Wat is Ware Bekering?
DOOR DAVID C. PACK
Wat is ware bekering? Is bekering alleen maar “Christus belijden als Heer en Redder”? Hoe en wanneer is iemand bekeerd? Is het plots – onmiddellijk? Of is het een geleidelijk proces dat een leven lang duurt? Zovelen worstelen met problemen, zwakheden en zonden. Verwacht God dat wij overwinnen – groeien? Wat houdt dat in? Hoe moet dat? Welke rol speelt de Heilige Geest daarin? Hoe zit het met geloof en berouw? Vele nemen aan dat zij volmaakt moeten zijn. Anderen beoordelen God’s levenswijze naar het gedrag van Christenen. Kan iemand zondigen en toch een Christen blijven? Hoe zit het met vergiffenis? Miljoenen mensen zoeken een antwoord op deze vragen. Hier wordt dit christelijke gespreksonderwerp behandeld in klare taal!
Wanneer is iemand bekeerd? Ik kende vele mensen die hun bekering in twijfel trokken omdat zij nooit onderricht werden over de betekenis van ware bekering. Wanneer zij dan onder vuur kwamen – onder druk – misten zij vertrouwen om te weten hoe hun problemen effectief aan te pakken. Zij waren niet zeker of zij ooit de kracht zouden hebben die problemen te overwinnen.
Vermits de duivel – de auteur van verwarring (1 Kor. 14:33) – de hele wereld misleidt (Openb. 12:9), probeert hij ook belijdende Christenen in de war te brengen over dit allerbelangrijkste onderwerp.
Maar wat is dan een echte Christen? Is dat iemand die naar “de kerk gaat” – “Jezus belijdt” – “Christus kent” – “gedoopt” is? Is er één vers dat we kunnen opslaan voor een Bijbelse definitie van een echte Christen – een definitie die alle verwarring uitschakelt?
De apostel Paulus schreef: “Want zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God” (Rom. 8:14). Een Christen is dan iemand die de Heilige Geest heeft die hem leidt. Maar is het hebben van de Heilige Geest absoluut essentieel om een Christen te zijn? In deze context zei Paulus al eerder: “Doch gij zijt niet in het vlees maar in de Geest, indien tenminste de Geest van God in u woont. Maar zo iemand de Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe” [in het Engels: “he is none of His”] (vers 9)!
Zo simpel is dat! Of iemand heeft de Geest van God en is een Christen, of iemand heeft die niet en is geen Christen – “hoort niet bij Hem”. Iedereen die echt bekeerd is, heeft de Heilige Geest in zich.
Maar wat betekent dat? Is het ontvangen van God’s Geest alles wat nodig is voor christelijkheid en bekering – of is er méér?
Kracht ontvangen
Na Zijn opstanding onderrichtte Christus Zijn apostelen gedurende veertig dagen (Hand. 1:3). Hij gaf hen de instructie in Jeruzalem te wachten tot zij de Heilige Geest zouden ontvangen, tien dagen later op het Pinksterfeest. De discipelen vroegen Hem of Hij op het punt stond Zijn koninkrijk te vestigen op aarde. Vlak vóór Hij opsteeg naar de hemel, zei Hij: “Het komt u niet toe te weten de tijden of gelegenheden…Maar gij zult ontvangen de KRACHT van de Heilige Geest Die over u komen zal” (verzen 7-8). Daarop verdween Hij in een wolk.
Zoals de apostelen wachtten op kracht door de Heilige Geest, zo wachten de meeste mensen vandaag op een soort bijkomende sterkte na bekering. Zeg een tiener dat hij de sleutel van de gezinswagen overhandigd krijgt, en hij zal er geen moeite mee hebben te begrijpen dat hij echte macht krijgt. De eerste keer dat ik de sleutel van mijn vaders auto in handen kreeg, begreep ik exact wat dit betekende. Dat is niet anders bij een potentiële Christen die wacht om God’s Geest te ontvangen bij zijn bekering en doop.
Paulus schreef Timotheüs: “Want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar van kracht, en van liefde, en van gematigdheid” (2 Tim. 2:7). Vermits Christenen de Geest van God hebben, is er echt reële kracht in hun leven gekomen. Vanzelfsprekend zegt dit vers ook dat een Christen blijk geeft van liefde – de weg van geven – en dat zijn gedrag gematigdheid [in het Engels: “a sound mind” = een gezonde gezindheid] weerspiegelt.
Het feit dat God’s Geest een gezonde gezindheid verleent, bewijst dat God van Christenen verlangt dat zij hun roeping – hun bekering – God’s DOEL voor hen – begrijpen. God wil dat mensen gezond gezind zijn in Zijn levenswijze. Natuurlijk moet dit impliceren dat zij alle basisaspecten van ware bekering begrijpen.
Wanneer wordt de Heilige Geest gegeven?
Hoe ontvangt iemand eigenlijk God’s Geest? En hoe kan hij met zekerheid weten dat die gegeven werd? Vermits dit gebeuren bekering inhoudt, wanneer kan dan een would-be Christen er zeker van zijn dat God hem Zijn Geest gaf? Vermits het niet hebben van God’s Geest iemand weerhoudt een ware Christen te zijn, zou God Zijn dienstknechten zeker niet in het ongewisse willen laten over het hebben van Zijn Geest – uitgerekend wanneer zij die krijgen!
Het boek Handelingen stelt: “En Petrus zei tot hen: Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden, en gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen” (2:38).
Het ontvangen van God’s Geest volgt op echte bekering en een correcte doop. Daarbij komt de vergeving der zonden, of vergiffenis. Er is dus een specifiek moment waarop bekering begint. Er is een welomschreven moment waarop de Heilige Geest in iemands ‘mind’ komt en waarop die persoon een ware Christen wordt – en God hem verwekte als een nieuwe zoon. Toch moet er nog meer begrepen worden.
We moeten de vraag stellen of behoud dan voltooid is in de Christen? Is hij of zij nu “gered”? Is het nieuw verwekte kind van God plots volmaakt, niet langer in staat om te zondigen of mis te lopen, omdat hij meent gered te zijn?
Ware christelijke bekering is een GELEIDELIJK proces van groeien en overwinnen – of veranderen en ontwikkelen. Maar hoe? En als het proces ten einde is, hoe ziet de “voltooide” Christen er dan uit? En wat heeft dit te maken met het doel van een Christen – met zijn streven naar zijn finale beloning om een Christen geweest te zijn?
God’s doel voor Christenen
Doorheen Zijn dienaarschap verkondigde Christus het evangelie van het koninkrijk van God. Verscholen in deze boodschap zit het inzicht van het ontzagwekkende, ONGELOOFLIJKE POTENTIEEL VAN DE MENS voor wie zich waarachtig tot God keert. Waar Christus ook naartoe ging, overal sprak Hij over het komende koningrijke – of de REGERING – van God. Terwijl de meeste van Zijn parabels toegespitst zijn op deze boodschap, waren er maar weinige toehoorders die hun betekenis begrepen. En wanneer Hij deze parabels vertelde, impliceerde Hij altijd hoe ware Christenen aan het kwalificeren waren om deel uit te maken van die regering!
Matheüs 13 bevat een half dozijn “koninkrijk” parabels. Dit hoofdstuk begint met de parabel van het “Zaad en de Zaaier”, waarbij beschreven wordt hoe iemand zaad uitstrooit op allerlei plaatsen en diverse soorten ondergrond. In bepaalde gevallen beschrijft de parabel hoe het zaad groeit en tot bloei komt in de persoon die het ontvangt. In andere gevallen sterft het vlug af nadat het begon te ontkiemen, of schoot het helemaal geen wortel. Nog anderen die het zaad ontvingen groeiden in karakter “dertig, zestig en honderd maal” op weg naar het koninkrijk.
Deze parabel wordt gevolgd door die van het “Tarwe en het Onkruid”. Daarin worden de “vruchten” besproken die verschijnen in het leven van een Christen vooraleer God hem verzamelt in Zijn “schuur”. De – goede of slechte – vruchten vertegenwoordigen de christelijke groei, of het gebrek er aan. De schuur is een type van het koninkrijk.
De derde parabel beschrijft het koninkrijk dat begint als een onooglijk “mosterdzaadje” dat uitgroeit tot een grote boom. Daarna volgt de parabel over zuurdesem, waarin God’s koninkrijk wordt beschreven als zuurdesem dat zich uitspreidt tot het hele deeg (de aarde, alle naties) ervan doordrenkt zijn. De vijfde parabel vergelijkt het koninkrijk met een “verborgen schat” die in het veld wordt aangetroffen. De vinder verkoopt alles wat hij bezit om dat veld te kopen.
De zesde parabel beschrijft het koninkrijk als de “parel van grote waarde” die iemand koopt nadat hij alles verkocht om genoeg geld te hebben voor zijn aankoop. De zevende en laatste parabel in dat ene hoofdstuk beschrijft het koninkrijk als een “net” dat alle soorten vis verzamelt. De “goede” vis wordt bewaard – de “slechte” weggegooid. Christus legt uit dat de goede vis zij zijn die het koninkrijk binnengaan. De slechte vertegenwoordigt hen die worden opgebrand (vers 50), vernietigd in een “vurige oven” (de vuurpoel). (Lees ons boekje The Truth About Hell om de waarheid over dit verkeerd begrepen onderwerp te verstaan).
In elke parabel is de boodschap hetzelfde. Sommigen (niet iedereen) zijn bereid de prijs te betalen om een Christen te zijn. Zij zijn bereid geestelijk te groeien en waarachtig christelijk karakter te ontwikkelen, zodat zij later de eeuwige beloning kunnen erven: wedergeboren (niet langer verwekte) Zonen van God worden – in de GOD FAMILIE – om met Hem te regeren in het koninkrijk van God.
Er staan nog vele andere parabels in het Nieuw Testament. Veel van Christus’ onderricht gebeurde door gebruik te maken van verhalen over algemeen welbekende zaken. Ze waren bedoeld om diepe lessen te vertolken over de roeping van een Christen, voor hen wier geest door God werd geopend om die lessen te verstaan.
Christus zei: “Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat het hem gegeven zij van Mijn Vader” (Joh. 6:44, 45). U kunt God’s waarheid niet begrijpen tenzij God u er naartoe trekt – u roept – door de kracht van Zijn Geest. En zo begint het proces om te komen tot ware christelijke bekering met een rechtstreekse roeping of trekking door de Vader.
De parabels van de talenten, penning, bruiloftsmaal, de tien maagden, schapen en bokken, onrechtvaardige rechter, vijgenboom, het verloren schaap, de verloren munt, de verloren zoon, de onrechtvaardige rentmeester, Lazarus en de rijke man, de barmhartige Samaritaan en andere: allemaal impliceren of beschrijven ze een Christen die het komende koninkrijk – of de regerende Familie – van God ingaat bij Christus’ Tweede Komst. Iedere parabels zou nader onderzocht kunnen worden om dit aan te tonen. Hoewel sommige heel kort zijn, en andere dan weer lang, komt de bedoeling van de meeste parabels van Christus in wezen op hetzelfde neer. Voor hen die Petrus’ instructie volgen “te groeien in de genade en kennis” (2 Petr. 3:18) is een bestuursfunctie in de regering van God onder Christus binnen bereik.
Het komende koninkrijk van God
In de Bergrede zei Christus: “Zoekt eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid” (Math. 6:33). Een Christen zou altijd moeten streven naar die twee onafscheidelijk verbonden doelstellingen. Noteer dat de EERSTE prioriteit erin bestaat het koninkrijk van God te zoeken. Maar hij moet ook God’s gerechtigheid ontwikkelen – Zijn goddelijk karakter. De hoofdmoot van deze Bergrede legt de nadruk op KARAKTEROPBOUW door God’s Wet te gehoorzamen.
De apostel Johannes tekende Christus’ woorden op: “In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen [ambten]…Ik ga heen om u plaats te bereiden. En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn en u plaats zal bereid hebben, zo kom Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt waar Ik ben” (14:2-3).
Dat moet nader bekeken worden.
Ten eerste zijn er vele “ambten” in God’s huis” (koninkrijk). Ten tweede maakt Christus deze posities klaar alvorens Hij “weerkeert”. Ten derde gaan de Christenen niet naar Hem toe om bij Hem te zijn – in de hemel of ergens anders – omdat Christus zei: “Ik kom weer”. (De hemel was nooit de beloning voor wie gered wordt). De Christen wordt een regeringspositie over de aarde aangeboden (Math. 5:5).
Een hoofdstuk verder (Joh. 15:1-2) vervolgt Christus: “In ben de ware Wijnstok…Alle rank die in Mij geen vrucht draagt, die neemt Hij weg; en al wie vrucht draagt, die reinigt Hij, opdat zij meer vrucht drage”. In vers 5 zegt Hij opnieuw: “die draagt veel vrucht”. En in vers 8: “Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt”. Hij zegt: “Ik heb u uitverkoren…dat gij zoudt heengaan en vrucht dragen”. (vers 16).
Een Christen draagt vrucht in zijn leven! Vers 8 gaat verder met de uitleg dat door dit te doen “gij Mijn discipelen zijt”. Christus identificeert u als een van Zijn discipelen (en een van God’s verwekte zonen) of u aldanniet vrucht draagt u in leven!
Nu moeten we wat basisverzen over het koninkrijk van God in overweging nemen.
God’s dienstknecht van vóór de Zondvloed, Enoch of Henoch (Noach’s overgrootvader) predikte ook over het komende koninkrijk van God. Judas beschrijft die boodschap: “En ook Enoch…profeteerde zeggende: Ziet, de Here is gekomen [in het Engels: comes] met Zijn vele tienduizenden heiligen; Om gericht te houden tegen allen” (verzen 14-15).
Zo ook schreef Daniël: “Maar de heiligen der hoge plaatsen zullen dat Koninkrijk ontvangen, en zij zullen het Rijk bezitten tot in eeuwigheid” (7:18). Verzen 22 en 27 herhalen deze beloning voor de ware Christenen.
Het boek Openbaring stelt, via Johannes, op meerdere plaatsen dat Christus het koninkrijk aanbiedt aan wie overwint. Noteer: En die overwint en Mijn werken tot het einde toe bewaart, Ik zal hem macht geven over de heidenen; En hij zal ze hoeden met een ijzeren staf” (2:26-27), en: “Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon” (3:21).
Noteer tenslotte Openbaring 20:4-6. Het gaat hier over de heiligen: “En ik zag tronen, en zij zaten daarop…en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren…Deze is de eerste opstanding…maar zij zullen priesters van God en Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen heersen duizend jaren”. Gekoppeld aan Openbaring 5:10 is het duidelijk dat de opgestane heiligen beide “koningen en priesters” worden die “op de aarde heersen” met Christus.
Deze kennis is echt speciaal – en waardevol. De wereld is onwetend over God’s komende koninkrijk dat Christus gaat vestigen bij Zijn Terugkeer. “De god van deze wereld” (2 Kor. 4:4) heeft de hele mensheid misleid (Openb. 12:9). (Lees ons boekje What Is the Kingdom of God? en Wat is het Ware Evangelie?).
Christenen zitten in een dagelijkse training. Daarom is het van cruciaal belang dat zij hun “trainingsregime” begrijpen.
Geloof en bekering
We hebben uitgelegd dat God Zijn Geest geeft bij de doop die plaatsvindt na bekering. Maar hoe wordt bekering bewerkt? Gewoon door affirmatief te zeggen “Ik ben bekeerd”? Is dat alles? Het antwoord is nadrukkelijk NEE! Zo simpel is dat niet.
Bekering is een gave van God, precies zoals iemands initiële roeping. Wanneer er sprake is van de heidenen die tot bekering komen, stelt Handelingen 11:18: “Zo heeft dan God ook de heidenen de bekering gegeven ten leven”. 2 Timotheüs spreekt van omstandigheden waarin “God hun…bekering gave tot erkentenis der waarheid”. Tenslotte verklaart Romeinen 2:4 dat het “God’s goedertierenheid” is die leidt tot bekering. Mensen “bewerken” zelf geen bekering om van God te eisen dat Hij hen Zijn Heilige Geest schenkt (Hand. 2:38).
Mensen moeten God zoeken en de gave van bekering vragen. Het gebeurt niet automatisch en zou ook nooit als zodanig mogen beschouwd worden. Maar God schenkt bekering aan al wie er naar streeft met zijn ganse hart, zoals David deed in Psalm 51. (Neem even de tijd om deze hele Psalm te lezen).
Maar waar moet men zich juist van bekeren? De Bijbel zegt: “Allen hebben gezondigd” (Rom. 3:23). Wat is zonde?
1 Johannes 3:4 stelt: “Zonde is de ongerechtigheid” [in het Engels: wetsovertreding]. Dit verwijst naar de Wet van God. De normale, vleselijke gezindheid staat er vijandige tegenover (Rom. 8:7). Van nature uit gehoorzamen mensen God niet. De menselijke natuur is God’s Wet ongehoorzaam en overtreedt ze spontaan! Een Christen houdt God’s Wet. Hij luistert er niet zomaar naar of praat er gewoon maar over: “Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden” (Rom. 2:13).
Daarom geeft God Zijn Geest alleen maar aan hen die Hij onderworpen heeft – iemand die bereid is Hem te gehoorzamen (Hand. 5:32).
De wereld schildert God’s Wet af als streng en lastig. Maar Johannes schreef: “Want dit is de liefde van God, dat wij ZIJN GEBODEN BEWAREN; en Zijn geboden zijn niet zwaar”. (Lees ook Romeinen 13:10). God’s Wet is heilig, rechtvaardig, goed en geestelijk (Rom. 7:12, 14) en het is door God’s Geest dat iemand in staat is God te gehoorzamen en daarbij de liefde van God in praktijk brengen. Romeinen 5:5 stelt: “De liefde van God is in onze harten uitgestort door de Heilige Geest”.
Een bekeerde geest keerde zich af van zijn eigen weg. Die wil God volgen, is naar God toegekeerd – naar Zijn bestuur, Zijn autoriteit in zijn leven. Een dergelijke geest streeft ernaar Jezus Christus te kopiëren en de “vruchten van de Geest” voort te brengen. Christus spreekt van “veel vrucht te dragen”. Later inspireerde Hij Paulus de vruchten van de Geest op te sommen – liefde, blijheid, vrede, lijdzaamheid, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en matigheid (zelfbeheersing) – in Galaten 5:22-23. Deze vruchten komen tot uiting in het gedrag van iemand die door de Geest wordt geleid, iemand die bekeerd is.
De bekeerde geest keerde zich af van de zelfzuchtige levenswijze van “nemen”, naar de levenswijze van “geven”. Het hele denken van een Christen wordt getransformeerd – compleet VERANDERD – naar een totaal nieuwe manier waarop hij tegen het leven aankijkt.
De Christen leeft uit geloof (Hebr. 10:38; Hab. 2:4). Maar het geloof van Christus (Openb. 14:12), niet het menselijke geloof, is wat het een persoon mogelijk maakt om God te gehoorzamen. Toch moet die persoon een initieel geloof aan de dag leggen dat Christus hem vergiffenis schonk bij de doop (Hand. 2:38). Het is op dat moment dat de vroegere zondeschuld compleet wordt schoongespoeld. Hij begint met een schone lei. Zijn staat is wit als sneeuw – gereinigd door het bloed van Jezus Christus (Ef. 1:7; Kol. 1:14). Dit initieel menselijke geloof wordt dan vervangen door CHRISTUS’ geloof in de nu bekeerde persoon (Rom. 1:17). We zagen dat geloof een van de vruchten van God’s Geest is, die nu in de ‘mind’ van een Christen komt, bij de verwekking – de bekering en de doop. (Om meer te leren over het verschil tussen menselijk geloof en het geloof van Christus, lees ons boekje What is Real Faith?).
Begrijp het niet verkeerd! God is Zijn Geest niet verschuldigd omdat u geloof aan de dag legde en zich bekeerde. De Heilige Geest is een geschenk (Hand. 2:38), zoals ook berouw/bekering. God’s Geest is niet iets dat u kunt verwerven door uw eigen werken, evenmin als u behoud kunt verwerven door werken (Ef. 2:8-9).
Ware bekering verklaard
Herinner u dat de kracht die komt met God’s Geest een persoon helpt te groeien en te overwinnen. Letterlijk is deze kracht Christus die Zijn leven leidt in de Christen. Zonder Zijn hulp geraakt de pas bekeerde nergens – vlug! Toen Christus zei: “ die draagt veel vruchten” (Joh. 15:5) ging Hij verder met: “Want zonder Mij kunt gij niets doen”. Menselijke kracht – menselijke energie – helpt een mens alleen maar te overwinnen op fysieke domeinen. Geestelijke problemen kunnen niet overwonnen worden door fysieke, mentale of emotionele inspanningen.
Denk eraan, Christus is de Wijnstok en wij zijn de ranken of takken. Takken moeten geconnecteerd zijn aan de wijnstok, en dit gebeurt door God’s Geest werkzaam in de geest van een mens.
Toen Christus daarover sprak, zei Hij: “stromen van levend water zullen uit zijn buik vloeien. (En dit zei Hij van de Geest Die ontvangen zouden die in Hem geloven…)” (Joh. 7:38). Vermits de Geest van God goede werken verricht in de Christen, “stroomt” die ook uit hem. Daarom moet de Geest ook bijgevuld worden, anders raakt die uitgeput en verdwijnt volledig. Daarom zei Christus: “Indien dan gij…weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die Hem bidden?” (Luk. 11:13). U moet regelmatig, in gebed, méér van de Heilige Geest vragen.
Paulus schreef: “Ik vermag alle dingen door Christus Die mij kracht geeft” (Filipp. 4:13), en: “Mijn broeders, wordt krachtig in de Here en in de sterkte Zijner macht” (Ef. 6:10). Christus zei ook: “Bij God zijn alle dingen mogelijk” (Math. 19:26). Met God’s Geest die in u actief werkzaam is en groeit, kan dit waar zijn voor u!
Maar ware diepe bekering gebeurt niet van de ene dag op de andere. Paulus schreef de Korinthiërs dat zij “jonge kinderen [zuigelingen] in Christus” waren (1 Kor. 3:1). Hij beschrijft hoe zij nog moeten gevoed worden met “melk” in plaats van “vaste spijs”. De kersverse Christen is nog als een baby. In analogie leert hij eerst wat rollen, en dan kruipen alvorens te stappen (met in het begin stuntelige en wankele pasjes). Pas later leert hij (geestelijk) lopen.
Paulus begreep dat. Hij vergeleek bekering met het lopen van een race (1 Kor. 9:24). Natuurlijk moet de loper, hoewel niet meteen, er op een gegeven moment meer vaart achter zetten, omdat Paulus zegt: “Loopt alzo, dat gij [die prijs] moogt verkrijgen [winnen]”.
Zo is de christelijke levenswijze. Een trage, gestage, constante groei brengt door dagelijkse praktijk vooruitgang in het leven van een Christen die Christus kopieert. De nieuwe Christen streeft er oprecht naar, vanuit het hart, ànders te zijn – rechtsomkeer te maken en de andere kant op te gaan – de weg van God – voor de rest van zijn leven!
Niet de gemakkelijke weg
Maar is het christelijke pad gemakkelijk? Is het worden als Christus qua karakter de spreekwoordelijke “wandeling in het park”? Zeker niet!
Keren we terug naar de Bergrede voor Christus’ eigen antwoord. Hij zei: “Gaat in door de enge [moeilijke] poort; want wijd is de poort en breed is de weg die tot het verderf leidt, en velen zijn er die door deze ingaan; Want de poort is eng en de weg is nauw die tot het leven leidt, en weinigen zijn er die deze vinden” (Math. 7:13-14). Het zijn er altijd heel weinigen geweest die bereid zijn de prijs te betalen om deze moeilijke levenswijze na te leven.
Herinner u dat Christenen “lopen”. Lopen vraagt inspanning – het is HARD WERKEN! Lopers worden moe door heel wat energie te gebruiken. Let eens op mensen die in een langeafstandskoers de eindmeet naderen. Zij zijn moe, uitgeput – afgemat. En soms moeten de deelnemers bergop, bergaf en over hobbelig terrein, zoals bij crosscountry en marathons.
Paulus zelf zei: “Ik jaag naar het doelwit, tot de prijs der roeping van God, die van boven is in Christus Jezus” (Filipp. 3:14). Even daarvoor zei hij te hebben geleerd “vergetende hetgeen achter is” en “strekkende” naar het ultieme doel dat vóór hem ligt. Als een loper tijdens de lange race de hele tijd doorduwde, is hij op het einde totaal ‘op’. Maar als hij opgeeft, heeft hij geen kans om te winnen, en dan zijn al zijn oefeningen en inspanningen met het oog op de overwinning verspild! Dus, hoe vermoeid de loper ook wordt, hij denkt er aan dat “bij God alle dingen mogelijk zijn”.
Paulus sprak over christelijkheid ook als een “worsteling” (Ef. 6:12). Iemand die ooit worstelde weet hoe ontzettend inspannend dat is – soms zelfs tot op het punt van misselijk te worden en te moeten braken. Hij vergeleek het ook met een strijd. Lees 1 Timotheüs 6:12: “Strijd de goede strijd van het geloof, grijp naar het eeuwige leven”. Ook staat in 2 Korinthe 10:4: “Want de wapenen van onze krijg zijn niet vleselijk [fysiek], maar krachtig door God, tot neerwerping der sterkten [in het Grieks: kastelen, in het Engels: bolwerken].
Aan oorlogvoering is niets prettig of gemakkelijk. Oorlog is gevaarlijk en resulteert gewoonlijk in veel gesneuvelden – sommigen gewond, anderen gedood. Vandaar dat Paulus de Christenen waarschuwt om “de GOEDE strijd te strijden” (1 Tim. 1:18). Christus wordt “de overste LEIDSMAN [in het Engels: Kapitein] van ons behoud” genoemd in Hebreeën 2:10. De onervaren en ongeoefende soldaat kan gemakkelijk een oorlogsslachtoffer worden als hij zich niet onderwerpt aan gezag en de orders van zijn kapitein niet opvolgt!
Weerstand bieden tegen drie vijanden
Christenen voeren oorlog op drie verschillende fronten. Zij moeten waakzaam zijn – niet hun ogen sluiten voor het potentiële gevaar van drie vijanden die hen geregeld bestoken. Het vraagt van een Christen nederigheid om aan zichzelf en aan God toe te geven dat elk van die drie vijanden in staat is om hem te overmeesteren.
Laten we ze even vlug bekijken.
Efeze 6 beschrijft zes elementen van de wapenrusting die Christenen aanwenden in de geestelijke oorlogvoering. Lees aandachtig de verzen 12-17. Daarin staat de ernstige waarschuwing niet te vergeten dat we worstelen tegen “geestelijke boosheden [boze geesten] in de lucht”.
TEN EERSTE zijn er de duivel en zijn gevallen engelen die elke zoon van God in wording willen verslaan en vernietigen. Als u van God verwekt bent, dan bent u een zoon van God die een ontzagwekkend potentieel van leiderschap in zich draagt. De duivel haat het vooruitzicht dat u iets kunt krijgen dat hem nooit aangeboden werd: lidmaatschap in de Familie van God. Hij ligt op de loer als “een leeuw, zoekende wie hij kan verslinden” (1 Petr. 5:8). Maar de “waakzame” of hen die hem “weerstaan” kan hij niet verslaan (vers 9)! Een Christen moet constant op zijn hoede zijn voor Satan’s houdingen en er weerstand tegen bieden dat ze niet in zijn geest kruipen. (Lees ons boekje Who Is the Devil? om Satan’s rol in God’s Plan te begrijpen).
TEN TWEEDE stelt 1 Johannes 5:19: “De hele wereld ligt in het boze”. Dat is een sterke aanklacht tegen de mensheid. Toch staat het in uw Bijbel! De Christen moet dan ook weerstand bieden tegen de trekkracht van deze wereld, met al haar glitter, opwinding, aantrekkingspolen en bekoringen. Dit is niet de wereld van God. De “god van deze wereld” heeft ze gevormd. De ware God is niet de auteur van de verwarring, onwetendheid en miserie die al de vele culturen en samenlevingen van Satan’s wereld doordrenken. (Lees ook A World in Captivity).
Er zijn veel verleidingen, valkuilen en valstrikken waar de ware Christen gemakkelijk kan intrappen als hij niet dicht bij God is, en niet leeft bij elk woord van de Bijbel (Math. 4:4; Luk. 4:4). Paulus instrueerde de oudsten van Efeze dat God’s “woord…machtig is u op te bouwen, en u een erfdeel te geven [behoud – eeuwig leven] onder al de geheiligden” (Hand. 20:32). Bestudeer dat Woord dagelijks!
TEN DERDE helpt God’s Woord u de trekkracht van uw vlees te overwinnen. Nadat Paulus zei: “Want het bedenken van het vlees [in het Engels: to be carnally minded] is de dood, maar het bedenken van de Geest is het leven en vrede”, voegde hij er aan toe: “en die in het vlees zijn kunnen God niet behagen” (Rom. 8:6, 8). Een Christen is nog altijd gemaakt van vlees, maar niet langer “in het vlees”, omdat hij God’s Geest heeft die hem leidt.
Onbeteugeld is de menselijke natuur vol ijdelheid, jaloersheid, lust, hebzucht, nijd, wrok, haat, boosheid, trots, rebellie, dwaasheid, koppigheid, bedrog en vijandschap tegenover God. De persoon die God’s weg opgaat, streeft ernaar zich te beteugelen en zich in te houden waar God’s Woord dit instrueert. En hij streeft ernaar zichzelf te oefenen op alle vlakken waar God dit instrueert. Wanneer God de instructie geeft om iets te doen, streeft hij ernaar dit te doen! Wanneer God de instructie geeft iets niet te doen, streeft hij ernaar dat niet te doen!
Al vraagt het een levenslange leertijd om dit patroon altijd te volgen, toch is het bouwen van God’s karakter het doel waarom ieder mens geboren werd. Zijn werk bestaat erin het karakter van God en Christus “aan te doen”, en de vleselijke trekken van de menselijke natuur “af te leggen” (Kol. 3:8-13). Het is niet gemakkelijk, maar de beloning is groot.
Alleen door regelmatig gebed, Bijbelstudie, meditatie en zelfs occasioneel vasten (een bepaalde tijd zonder voedsel en water), zal het kind van God in staat zijn de drie vijanden te overwinnen. De drie vijanden die hem elke dag beloeren, zijn hele leven lang!
Paulus’ strijd
De Bijbel staat vol met verhalen van God’s grootste dienstknechten die streden om zonde te overwinnen. In praktisch alle gevallen moesten zij lastige en soms heel pijnlijke lessen leren. Samen beschouwd hebben Mozes, Noach, David, Samuël, Petrus en vele anderen elk denkbaar menselijk probleem het hoofd moeten bieden.
Paulus vertegenwoordigt het klassieke voorbeeld van hoe een der grootste dienstknechten van God vocht om zonde te overwinnen. Op het einde van zijn leven was hij in staat te zeggen dat hij “de goede strijd had gestreden” en “zijn wedren had uitgelopen” wetend dat de “kroon” op hem wachtte. Maar dat gebeurde niet zonder veel worsteling, druk, geloop, strijd tegen zijn menselijke natuur.
Lees aandachtig Romeinen 7:14-23. Die passage zal u leren en ook bemoedigen dat u niet alleen bent op uw pad om de satan, de samenleving en het zelf te overwinnen – die u allemaal naar ZONDE voeren! Paulus zei: “Want wij weten dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde. Want hetgeen ik doen, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik” (verzen 14-15). Hij vervolgt: “Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen dat vind ik niet” (verzen 18-19).
Wat Paulus ook deed of niet wou doen, het zag ernaar uit dat zijn menselijke natuur erop aanstuurde juist het tegenovergestelde te doen! Waarom?
God inspireerde hem dit antwoord voor ons op te tekenen: “Zo vind ik dan deze wet in mij: als ik het goede wil [trachten te] doen, dat het kwade mij bijligt…Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet van mijn gemoed en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is” (verzen 21, 23).
Paulus voegt er vervolgens aan toe dat hij alleen met de Gezindheid van Christus in zich in staat was te overwinnen, en de uiteindelijke triomf te behalen in het houden van God’s Wet, in plaats van de reële “wet” der zonde te gehoorzamen. Alleen op die manier kon Paulus later zeggen “de goede strijd te hebben gestreden” en de “wedren te hebben uitlopen” naar de overwinning.
Vergis u niet. Christelijkheid is totale oorlogvoering! Maar het is een oorlog die de Christen zou moeten verwachten te WINNEN! – voor zover hij ermee doorgaat dichter bij God te komen om kracht te verwerven voor de overwinning.
God kijkt naar de intentie van uw hart. Wat voor Hem belangrijk is, zijn uw globaal verlangen en uw motivatie. Hij wil weten of u, nadat u zondigde, daar spijt over hebt en of u altijd vastbesloten bent om ernaar te streven het beter te doen. Hij begrijpt de bekoringen die ons bestoken, zelfs beter dan wij. Hij kijkt om te zien of wij nuchter en waakzaam zijn terwijl wij de zonde met wortel en al uit ons leven trekken – en of we daar voortdurend werk van blijven maken.
God’s volmaakt karakter
De almachtige God die de hemelen en de aarde maakte, maakte ook u. Het fysieke universum werd enkel geschapen om de glorie van God, die het schiep, te reflecteren, en om een prachtig geschenk te worden voor de mensheid – om ernaar te kijken en van te genieten.
U werd geschapen voor een oneindig grandiozer doel. U werd geschapen om als God te worden – om volmaakt, heilig, rechtvaardig karakter op te bouwen. God is eigenlijk Zichzelf aan het reproduceren in mensen. Net zoals u het kind van ouders bent, en mogelijk ook zelf eigen kinderen hebt, zo is God uw ouder. Zoals u fysiek gelijkt op uw ouders en uw kinderen op u lijken, zo wil Hij dat wij lijken op Hem – QUA GEESTELIJK KARAKTER!
Het gebeurt maar zelden dat mensen praten over of begaan zijn met karakterontwikkeling – vroeger “deugd” genaamd. Het ziet ernaar uit dat er tegenwoordig maar weinig mensen verstand van hebben. Alléén via God’s geopenbaarde Woord kan de juiste definitie van karakter worden beschreven en begrepen.
Karakter is begrijpen – weten – wat juist en wat verkeerd is, en te doen wat juist is in plaats van wat verkeerd is! God openbaart wat juist is – hoe juist te leven. Maar rechtvaardig karakter wordt gebouwd door de kracht van een wezen met een vrije wil – die beslist om te DOEN wat juist is. Zoals bij elke spier in het lichaam, wordt karakter opgebouwd door druk uit te oefenen tegen de weerstand in, waardoor de spier versterkt wordt (in dit geval de ‘mind’) die de weerstand ondergaat. Karakter kiest het juiste te doen in plaats van te kiezen het verkeerde te doen. Karakter is niet bekommerd om wat ANDEREN zeggen of doen, maar is enkel bekommerd om wat GOD zegt te doen!
God is liefde. Liefde is de vervulling van de wet. Liefde is uitgaande zorg voor anderen, hen op de eerste plaats stellen – vóór de belangen van het zelf. Constant voor ogen houden dat het bouwen van het eigenste karakter van God de reden is waarom u geboren bent!
Herinner u dat Paulus zei dat God’s mensen een “gezonde gezindheid” weerspiegelen. Zelfs op het menselijke vlak hebben nog maar weinig mensen tegenwoordig veel “gezond verstand”. Het lijkt moeilijker dan ooit om evenwichtig en stabiel te blijven, naarmate omringende mensen hen pushen en dringen om méér ongezonde, rare en zelfs bizarre dingen te doen. God’s Geest zal u leiden naar stabiele, evenwichtige, gezonde manieren van denken (Filipp. 4:8). Dat gaat u helpen te zien wat er rondom u gebeurt, en daarop te reageren op een goddelijke manier. God’s Geest gaat uw inzicht dan aanscherpen en u ertoe leiden wijze, juiste en gezonde beslissingen te nemen in uw dagdagelijkse leven.
Pas het toe op uzelf! Duw uzelf vooruit om te groeien en te overwinnen. Verwacht niet dat dit vanzelf gaat, zoals “bergaf rollen”. Groei in kennis. Eens bekeerd, erken dan dat u ervoor “koos een soldaat te worden” en dat er soms “verdrukkingen te lijden” zijn, zoals Paulus schreef aan Timotheüs (2 Tim. 2:3-4). Het breken met al uw oude gewoonten vraagt tijd. Al bijeen hebt u die uw leven lang ingeoefend – en in zekere zin zelfs verfijnd. Uw gewoonten werden een deel van u. Ze werden een “tweede natuur”. Denk er echter aan dat ze geen “goddelijke natuur” zijn (2 Petr. 1:4) die in u kwam bij het ontvangen van God’s Geest bij uw doop en bekering.
Als u een volwassene bent, vroeg het u vijftien tot twintig jaar om op te groeien tot een bepaalde lichaamslengte. Bij christelijkheid is dat niet anders! Da’s een lange tijd. En daar komt waarschijnlijk heel wat “groeipijn” bij kijken. U bent wellicht vaak gevallen, knieën geschaafd, meer dan eens een bloedneus opgelopen alvorens u volwassen werd. Christelijkheid is niet anders! Word niet ontmoedigd en “geef het leven niet op” omdat u gewoon even viel of uw knie bezeerde. Wanneer een kind valt, zegt u hem terug overeind te komen, omdat dit nu eenmaal bij het leven hoort. Christelijkheid is niet anders!
Kleine kinderen willen altijd vlugger groot worden dan het tijdschema van het leven mogelijk maakt. Hoewel de kindertijd in zovele opzichten een formidabele tijd is, lijkt het erop dat de meeste jonge mensen niet kunnen wachten tot zij volwassen zijn. Christelijkheid is niet anders! Maar de volle, rijpe christelijke volwassenheid komt enkel na de juiste levenswijze een lange periode in praktijk te hebben gebracht.
Maar wat als je zondigt?
Wij hebben vastgesteld dat alle mensen zondigen. Zou de pas verwekte Christen zich eraan moeten verwachten dat dit zo doorgaat na zijn doop? Wordt de volmaaktheid bereikt van de ene dag op de andere na een zekere “geloofsbelijdenis” of door een daad van berouw/bekering en doop?
Niet zo! In de Bijbel staat er een lange passage die heel behulpzaam is inzake het onderwerp van vergiffenis en aanverwante zaken.
De volgende verzen bevatten veel instructie – maar enkel nadat ze eerst allemaal gelezen werden. Merk op: “…en dat deze onze gemeenschap [fellowship] ook zij met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus…opdat uw blijdschap vervuld zij. En dit is de verkondiging…dat God een Licht is, en gans geen duisternis is in Hem. Indien wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben, en wij in de duisternis wandelen, zo liegen wij en doen de waarheid niet. Maar indien wij in het licht wandelen gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde. Indien wij zeggen dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij onszelf, en de waarheid is in ons niet. Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid. Indien wij zeggen dat wij niet gezondigd hebben, zo maken wij Hem tot een leugenaar, en Zijn woord is niet in ons. Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige: En Hij is een verzoening voor onze zonden” (1 Joh. 1:3-2:2).
Daarin zit veel belangrijke instructie. Open uw Bijbel en laten we het vers na vers nagaan.
Vers 3: Johannes, de langst levende apostel in de Bijbel, spreekt hier namens alle apostelen (“wij”). Hij legt uit dat de ware gemeenschap van een Christen zich situeert op geestelijk vlak met Christus en de Vader. Alleen via hen kunnen Christenen echt en waarachtig ‘fellowshippen’ met elkaar, binnen God’s Kerk.
Vers 4: Het was Johannes’ bedoeling de mensen de bron van echte, permanente complete blijheid te tonen.
Vers 5: De ware God vertegenwoordigt licht – Hij “is licht” – en er is niets duister over wat Hij doet of over wie Hij is. De persoon die ‘fellowshipt’ met de ware God van de Bijbel, wil naar het licht toegaan en uit de duisternis van deze wereld komen.
Vers 6: Dit is het eerste van de zes verzen die beginnen met het woord “indien”. Het gebruik van dit woord wijst altijd op voorwaarden – in dit geval, de vrije wil van de persoon. Vele mensen beweren God te “kennen”, met Hem te fellowshippen, zonder evenwel ZIJN WAARHEID te kennen noch toe te passen in hun leven. Hij zegt dat dit echte leugenaars van hen maakt (2:4).
Vers 7: Christus’ bloed blijft alle zonden – vergissingen, fouten, zwakheden en gebreken – schoonspoelen van de persoon die ernaar streeft te wandelen volgens God’s waarheid – en in gemeenschap met andere ware Christenen. Hoewel dat gewoonlijk niet de bedoeling is, glijden Christenen wel eens uit en moeten dan terug op het juiste spoor komen.
Vers 8: Dit vers is heel belangrijk. Christenen moeten beseffen dat zij zondigen. Uit ervaring weet ik dat zelfmisleiding (Jer. 17:9) de grootste reden is waarom de meeste mensen niet groeien en niet overwinnen zoals het zou moeten. Zelfmisleiding – liegen tegen uzelf – blijft misleiding. En in zo iemand is er geen plaats voor de waarheid.
Verzen 9-10: Vers 9 spreekt niet over de onbekeerde, vleselijk gezinde persoon. Voor wie zijn zonden erkent en belijdt, spreken deze verzen voor zichzelf. Jezus Christus is het die de ware Christen wast – SCHOONMAAKT! – wanneer hij tijdelijk afweek van het licht van leven naar God’s Woord en Wet. Een Christen moet leren overwinnen. Zoals piano spelen of een mooi schilderij maken, dat leer je ook niet van de ene dag op de andere.
Hoofdstuk 2, verzen 1-2: Johannes gebruikt de innemende woorden “Mijn kinderkens”, omdat God Zijn verwekte zonen en dochters zo bekijkt. In Zijn ogen zijn we allemaal kleine kindjes. Hij weet dat Hij over ons moet waken zoals menselijke ouders waken over hun eigen kindjes. Hoewel het voor God niet de bedoeling is dat wij zondigen, komt Christus, als we dan toch zondigen, voor ons bij de Vader op als onze “Advocaat”. Als onze Hogepriester (Hebr. 4:14-16) “duimt” Jezus voor Zijn jongere broers en zussen in aanwezigheid van de Vader. Hij begrijpt wat het is de zonde te bestrijden en te overwinnen, en Hij geeft kracht en vergiffenis aan hen die erkennen dat ze beide nodig hebben.
De volgende vier verzen in 1 Johannes 2 beschrijven de gehoorzame Christen als iemand die God’s Wet houdt en ernaar streeft te wandelen en te leven zoals Jezus deed (vers 6). Een Christen is iemand die “Zijn [God’s] Woord bewaart”, ernaar streeft geen compromissen te sluiten. Hij zoekt altijd het juiste te doen.
Wanneer u struikelt en soms ook valt, denk dan aan de woorden van David: “De gangen [stappen] van die man worden door de HERE bevestigd…Als hij valt, zo wordt hij niet weggeworpen; want de Here ondersteunt zijn hand (Ps. 37:23-24). Zoals een ouder een kind optilt of vasthoudt, zo richt God Zijn kinderen geregeld op en houdt ze “overeind”. Laat deze formidabele belofte van God u bemoedigen wanneer u ontmoedigd bent door tekort te schieten in de christelijke levenswandel.
Wat met de dood?
Herinner u dat het doel van een Christen is: te worden zoals Christus en de Vader – om volmaakt te worden zoals God volmaakt is (Math. 5:48). Wat gebeurt er als iemand sterft vooraleer de perfectie werd bereikt? Faalde die persoon dan? Is die persoon dan verloren omdat hij of zij niet volledig volmaakt werd in dit leven?
Geen mens wordt ooit absoluut volmaakt zolang hij in het vlees is. Hij zou zijn leven lang voortdurend moeten trachten – ernaar streven – te zijn zoals Christus.
Perfectie is een doelstelling die een levenswijze impliceert om elke gedachte, elke daad en elk woord te besturen. God kijkt naar het hart, de bedoeling van een persoon die zich naar Hem toekeert. Zolang hij geestelijk blijft groeien en overwinnen – en geleid wordt door de Heilige Geest – blijft hij een bekeerde, verwekte zoon van God. De dood verandert er niets aan, vermits God het leven van een Christen in handen heeft. Wanneer een Christen sterft, “slaapt hij in Christus”. Hij wacht op de opstanding van alle heiligen in het koninkrijk van God (1 Kor. 15:50-55; 1 Tess. 4:13-18).
De onvergeeflijke zonde
Vele mensen maken zich zorgen dat zij de “onvergeeflijke zonde” begingen. Ik heb tientallen mensen gecounseld die vreselijk ongerust en bang waren, en soms zelfs het gevoel hadden er “zeker” van te zijn, dat zij zich schuldig hadden gemaakt aan de onvergeeflijke zonde. Na de counseling was het altijd duidelijk dat zij dit niet hadden gedaan. Maar het vroeg vaak veel counseling en uitleg om hen gerust te stellen dat zij de onvergeeflijke zonde niet hadden bedreven.
Ik heb dikwijls moeten uitleggen dat juist het feit van erom bekommerd te zijn een bewijs op zich is dat de persoon niet ver genoeg ging om schuldig te zijn aan deze zonde. De onvergeeflijke zonde impliceert een moedwillige, weloverwogen zonde met voorbedachte rade, op basis van een heldere en finale beslissing om eender welke soort zonde te begaan en daar ook bij te blijven. Jawel, velen zondigen willens [willingly], maar dat is nog iets anders dan moedwillig [willfully] te zondigen.
Telkens als mensen zondigen, willen zij dat natuurlijk ook doen. Maar zij werden dan gewoonlijk overmeesterd door een of andere soort verleiding of omstandigheid die het hen mogelijk maakte uit te glijden. Al vlug hebben zij dan veel spijt over wat zij deden. Hoewel dit de ernst van de zonde nooit vermindert, staat die persoon – als hij spijt heeft over zijn daden en wil veranderen, zich wil bekeren en vergiffenis krijgen, en als hij daarbij ook vastbesloten is het de volgende keer beter te doen – nog veraf van het begaan van de onvergeeflijke zonde.
God is genadig en verlangt er zelfs naar u vergiffenis te schenken – na diep berouw en bekering! Hij zegt dat Hij u, en alle anderen die Hij roept, graag ziet slagen (2 Petr. 3:9; 1 Tim. 2:4). Terwijl Satan de mensen bekoort in de hoop hen te doen falen, test God Zijn dienstknechten geregeld in de hoop – zelfs in de verwachting – dat zij slagen. God wil niemand zien mislukken!
Dus, als u zich zorgen maakt de onvergeeflijke zonden te hebben begaan, en er nog altijd om geeft, dan hebt u ze niet begaan! Als u zich niet moedwillig en weloverwogen afkeerde van Christus, dan hebt u de onvergeeflijke zonde niet gedaan! Als u bent ingegaan op de verleiding, en een of meer wetten van God overtrad, erken dat dan en belijd dit aan God. U kunt zich nog altijd bekeren, veranderen en voortgaan op de weg naar het eeuwige leven in het koninkrijk van God!
Geef het niet op! Laat het niet vallen! Koning Salomo schreef: “Vertoont gij u slap ten dage der benauwdheid, uw kracht is nauw” (Spr. 24:10) en: “Want de rechtvaardige zal zevenmaal [het Hebreeuwse woord betekent hier: vele malen] vallen, en opstaan; maar de goddelozen zullen in het kwaad neerstruikelen” (vers 16). “Onttrek” u nooit (Hebr. 10:38-39).
Christus zei tweemaal: “Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden [gered worden]” (Math. 24:13; 10:22). Een Christen is niet automatisch gered bij de doop en de bekering. Als u valt, sta dan op – zoek God, bekeer u en GA DOOR! (Lees ons boekje Just What Is “The Unpardonable Sin”? Daarin wordt dit veelal verkeerd begrepen onderwerp gedetailleerd uitgelegd, en waarom Christus ervoor waarschuwde dat bepaalde mensen zich kunnen schuldig maken aan deze zonde).
De parabel van de ponden
Keren we nu naar een laatste parabel ter illustratie van de verantwoordelijkheid van een Christen om te groeien, wil hij of zij het koninkrijk van God ingaan. In Lukas 19:11-27 vergelijkt Christus Zichzelf met een Edelman die naar een “ver land” trekt, een type van naar de Vader in de hemel gaan voor bijna 2.000 jaar, tot Zijn Terugkeer. De discipelen geloofden dat het koninkrijk “onmiddellijk zou opkomen”, en Christus wou hen erop wijzen dat er veel tijd zou overheen gaan alvorens dit gebeurde.
De “Edelman” van de parabel gaf Zijn “tien dienstknechten” de instructie de waarde van een “pond” (geld) te vermeerderen. Dit had Hij aan ieder van hen gegeven om te investeren. Het pond vertegenwoordigde eigenlijk een soort symbolische eenheidsmaat van een geestelijke basiswaarde. Denk eraan dat dit een parabel was, zodat Christus niet letterlijk verwees naar een soort geld. Hij zei Zijn dienstknechten: “Drijf handel, totdat Ik kom” – of doe het pond “aangroeien” tot méér geld. Toen de Edelman vertrokken was, zegden meerdere dienstknechten: “Wij willen niet dat deze over ons koning is [over ons regeert]”. Het is van vitaal belang de bedoeling van deze uitspraak te begrijpen.
Deze “burgers” begrepen dat de Edelman (Christus) kwam om te “regeren” op aarde. Zij wilden daar niet aan meedoen en verwierpen Zijn bestuur (regering) over hen – en dus ook hun toekomstig aandeel daarin (vers 27). Zij begrepen dat het koninkrijk van God een regering zou worden die heerst over de aarde. Herinner u dat de parabel begon met de Edelman (Christus) die naar de hemel ging om “voor Zichzelf een koninkrijk te ontvangen, en dan weer te keren”.
Bij de terugkeer van de Edelman riep Hij ieder van Zijn dienstknechten bij Zich om Hem verslag uit te brengen over hoe ieder het hem gegeven pond had vermeerderd. Sommigen hadden vijf ponden gewonnen, anderen tien, enz. Maar een dienstknecht had zijn pond begraven in de grond en het niet laten renderen. Christus wou weten “wat een ieder met handelen gewonnen had” terwijl Hij weg was.
De eerste dienstknecht had tien ponden gewonnen en Christus legde uit wat zijn beloning was door te zeggen: “Wel, gij goede dienstknecht, omdat gij in het minste getrouw zijt geweest, zo heb macht over tien steden” (vers 17). De dienstknecht die vijf ponden had gewonnen, werd “over vijf steden” geplaatst. Omdat de tweede dienstknecht de helft zoveel produceerde, was zijn beloning half zo groot. Zo werd deze mannen “macht” [in het Engels: autoriteit] gegeven – zij werden in een bestuurspositie geplaatst – “over steden”. Hun beloning bestond erin te “regeren” met Christus (Jud. 14) in Zijn wereldbesturend koninkrijk.
De dienstknecht die zijn pond in een doek begroef, verspilde zijn ongelooflijke opportuniteit om te kwalificeren voor een bestuurspositie in het koninkrijk van God: “En Hij [de Edelman, Jezus] zei tot hem: Uit uw mond zal Ik u oordelen, gij boze dienstknecht”.
Deze dienstknecht was niet gegroeid. Hij had met zijn leven niets voortgebracht en kwalificeerde niet voor autoriteit in het koninkrijk van God. Christus gaf de beloning van de boze dienstknecht aan hem die tien ponden gewonnen had – zodat deze zelfs nog een grotere beloning kreeg. De steden die de man verloor door zijn gedrag, moesten toch door iemand worden bestuurd. Anders zouden ze verwaarloosd worden, zonder een aangestelde gezaghebbende bestuurder.
Aan niemand zal een bestuursfunctie worden gegeven vooraleer zij bewezen hebben dat zij kunnen bestuurd worden. Niemand kan deel uitmaken van God’s wereldbesturende regering tenzij zij zich leerden te onderwerpen aan het bestuur van God, en in dit leven leerden bestuurd te worden door God en Jezus Christus. Dat is de allerbelangrijkste les van de parabel van de ponden!
Wat gaat u nu doen? Gaat u groeien, kwalificeren, en geestelijk karakter ontwikkelen – méér ponden winnen dan die waarmee u startte? Gaat God een “opbrengst” krijgen van Zijn investering in u? Of gaat u uw pond begraven, en daarmee ook uw opportuniteit om te regeren in het koninkrijk van God?
God kijkt naar het hart
In zijn boekje Just What Do You Mean…Conversion?, onder de hoofding “What To Do?”, schreef Herbert W. Armstrong het volgende:
“Als u een Christen iets verkeerds ziet doen, GA DAN NIET ZITTEN OORDELEN EN VEROORDELEN – dat is God’s zaak om te oordelen, niet de uwe! Laten we medelijden en barmhartigheid aan de dag leggen – WIJ weten niet wat er diep in het hart van anderen zit – alleen GOD weet het!
“En als u, uzelf, struikelde en viel, WEES DAN NIET ONTMOEDIGD! Sta op en ga flink door!
“God kijkt naar het hart – de houding – de bedoeling.
“Zolang iemand er in zijn hart echt naar verlangt God’s WEG te bewandelen samen met Hem – diep bedroefd is en zich bekeert wanneer hij occasioneel zondigt – en er naar streeft de zonde te overwinnen en van God’s weg zijn gewone levenswijze te maken, dan zal hij occasioneel wel eens zondigen, maar als hij die zonde dan erkent en zich bekeert, zal het hem vergeven worden. Maar als hij ijverig is in zijn christelijk leven, zal hij steeds minder occasioneel struikelen – hij zal dan veel vooruitgang boeken, overwinnen, geestelijk GROEIEN en rechtvaardig goddelijk karakter ontwikkelen.
“Hoe is uw houding? Als u gezondigd hebt, stond u er dan nalatig onverschillig tegenover? Dan bent u op gevaarlijk terrein. Verrechtvaardigt u zich, vindt u dat anderen de blaam treft? Daarmee gaat u uw zonden nooit rechtvaardigen. Verlangt u er nog naar God’s Weg op te gaan? Dan is het niet te laat. Keer u af van zonden, BELIJD uw zonden – aan God. BEKEER U! Herpak u, met Christus’ helpende hand, en ga door met overwinnen en geestelijk te GROEIEN.
“(En als u iemand bent die zich NOOIT echt bekeerde, gedoopt werd en God’s Heilige Geest ontving – en er toch ernstig naar verlangt – dan wilt u misschien in contact komen met een van God’s ware dienaars…).
“Maar denk eraan, eens u weet dat u zich echt bekeerde en vergiffenis kreeg, herhaal dan niet uw zonde(n) maar VERGEET ze. Zoals de Apostel Paulus schreef: ‘Vergetende hetgeen achter is, en strekkende mij tot hetgeen voor is, jaag ik naar het doelwit, tot de prijs der roeping van God, die van boven is in Christus Jezus( (Filipp. 3:13-14)”.
