraan twijfelen dat, als dhr. Armstrong nog leefde, hij die mannen onmiddellijk zou disfellowshippen – zelfs maar voor één van die ketterijen, en a fortiori als hij weet had van allemaal. Ik herhaal om er de nadruk op te leggen, herinner u hoe straf hij reageerde op het gebruik van cosmetica!

Samengevat, het volgen van leiders die blind zijn voor de rol van dhr. Armstrong is het ontkennen van het hele punt dat vasthouden in het Laodicea tijdperk een noodzakelijke test is om Filadelfiër te zijn. God zou nooit mannen gebruiken om Zijn Kerk vandaag te leiden, die niet begrijpen hoe Hij dhr. Armstrong gebruikte! Hoe zouden dergelijke leiders in hun ambt kunnen blijven als zij dat ambt nooit begrepen hebben?

Bedenk eens goed hoe al die dingen zouden kunnen samenwerken binnenin een enkele organisatie waar er zelfs maar twee – laat staan vele – totaal verschillende denkwijzen en geloofsovertuigingen bestaan. De verdeeldheid zou zelfs nog erger zijn dan vandaag het geval is.

De grote onuitgesproken motivatie

Ga na welke man of mannen u nu volgt. Blijf gefocused op doctrine – en hoe God de leider zou uitkiezen onder wie Hij Zijn trouwe kudde zou verzamelen.

De meeste leiders onderwijzen bewust – en gemakshalve – bepaalde populaire valse doctrines om de mensen – en ook tienden! – te blijven trekken naar hun organisaties. Zij begrijpen de financiële consequenties van wijdverspreide fouten te verwerpen, zoals het dragen van make-up en het afschaffen van derde tienden. Op die manier laten zij toe dat “de weg der waarheid zal gelasterd worden” en maken “koopwaar” (2 Petr. 2:1-3) van God’s volk om hun tienden te trekken.

Deze leiders gaan daarvoor ter verantwoording worden geroepen! (Ik hoop dat zij blinder en erger misleid zijn dan het lijkt). Maar vergis u niet – die mannen zijn gehecht aan hun positie. Als u daar aan twijfelt, probeer u dan actief te verzetten door medebroeders te waarschuwen voor hun ketterijen, en dat zij hun organisatie behoren te verlaten. Al wie dit doet zal vlug zijn lot kennen! Maar dienaars die dit doen, zullen God’s beloning krijgen als zij geen huurlingen zijn (Joh. 10:11-13). En let op. Tal van verzen onthullen dat niet alleen dienaars zo’n verantwoordelijkheid dragen (Jak. 5:19-20; Gal. 6:1-2; Jud. 22-23; Dan. 11:32-35; om er een paar te noemen)!

Alle oudsten, diakens en andere leiders (en alle leden) die geloven dat dhr. Armstrong de Elia was, zouden het volgende punt heel aandachtig moeten overdenken. Het feit dat u in een groep blijft die de volledige betekenis van dhr. Armstrong verwerpt, brengt een vreselijk verwarrende maar torenhoge verklaring dat u inderdaad gelooft dat dhr. Armstrong de Elia was en dat u mannen volgt die dat niet geloven! Bent u klaar om voor God te staan en uw daden te verdedigen? Uw leiders zijn misschien misleid, meer velen van u beweren dat niet te zijn, beweren te “zien”. Daarom “blijven uw zonden” – wat inhoudt dat u strenger zou kunnen beoordeeld worden dan uw leiders, als u weigert in actie te treden!

Het feit dat zovelen de visie verloren van wie de Elia was, is op zich al een getuigenis van de blindheid die overheerst bij God’s volk als geheel. Probeer het verlies van gezichtsvermogen als volgt te begrijpen. Vele duizenden kunnen zelfs niet meer onderscheiden wie compromissen sloten en zichzelf diskwalificeerden. En nog erger, kunnen niet meer het onderscheid maken tussen wie werden gezonden door Satan en de grote dienstknechten die werden GEZONDEN DOOR GOD!

Lees aandachtig Hebreeën 5:13-14 inzake geestelijk rijpe Christenen “onderscheidende goed en kwaad”. Vraag uzelf dan af wat er met zovelen gebeurde die eens zo zeker waren van wat zij zich nu zelfs niet meer kunnen herinneren, laat staan onderscheiden.

Als u uw ogen niet opent om te begrijpen dat u Herbert W. Armstrong moet ontvangen als de persoon die de geweldige Elia profetie vervulde, denk dan aan wat Maleachi 4:5-6 zegt wat er op het spel staat als deze man niet gezonden werd vóór de Dag des Heren. Namelijk dat u dan volstrekt geen hoop had dat de schellen der blindheid van de ogen zouden vallen, die nu vastzitten op de overgrote meerderheid van God’s volk. En dan zou het juiste begrip van bestuur u voor altijd ontgaan.

“Maar ik zag hoe bestuur werd misbruikt”

Vooraleer na te gaan waar en tot wie dhr. Armstrong bepaalde uitspraken deed dat het bestuur van God was hersteld – en wie dit ooit begreep – moet erkend worden dat zowel de Elia vervulling als de doctrine van de ene ware Kerk en het Lichaam van Christus rechtstreeks verbonden zijn met dit herstel.

Jammer genoeg werden velen het slachtoffer van administratieve misbruiken en onrechtvaardigheden, zelfs toen de WCG nog op het goede spoor zat. Bij mij was dat in elk geval zo. Overal waar mensen bij betrokken zijn, is er altijd onvolmaaktheid. Soms doet die onvolmaaktheid mensen pijn. Maar als zij God zoeken, en er correct op gefocused blijven Zijn volmaakt karakter te ontwikkelen, dan blijft hun denken helder en dan beseffen zij dat zelfs Christus “geleerd heeft uit wat Hij heeft geleden” (Hebr. 5:8) – en dat God’s Wet liefhebben alle aanstoot overwint (Ps. 119:165).

Zij beseffen ook dat zij andere richtlijnen van God in gedachten moeten houden wanneer dit voorvalt: “Want dat is genade, indien iemand om het geweten voor God zwarigheid verdraagt, lijdende ten onrechte…indien gij verdraagt, als gij weldoet, en daarom lijdt, dat is genade bij God. Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor ons geleden heeft,ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen” (1 Petr. 2:19-21).

Na verloop van tijd vergat de meerderheid het belang van juist bestuur in de Kerk. Praktisch vanaf de dood van dhr. Armstrong begon zijn opvolger in Pasadena God’s bestuur neer te halen en te verkwanselen, als zijnde hardvochtig en verschrikkelijk – tenzij zij zelf autoriteit nodig hadden om hen te vervolgen die geen compromissen sloten of geen dwang aanvaardden voor verkeerde doeleinden. Ik proefde meer dan eens de extreme hardvochtigheid van hun rebellie tegen wat God op het oog had om Zijn bestuur in de Kerk te brengen – en hun misleiding om hun nieuwe aanpak “liefdevoller” te doen overkomen.

Dienaars (en dat kreeg ik vaak te horen) werden geïntimideerd om geen gebruik te maken van bestuur, zelfs niet bij de meest ernstige aangelegenheden inzake lokale discipline in de Kerk. Hen werd voortdurend gezegd dat praktisch elk gebruik van bestuur gelijkstond met “een politieman en geen herder” zijn. Deze zin werd een gedachteloos cliché, eindeloos afgerammeld door mensen die niet het minste besef hadden van wat God onderwees over het onderwerp of waarover zij zelf praatten. Een andere zin: “Wij moeten niet andermans leven leiden” (wat waar is), kwam hierop neer dat God’s dienaars nooit – of maar heel zelden – God’s mensen zouden corrigeren, of hen zeggen dat zij in iets verkeerd waren. Erge overtredingen werden openlijk getolereerd nadat de leden geleerd werd hoe zij hun “politieagent/pastor” moesten “terugfluiten”. Uiteraard, wat zouden God’s ergste vijanden kunnen weten over de zegeningen van een bestuur dat grotendeels bestaat om de waarheid te beschermen?

Natuurlijk hebben vele mensen een afkeer van misbruik in bestuur. Maar zou u de Sabbatviering willen opgeven omdat bepaalde mensen of groepen de waarheid over deze wekelijkse zegening verkeerd voorstellen of misbruiken? Ik heb gezien hoe mensen God’s tienden stelen, maar ik heb dat nooit beschouwd als een vrijbrief om mijn verantwoordelijkheid te ontlopen inzake het correct vertienen. Als mensen de Bijbelse principes voor de juiste kinderopvoeding verkeerd aanwenden of misbruiken, krijgen dan allen die daarvan getuige zijn een vergunning om zelf lakse ouders te worden? Moet het huwelijk overboord worden gegooid omdat de helft van de getrouwde mensen scheiden?

Sinds wanneer ontheft wat andere mensen verkeerd doen u van de christelijke verantwoordelijkheid om hetzelfde wel juist te doen?

Omdat wij zouden kunnen zeggen “Ik zag bestuur misbruikt” betekent dat nog niet dat wij niet langer verplicht zijn het bestuur aan te wenden zoals God het bedoelde. Let op geen blaam op God’s systeem te werpen voor wat Satan’s agenten deden – of nog altijd doen. Dit is echt wel “het kind met het badwater weggooien” – en u bent het die de schade oploopt als u niet het juiste onderscheid maakt in uw beoordeling. Zorg dat u goed het onderscheid maakt. Haal het feit niet door elkaar dat mensen, niet het systeem, in de fout liepen. Wees er ook voorzichtig mee niet onbewust te zeggen dat het systeem, dat zovele prachtige vruchten voortbrengt – en u bracht naar God’s waarheid, Werk en Kerk – niet van God was!

Bestuur alleen hersteld in Filadelfia

Dhr. Armstrong was niet dubbelzinnig over hoe bestuur van God werd hersteld in de Filadelfia era. Hij draaide er niet omheen, zoals blijkt uit de volgende aanhalingen. Lees ze aandachtig.

“Ik wist het niet als jongeman, achteraan in de tienerjaren, in de 20 en 30-jaren, maar God leidde mijn leven sinds mijn geboorte…Door Zijn geschreven Woord opende Jezus Christus mijn verstand voor de eerste basiswaarheden waarvan Hij wou dat ik had om te beginnen als Zijn dienstknecht…God’s tijd was aangebroken! Zijn tijd voor iemand van wie Johannes de Doper een type en voorloper was, om de weg te bereiden naar Christus tweede komst…Ik heb die basisbeginselen van de waarheid niet uit mezelf gehaald! Jezus Christus openbaarde ze…Hij was iemand aan het klaarmaken die geroepen en gekozen was door God, zelfs tegen zijn wil, voor een belangrijke dienst in het herstellen van de wet en het bestuur van God op aarde – zelfs in de relatief kleine Wereldwijde Kerk van God. Hij maakte iemand klaar die Hij overwon en tot bekering en geloof bracht, voor deze grote eindtijdopdracht!”.

“The History…of the Worldwide Church of God”, GN, apr. 1980

“Jezus KWALIFICEERDE om God’s bestuur te herstellen – om het KONINKRIJK VAN GOD op te richten op de aarde, het BESTUUR VAN GOD in te stellen. Jezus’ Evangelieboodschap was het GOEDE NIEUWS dat Hij (bij Zijn tweede komst) de regering van God zou herstellen via het KONINKRIJK VAN GOD. Dat was het ware EVANGELIE! Dat Evangelie werd al binnen 22 jaar onderdrukt (Gal. 1:6-7), en werd niet verkondigd aan de wereld tot DEZE KERK het begon te verkondigen – binnen de Verenigde Staten begin 1934, en wereldwijde begin 1953 – exact een eeuw van tijdcycli nadat het werd onderdrukt!

“Hebben WIJ, door dit Werk, iets HERSTELD? Dat hebben wij inderdaad! Wij HERSTELDEN het WARE EVANGELIE VAN JEZUS CHRISTUS – Door ons is JEZUS CHRISTUS al begonnen met de KENNIS te herstellen van wat weggenomen was – het BESTUUR VAN GOD. Door ons bereidde de levende Christus ons voor op zijn TWEEDE KOMST met de bedoeling ALLE DINGEN TE HERSTELLEN!

“NIEMAND ANDERS HERSTELDE de kennis van het feit dat GOD’S BESTUUR op aarde was gevestigd, en daarna VERNIELD en weggenomen door de Cherub Lucifer (Satan) en zijn demonen.

“Jezus herstelde God’s bestuur NIET bij zijn eerste komst. In plaats daarvan verkondigde hij het GOEDE NIEUWS (Evangelie) ervan. Hij werd gekruisigd voor de ZONDEN van de wereld, overwon Satan, kwalificeerde om God’s Koninkrijk op te richten en te besturen, en STEEG DAN TEN HEMEL”.

Co-worker letter, 24 aug. 1982

“Jezus zei dat Elia eerst zou komen en alle dingen herstellen. [De oorspronkelijke] Elia herstelde niet wat was weggenomen…Het bestuur van God was weggenomen. Het moest hersteld worden…God wekte me op om het te herstellen. God wekte me op om het bestuur van God te herstellen. Maar het is totnogtoe enkel hersteld in de Kerk. Ik kreeg van God niet de autoriteit, en ook niet het vermogen om het bestuur van God te herstellen verder dan alleen maar over u broeders in de Kerk. Maar dat is volbracht. Dat is volbracht, broeders. Ga terug naar Maleachi 3:1-5 en Maleachi 4. [En] waar Jezus zei ‘Elia zal wel eerst komen’ – zelfs nadat Johannes de Doper in de gevangenis werd opgesloten, moest hij nog komen. Hij [de Elia] zou herstellen. Johannes de Doper herstelde niets. U zou beter beseffen wat deze Kerk is en waar u achter staat als u zegt dat u 100 procent achter mij staat”.

Preek, 2 okt. 1982

“…Math. 17…De discipelen vroegen Jezus, Wat zeggen dan de schriftgeleerden dat Elia eerst moet komen? Welnu, Johannes de Doper was al gekomen. En Jezus zei, Elia zal wel eerst komen en alles weer oprichten. Maar, zo zei hij, Ik zeg u dat Elia nu gekomen is, en zij hebben aan hem gedaan al wat zij hebben gewild, en zij onthoofdden en doodden hem. En Johannes de Doper was al gedood toen hij dit zei, maar hij zei dat Elia nog zou komen. Wat werd weer opgericht? Het evangelie van het koninkrijk van God werd hersteld! Het bestuur van God werd hersteld in deze Kerk! En iets werd hersteld, broeders! En Christus gaat alles herstellen, ook het wereldbestuur – en niet alleen in de Kerk, maar over de hele wereld! En wij zullen met hem heersen en regeren”. [Nota van de auteur: Dit citaat is ijzersterk!]

Preek, Loofhuttenfeest, 21 sept. 1983

“Er zou een Elia komen en alle dingen herstellen in de Kerk. Dat is gebeurd, en wat hersteld werd is het bestuur van God – en vele van de waarheden, minstens de 17 of 18 voornaamste, vitale doctrines van waarheid werden toegevoegd aan de ongeveer drie die de Sardis era van de Kerk overleefden”.

Laatste preek, Trompettenfeest, 16 sept. 1985

“Maar om nu verder te gaan met de dingen die hersteld werden…Het bestuur van God werd hersteld in de Kerk, en het bestuur van God werd geplaatst in de Kerk. In Efeze 4 en 1 Korinthe 12 leest u dat Christus het hoofd van de Kerk is. En dat onder Christus in de administratie van het bestuur een of meer apostelen staan, dan evangelisten, dan pastors, dan worden oudsten genoemd, alle dienaars tot en met de laagste rang. Zo zijn er dan leraren en oudsten, zowel als oudsten die spreken en prediken, diakens en diaconessen. En de Kerk werd hersteld in die vorm van bestuur. De Sardis Kerk had zelfs niet de juiste vorm van bestuur”.

Preek, 17 dec. 1983

Herinner u. Filadelfiërs houden doctrinair vast wat hen onderwezen werd, zonder één uitzondering. Vermits dhr. Armstrong (terecht) onderwees dat “bestuur alles is” – en dat dit hersteld werd bij hen van Filadelfia – ligt het voor de hand dat waar Filadelfiërs verzameld zijn, je exact dezelfde bestuursvorm aantreft zoals dhr. Armstrong die onderwees. Het zou duidelijk moeten zijn dat, als er eender welke andere vorm was, dit een schending zou zijn van Christus’ beschrijving dat Filadelfiërs vasthouden “wat zij hebben”. Eender welk doctrinair compromis is diskwalificerend.

Wij hebben een enorm belangrijk en grondig boek dat het volledige begrip inzake God’s bestuur in Zijn Kerk terugbrengt. Getiteld: THE GOVERNEMENT OF GOD – Understanding Offices and Duties. Het gaat samen met “ZALF UW OGEN”. Het behandelt niet alleen concrete details van het herstel op een veel omvangrijkere manier dan hier mogelijk is, maar ook nog vele andere vitale facetten over dit onderwerp. Inclusief uitgebreide bewijsvoering dat dhr. Armstrong het “bij het juiste eind had” over hoe hij bestuur onderwees.

Wie u volgt

Bent u bereid de bovenstaande verklaringen te weerleggen, met te beweren dat zij niet langer toepasselijk zijn. Omdat valse leiders de macht hadden God’s bestuur in de Kerk permanent te verwoesten voor de rest van het tijdperk? Of denkt u dat God’s bestuur ooit was hersteld in de Kerk?

Het comité dat de grootste splintergroep leidt gelooft dat God geen man opwekte om te volgen. Zij verklaren herhaaldelijk dat, als Hij dat gedaan had, zij hem zouden gevolgd hebben. En dat, als God het doet, zij hem zouden volgen. Hoe hypocriet!

Wie houdt wie voor de aap? Er duiken vele vragen op – voor hen en voor u: Hebben zij naar die man gezocht? Hebben zij in gedachten de vruchten nagegaan van een van de mogelijke kandidaten? Weten zij waar naar uit te kijken? Van waar denken zij dat die man zal komen? Als zij velerlei mogelijkheden uitsluiten – dienaars of organisaties – doen zij dat dan op de juiste basis? Zijn zij er ook mee bezig, of hebben zij ooit al gedacht, aan de doctrines die hij zou onderwijzen – en hoeveel zij zouden moeten veranderen om hem te volgen? Beseffen zij dat deze man nooit compromissen inzake bestuur zou kunnen – en nooit zou willen – sluiten, zoals zij doen? Hebben zij een actieplan voorhanden over de modaliteiten om hun organisatie te ontbinden, en die man te volgen als hij komt? Ik spreek als een dwaas.

Het belangrijkste is of zij God’s leiding zochten om deze leider te vinden, door bij hun zoektocht misschien collectief te bidden en te vasten? En hebben zij dan overwogen dat God hun “wachten” op zo’n man nooit oogluikend kan toelaten onder een compleet onbijbelse bestuursvorm? Geloven zij nu echt dat zij plots bereid gaan zijn zich opnieuw onder het gezag van een man te stellen na meer dan tien jaar leiderschap-per-concensus te hebben gevolgd – waar zij een “stem” hadden? Nogmaals, wie houden ze voor de aap met zo’n ongelooflijke hypocrisie?

Geen enkel ernstig mens – iemand die daarover doordenkt – zou ook maar kunnen denken dat de uitverkoren groep ook maar IETS van die zaken werkelijk zou doen! Zoals onderzoekers die research verrichten naar een remedie tegen kanker, weten dat zij hun job verliezen als zij zo’n middel inderdaad vonden. Laat dit comité u niet misleiden door u te doen geloven dat u hen gerust kunt vertrouwen u te laten weten wanneer zij deze man gelokaliseerd hebben. Zij zoeken hem niet. Zij hebben geen plan of procedure om hem te vinden, en zijn er ook geen aan het bedenken!

Blindheid heeft hun ogen bedekt. Maar zij hebben geen excuus. Zoals zovelen vandaag – als deze mannen zelfs maar op zoek waren – zouden zij zoeken naar iemand waar men goed over spreekt, zelfs al zei Christus “Wee u, wanneer al de mensen wèl van u spreken”. Gaat u hen volgen, of mensen zoals zij? Is hun lichtvaardige, zelfgerichte belofte goed genoeg voor u?

Wees er zeker van dat U niet op zoek bent naar iemand die “het spelletje speelde”, naar de top klom, en de algemene goedkeuring van de mensen meekrijgt.

De huidige splintergroepen zijn het spoor bijster van God’s bestuur. Tegen dat dhr. Armstrong in contact kwam met Sardis, waren zij al sinds lang de visie kwijt van correct bestuur. Zoals Laodicea vandaag werden zij ook verdeeld, in competitie en het onderling oneens! Dit is nog meer eens een bijkomend bewijs dat alleen de zesde era – Filadelfia – gesandwiched tussen deze twee era’s, het herstel van God’s fantastische bestuur in eenheid beleefde.

Hiërarchisch bestuur?

Laten we nog wat punten in overweging nemen. Diverse groepen hebben uiteenlopende vormen van hiërarchisch bestuur. Maar dit betekent niet dat zij het bestuur van God hebben. Daarvoor zijn minstens twee redenen.

Ten eerste begrijpen sommigen niet echt wat een hiërarchisch bestuur is. Zij schijnen te denken dat dit een opperste controle door een comité kan impliceren, waarvan de leider kan weggestemd worden door de meerderheid van het comité. Dit is zelfs nog geen hiërarchisch bestuur – laat staan God’s bestuur! Het is democratisch, puur en simpel. In een paar kleinere groepen wordt dit systeem ook toegepast. Zij zijn blind voor wat zij doen, door niet te erkennen dat God – en God alléén – de persoon die Hij koos selecteert en in de positie plaatst. God’s leider brengt aan Hem verslag uit, en aan niemand anders. En als God die man wil verwijderen, dan doet Hij dat ook. Dhr. Armstrong verklaarde: “Het bestuur van God is noodzakelijkerwijs een bestuur van bovenuit. Het kan geen ‘bestuur met de instemming van de bestuurden’ zijn” (MYSTERY OF THE AGES, p. 49). Dit behelst ook comités, hoe klein dan ook.

In de moderne geest van “een stem per man” beslist de hele ministry van de grootste splintergroep over budgetten, strategische plannen, doctrines, tradities, beleid en de keuze van de raadsleden. Dit alles onder het motto van ongelimiteerde “openheid”, “transparantie” en “niets te verbergen hebben”. Maar dat wordt ook gedaan om het de ietwat wantrouwige leden (en dienaars!) naar hun zin te maken – tevreden te stellen. Zodat zij hun zegel van goedkeuring – lees: hun tienden – blijven geven aan hun “thuisfront”!

Dergelijke leiders en broeders die hen volgen missen geloof in Christus’ bekwaamheid om Zijn Kerk te leiden, te beginnen met één man.

Deze groep maakt zelfs openlijk bekend welke raadsleden zus en welke zo stemden, en noemt ook de namen van hen die in aanmerking komen voor hoge posities. Wat ’n openlijke verdeeldheid – en dwaasheid! Het zou kunnen dat deze leiders oprecht een poging ondernemen om – tijdelijk of permanent – de bestuursmethode te “corrigeren” waarvan zij menen dat dhr. Armstrong die foutief installeerde in de Kerk door zijn eigen autoriteit verkeerd op te vatten. Maar toch geeft dit blijk van een verbijsterende afdwaling naar verwarring, verdeeldheid en schrikbarende blindheid. Spijtig genoeg is er een opmerkelijke parallel met Jeremia’s profetie (5:31) waar “de priesters [dienaars] heersen door hun handen”. En het ziet ernaar uit dat God’s volk het nu “gaarne alzo heeft”.

Zo is het tijdperk waarin “het volk regeert, oordeelt en beslist”.

Begrijp dit helemaal. Mensen hebben niet de autoriteit om God’s bestuursvorm te herontwerpen, en dan Christus bekend te maken dat Hij er anders moet over denken. De meesten schijnen zich zelfs niet eens meer te herinneren dat alle “bekendmaking” in de andere richting werkt.

Toch is er ook dit probleem, en wel een groot probleem. Bepaalde leiders hebben inderdaad de finale autoriteit over het nemen van beslissingen. Maar tegelijk onderwijzen zij een hele waaier van valse doctrines, onveranderlijk bestempeld als “groeien in kennis” of “kleine bijsturingen” aan doctrines die “niet essentieel voor behoud” zijn. Hun bestuur kan dan wel hiërarchisch zijn, maar hun autoriteit kan beslist niet van God komen. God is niet AANWEZIG in dat bestuur! En dit omdat het overblijfsel van Filadelfia “vasthoudt” aan de hele waarheid (Openb. 3:11). In feite hebben die mannen zichzelf aangesteld. En hun vruchten, namelijk hun onderricht, tonen dat God onmogelijk een van hen kan aangesteld hebben als leider van Zijn Kerk. Dergelijke besturen kan Hij niet leiden, of Hij zou tegen Zichzelf in werken – en tegen Zijn waarheid!

Sta hier even bij stil, en denk na over uzelf. Nadat u afvallige leiders bezig zag, samen met een of meer compromissen sluitende lauwe leiders van splintergroepen – inclusief het leiderschap van de eerste splintergroep (gestart in 1989) die bestuur hanteerde om zijn kudde zo vreselijk te brutaliseren – stond u voor een persoonlijke keuze. U moest ofwel: 1) Besluiten dat het bestuurssysteem geleid door één man verkeerd was, omdat het slechte leiders kon voortbrengen. Met als gevolg dat de macht overgedragen werd in de handen van een gekozen comité om uw leider te selecteren. Ofwel: 2) In geloof besluiten de compromisloze man te vinden die God heeft opgeleid en opgewekt.

Er zijn geen andere keuzemogelijkheden. Denk goed door. ER ZIJN GEEN ANDERE KEUZEMOGELIJKHEDEN!

God’s bestuur werd hersteld in de zesde era van Zijn Kerk. Dhr. Armstrong onderwees dat bestuur alles is. Geen enkele afvallige leider of gelijk wie heeft de autoriteit (van God of van gelijk wie) om het bestuur permanent te bannen of weg te doen uit Zijn Kerk. En zij mogen ook de vorm ervan niet veranderen. Het bestuur van God wordt aangetroffen waar Zijn gehele, herstelde waarheid onderwezen en nageleefd wordt, waar het Evangelie wereldwijd verkondigd wordt, waar de speciale waarschuwing wordt uitgedragen aan de naties van modern Israël, waar de kudde op de juiste wijze gevoed wordt en waar Christus’ aangestelde leider te vinden is.

Zo kan er maar één plaats zijn!

Wat dhr. Armstrong onderwees

Wat hierna volgt is een enkele lange aanhaling van dhr. Armstrong. Het onderwerp over hoeveel organisaties God kiest om tegelijk mee te werken, zou niet volledig zijn zonder deze quote. Die komt uit de toonaangevende Ledenbrief van mei 1974, van dertig bladzijden. Deze ene brief zet, met uitvoerig bewijs, de standaard voor wat de hele Kerk begreep en geloofde inzake bestuur, toen ze het hoofd moest bieden aan de ergste rebellie tot dan toe in de Filadelfia era.

Dhr. Armstrong erkende dat God’s bestuur altijd van bovenuit was – te beginnen met één man, wat betekent dat het zich altijd moet bevinden in één organisatie per keer. Geef toe dat het leiderschap van één man onmogelijk kan verdeeld zijn over meerdere groepen. Behoor niet tot hen die gemakshalve geloven dat de wijze waarop leiders in de zevende era het bestuur van hun groep ontwierpen de manier kan veranderen waarop God hen in de zesde era bestuurt (alle nadruk is van dhr. Armstrong):

“Vandaag BEGRIJPEN sommigen in de Kerk van God niet wat de Kerk van God echt IS! Sommigen raakten verward of er aldanniet ORGANISATIE of bestuur in zit – en ik bedoel in GOD’S EIGEN KERK! En God HEEFT MAAR EEN KERK! (1 Kor. 12:12, 13). Maar wij van ‘de wijzen’ zullen het begrijpen! Dit begrip zal DUIDELIJK worden gemaakt in deze brief”.

“Meermaals heb ik u gezegd, beste broeders, toen God mij voor het eerst riep in het begin van de herfst 1926, dat de levende Christus me stap voor stap in Zin waarheid bracht. U moest de waarheid niet zo langzaam leren – Christus gebruikte mij om dit voor u te doen. En een van de laatste waarheden die Hij voor me opende, was de waarheid over de organisatie en het bestuur van de Kerk!”.

“Broeders, ik vind het nodig dat u deze dingen weet en begrijpt. Zodat u zich kunt realiseren WAAROM ik de waarheid over het bestuur en de organisatie van de kerk nog niet ten volle begreep in februari 1939 – MEER DAN 35 JAAR GELEDEN – toen ik een artikel schreef over de kerkorganisatie”. [Nota van de auteur: Nu zijn er velen die dit artikel citeren om hun eigen agenda naar voor te schuiven]

“Onder de ‘Sardis’ broeders was er veel verwarring en discussie over kerkorganisatie. Toen de zogeheten ‘Bible Form of Church Organization’ werd geïntroduceerd in Salem, hadden de mensen van Stanberry daar natuurlijk bezwaren tegen. Ik denk dat we allemaal in de war geraakten door deze kwestie. Het is zoals te dicht bij een boom staan om het bos te zien…In beide gevallen – Stanberry en Salem – kozen de mensen – het bestuur van beneden af, zoals ook andersgezinden vandaag doen”.

“Wij publiceerden een artikel met nieuw geopenbaarde waarheid over kerkorganisatie, in The GOOD NEWS van november 1952 en weer in augustus 1953 ‘GOVERNMENT in Our Church’, en in november 1953 ‘JUDGING and DISCIPLINE in God’s Church’. Wanneer God waarheid openbaarde, nam Zijn Kerk dit aan. En al lang kwamen wij tot de volle waarheid inzake kerkorganisatie en bestuur”.

“Let nu op de VORM of het PRINCIPE van God’s bestuur in voormalig Israël. Dat wordt vermeld in Exodus 18:13-27”.

“Hier is het bestuur VAN BOVENUIT (God) naar beneden. Hier is God’s eigen PIRAMIDE bestuursprincipe in het oude Israël.

“In die tijd besloeg de hele NATIE – met kerk en staat verenigd – een afgebakend gebied. De organisatieformule kon beheerd worden door EEN MAN onder God, aan de top. Het was Bestuur van GOD. Onder de Eeuwige God in autoriteit stond Mozes. Onder MOZES een AANTAL bestuurders, ieder over DUIZEND (het konden er meerdere duizenden zijn geweest onder elke bestuurder). Onder iedere bestuurder van duizend waren er bestuurders over honderd. Onder elke bestuurder van honderd, bestuurders van vijftig, en onder elk van hen bestuurders van tien.

“Het was BESTUUR VAN DE TOP NAAR OMLAAG – dat is, VAN GOD – het was het BESTUUR VAN GOD! God koos Mozes. Mozes koos bestuurders over duizenden, en zo naar beneden”.

“In de dagen van Samuël verwierp het volk van Israël GOD als hun Bestuurder. God regeerde door mensen zoals HIJ toen regeerde door Samuël. God regeerde via Samuël. Het volk vroeg een MENS als hun koning. God gaf hen Saul, die rebelleerde tegen God. Daarop gaf God hen David, een man naar Zijn eigen hart. Maar het was nog altijd bestuur VAN DE TOP NEERWAARTS!

“Dat is God’s BESTUURSPRINCIPE. Dat is VANDAAG HETZELFDE in Zijn Kerk! Hij zegt: ‘IK VERANDER NIET!’ (Mal. 3:6)”.

“Naarmate we de Bijbel doorlopen over de kwestie van BESTUUR, blijft het PRINCIPE van bestuur, van de TOP OMLAAG, gehandhaafd. Maar de toepassing, of STRUCTURELE details kunnen verschillen en aangepast worden aan de tijd, omstandigheden en faciliteiten. Zij die revolteren tegen God’s Werk verwarren de structurele formule met het PRINCIPE van het bestuur. Dit principe is ALTIJD van de TOP (GOD) naar beneden. Die zijn NIET HETZELFDE.

“In het Oud Testament koos God EEN persoon per keer (Mozes, Samuël, Saul, David, etc.), ONDER GOD. Omdat Israël EEN natie was op EEN plaats of gebied. EEN aan de top op menselijk vlak, onder God, met anderen onder hem. En dat was al het vereiste om het PRINCIPE van het bestuur VAN DE TOP NEERWAARTS toe te passen.

“Maar in de eerste eeuw van het Evangelische Werk in het Nieuw Testament, zond God het Evangelie naar VELE LANDEN over uitgestrekte gebieden. Hij organiseerde Zijn Werk in TWEE grote afdelingen of gebieden – ISRAËL en de HEIDENEN. Geografisch waren zij ver van elkaar verwijderd. De communicatie was vrijwil nihil, behalve dan bij persoonlijk contact. Het vervoer gebeurde te voet, te paard of muildier, per kameel of olifant, of per zeilboot. Als Petrus het enige menselijke hoofd onder Christus was geweest, had het hem weken gevraagd om te communiceren met de man vlak onder hem in Rome, als hij in Jeruzalem verbleef. Daarom werkte God rechtstreeks met TWEE in afgezonderde gebieden”.

“Met de communicatie en transportfaciliteiten die vandaag voorhanden zijn, heeft Christus, nogmaals, slechts EEN man direct onder Hem. Meermaals heb ik me afgevraagd of Christus één of meerdere apostelen zou aanstellen, maar na beraadslaging met evangelisten was hun antwoord resoluut en absoluut: ‘NEE’”.

“…het BESTUUR VAN GOD [is] georganiseerd van de TOP NEERWAARTS”.

“Kijken we nu naar de Nieuw Testamentische leer om te zien hoe dit POSITIEF wordt ONTHULD.

“Ik citeerde uit Galaten 2:7-8 over hoe Paulus door Christus werd aangesteld als hoofd van HET WERK voor de heidenen.

“Let nu op Titus 1:4-5 en 2:15 – Paulus schreef naar Titus (ONDER PAULUS): ‘Aan Titus, mijn oprechte zoon, naar het gemeenschappelijke geloof (zoals zij onder mij in HET WERK vandaag, MIJN eigen zonen zijn, rechtstreeks of onrechtstreeks in de Heer), …van God de Vader en de Here Jezus Christus (tweede in rang) onze Zaligmaker. Om die oorzaak heb ik (de volgende in rang – naar de heidenen – onder Christus) u (onder Paulus’ autoriteit in het Werk) in Kreta gelaten, opdat gij hetgeen nog ontbrak in orde zoudt brengen, en dat gij van stad tot stad ouderlingen (onder Titus die onder Paulus staat, die onder Christus is) zoudt stellen, gelijk ik u bevolen heb’.

“Geen autoriteit in de Kerk? Wat BEDOELDE God dan toen Hij zei in Zijn Woord: ‘Weest uw voorgangers GEHOORZAAM en weest hun onderdanig; want zij waken over uw zielen, als die rekenschap geven zullen (zoals ik dat ik ook moet doen): opdat zij dat doen mogen met VREUGDE en niet al zuchtende; want dat is U niet nuttig. Bidt voor ons (HEN ONDER ONS DIE GOD VANDAAG AUTORITEIT GAF); want wij vertrouwen dat wij een goed geweten hebben, als die in alles eerlijk willen wandelen’ (Hebr. 13:17-18).

“Geen bestuur in de Kerk? WAAROM inspireerde God dit dan aan the Tessalonicenzen? ‘En wij bidden u, broeders, erkent hen die onder u arbeiden, en uw VOORSTANDERS zijn in de Here, en u vermanen. En acht hen zeer veel in liefde, om hun werk. Weest vreedzaam onder elkaar’ (1 Tess. 5:12-13).

“Een van de zaken waar SATAN overuren voor doet, is in iedere geest die er voor openstaat een AFKEER VOOR AUTORITEIT inspuiten. GOD’S autoriteit wordt uitgeoefend in LIEFDE – en als iemand hen DIENT onder Zijn autoriteit, is hij begaan met HUN WELZIJN en draagt hen LIEFDEVOLLE zorgen toe. Op die manier tracht ik de autoriteit die God me delegeerde te benutten. En ik tracht dat ook te leren aan de mensen onder mij – als een dienstknecht, niet als iemand die baas is over mensen onder zich – naar het voorbeeld dat JEZUS ons gaf. Satan VERAFSCHUWT bestuur, behalve als HIJ zelf dat bestuur hardvochtig en in haat uitoefent.

“Maar wat zegt God over BESTUUR MINACHTEN?

“…Maar allermeest degenen die naar het vlees in onreine begeerlijkheid wandelen, en de HEERSCHAPPIJ VERACHTEN. Die vermetel zijn, zichzelf behangen, en die de heerlijkheden niet schromen te lasteren; daar de engelen in sterkte en kracht meerder zijnde, geen lasterlijk oordeel tegen hen voor de Here voortbrengen. Maar dezen, als onredelijke dieren die de natuur volgen, en voortgebracht zijn om gevangen en gedood te worden, omdat zij lasteren hetgeen zij niet verstaan, zullen in hun verdorvenheid verdorven worden’ (2 Petr. 2:10-12).

“Broeders, DAT IS GOD’S WOORD, niet het mijne!

“Let nu op 1 Korinthe 12. In dit hoofdstuk toont God dat er in het WERK van de Kerk – het Evangelie verkondigen aan de wereld en de kudde voeden – twee verschillende BEDIENINGEN zijn, twee verschillende WERKZAAMHEDEN in de Kerk. En daartoe heeft God via Zijn Heilige Geest velerlei geestelijke GAVEN of krachten gegeven”.

“Daarom heeft God in de Kerk verschillende ADMINISTRATIES (BEDIENINGEN) ingesteld. Zo hebben we vandaag bijvoorbeeld de Division of Church Administration (CAD), of de Executive Administration over dienaars en gemeenten. Er is ook de Educational Administration, of Executive Administration over de Colleges en Imperial Schools. Er is ook de Publishing Administration, Broadcast Administration over radio en TV, etc. Dit vereist noodzakelijkerwijs organisatie. Het exacte patroon of de STRUCTUUR kan verschillen naargelang de omstandigheden, behoeften, etc. Maar het PRINCIPE van de organisatie MOET DIE VAN GOD’S BESTUUR zijn. Van de TOP, God, dan Christus, neerwaarts. Zoals CHRISTUS mannen leidde en koos”.

“Het feit dat God diverse leden in Zijn Kerk bijkomende geestelijke gaven schonk, bovenop hun eigen natuurlijke talenten en bekwaamheden, toont al op zichzelf dat er ORGANISATIE is in Zijn Kerk. En dat die ORGANISATIE moet voortvloeien uit een keten van autoriteit, in overeenstemming met het PRINCIPE dat God (onze wetgevende branche) ingesteld heeft. En dat is: AUTORITEIT VANAF DE TOP NEERWAARTS. Dat is het PRINCIPE. De WERKZAAMHEDEN verwijzen naar functies in overeenstemming met de praktische toepassing van het PRINCIPE van bestuur ons door God gegeven.

“De ADMINISTRATIES in de Kerk verwijzen naar executieveprestaties en managementverantwoordelijkheden. NIET naar beleidsvoering. Met andere woorden, het aannemen van de werkingsmethode overeenkomstig het PRINCIPE dat GOD (de Beleidsvoerder en Wetgever), niet wij, poneerden”.

“Welnu, WAT toont dit hoofdstuk (1 Korinthe 12)? Dat de Kerk EEN is – en dat er MAAR EEN is – en vele leden telt. Dat er vele administraties en vele werkzaamheden zijn (verzen 5-6). Dat er verschillende geestelijke GAVEN zijn (maar slechts EEN GEEST – verzen 4, 7-11). Christus is het Hoofd van de Kerk, het ‘Lichaam van Christus’ genoemd, met vele leden voor vele functies. Om die talrijke functies te tonen, wordt de vergelijking gemaakt met het menselijk lichaam (verzen 12-26). Daarna lezen we over de respectievelijke ambten in rangorde (verzen 27-30).

“Inzake de RANGORDE van uitvoerende werkzaamheden en functies: ‘En God heeft er sommigen in de gemeente gesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven der gezondmakingen, helpers, regeringen, menigerlei talen’ (1 Kor. 12:28)”.

“Let nu op! GOD zegt – het Heilige WOORD VAN GOD zegt: ‘En GOD heeft er sommigen in de kerk gesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars…’. Dat is wat GOD zegt. Maar een theologische leider van andersgezinden uit God’s Kerk zegt: ‘MAAR IK DENK dat het beter is deze te bestempelen als titels eerder dan als rangorden’. Zo DENKT HIJ het BESTUUR VAN GOD te omzeilen, en de AUTORITEIT gedelegeerd door CHRISTUS”.

“GOD ZEGT, ten eerste, ten tweede, ten derde. Maar HIJ DENKT zo GOD’S WOORD te omzeilen! Broeders, GOD’S Kerk durft niet zo lichtzinnig, zo vals om te springen met het Woord van God”.

“In de wereld van de onbekeerden, heersen de gezagdragers over de mensen onder hen. Christus zegt dat dit bij ons NIET zo mag zijn. Maar dat zei Hij niet om alle autoriteit of bestuur op te heffen. Hij plaatst HEERSCHAPPIJ in Zijn Kerk. Hij DELEGEERT autoriteit. Wat Hij Zijn toekomstige apostelen onderwees, was dat we in GOD’S BESTUUR NIET moeten besturen OP DEZELFDE HARDVOCHTIGE EN LIEFDELOZE MANIER als de onbekeerden in de wereld.

“Laten we dit DUIDELIJK stellen. Het Is fundamenteel. Misbegrip op dit punt hebben sommigen ertoe gebracht God’s Kerk te verlaten, en misschien zelfs God’s redding en de gave van het eeuwige leven!

“Merk op wat Jezus onderwees…[in] Markus 10:42: ‘…Gij weet dat zij die geacht worden oversten te zijn der volken, heerschappij voeren over hen…Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u groot zal willen worden, die zal uw dienaar zijn. En zo wie van u de eerste zal willen worden, die zal aller dienstknecht zijn. Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen…’. En niemand kan zeggen dat Jezus geen autoriteit had.

“Toen ik dat jaren geleden zag, en niet de vele, VELE Schriftgedeelten overwogen had waarin sprake was van iemand in de Kerk autoriteit, heerschappij te geven om de onhandelbare en zo te ‘bestraffen’, meende ik dat het bovenstaande Schriftgedeelte erop wees dat er geen autoriteit in de Kerk was. Ik wou geen autoriteit uitoefenen. Ik was nog altijd NIEUW in God’s waarheid (dit was meer dan 40 jaar geleden). In de eerste dagen van de oorspronkelijke Kerk in de Filadelfia era in Eugene, Oregon, liet ik toe dat ‘wolven in schapenvacht’ binnenkwamen en zaad der verdeeldheid zaaiden onder de broeders. Het gevolg was dat de Kerk in tweeën scheurde – waarbij de helft van mijn kudde mogelijk de weg opging naar de vuurpoel! God had Zijn eigen manier om MIJ FLINK TE STRAFFEN, zodat ik dit bekeek in het juiste licht. Jezus spreekt hier over DE MANIER waarop de door Christus gedelegeerde autoriteit wordt aangewend. Hij zegt NIET dat er GEEN AUTORITEIT is”.

“…in dezelfde toespraak waarin Jezus sprak tegen ‘heersen over’ hen die onder iemands autoriteit staan [Lukas 22], delegeerde Hij hen autoriteit van KONINGSCHAP, zittend op twaalf tronen.

“Ik moest bepaalde mensen onder mij corrigeren in God’s Werk op dit punt – de manier waarop autoriteit werd aangewend. Zij onder ons in God Kerk zijn NOG niet volmaakt. Wij moeten OVERWINNEN en GROEIEN in genade. Maar de remedie is niet alle autoriteit die Christus delegeerde UIT de Kerk te halen, maar die autoriteit te leren gebruiken OP DE MANIER die Christus onderwees”.

“De parallelle instructie over de RANGORDE van autoriteit in de Kerk staat in Efeze 4, te beginnen in vers 11: ‘En Dezelve [Christus] heeft gegeven sommigen…’. De RSV vertaalt het klaarder: ‘En Zijn gaven waren dat sommigen apostelen zouden zijn,’ etc. En dan verder: ‘sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; Tot de volmaking der heiligen, tot HET WERK der bediening (het verkondigen van het Evangelie van het Koninkrijk aan de hele wereld), tot opbouwing van het Lichaam van Christus…’”.

“God heeft MAAR EEN KERK op aarde, die Hij leidt in het verrichten van Zijn Werk – geen TWEE kerken – niet VELE denominaties en sekten, en ‘groepen’. ‘Maar nu zijn er wel vele leden, DOCH MAAR EEN LICHAAM’ (1 Kor. 12:20 – zie ook verzen 12, 13). ‘Want ook wij allen (geen delen van ons) zijn door één Geest tot EEN Lichaam gedoopt’” (alle nadruk van hem).

Brethren Letter, 2 mei 1974

Dit is een krachtige verklaring – en de hele brief is het lezen waard. Dhr. Armstrong laat geen twijfel bestaan over God’s bestuurspatroon. Merk goed op dat hij nooit beweert dat leiding door “één man” enkel gold als er een apostel in leven was. Dat onderwees hij gewoonweg nooit. En let goed op de laatste paragraaf van dhr. Armstrong! We gaan dat in het volgende hoofdstuk opnieuw bekijken.

Dhr. Armstrong heeft zijn opvolger nooit tot apostel benoemd of geordineerd, de hele bovenstaande brief beschrijft velen die God gebruikte en ook geen apostelen waren (richters, koningen, etc.). Zonder het na te gaan hanteren velen blindelings het argument van “Wij-hebben-nu-geen-apostel” als reden om niet langer één man te moeten volgen – terwijl zij allemaal beweren “hiërarchisch bestuur” te hebben (waar een raad een geestelijke leider kan afzetten die ze niet langer wensen te volgen). Dit is een flagrant oneerlijke weergave van wat dhr. Armstrong onderwees, vanwege mannen die niet bereid zijn zich te keren naar de persoon die God koos – en evenmin bereid om zorgvuldig na te gaan of die man een apostel zou kunnen zijn.

Hoe zorgvuldig gaat u zijn in dat opzicht?

In dat verband kunnen we ons de vraag stellen over dergelijke groepen: Waar draait het om? Waarom niet gewoon zeggen dat zij niet akkoord gaan met dhr. Armstrong inzake bestuur, vermits zij op zovele andere vlakken het niet met hem eens zijn? Zij herinterpreteren en verdraaien de duidelijke uitspraken van dhr. Armstrong dat God door één man werkt, om de aandacht af te leiden van andere valse doctrines die zij openlijk onderwijzen of tolereren.

Doorzie – forceer u ertoe – deze realiteit!

Gekozen – nooit door verkiezing

Waar de door God gekozen leider niet aanwezig is als de menselijke leider van een organisatie, maar een raad van oudsten een geestelijke leider koos, aanvaardt deze in feite de autoriteit van de raad boven zich. Hij heeft niet het recht te eisen dat diezelfde raad hem niet kan wegstemmen – vooral niet omdat hij onmogelijk kan beweren dat God hem heeft aangesteld als de leider van de kerk die hij voorzit. Of dat hij enkel verslag moet uitbrengen aan God, en alleen van Hem leiding ontvangen. Het zou bijzonder oneerlijk zijn van een man te beweren dat God hem aanstelde in die leiderspositie terwijl het een raad of comité van mensen was die hun stemmen uitbrachten om hem in de positie te brengen van de organisatie die hij “leidt”!

En toch is dit het uitgangspunt van een leider van een van de grote splintergroepen vandaag, die rebelleerde en de grootste splintergroep verliet omdat die zijn leiderschap niet langer onderschreef en hem afzette. Desondanks beweert hij openlijk: “Vermits de raad me tweemaal aanstelde, wil dat zeggen dat ik God’s keuze was”.

Belachelijk! Maar zijn er nu meer dan 2.000 mensen die deze man volgen!

De leider van God’s Kerk – de man die God heeft gekozen – zou in de eerste plaats al NOOIT toestaan dat een groep, gelijk welke, hem in een ambt zou stemmen.

God’s leider wordt altijd door Christus in zijn functie gezet nadat hij grondig werd opgeleid en voorbereid – nadat hij tal van beproevingen en tests doorstond. Bedoeld om zeker te zijn dat hij nooit compromissen zou sluiten, niet in de waarheid en niet in het Werk – eens God hem plaatste in het ambt! Het opleidingsproces verzekert noodzakelijkerwijs dat de door God geselecteerde leider een organisatie moet leiden die zo nederig mogelijk begon – waar de vruchten van de groei, de werken en de waarheid rondom en onder hem uitbreiding namen, nadat hij in wezen alléén begon – zoals dhr. Armstrong deed. Hij kan de ladder niet opklimmen binnen een al bestaande organisatie bestuurd door een comité, zonder altijd zijn autoriteit te moeten afleiden uit de keuze van het comité – in plaats van die van God’s gekozen leider – dat hem deze toppositie bezorgde.

Wat comités van mensen kunnen geven, kunnen ze ook weer afpakken!

Elke grote organisatie, een die begint met honderden of duizenden mensen en waarbij vele dienaars bij betrokken zijn, zoals bij de grootste splintergroep, staat vanzelf meteen voor de moeilijke vraag: “Wie is de baas?”. Omdat die groep noodzakelijkerwijs zo begon, heeft die geen andere keuze dan een leider te kiezen. Denk hierover na, en besef dat de door God gekozen leider nooit zou meedoen aan zo’n procedure. (Natuurlijk, nogmaals, die grootste splintergroep verrechtvaardigt haar verwerping van God’s selectiemethode in plaats van haar eigen manier, door stompzinnig te blijven beweren dat God Zijn keuze nog altijd niet duidelijk maakte voor wie zij moeten volgen. Maar ik vraag u eens te meer: Wie onder hen kijkt er naar uit om te zien of God vandaag een andere hoofdherder zond?).

De Herstelde Kerk van God biedt een uiterst grondige 6-delige prekenserie over bestuur: “The Towering Government Doctrine”, anders dan alles wat u ooit tevoren over dit onderwerp hoorde. Deze preken hernemen de waarheid over God’s bestuur, waarheid die zovelen kwijt raakten.

Ik herhaal: THE GOVERNMENT OF GOD – Understanding Offices and Duties is van gigantisch belang voor wie echt willen weten waarom er al die verwarring en chaos heerst in het Laodicea tijdperk. Dit hoofdstuk is eerder een inleiding op het onderwerp. De lezer moet simpelweg de inhoud van dat boek bestuderen en begrijpen.

Ik spoor u aan goed de geestelijke logica te overdenken van wat de dhr. Armstrong begreep toen hij Sardis verliet met slechts dertien broeders die zijn familie van zes vergezelden. Dit was echt wel het nederigste begin, en toch groeide die organisatie enorm uit. Met een wereldwijde impact die het voorstellingsvermogen te boven ging. Dat kwam door de miraculeuze kracht van God, werkzaam door de man die Hij had gekozen en gezonden. Wees voorzichtig de boodschap die hier in zit niet over het hoofd te zien!

Dit voert ons rechtstreeks naar het aanverwante onderwerp dat nu moet behandeld en verklaard worden.

Hoofdstuk Elf –
SLECHTS ÉÉN KERK

De doctrine van de enige ware Kerk en het Lichaam van Christus werd verschrikkelijk verward in de geest van een groot aantal mensen die dachten ze ooit duidelijk te verstaan. Hoe dit gebeurde is een ander ‘detectiveverhaal’ binnen het overkoepelende mysterie, in de inleiding beschreven.

Vroeger aanvaardde heel God’s volk de eenvoud in Christus’ uitspraak “Ik zal Mijn Kerk bouwen” (Math. 16:18). Omdat God en Jezus Christus hun beloften altijd nakwamen, deed Christus dat ook. De Kerk geloofde dit Schriftgedeelte, en alle broeders begrepen dat dit enkel vervuld werd in de Wereldwijde Kerk van God onder leiding van dhr. Armstrong. Toch hebben we tegelijkertijd altijd erkend dat er waarschijnlijk enkelen in Sardis bleven die bekeerd waren en de Heilige Geest hadden. Maar dat is allemaal veranderd. Waarom? Wat gebeurde er? Waarom zijn er nu nog maar zo weinigen die geloven dat God slechts in één Kerk werkzaam is – één organisatie in eenheid?

Waarom vergaten zovelen dat Christus niet verdeeld is?

De volgende vraag prijkt nu torenhoog boven alle splintergroepen samen: Is er enkel één ware Kerk – de enige plaats waar Christus de leiding heeft, ook al heeft Hij best mogelijk verstrooide lauwe schapen (de vervulling van Daniël 12:7) in allerlei groepen en organisaties? Of is Christus’ leiderschap over Zijn Kerk nu gesplitst – verdeeld – tussen wedijverende groepen die het onderling oneens zijn, en die ogenschijnlijk toch allemaal Zijn autoriteit en goedkeuring hebben? Met andere woorden, is er één enkele éne ware Kerk geleid door Christus, of zijn er vele “ware kerken” voorhanden, allemaal geleid door Christus?

Dit boek zou onvolledig zijn zonder dit onderwerp zorgvuldig te onderzoeken, hoewel het al vanuit bijkomende optieken behandeld werd in andere boeken en preken van de RCG. Het onderwerp hoe Christus Zijn Kerk leidt en de doctrine van de enige ware Kerk overlappen elkaar. Ze kunnen niet gescheiden worden, en dat blijkt al uit de manier waarop ze in dit boek besproken worden.

Niet waar het volk regeert

Bedenk dat de vormen van bestuur uitgeoefend door de mensen en de groepen in de zevende era door Christus worden onderscheiden qua naam die Hij koos voor deze era – Laodicea – als zijnde het volk dat Zijn leiderschap uitsloot. Herinner u dat, hoewel zij Zijn volk zijn, in een zwakke en betreurenswaardige conditie, Christus hen niet kan leiden. Ten dele om wat Laodicea betekent, zoals wij zagen. Christus begrijpt dat Hij mensen, die denken dat zij de baas zijn, niet leidt en ook nooit zou kunnen leiden!

God werkt enkel in één organisatie per keer. Mensen die het doctrinair oneens zijn, en in wier organisaties God niet de leiding heeft, zullen steeds meer versplinteren in allerlei richtingen tijdens de laatste dagen. Amos 3:3 stelt duidelijk dat het natuurlijke gevolg van onenigheid is dat mensen niet langer kunnen samengaan. God kan alleen werken in de ene organisatie die bereid is Zijn “hele waarheid en niets dan de waarheid” te volgen – en alleen in hen die Hem toelaten hen te leiden via de door Hem gekozen leider.

Laat u niet in de war brengen over iets waar Christus niet verward is. Hij dringt Zijn leiderschap niet op aan een era die het verwierp en buitensloot!

God werkt in één organisatie per keer

We leerden dat dhr. Armstrong onderwees dat het bestuur van God enkel werd hersteld in Filadelfia, de era die samen wandelde. Omdat die era akkoord ging met God, Christus en Zijn apostel. Dat was – en is nog altijd – de enige plaats waar mensen actief vasthouden. Dat was – en is nog altijd – de enige plaats waar Christus werkzaam is – tenzij Hij verdeeld is (1 Kor. 10:13).

Er zijn geen andere mogelijkheden!

Wees eerlijk. God kan nooit actief werkzaam zijn in het bestuur van meer dan één organisatie tegelijk, door meer dan één gekozen leider – tenzij Christus verdeeld IS. Dat is de les die Christus, Paulus en dhr. Armstrong duidelijk begrepen en onderwezen, en wat dit boek bewijst – samen met de andere Splinter Explanation Packet boeken en CD’s. (Onze “Body of Christ” prekenserie neemt alle twijfel, vragen en excuses weg om hierover verward te zijn of om deze reuzengrote Bijbelse waarheid te verwerpen).

Christus stelde dat de duivel begrijpt dat een verdeeld huis niet kan standhouden (Math. 12:25-26). Jezus Christus is minstens zeker even slim als de duivel. Hij begreep ook dat Hij maar in één organisatie kan werken – door één man, zoals dhr. Armstrong leerde – per keer. Nochtans is de zevende era verdeeld, en dit wegens dwaling. Maar waar Christus werkzaam is, is er geen verdeeldheid door verschillende geloofsleren (1 Kor. 1:10-11). Vergeef me in herhaling te vallen, maar dat moet duidelijk gesteld worden. Ik tracht dit op zoveel mogelijk manieren te zeggen als ik maar kan.

Begrijp het! De katholieke kerkheeft altijd beweerd de enige ware Kerk te zijn. Maar dat heeft God’s volk er nooit toe gebracht de doctrine te verwerpen, juist omdat zij – bedriegers – beweerden dat die doctrine op de Roomse kerk slaat. Waarom verwerpen er dan zovelen deze doctrine nu wel? Het lijkt wel of zij het gewoonweg beu zijn dat zoveel verschillende organisaties beweren dat dit hen betreft.

En hier is nog iets flagrant ironisch. Sommigen verwerpen de doctrine van de ene ware Kerk, cynisch geworden omdat zovele anderen geloven dat dit niet langer toepasselijk is op eender welke groep. Anderen, even cynisch, verwerpen die doctrine omdat zij zien dat vele groepen die beweren te vervullen.

Wat is het dan?

Het antwoord is, dat geen van beide waar is! Het feit dat velen het oude begrip verwerpen of dat velen er zichzelf in zien, bewijst nog niets en geeft geen van beide kampen gelijk. Daarom moet men nauwkeurig het verschil onderscheiden tussen groepen die beweren volledig vast te houden en de ene Kerk die dat ook werkelijk doet.

Een bijkomende vraag in verband met de doctrine. Sommigen stelden de vraag: “Hoe kan Christus een Filadelfia Kerk en een Laodicea Kerk hebben, en toch enkel de ene ware Kerk leiden? Zijn de Laodiceeërs ook niet God’s volk – zijn die ook niet Zijn ware Kerk?”.

Dit is niet moeilijk. Herinner u: Het Griekse woord voor “kerk” is ekklesia, wat gewoonweg “de uitgeroepenen” betekent. Alle Laodiceeërs hebben beslist God’s Geest en bewaren Zijn geboden (Openb. 12:17). Deze zijn in feite ware broeders – “de uitgeroepenen”! Maar, zoals Sardis en mogelijk overgeblevenen van Tyatire (Openb. 2:25), maken zij geen deel uit van de ene ware Kerk en het Lichaam van Christus – waar Christus, via Zijn bestuur aanwezig is, de leiding heeft en werkzaam is. Dat zou niet moeilijk moeten zijn om te begrijpen. De Laodiceeërs zijn Zijn volk. Zij hebben Zijn Geest. De helft van hen zullen gered worden. Maar zij bevinden zich niet waar Hij werkzaam is, en zullen dat niet verstaan tijdens de Verdrukking, omdat zij hun geestelijke conditie niet hebben aangepakt. (Natuurlijk zou het zalven van hun ogen dit veranderen).

Vermits Laodicea betekent “het volk regeert, oordeelt en beslist” is het duidelijk waarom al de splintergroepen zoveel van Christus’ andere leerstelsels – hersteld in Filadelfia – achterwege lieten (naast bestuur). De mensen met God’s Geest in de splintergroepen (Rom. 8:9, 14) zijn Christus’ volk, verspreid buiten de Kerk en het Lichaam waar Hij werkzaam is. Dit omdat zij hun ogen niet zalven en Hem niet toelaten in hun leven. Waardoor zij zouden kunnen gereinigd worden van hun ellendige, geestelijke naaktheid. En de komende bestraffing ontlopen!

Het geestelijke Lichaam is geen corporatie

Velen die verwierpen wat dhr. Armstrong leerde over Christus’ ene ware Kerk, vonden een manier om te beweren dat zij het eens zijn met zijn onderricht.

Het is een bekend feit dat dhr. Armstrong leerde dat God’s Kerk, die een geestelijke entiteit is, geen synoniem was van de corporatie gekend als de Wereldwijde Kerk van God, Inc. Deze leer is natuurlijk volkomen waar. Wanneer we achterom kijken, is dat zelfs nog meer waar dan we toen hadden kunnen geloven.

Als ongeveer 80 procent van hen die de WCG diensten bijwoonden wellicht nooit bekeerd waren – nooit God’s Heilige Geest hadden – dan maakten zij duidelijk geen deel uit van het geestelijke Lichaam van Christus (Ef. 1:22-23; Kol. 1:18). Maar zij waren aangesloten bij de Kerk corporatie, en werden verondersteld leden te zijn van het Lichaam van Christus. Met andere woorden, iedereen (en zo waren er ongeveer 120.000) kon lid zijn van de Kerk corporatie maar niet noodzakelijk een deel van de ene ware Kerk. Dat zou heel duidelijk moeten zijn – en was het ook in de geest van de meeste bekeerde mensen die het dhr. Armstrong meer dan eens hoorden zeggen. Anderen hebben er misschien nooit over nagedacht.

Hier volgt hoe het onderricht van dhr. Armstrong, die in overeenstemming was met de Bijbel, toch veranderd werd tot een vrijbrief om gelijk welke groep naar keuze te bezoeken terwijl iemand zich toch nog beschouwde als deel van de “ene ware Kerk” – en het “Lichaam van Christus”. Vandaag zijn er vele mensen die beweren dat de omstandigheden Christus nu dicteren dat Hij moet werken in vele verschillende organisaties – overal waar mensen zijn die geleid worden door God’s Geest! – vermits het geestelijke Lichaam van Christus geen corporatie is! (Al is Christus dezelfde “gisteren, vandaag en morgen”).

Hoe gemakkelijk!

Ziet u het probleem? Ziet u waar dergelijke mensen de waarheid die ze eens begrepen nu vertroebeld hebben? Dhr. Armstrong zei nooit dat u buiten de Wereldwijde Kerk van God kon zijn, waar Christus werkt en de leiding heeft, en een deel zijn van de ene ware Kerk – Filadelfia vandaag – of deel van het Lichaam van Christus. (Later in dit hoofdstuk kunt u zijn uitleg lezen die dit verklaart). Hij begreep dat iemand kon bekeerd worden, omdat hij altijd wist dat “enige weinige namen” in Sardis God’s Geest hadden – “die hun klederen niet bevlekt hebben” (Openb. 3:4) – maar uiteindelijk naar Christus’ Lichaam zouden moeten geleid worden.

Terwijl geen corporatie of organisatie er aanspraak op kan maken synoniem te zijn met allen die op een bepaald moment de Heilige Geest hebben, is dit allerminst tegenstrijdig met het begrip dat Christus enkel één organisatie LEIDT in een bepaalde tijd, en dat alle mensen die in Zijn Lichaam zijn allen deel uitmaken van één organisatie. U las hierover al diverse citaten van dhr. Armstrong op het einde van het eerste hoofdstuk.

Laat geen misleider, gemotiveerd door zijn persoonlijke agenda, u iets anders wijsmaken!

Laten we gewoon even enkele verzen nagaan om te zien waarom dhr. Armstrong onderwees dat God enkel op één plaats werkt in een bepaalde tijd. We zullen zien dat hij eerlijk omging met het Woord van God. Zijn voorgaande aanhalingen verwijzen naar enkele van deze passages.

Toen de Kerk begon

Handelingen 2 beschrijft hoe Jezus Zijn belofte voltrekt Zijn Kerk te bouwen, en dit gebeurde op het ogenblik dat de Heilige Geest werd uitgestort over al de aanwezigen, op Pinksterdag in het jaar 31. De eerst glimp die we opvangen van de Kerk, na haar geboorte, verschaft een ongelooflijk inzicht in hoe de Kerk er verondersteld werd uit te zien de volgende 2.000 jaar. Neem dit goed in overweging.

Vers 1 beschrijft dat alles wat volgt in het verslag, inclusief het ontvangen van God’s Geest, enkel mogelijk werd omdat “zij allen eendrachtig bijeen waren”.

Noteer vervolgens het eerste dat opgetekend staat onmiddellijk nadat 3.000 mensen op dezelfde dag gedoopt werden. “En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden” (vers 42).

Twee punten komen op de voorgrond. De mensen hielden vast aan – “volhardende in” – “de leer der apostelen”, en van niemand anders. Dit is een heel belangrijke uitspraak – en een van de hoofdredenen waarom dhr. Armstrong begreep dat de waarheid de Kerk enkel inkomt via apostelen. (Zie ondermeer ook Efeze 2:20).

Maar er is ook nog een ander monumentaal punt. De mensen “volhardende…in gemeenschap” samen. Zij waren samen. Vers 44 maakt het duidelijk: “En allen die geloofden waren bijeen…”. Dat is de enige reden waarom de rest van het vers kan vermelden dat zij “alle dingen gemeen hadden”. Om dit te doen, moesten zij wel bijeen zijn, in één Kerk wandelen – in één organisatie.

Vers 46 bindt alles goed samen. Merk op: “En dagelijks eendrachtig in de tempel volhardende, en van huis tot huis brekende, aten zij samen met verheuging en eenvoudigheid des harten”. Nogmaals, iedereen at samen, “eendrachtig” en met “eenvoudigheid des harten”. Dat moet beslist die “verheuging” waarvan hier sprake teweeg gebracht hebben, waarvan God zelfs in het Oud Testament zegt: “Hoe goed en lieflijk is het dat broeders ook samenwonen” (Psalm 133:1)! Natuurlijk begrijpt Satan dit, en heeft God’s volk ervan overtuigd dat zij verdeeld kunnen zijn en toch nog in de ware Kerk zijn – en dat Christus hen moet leiden in de situatie waarin zij zich bevinden.

Dit contrasteert met wat we zopas zagen, Christus’ eerste momentopname van Zijn Kerk. Begint u nu het complete beeld te zien – van Oud tot Nieuw Testament? En ook dat de duivel een totaal verschillende beeld wil ophangen?

De aanpak van verdeeldheid in Korinthe

De gemeente in Korinthe had bijna elk denkbaar geestelijk probleem. Het eerste, en misschien wel ergste, was de plaag van verdeeldheid. Na negen inleidende verzen in de eerste brief aan Korinthe, snijdt Paulus het probleem onmiddellijk aan. En hij onthult ook de enige manier waarop de Kerk van God, waar ze zich ook bevindt, behoort te functioneren.

Noteer: “Maar ik bid u, broeders, door de Naam van onze Here Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in een zelfde zin en in een zelfde gevoelen” (1 Kor. 1:10).

Alleen al in dit ene vers maakt Paulus op vijf afzonderlijke manier overduidelijk – voor iedereen die “ogen heeft om te zien” – dat de Kerk waar de levende Jezus Christus de leiding heeft complete eenheid geniet. Geen enkele eerlijke mens zou een andere conclusie kunnen afleiden uit deze passage. Herlees de cursieve zinnen aandachtig.

Bijna onmiddellijk daarna begint vers 13 met een retorische vraag: “Is Christus gedeeld?”. De enige reden waarom die vraag niet wordt gevolgd door het woord “nee” of iets dergelijks, is omdat het antwoord zo voor de hand ligt. Rekening houdend met wat hij zopas geschreven had, had Paulus evengoed kunnen vragen “Is het gras groen?” of “Is de lucht blauw?”. Als mensen retorische vragen stellen, gaat niemand die beantwoorden. Omdat het antwoord zo voor de hand ligt. In Amos 3:3 wordt zelfs de vraag “Zullen twee samen wandelen tenzij zij bijeengekomen zijn?” niet beantwoord om dezelfde reden.

Dat kunnen zij niet!

Waarom kunnen zovele broeders zo’n eenvoudige vraag als “Is Christus gedeeld?” niet beantwoorden met een overtuigend “NEE”? De reden is, nogmaals, de diepe blindheid inzake de meest elementaire punten van geestelijk begrip, van de grote meerderheid van nu levende Geestverwekte mensen.

Eén Lichaam – en wat dit betekent

Herinner ook dat het in dezelfde brief aan de Korinthiërs was dat Paulus moest schrijven: “Want God is geen God van verwarring, maar van vrede, gelijk in al de gemeenten der heiligen” (14:33). Gevolgd door: “Laat alle dingen eerbaar en met orde geschieden” (vers 40). Opnieuw vraag ik “Waarom?”. Waarom vergaten mensen dergelijke elementaire verzen? Ware “eerbaarheid” en “orde” zijn onmogelijk als God’s Kerk verdeeld was in meerdere organisaties, laat staan honderden.

Waarom schijnen zovelen het hele hoofdstuk 12 van 1 Korinthe vergeten te zijn, waar in 31 verzen de vergelijking wordt gemaakt van het fysieke menselijke lichaam – met al de onderling verbonden delen (ogen, oren, mond, handen, voeten, etc.) – met het Lichaam van Christus? Is dit omdat Paulus’ duidelijke betekenis “geestelijk weggewerkt” werd door de meeste broeders – iets waarvan we ooit dachten dat dit alleen in wereldse kerken gebeurde? We zullen zien dat velen dit hoofdstuk inderdaad geestelijk wegredeneerden. De duidelijke betekenis is dat elk lichaamsdeel (menselijk of geestelijk) zal afsterven als het weggesneden wordt – als het niet langer gekoppeld is aan de door God ontworpen plaats. Als Schepper van het menselijke lichaam, weet Hij het wel.

Denk aan Efeze 1:22-23 en Kolossenzen 1:18. Deze verzen stellen duidelijk dat Christus “de Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; welke Zijn Lichaam is” (Efeze) en “Hij is het Hoofd van het lichaam, namelijk de gemeente” (Kolossenzen). Die verzen bewijzen dat Christus’ Lichaam en Zijn Kerk een en dezelfde zijn – en dat Hij het Hoofd is over beide in eenheid. Zowel “Kerk” als “Lichaam” worden in het hele hoofdstuk 12 van 1 Korinthe besproken. Met andere woorden, Christus’ Lichaam weerspiegelt de vereende integratie van het menselijke lichaam, wat duidelijk maakt dat alle delen in eenheid samenwerken binnen de ene ware Kerk!

Laat me dit nadrukkelijk herhalen. Misschien is een van de belangrijkste prekenserie die ik ooit gaf: “ The Body of Christ: How Most Are No Longer In It – But Assume The Are!”. Daarin wordt duidelijk dat het van kolossaal belang is absoluut zeker te zijn verbonden te zijn met Christus en met de kracht van God’s Geest. Dit houdt in Zijn Lichaam te vinden en er deel van uit te maken; de plaats – de organisatie waar Hij de Wijnstok is, en, zoals dhr. Armstrong onderwees en de Bijbel leert, waar de ranken alleen dààr met Hem verbonden zijn, en dus in staat meer toegang te krijgen tot Zijn Geest. Deze preken zijn vol verbijsterende bewijzen uit de mond van protestanten, afvalligen en de leiders van splintergroepen dat zij NU allemaal exact hetzelfde onderwijzen – lijnrecht tegengesteld aan wat dhr. Armstrong onderwees en wat de Bijbel leert.

Een klassiek voorbeeld

Vooraleer we klaar zijn om verder te onderzoeken – en naar waarde te schatten – wat dhr. Armstrong onderwees over de ware Kerk en het Lichaam van Christus, eerst een voorbeeld van hoe verward splintergroepen zijn, en hoe verkeerd ze worden geleid. Dit wordt wellicht het best geïllustreerd door te zien wat de senior “voorzitter” evangelist onderwijst, die de tweede grootste splintergroep leidt.

In zijn boekje dat de ware Kerk vandaag beweert te kunnen identificeren, onthult deze man wat enkel maar kan bestempeld worden als een verbazend gemis aan inzicht en visie. Lees aandachtig elk van de vier aanhalingen, en merk op hoe deze leider regelrechte protestantse leer tracht te valideren door het gezag van dhr. Armstrong in te roepen. De eerste twee verklaringen zetten alles in stelling, en de laatste maakt de dwaling overduidelijk. Terwijl u dit leest, vraag uzelf af wat uw organisatie onderwijst. (Alle nadruk is van mij).

“Het is belangrijk te noteren dat, ook al is God’s ware Kerk een geestelijk organisme, de Bijbel toont dat het voor de Kerk normaal is om tegelijkertijd te bestaan uit verschillende corporatieve ‘gemeenschappen’ of ‘takken’”.

“Om in het lichaam van Christus te zijn, moet u zich volledig hebben overgegeven aan God en geleid worden door God’s Geest…Toch hebben er in de loop der tijden veel verschillende Kerk van God ‘gemeenschappen’ bestaan – ‘takken’ van de ware Kerk – die soms coëxisteerden”.

“De Wereldwijde Kerk van God werd veruit de grootste groep van de ware gelovigen die hun leven overgaven…Toch bestonden er zelfs in deze tijd de eerder vermelde groepen van de Zevende Dag Kerk van God. Dhr. Armstrong erkende vaak dat deze verschillende gemeenschappen ‘takken’ waren van de ware Kerk”.

“Wij begrijpen uit de Bijbel en uit de geschiedenis dat de Kerk van God het ‘lichaam’ van Jezus Christus is – het lichaam van hen die geloven in de authentieke waarheid van de Bijbel…Binnenin het grotere lichaam van Christus…Waar die mensen verzameld zijn in verschillende corporatieve gemeenschappen, zullen er verschillende krachtlijnen en velerlei klemtonen zijn. Maar uitgaande liefde…zou aanwezig moeten zijn in bekeerde leden van God’s Kerk, waar zij ook leven en tot welke specifieke gemeenschap zij ook behoren”.

Dat is in de verste verte geen weergave van wat de Bijbel of wat dhr. Armstrong God’s mensen onderwees over wie en wat Christus’ Kerk is. Er bestaat simpelweg niets als een “groter lichaam van Christus”, bestaande uit verschillende corporatieve gemeenschappen met verschillende krachtlijnen en velerlei klemtonen. En toch vallen er duizenden mensen die vroeger wel beter wisten nu voor zo’n flagrant bedrog – en onwetendheid!

Stellen we de vraag: Is het mogelijk dat deze senior leider de waarheid vergat – zelfs een zo kolossale – en teruggleed naar de geloofsovertuiging van zijn welbekende methodistenjeugd? Op die vraag zullen we later gedetailleerder ingaan.

Lees aandachtig het volgende citaat van de United Methodist Church over hoe zij Christus’ Kerk zien, en noteer de cursieve zinnen die helemaal in de lijn liggen van wat u zopas las:

“De takken van Christus’ kerk ontwikkelden diverse tradities die onze hoeveelheid gezamenlijk begrip vergroten. Onze openlijke oecumenische betrokkenheid als United Methodists is om onze eigen doctrinaire klemtonen te poneren in een bredere christelijke eenheid, en vandaar meer betekenisvol te maken in een rijker geheel”.

Kan er enige twijfel bestaan dat de hoger vermelde splintergroepleider de methodist/protestantse theologie regelrecht weergeeft?

Dhr. Armstrong onderwees dat het hele Lichaam van Christus samen in één organisatie is

We zijn nu klaar om de eerste twee van de vele verklaringen van dhr. Armstrong te overlopen, inzake het Lichaam van Christus en wat de bedoeling ervan is. De eerste aanhaling maakt duidelijk dat de Kerk en het Lichaam niet verdeeld zijn in welke zin dan ook, en niet kan bestaan uit velerlei groepen – “corporatieve gemeenschappen” of “takken”. (Andere citaten van dhr. Armstrong volgen later). Noteer zelfs de titelvraag die dhr. Armstrong gaf aan deze eerste aanhaling (“Is God’s Kerk samengesteld uit vele afzonderlijke groepen?”):

“Jezus Christus gaat God’s Kerk huwen – het Lichaam van Christus genaamd. Welnu, is dat Lichaam verenigd en georganiseerd op een verenigde en stevige fundering, of op een collectie van ‘eenling’ individu’s en allerlei groepen?

“Het enige doel van de Kerk is door te gaan met het Werk dat Christus startte! Het is nu het Lichaam waarin de Heilige Geest werkzaam is. En voor de organisatie zet God in de Kerk apostelen, profeten, herders…

“De Kerk is het Lichaam van Christus. En Christus beschreef Zichzelf als de wijnstok, en wij als Zijn Kerk zijn de takken aan die wijnstok. Let er op – en bestudeer het – in Johannes 15. Jezus bestaat niet uit meerdere afzonderlijke wijnstokken – Hij is één wijnstok! De leden van het Lichaam van Christus zijn de TAKKEN! – maar geen afgescheiden, geïsoleerde takken. Allen zijn samen verbonden aan de ene wijnstok – het Lichaam van Christus.

“Afzonderlijke ‘Christenen’ of ‘groepen’ zijn takken die afgebroken zijn van de wijnstok – het Lichaam van Christus!

“De Vader is de Landman – de Wijngaardenier. Elke tak van de wijnstok (de Kerk) die geen vrucht draagt voor het Koninkrijk, wordt door de Vader gesnoeid – afgesneden – zodat de georganiseerde, verenigde wijnstok méér vruchten zou kunnen voortbrengen”.

IS GOD’S CHURCH COMPOSED OF MANY SEPARATE ‘GROUPS’?”, GN, 18 dec. 1978

Deze verklaring van dhr. Armstrong is onmogelijk mis te verstaan. God’s Kerk is verenigd in maar één organisatie. Zijn volgende verklaring geeft wat meer achtergrond over waarom de Bijbel de term “Lichaam van Christus” gebruikt, en legt ook uit wat Christus’ grote, overkoepelende doel is voor Zijn Lichaam.

“God startte Zijn Evangelie WERK – het Evangelie (goede nieuws) prediken van ZIJN KONINKRIJK – door het individuele menselijke LICHAAM van Jezus. Maar na Zijn opstanding, zond Jezus dezelfde HEILIGE GEEST op Pinksterdag A.D. 31, en daarna, om te komen in het COLLECTIEVE LICHAAM van hen die GOD’S KERK samenstellen.

“De KERK is dan het COLLECTIEVE LICHAAM dat Christus gebruikt als ZIJN INSTRUMENT, kracht bijgezet door God’s Geest, om GOD’S WERK uit te voeren. Jezus Christus heeft de leiding en dirigeert het vanuit de hemel!

“Maar WAT is de goddelijke OPDRACHT van die Kerk? Wat is haar DOEL? Het antwoord is: het WERK VAN GOD te doen, dat Jezus startte en nu verder zet door Zijn Kerk.

“Waar God’s ware Kerk is – de ENE Kerk die van CHRISTUS is – zal die DAT EVANGELIE aan de hele wereld prediken – over alle continenten – vandaag. Want wij zijn dicht bij het EINDE! Dat is het Evangelie van de levende Christus! Het is het GOEDE NIEUWS van het komende KONINKRIJK VAN GOD om DE WERELD TE BESTUREN!

“Maar waar die ENE ware Kerk ook is, die zal genoemd worden de Kerk van God…Maar dat is niet alles. Velen hebben zich God’s naam toegeëigend, maar kondigen het KONINKRIJK VAN GOD niet aan…

“Die ware Kerk predikt de naderende komst van CHRISTUS als Koning der koningen en HEER der Heren, om alle naties duizend jaar lang op aarde te REGEREN.

“Zo is er maar EEN Kerk!

“Die doet HET WERK VAN GOD. Die is, zoals Jezus zei dat die zou worden, een ‘klein kuddeke’ – vervolgd, geminacht door de wereld”.

“Personal”, GN, aug. 1983

Alweer laat dhr. Armstrong, zoals gewoonlijk, volstrekt geen ruimte voor verwarring. Hij maakt het allerduidelijkst dat het doel van de Kerk van God erin bestaat het Werk van God te doen – over de hele wereld het koninkrijk van God aankondigen (het ware evangelie) – onder het bestuur en de leiding van de “levende Christus”. Dit zou alleen kunnen door Hem geleid worden vanuit één Hoofdkwartier.

Verder moeten wij een combinatie van diverse gerelateerde onderwerpen nagaan: Het Lichaam van Christus, het “Werk” dat verricht wordt in de splintergroepen, en of Jezus deel uitmaakt van het evangelie. Aan al die onderwerpen knopen we dan de vraag welke geest – ik herhaal, welke GEEST! – nu in het spel is gekomen in die organisaties! Tenslotte verbinden wij dit alles rechtstreeks aan iemands noodzaak om “zijn ogen te zalven” om meer van God’s Geest te ontvangen – en hoe het exact kwam dat die Geest zo was afgenomen bij zovele duizenden dat zij niet langer kunnen zien wat zij eens zagen.

Maak u klaar om paf te staan – en hopelijk diep gemotiveerd om iets te doen met wat u nu gaat leren!

Het protestantse Lichaam van Christus – de splintergroepen

Een nieuwe vraag dook op in de splintergroepen: Wat is eigenlijk het evangelie? Wat onderwees dhr. Armstrong dat het evangelie is? De meesten werden vandaag geconditioneerd om het afvallige “evangelie” te geloven, dat uitsluitend gefocused is op de persoon van Jezus. Zij hebben Zijn rol gemengd met het koninkrijk van God, en creëerden zo een nieuw soort hybride “evangelie”.

Het is belangrijk van wat extra tijd uit te trekken om nu een duidelijk onderscheid te maken tussen de rol van Christus en wat het ware evangelie is. Er staat veel meer op het spel dan op het eerste gezicht lijkt – en de meest mensen in de splintergroepen worden nu erg voor de gek gehouden inzage het centrale punt van de hele Bijbel! Het is cruciaal dat de lezer begrijpt hoe dit allemaal samenhangt met het waar en wie u zou moeten vinden die God’s Werk doet – en waarom zovelen nu zo weinig van God’s Geest hebben.

Alléén het Koninkrijk van God!

Het Nieuw Testament is heel duidelijk over het onderwerp van het ware evangelie en, vóór de afvalligheid was dat ook heel duidelijk bij iedereen van God’s volk. Op tientallen plaatsen wordt naar het evangelie verwezen – gedefinieerd! – als “het koninkrijk van God”, “het koninkrijk”, “het koninkrijk van Christus en van God” of “het koninkrijk der [niet in] hemelen”. Nergens wordt het evangelie beschreven als “Jezus”, “Christus” of “Jezus Christus”.

Al die verscheidene zinnen over het “koninkrijk” komen overeen met wat dhr. Armstrong onderwees tijdens zijn 52-jarige ministry. Zijn verklaringen vindt u verspreid in ons boek Is God’s WORK FINISHED? – Has It Changed? Niet één keer refereerde hij naar Christus als deel van het evangelie – geen enkele keer! Dat deed hij ook niet in zijn boekje What is the True Gospel? Ik daag de lezer uit om zelfs maar één boek, boekje, artikel, brief of preek van dhr. Armstrong te vinden waarin hij OOIT suggereerde dat de Persoon van Christus ook maar deel zou kunnen uitmaken van het evangelie. In feite onderwees en benadrukte hij juist het tegenovergestelde. Natuurlijk begreep dhr. Armstrong goed Christus’ rol als Redder, Hogepriester en Kapitein van ons behoud, plus al Zijn toekomstige titels en functies.

Dhr. Armstrong benadrukte het monumentale verschil tussen de Boodschapper – Jezus Christus – en de Boodschap die Hij bracht – het koninkrijk van God (Zijn komende wereldheersende Superregering). Natuurlijk hebben er velen gepoogd te zeggen dat de term “het evangelie van Christus” het evangelie over Christus is. Dit is gewoonweg vals – omdat “van” bezit impliceert. De boodschap over het koninkrijk van God is Christus’ evangelie – en dit is basisbegrip van vroeger. (De lezer zou er goed aan doen naar mijn 4-delige prekenserie te luisteren: “The Gospel – Kingdom and Christ?”. Dan zult u Christus nooit meer beschouwen als een deel van het ware evangelie).

Christus’ rol is apart

Wees gewaarschuwd! Het idee dat Jezus Christus het evangelie is, of er deel van uitmaakt, is helemaal protestants. De poging van de grote splintergroepen om Jezus in het evangelie te brengen is niet alleen verkeerd, maar is afgeleid van een veel groter gevaar: dat van “een andere Jezus” geboren uit “een andere geest” (2 Kor. 11:3-4). Zelfs de geciteerde passage beschrijft hoe de Korinthiërs vervielen in het geloof van “een ander evangelie” en “een andere Jezus”. Als Jezus het evangelie is of er deel van uitmaakt, waarom somde Paulus dit dan op als twee verschillende en afzonderlijke problemen in Korinthe (Problemen die allebei verbonden zijn met een derde probleem, namelijk het volgen van “een andere geest” – verbonden met het protestantse “lichaam van Christus”)?

Zo verklaart bijvoorbeeld de grootste splintergroep in haar mediafilosofie: “Het evangelie van Jezus Christus en het Koninkrijk van God prediken is een goddelijke opdracht gegeven aan de Kerk…De evangelieboodschap, waarbij God’s offer en de gave van behoud is inbegrepen…”. Haar “evangelie” boekje spreekt over de apostelen als zouden die “hoger” begrip hebben van Christus’ boodschap – Zijn evangelie – over het koninkrijk.

Maar de rol van Christus is apart – duidelijk onderscheiden!

Ook de tweede grootste splintergroep beschrijft het evangelie op dezelfde manier: “Het Evangelie van Christus is het ‘Goede Nieuws’ van de vergeving van onze zonden door Christus’ offer, en het weldra komende Koninkrijk en de regering van God”.

Een andere Jezus – een andere geest

Nogmaals, dit “evangelie” is heel, heel verschillend van wat dhr. Armstrong onderwees in zijn boekje, en wat u hebt kunnen opmaken uit zijn verklaringen doorheen mijn andere ‘splinterboeken’. Lees eerst even Galaten 1:6-9, en de vloek (tweemaal vermeld) die gepaard gaat met het brengen van “een ander evangelie”. Pauzeer dan en besef de bijkomende zwaarte van buiten hetgeen doen inhoudt – het grote gevaar dat nu in de Kerk wordt gebracht met dit herziene “evangelie”. U MOET begrijpen WAAROM God een vloek legt op mensen die het evangelie verdraaien – die verwarring zaaien inzake Zijn van “G