Waar is de WARE KERK?

DOOR DAVID C. PACK

Bouwde Christus één, verenigde, georganiseerde Kerk? Of is Zijn Kerk verdeeld? Hij zei: “Ik zal Mijn Kerk bouwen” – geen “kerken”, “broederschappen”, “sekten”, “genootschappen” of “gemeenschappen van gelovigen”. Hij beloofde dat de “poorten van de hel haar niet zouden overweldigen”. Waar is die Kerk en hoe is die te identificeren? Wat is ze en waarom is ze er? U hoeft niet in verwarring te verkeren. Hier volgen de duidelijke antwoorden!

Jezus Christus verklaarde: “Ik zal Mijn Kerk bouwen” (Math. 16:18). Hoe mensen dit ook interpreteren, deze passage spreekt over één enkele Kerk! Vervolgens zei Christus: “En de poorten van de hel [het graf] zullen haar niet overweldigen”. Hij beloofde dat Zijn Kerk nooit zou vernietigd worden.

Meer dan 2.000 verschillende kerkorganisaties van belijdende Christenen werden “gebouwd” door mensen in de Verenigde Staten. Om de drie dagen start er een nieuwe. Het aantal belijdende Christenen wordt geschat op meer dan 2 miljard mensen. Terwijl het aantal kerkgangers schijnt toe te nemen, gaat die toename niet zo snel als de verwarring rond de vraag welke de juiste kerk is.

Al wordt er gezegd “dat ze niet allemaal kunnen verkeerd zijn”, is het beter te stellen “dat ze niet allemaal kunnen juist zijn”. Als Christus Zijn Kerk bouwde zoals Hij zei, dan moet die vandaag ergens op aarde te vinden zijn – en die is dan de enige juiste Kerk. Maar wij moeten ons afvragen: “Hoe vinden wij die – waar moeten we naar uitkijken – hoe identificeren wij ze – hoe kennen we ze als we ze zien?

Toen ik opgroeide moest ik van mijn moeder veel boeken lezen. Tal van zomers beantwoordde ik haar opgave van “een boek per week”. Van de meeste boeken genoot ik, en ik ben haar daarvoor heel dankbaar. Soms, misschien twee of driemaal, nam ik de Bijbel en trachtte die te lezen. Maar ik geraakte niet ver, omdat die voor mij niets betekende. Ik kon de Bijbel gewoon niet verstaan.

Ondanks dit tekort aan inzicht op mijn zestien jaar, werd ik “bevestigd” in de kerk waarin ik geboren werd. Ik herinner me nog hoe ik toen kort verscheen voor een panel van “diakens” om bepaalde vragen te beantwoorden, vragen die ik me niet langer herinner. Ik herinner me nog wel dat ik een algemene bevestiging uitdrukte over dit genootschap, maar ik herinner me ook dat ik allerminst bekommerd was of ik aldanniet in de juiste kerk zat, of dat ik beantwoordde aan de Bijbelse definitie van een Christen.

Geen van deze vragen interesseerden me, zelfs niet in de verste verte. Ik geloofde vaag dat God bestond, maar Hij was voor mij niet reëel. En ik had zeker nooit een poging ondernomen om een persoonlijke relatie met Hem aan te knopen of om Zijn ware Kerk te vinden. Ik bad niet en bestudeerde Zijn Woord niet voor leiding of doctrinaire instructie. Dat kwam niet in me op, tot ik anderhalf jaar later, in 1966, via de radio een krachtige stem hoorde die me bracht bij Christus’ uitspraak in Matheüs 16:18. Ik begon me af te vragen waar ik die ware Kerk kon vinden. Ik besefte meteen dat die wel moest bestaan, omdat ik door een vlugge studie Christus’ belofte begreep dat die Kerk zou blijven bestaan, en niet kon vernietigd worden.

Tradities van mensen

Christus zei: “Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen die geboden van mensen zijn” (Math. 15:9). In Markus’ parallel verslag van deze uitspraak gaat Hij verder met: “Gij doet zeker God’s gebod wel te niet, opdat gij uw INZETTINGEN [tradities] zoudt onderhouden” (7:9).

Het wereldse christendom is vol tradities. Een van de meest verspreide is de traditionele kijk op de Nieuw Testamentische Kerk. De meeste dienaars, theologen en religieuzen definiëren de kerk op deze typische wijze: “Alle mensen die oprecht geloven in Jezus Christus als hun Redder vormen de ware Kerk”. Dit wordt dan vaak gevolgd door het vertrouwde gezegde: “Er leiden vele wegen naar de hemel” of “Er zitten vele spaken aan het wiel van behoud”. Hoewel de Bijbel nergens onderwijst dat de hemel de beloning is voor wie behouden wordt, impliceert deze opvatting dat mensen kunnen geloven wat zij maar willen of deel uitmaken van gelijk welke groep naar keuze, en toch Christenen zijn – toch behoud ontvangen, wat dit dan ook inhoudt. Al kunnen mensen deze traditionele ideeën oprecht geloven, zij zijn oprecht fout!

Mijn opzoekingswerk voerde mij naar het absolute BEWIJS van waar de Kerk was die Christus beloofde te bouwen. Ik leerde dat die Kerk nauwkeurig kon getraceerd worden doorheen de bijna 2.000 jaar van de Nieuw Testamentische geschiedenis. Ik was geschokt. Ik kon niet geloven dat de Bijbel zo duidelijk was over een onderwerp dat zovelen verwarde.

Uw Bijbel verklaart: “Want God is geen God van verwarring maar van vrede, gelijk in al de gemeenten der heiligen [de context toont dat dit verwijst naar alle gemeenten van de ware Kerk, niet naar alle organisaties van mensen]” (1 Kor. 14:33).

God’s Kerk (samengesteld uit vele gemeenten van heiligen) moest vrede weerspiegelen – geen verwarring. U hoeft niet in de ware te zijn over de identiteit van de ware Kerk. God gebiedt: “Beproeft alle dingen; behoudt het goede” (1 Tess. 5:21). Hoewel dit beslist verwijst naar Bijbelse aangelegenheden (niet naar de auto waar u mee rijdt of het huis dat u koopt), staat er wel degelijk dat “ALLE dingen”, niet “sommige dingen” moeten BEPROEFD [BEWEZEN] worden! God zou zeker niets van een dergelijke magnitude uitsluiten – van zo’n vitaal belang – als de kwestie waar Zijn ware Kerk aangetroffen wordt. En Hij zou de mensen nooit nadrukkelijk zeggen dingen te bewijzen die niet kunnen bewezen worden!

Hoe meer ik de andere doctrines van de Bijbel bestudeerde, hoe meer ik leerde dat de kerken van deze wereld verkeerd waren – in vrijwel ALLES! Het ene duidelijke Schriftgedeelte na het andere was in tegenspraak met ieder traditioneel “christelijk” idee dat me geleerd werd. Ik was verbaasd – eigenlijk verbijsterd – over hoe gemakkelijk het was om een direct, klaar, onweerlegbaar bewijs te vinden dat zelfs de meest populaire tradities van de grote kerkgenootschappen niet gebaseerd waren op de Bijbel – helemaal niet!

Telkens ik een Bijbelse doctrine bestudeerde – behoud, doop, wie en wat God is, het evangelie, dood en hel, wet en zonde, genade, wedergeboren worden, de christelijke Sabbat, de echte oorsprong van de veronderstelde “christelijke” feestdagen, waar de huidige stammen van het oude Israël vandaag aangetroffen worden, de opeenvolging van profetische gebeurtenissen die Christus’ Terugkeer voorafgaan, en noem maar op – won ik een onweerlegbaar bewijs van wat de Bijbel werkelijk onderwees! Ik was opgewonden en gefascineerd. Ik kwam tot de bevinding dat de kerken van deze wereld vrijwel allemaal in de war zijn over alle leerstellingen van de Bijbel.

Ik leerde ook dat deze Kerk bestond, en dat het bewijs om die te identificeren en apart te zetten van alle kerken in de erkende hoofdstroom van het christendom, niet verschilde van het bewijs inzake eender welke andere Bijbelse doctrine.

Een vervolgde kleine kudde

Toen Hij tot Zijn discipelen sprak over het belang om het koninkrijk van God te zoeken, zei Christus: “Vreest niet, klein kuddeke, want het is uw Vaders welbehagen u het koninkrijk te geven” (Luk. 12:32). Onder geen beding kunnen kerken die bestaan uit miljoenen leden, laat staan 2 miljard, beschouwd worden als een “klein kuddeke”.

Christus begreep dat Zijn Kerk – Zijn klein kuddeke – zou vervolgd en geminacht worden door de wereld. Vlak vóór Zijn kruisiging waarschuwde Hij: “Gedenk het woord dat Ik u gezegd heb: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen” (Joh. 15:20). In het voorafgaande vers in de context, had Jezus Zijn discipelen eraan herinnerd dat “Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat u de wereld”. Christus werd vervolgd, tot de afgrijselijke kruisdood toe na een nacht van brutale marteling. Daarom kan de ware Kerk zich ook verwachten aan vervolging – en haat! Zij die in de Kerk zijn, zijn niet “van de wereld”. De wereld voelt dat en haat hen daarom (Rom. 8:7). Christus gebruikte Paulus om op te tekenen: “En ook allen die godzalig willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden” (2 Tim. 3:12). Het woord “allen” betekent wat het zegt!

Overdenk wat we zopas beschreven. Hoeveel kerken kunt u opsommen die klein zijn, vervolgd, en niet van deze wereld – en daarom zelfs gehaat worden? Denk aan de kerken waar u vertrouwd mee bent. Past er een bij deze beschrijving? Alleszins niet vele!

Het belang van de naam van de kerk

De kerken van de wereld hebben tal van verschillende namen, afgeleid van allerlei zaken. Met inbegrip van specifieke doctrines die zij onderwijzen, de namen van de mensen die ze stichtten, het door de mens beraamde kerkbestuur dat zij ‘omhelzen’, hun lokalisatie, of hun beoogde visie en omvang, zoals universeel of katholiek – om alomvattend over te komen.

Op de nacht van Zijn verraad, bad Christus voor Zijn Kerk. Hier is wat Hij zei: “Heilige Vader, bewaar ze IN UW NAAM die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn gelijk als Wij. Toen Ik met hen in de wereld was, bewaarde Ik ze IN UW NAAM…Ik heb hen Uw woord gegeven; en de wereld heeft ze gehaat, omdat zij van de wereld niet zijn, gelijk Ik van de wereld niet ben. Ik bid niet dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van de boze. Zij zijn niet van de wereld, gelijk Ik van de wereld niet ben. Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid” (Joh. 17:11-12, 14-17).

Er zijn twaalf afzonderlijke plaatsen waar het Nieuw Testament vermeldt dat de ware Kerk inderdaad werd bewaard in de naam van de Vader – God. De eerste vijf verwijzen naar de hele Kerk, of het Lichaam van Christus, als geheel. De volgende vier spreken over een specifieke lokale gemeente, terwijl diezelfde term “Kerk van God” werd gebruikt. Dit kan dan verwijzen naar de Kerk van God in Judea of Korinthe, enz. De laatste drie verwijzingen spreken collectief over al de individuele lokale gemeenten samen. Al die verwijzingen gebruiken de term “Kerken van God”;

(1) Handelingen 20:28: Dit vers is een instructie aan de oudsten om “DE GEMEENTE VAN GOD te weiden”.

(2) 1 Korinthe 10:32: “Weest zonder aanstoot te geven, en voor de Joden, en voor de Grieken, en voor DE GEMEENTE VAN GOD”.

(3) 1 Korinthe 11:22: “…of veracht gij DE GEMEENTE VAN GOD, en beschaamt gij hen die niet hebben?”.

(4) 1 Korinthe 15:9: Paulus schreef hetzelfde aan twee gemeenten: “Want…ik vervolgde DE GEMEENTE VAN GOD”.

(5) Galaten 1:13: “Ik vervolgde DE GEMEENTE VAN GOD”.

(6) 1 Korinthe 1:2: “Aan DE GEMEENTE VAN GOD, die te Korinthe is”.

(7) 2 Korinthe 1:1: “Aan DE GEMEENTE VAN GOD, die te Korinthe is”.

(8) 1 Timotheüs 3:5: Paulus verwijst naar elke oudste in de lokale gemeente: “Want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij voor DE GEMEENTE VAN GOD zorg dragen?”.

(9) 1 Timotheüs 3:15: “…hoe men in het huis van God moet verkeren, hetwelk is DE GEMEENTE VAN DE LEVENDE GOD”. Dit vers voegt een beschrijving toe aan God door de term “levende” te gebruiken.

(10) 1 Korinthe 11:16: “…wij hebben zulke gewoonte niet, noch DE GEMEENTEN VAN GOD”.

(11) 1 Tessalonicenzen 2:14: “Want gij…zijt navolgers geworden van DE GEMEENTEN VAN GOD, die in Judea zijn, in Christus Jezus”.

(12) 2 Tessalonicenzen 1:4: “Alzo wijzelf van u roemen in DE GEMEENTEN VAN GOD”.

In de moderne tijd kan de Kerk, om redenen van rechtspersoonlijkheid, een bijkomende beschrijvende naam hebben toegevoegd om zich te onderscheiden van andere “Kerken van God” – die zich eerder de naam van God toe-eigenen, maar Zijn geboden niet gehoorzamen, Zijn ware doctrines niet geloven en Zijn Werk niet doen. Herbert W. Armstrong, de leider van de Kerk in de 20e eeuw, koos de naam Worldwide Church of God, en voordien Radio Church of God. Wij kozen de naam The Restored Church of God [De Herstelde Kerk van God].

Precies zoals vele genootschappen uit de hoofdmoot een paar juiste doctrines vermengd hebben met vele verkeerde, zijn er ook genootschappen die zich de naam van God’s Kerk toe-eigenen. Dit boekje zal later uitleggen waarom enkele weinige kerken zelfs een aanzienlijke hoeveelheid waarheid hebben maar er toch voor kiezen een heleboel valse doctrines te aanvaarden. Slechts één kerk op het oppervlak van de aarde heeft de juiste naam en onderwijst al de bijkomende talrijke ware doctrines die de Bijbel leert! Herinner u dat Christus bad: “Heilig hen in Uw WAARHEID: Uw Woord is de WAARHEID”. De Kerk waar Christus door werkt, die Hij bestuurt en leidt, is geheiligd – apart gezet – door haar geloof in de volle waarheid van God’s Woord!

Bovenop het dragen van de naam “Kerk van God” zagen we dat de ware Kerk uit de wereld trok, klein is en vervolgd wordt, zelfs tot zodanig dat ze door de wereld gehaat wordt. Deze Kerk is dan ook nog apart gezet door haar GELOOFSPUNTEN en PRAKTIJKEN – die in complete overeenstemming zijn met de WAARHEID van de Bijbel!

Verenigd door God’s Woord

De mensen hebben hun eigen uiteenlopende definities van wat de Kerk eigenlijk is, maar alléén de Bijbelse definitie – God’s definitie – telt. Lees die zelf. Paulus schreef aan Timotheüs: “…opdat gij moogt weten hoe men in het huis van God moet verkeren, hetwelk is de gemeente van de levende God, een pilaar en standvastigheid der WAARHEID” (1 Tim. 3:15). Tenslotte is geen enkele andere definitie, door de mens uitgedacht, aanvaardbaar. Deze definitie van de Kerk die Christus bouwde zal ons leiden door de rest van dit boekje. God’s Kerk heeft en leert “de waarheid”.

We hebben al besproken hoe de kerken van deze wereld in verwarring verkeren, verdeeld zijn door eindeloze onenigheid over doctrine en praktijk. Amos 3:3 stelt de vraag: “Zullen twee samen wandelen tenzij dat zij bijeengekomen zijn?”. Het antwoord is NEE!

De kerken van deze wereld brengen het principe niet in praktijk dat “De mens bij brood alleen niet leeft, maar bij elk woord van God” (Luk. 4:4), exact zoals het geschreven staat. In plaats daarvan, en vermits zij veel uiteenlopende tradities van mensen volgen, zorgen eindeloze onenigheid voor verdeeldheid, versnippering en het ontstaan van steeds meer kerken van mensen. Over het algemeen wandelen zij niet samen, omdat zij niet “bijeengekomen” zijn – niet akkoord met elkaar of met God!

God’s Kerk is ànders. Tal van Nieuw Testamentische verzen tonen dat de Kerk die Christus bouwde verenigd is – waarin alle leden en gemeenten samen wandelen in complete overeenstemming met elkaar, met God en Christus.

Een belangrijk punt dat de eenheid van de ware Kerk aantoont, komt uit Christus’ gebed in Johannes 17, tijdens de nacht van Zijn verraad. Hij bad: “En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd [apart gezet] mogen zijn in waarheid…Opdat zij allen EEN zijn; gelijk Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons EEN zijn; opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt. En Ik heb hen de heerlijkheid gegeven die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij EEN zijn zoals Wij EEN zijn; Ik in hen en Gij in Mij; opdat zij volmaakt zijn in EEN, en opdat de wereld bekenne dat Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt” (verzen 19, 21-23).

Dat zijn krachtige uitspraken! Christus bedoelde dat Zijn Kerk verenigd zou zijn – “één” – niet minder dan Hij en Zijn Vader waren! Er is geen ruimte voor onenigheid in een Kerk die zodanig verenigd is. Deze verzen beschrijven een perfecte eenheid door de waarheid – hetzelfde soort eenheid waar de Vader en Christus van genieten. Het is dit soort eenheid dat het ware Christenen mogelijk maakt “in” hen te zijn – te zijn in Christus en de Vader (vers 21).

Zelfs in het Oud Testament werd David geïnspireerd om op te tekenen: “Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het dat broeders ook samenwonen [in het Engels: dwell together in UNITY]” (Ps. 133:1).

Nu moeten we diverse Nieuw Testamentische passages nagaan om te zien of dit soort formidabele eenheid in feite ook tot uiting kwam nadat de Nieuw Testamentische Kerk gevormd was. Onderwezen God’s ware dienstknechten een dergelijke overeenstemming die ze ook in praktijk brachten? En hoe werd die eenheid tot stand gebracht?

Bekijk eerst dit vroege beeld van God’s Kerk. Op de dag van Pinksteren, toen zij allen “eendrachtig bijeen” waren (Hand. 2:1 – bij het ontstaan van de Nieuw Testamentische Kerk werden 3.000 bekeerlingen gedoopt. Zij vormden het allereerste begin van Christus’ bouw van Zijn Kerk. De eerste beschrijving luidde: “En zij waren volhardende in de LEER [doctrine] DER APOSTELEN, en in de GEMEENSCHAP [fellowship]” (vers 42), “…allen die geloofden waren bijeen” (vers 44) en “…dagelijks eendrachtig in de tempel volhardende…aten zij samen met verheuging en eenvoudigheid des harten” (vers 46). Vanuit deze verzen zien we duidelijk dat de Kerk die Christus bouwde één was – in overeenstemming – over doctrine, en samen. Noteer vers 47: “En de Here deed er dagelijks tot de gemeente toe, die zalig werden”. In de Kerk die Christus leidt en bestuurt, is Hij het die mensen toevoegt en ze bouwt!

Slechts één Lichaam

Het Nieuw Testament spreekt over de Kerk van God als identiek aan het Lichaam van Christus. Dit introduceert een merkwaardig inzicht.

In zijn brief aan de Korinthiërs vermeldt Paulus dat de Kerk vele afzonderlijke leden (broeders) heeft, die zoals de diverse delen in het menselijke lichaam onderling verbonden zijn. Bestudeer hoofdstuk 12 aandachtig. Verzen 12 tot 14 stellen: “Want gelijk het LICHAAM EEN is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ENE LICHAAM, vele zijnde, maar EEN LICHAAM zijn, alzo ook Christus. Want ook wij allen zijn door EEN Geest tot EEN LICHAAM gedoopt…Want ook het LICHAAM is niet één lid, maar vele leden”.

Wanneer iemand bekeerd is – berouw had, gedoopt werd en de Heilige Geest ontving – onthult dit vers dat hij feitelijk in het Lichaam van Christus is geplaatst, alsook in de Kerk van God.

Velen waren verward over wat dit betekent. Met andere woorden, wat is precies de Kerk of het Lichaam van Christus waarin iemand gedoopt is?

De context van hoofdstuk 12 gebruikt de analogie van handen, voeten, ogen, oren en de mond om te tonen hoe verschillend de diverse delen van het menselijke lichaam verbonden zijn binnen dezelfde persoon. Paulus vervolgt dan: “Maar nu heeft God de leden gezet, een ieder ervan in het LICHAAM, gelijk Hij gewild heeft. Waren zij allen maar één lid, waar zou het LICHAAM zijn? Maar nu zijn er wel vele leden, doch maar EEN LICHAAM” (verzen 18-20).

Laten we begrijpen wat dit betekent. De “christelijke” wereld leert dat het Lichaam van Christus – Jezus’ Kerk – bestaat uit vele genootschappen, gemeenschappen of “unies van gelovigen”, waarvan gezegd wordt dat zij allemaal verbonden zijn door de “Heilige Geest” die werkzaam is in gelovigen waar zij ook aangesloten zijn. (Vele, vele bronnen bevestigen deze opvatting). Maar dat is totaal tegenstrijdig met wat de Bijbel leert over het Lichaam van Christus. Dit substituut – vervalst! – idee stelt in feite dat Christus en Zijn Lichaam verspreid zijn over vele groepen of organisaties. We zullen zien dat dit niet waar is.

1 Korinthe 12 kan niet “wegvergeestelijkt” worden door menselijke redenering. Deze passage beschrijft geen amorf, losgekoppeld “geestelijk” lichaam van mensen en organisaties die het onderling oneens zijn hoewel zij het “christendom” belijden. Elke voet, oog of oor verwijderd van het menselijk lichaam sterft! Geen enkel afgescheiden lichaamsdeel kan lang in leven blijven zonder bloedtoevoer en het nodige bindweefsel. God creëerde het menselijk lichaam, en daarom begrijpt Hij wel degelijk de analogie die Hij inspireerde.

Voor een verder bewijs van de betekenis van het lichaam, overweeg dan twee bijkomende Schriftgedeelten, geschreven naar de twee afzonderlijke gemeenten onder Paulus’ leiderschap.

Let op zijn verklaring aan de gemeente van Kolosse: “En Hij [Christus] is het Hoofd van HET LICHAAM, de Kerk” (1:18). Kijk nu naar zijn instructie aan de gemeente van Efeze. Sprekend over wat God plaatste onder Christus’ leiding, schreef Paulus: “…En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem de Gemeente [Kerk] gegeven tot een Hoofd boven alle dingen, welke ZIJN LICHAAM is” (1:22-23). De Bijbelse definitie van het Lichaam van Christus is de Kerk! Zij zijn hetzelfde.

In hoofdstuk 4 van Efeze, maant Paulus de broeders aan zich “te benaarstigen te behouden de enigheid van de Geest, met lankmoedigheid, verdragende elkander in liefde. EEN LICHAAM [Kerk] is het, en EEN Geest, gelijk gij ook geroepen zijt tot EEN hoop uwer roeping; EEN Here, EEN geloof, EEN doop, EEN God en Vader” (3-6). Nogmaals, er hoeft geen verwarring te zijn over de alomvattende eenheid en overeenstemming die deze verzen vereisen van God’s volk. Herinner u hoe Christus bad voor dit soort eenheid en samenhorigheid.

Een paar verzen later beschrijft Paulus het belang van een getrouwe ministry die actief werkzaam is met Christus’ Kerk en ze onderricht. Lees de volgende lange, belangrijke passage aandachtig, en begrijp ze: “En Hij heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening [ministry], tot opbouwing van het LICHAAM VAN CHRISTUS; Totdat wij allen zullen komen tot de eenheid van geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volkomen man, tot de maat der grootte der volheid van Christus; Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met alle wind der leer [doctrine] door de bedriegerij der mensen, door arglistigheid, om listig tot dwaling te brengen; Maar de WAARHEID betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus; Uit Wie het GEHELE LICHAAM, bekwamelijk samengevoegd en samen vastgemaakt zijnde, door alle voegselen der toebrenging, naar de werking van een ieder deel in zijn maat, de wasdom van HET LICHAAM bekomt, tot opbouwing van zichzelf in de liefde” (verzen 11-16).

De Kerk is een type van Christus’ eigen Lichaam. En Hij, als het Hoofd, bestuurt, leidt en bouwt dit, en voegt er dagelijks aan toe. Deze verzen beschrijven dat lichaam als EENGEMAAKT, zowel in doctrinaire waarheid als in liefde. (Zie de verdere inlage in het boekje om te begrijpen hoe die twee overkoepelende punten samenwerken). Zin na zin illustreert deze passage dat de hele Kerk (“het gehele lichaam” en “ieder deel”) samen wandelen in complete doctrinaire overeenstemming onder Christus’ gezag. En Hij werkt via Zijn ware dienaars om de Kerk niet te laten afdrijven met “alle wind van leer”.

Waarom zoveel groepen? – Een beetje geschiedenis!

De volgende twee secties vormen inlagen die verband houden met elkaar. De eerste is om de lezer te helpen begrijpen waarom de veronderstelde christelijke wereld zoveel verschillende kerken telt.

De universele kerk, met centrum in Rome en haar valse leer der drievuldigheid, heeft altijd onderwezen dat het Lichaam van Christus uitsluitend was samengesteld uit mensen binnen die kerk. Hoewel de Roomse kerk doctrines onderwees die vrijwel integraal tradities van mensen zijn, was hun inzicht grotendeels correct dat Christus één onverdeeld en georganiseerd geestelijk Lichaam leidde, geïdentificeerd in één enkele kerk. Hun fout bestond erin deze sleuteldoctrine te koppelen aan zichzelf in plaats van aan de ware Kerk van God, geleid door de ware Jezus Christus (2 Kor. 11:4).

Begrijpen we dit door verscheidene kritische elementen samen te binden die een licht werpen op het denken van de protestantse hervormers. Toen zij rebelleerden tegen Rome, maakten zij duidelijk niet langer deel uit van die kerk. En zij gingen dus weg van wat zij eerder geloofden het enige Lichaam van Christus te zijn. Zij wisten dat Paulus onderwees: “Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt” en “Want ook het lichaam is niet één lid, maar vele leden” (1 Kor. 12:13-14).

De hele wereld van het christendom is in staat om deze en andere passages over het Lichaam van Christus te lezen. Die moesten dan allemaal verzoend worden met het feit dat zij nu de Roomse kerk en haar autoriteit verlaten hadden. Maar hier was hun probleem: Zij moesten opkomen met een leer die compatibel is met bekeerlingen en gelovigen die veronderstelden geldig gedoopt te zijn, maar nu in een landschap van verdeelde, wedijverende en in aantal toenemende genootschappen die de protestantse wereld uitmaken. Zij moesten het idee van het “ene Lichaam van Christus” verzoenen met de realiteit van honderden protestantse denominaties – en andere groepen – terwijl er steeds nieuwe opduiken. Zij werden gedwongen te besluiten dat Christus’ Lichaam samengesteld is uit talrijke organisaties, genootschappen, gemeenschappen en “groepen van gelovigen”. Maar dat is volstrekt vals!

Op welke rots gebouwd? – Petrus de eerste paus?

Toen de protestantse hervormers het Roomse gezag verwierpen, verwierpen ze tegelijk het bewind van de pausen over de kerk. En gaan we nu bij wijze van inlage even terug naar Matheüs 16:18 – waar Christus zei: “Ik zal Mijn gemeente [Kerk] bouwen”. En bekijken we nu deze uitspraak aan Petrus.

Laten we eerst lezen: “En Ik zeg u ook dat gij zijt Petrus, en op deze petra [rots] zal Ik Mijn gemeente bouwen; en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen”.

Dit vers is voor de katholieke theologie een kardinale passage inzake de veronderstelde autoriteit van pausen, waarvan gezegd wordt dat zij hun autoriteit rechtstreeks afleidden van Christus’ veronderstelde bekrachtiging van Petrus – en vandaar ook zijn opvolgers in een sindsdien ononderbroken lijn. Aan meer dan een miljard katholieken vandaag, en generaties vóór hen, werd geleerd dat de passage Petrus aanwijst als de eerste paus. Dit vers zegt dat gewoon niet, en de lezer zou moeten begrijpen wat het wèl zegt – wat Christus bedoelde met Zijn uitspraak.

Als we de belangrijke Griekse woorden in dit vers ontleden, wordt het begrijpelijker:

Petrus komt van het Griekse woord petros, en betekent een stuk rots, maar zowel groter als kleiner dan een steen. (Merk op dat het Griekse woord voor steen lithos is, wat in wezen een middelgroot rotsblok is). Het Griekse woord voor Rots is petra, wat een massieve rots is, gewoonlijk heel groot.

Laten we dit zorgvuldig onderzoeken en begrijpen. Vers 13 vermeldt dat Christus aan het spreken was in Cesarea Filippi. Het is betekenisvol dat Hij deze plek koos om te spreken over Zijn Kerk! Hier is waarom.

De stad ligt in het verre noorden van het tegenwoordige Israël, zo’n 25 mijl ten noorden van Kapernaüm en het Meer van Galilea. Gelegen aan de voet van de Hermon berg, waar een van de drie armen van de Jordaan ontstaan. De streek is daar prachtig.

Ik stond op de plaats waar Christus deze woorden uitsprak. Dit is wat ik zag – en wat iedereen zou zien: Vlak boven de plaats waar de rivier ontspringt aan de basis van een steile rots, is een massief rotsblok dat de topografie domineert. Dit rotsblok prijkt torenhoog boven het landschap. Niemand van de aanwezigen toen Christus deze woorden uitsprak had kunnen denken dat Hij erover sprak Zijn Kerk te bouwen op Petrus die Hij vergelijk met een kleine rots. De enorme fysieke grootte van de rots die vlak boven Christus’ hoofd oprees versterkte Zijn boodschap dat Hij de Kerk bouwde op een reusachtige Rots – ZICHZELF! Dit is ongetwijfeld de reden waarom Hij deze omkadering koos om Zijn woorden in Matheüs 16:18 te zeggen tot Zijn discipelen en tot Petrus.

Eigenlijk zei Christus dat Petrus een kleine rots was. Aan de andere kant is Jezus Christus de grote rots, of de funderingssteen van de Kerk die Hij bouwde. Christus maakt in feite een onderscheid tussen de twee. Het bewijs dat de massieve rots Christus is, kan gevonden worden in 1 Korinthe 10:4, Efeze 2:20, Matheüs 7:24 en 16:13-16.

Begrijp dat Christ de grote Rots is waarop de Kerk is gebouwd. Dit vers zegt absoluut niet dat Petrus die massieve rots is en ook niet dat de Kerk op hem is gebouwd. 1 Korinthe 3:11 toont dat er maar één fundament (Christus) kan zijn, geen twee. Dit is duidelijk van toepassing op Petrus’ rol. Efeze 4:11-12 verklaart dat apostelen (Petrus, Paulus, Johannes, etc.) ambten bekleedden die Christus instelde om Zijn Kerk te dienen. Samen vormen zij, met de profeten, een deel van het fundament van de Kerk – naast Christus (Ef. 2:20).

Denk aan Christus als gaf Hij een compliment aan Petrus. Dan is er het volgende: Als Hij Petrus had aangesteld als de eerste (en onfeilbare) paus, hoe kon Petrus dan vrijwel onmiddellijk vervallen in wat Christus bestempelde als een satanische houding, in de daarop volgende verzen 21 tot 23? Neem even de tijd om dit te lezen. Zou zo’n houding mogelijk zijn voor iemand die geestelijk onfeilbaar was? En dan is er deze vraag: Hoe kon Petrus Christus later driemaal verloochend hebben?

Hier volgen tien BEWIJZEN dat Petrus waarschijnlijk nooit in Rome is geweest – en dus niet de eerste paus kan geweest zijn:

(1) Paulus was de apostel voor de heidenen (Rom. 15:16; Gal. 2:7), niet Petrus. Rome was een heidense stad.

(2) Keizer Claudius had alle Joden uit Rome verbannen in het jaar 50 (zie ook #9 beneden).

(3) Petrus ging naar Babylon – in Mesopotamië (1 Petr. 5:13).

(4) Paulus zou nooit geschreven hebben wat hij schreef in Romeinen 1:11 en 15 (het boek werd geschreven in het jaar 55) en Petrus duidelijk beledigd hebben als hij daar de afgelopen 13 jaar trouw dienstbaar was geweest (sinds het jaar 42) – zeker niet als hij daar als paus verbleef. In feite was daar een “Petrus”, Simon Magus (zie het verslag in Handelingen 8). Het was deze Simon (niet Simon Petrus) die de Pater was, (of Peter) – wat “een vader” betekent. (Patriarch en paternalisme komen daarvan). Simon Magus was toen al een leidinggevende figuur in de vroege afgeweken kerk te Rome.

(5) Romeinen 15:20: De apostel Paulus schrijft dat hij nooit zou prediken (of schrijven) op andermans fundament. Toch schreef hij de brief aan de Romeinen. Daarom kon Petrus niet het fundament hebben gelegd van de Romeinse gemeente.

(6) Romeinen 16 bevat dertig verschillende groeten, maar Petrus – die verondersteld werd daar de zetelende “paus” te zijn – werd niet door Paulus begroet. Besef wat een erge kleinering dit zou zijn als Petrus daar aanwezig was. Paulus’ brief vermeldt Petrus zelfs niet eens.

(7) Galaten 1:18-19 en 2:7 tonen dat Petrus zijn thuisbasis had te Jeruzalem, van waaruit hij geregeld reisde naar plaatsen zoals Bithynië, Noord-Galatië, Babylon, en andere plaatsen waar Israëlieten naartoe emigreerden (zie ook #7), van het jaar 38 tot het jaar 49 – de data van deze gebeurtenissen worden beschreven in Galaten.

(8) Noteer Lukas 22:24. In verband met deze punten, als Petrus al was aangesteld als de toekomstige paus, waarom discussieerden de discipelen dan over wie van hen de grootste was?

(9) Galaten 2:7 onthult dat Petrus het Evangelie uitdroeg naar “de besnijdenis” – de Joden en andere stammen van Israël, waarnaar wordt verwezen in #7. (Zie Matheüs 10:5-6).

(10) 2 Timotheüs 4:10-11 vermeldt dat Paulus schreef vanuit Rome en dat “alleen Lukas bij hem was” – dit sluit Petrus duidelijk uit.

Hoewel dit niet het onderwerp van dit boekje is, was Petrus in feite de leidinggevende apostel in de vroege Nieuw Testamentische Kerk. Maar hij was gewoonweg niet de eerste paus en leefde zeker niet eens in Rome.

Paulus beklemtoonde de eenheid

Er kan heel wat geleerd worden uit onderzoek van Paulus’ richtlijnen naar diverse andere gemeenten waarover hij toezicht had. Voortdurende beklemtoonde hij eenheid en samenhorigheid binnen de ware Kerk van God.

De gemeente van KORINTHE had veel problemen – met inbegrip van erge verdeeldheid en onenigheid. Al vroeg in zijn brief aan deze gemeente maande Paulus hen sterk aan op te houden met andere doctrines te spelen en te stoppen met dienaars een favorietenrol toe te kennen. Noteer: “Maar ik bid u, broeders…dat gij allen hetzelfde spreekt en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in een zelfde zin en in een zelfde gevoelen…En dit zeg ik, dat een ieder van u zegt: Ik ben van Paulus, en ik van Apollos; en ik van Cefas [Petrus]; en ik van Christus. Is Christus gedeeld? (1 Kor. 1:10, 12-13).

Mis de bedoeling van deze passage niet. Paulus werd geïnspireerd om op vijf verschillende manieren te beschrijven hoe iedereen van God’s volk in elk tijdperk volledig één en in overeenstemming moet zijn. Deze verzen kunnen evenmin “wegvergeestelijkt” worden door bedrieglijke menselijke redenering.

Waar geeft Christus in deze passage de vergunning voor velerlei organisaties – “kerken” – die in Zijn naam opduiken? Waar is in deze beschrijving ruimte voor honderden, zelfs duizenden verdeelde, wedijverende groepen die het oneens zijn over leerstelsels – en de allerbelangrijkste impact minimaliseren inzake de aankondiging van het evangelie van het koninkrijk van God aan de wereld (Math. 24:14; 28:19-20)? Het antwoord is: Nergens!

Laten we dit verder onderzoeken. Vers 13 begin met de retorische vraag: “Is Christus gedeeld?”. De enige reden waarom die vraag niet wordt gevolgd door het woord “nee” of iets soortgelijks is, omdat het antwoord zo voor de hand ligt. Overwegend wat hij zopas geschreven heeft, wist Paulus dat zijn vraag evengoed had kunnen zijn: “Is gras groen?” of “Is de hemel blauw?”. Als mensen retorische vragen stellen, beantwoordt niemand die. Omdat het antwoord zo vanzelfsprekend is. In Amos 3:3 wordt zelfs de vraag “Zullen twee samen wandelen, tenzij dat zij bijeengekomen zijn?” evenmin beantwoord om dezelfde reden.

Het was in diezelfde brief aan de Korinthiërs dat Paulus moest schrijven: “Want God is geen God van verwarring, maar van vrede, gelijk in al de gemeenten der heiligen” (14:33). Gevolgd door “Laat alle dingen eerbaar en met orde geschieden” (vers 40). Echt “eerbaar” [“decently” in het Engels] en “met orde” zijn onmogelijk als God’s Kerk verdeeld is in vele organisaties, laat staan honderden of duizenden.

Overweeg nu Paulus’ aanmaning aan de gemeente van de FILIPPENZEN: “…dat gij staat in EEN Geest, met EEN gemoed gezamenlijk strijdende door het geloof van het Evangelie; En dat gij in geen ding verschrikt wordt door hen die tegenstaan” (1:27-28). En “Zo vervult mijn blijdschap, dat gij moogt eensgezind zijn, dezelfde liefde hebbende, van EEN gemoed en van EEN gevoelen zijnde” (2:2). Deze passages leren dat volledige eenheid in de Kerk de enige conditie is die aanvaardbaar is voor God!

Paul maant de KOLOSSENZEN aan “samengevoegd (te) zijn in liefde, en…de volle verzekerdheid des verstands”, en “geworteld en opgebouwd in Hem, en bevestigd in het geloof, gelijk gij geleerd zijt” (2:2, 7). Er is geen misverstand over de totale eenheid die Paulus beschrijft. Broeders wandelen “samen”, verzekerd van het juiste “verstand” [“begrip”] dat hen “geleerd” werd. (We zagen al hoe sterk Paulus de gemeente van EFEZE op diverse wijzen aanmaande te streven naar eenheid).

De lokale gemeente van ROME ondervond een probleem met valse doctrines die de Kerk inkwamen. Noteer hoe Paulus hen instrueerde dit aan te pakken: “En ik bid u, broeders, neemt acht op hen die TWEEDRACHT en ergernissen aanrichten tegen de leer die gij van ons geleerd hebt; en WIJKT AF VAN HEN. Want dezulken…verleiden door schoonspreken en prijzen [in het Engels staat: misleiden] de harten der eenvoudigen” (16:17-18).

De eenheid beschermen

De laatste passage spreekt straffe taal. Die introduceert de waarheid van de Bijbelse doctrine over het disfellowshippen (soms beschreven als ontwijken of excommuniceren) van hen die weggaan van de waarheid naar valse doctrines en anderen trachten mee te slepen, en verdeeldheid brengen in de Kerk. Dit principe toont hoe belangrijk het voor God is dat Zijn volk niet afdwaalt van de waarheid naar door de mens gemaakte doctrines.

Een aantal bijkomende Schriftgedeelten behandelen en versterken ditzelfde Bijbelse principe. Zie Titus 3:10-11, 1 Korinthe 5:1-8 en 1 Timotheüs 6:1-5. Samen vertegenwoordigen deze passages een vitale Bijbelse doctrine die de ware Kerk in praktijk moet brengen om de eenheid te handhaven. Bovenop het feit dat zij God’s instructie negeren, zijn kerken die deze doctrine niet toepassen vol verdeeldheid, disharmonie en onenigheid – wat onvermijdelijk voert naar splitsingen binnen de kerk of de gemeente.

Het uitvoeren van de instructie om te disfellowshippen is niet verkeerd en is ook geen daad van haat! Eigenlijk is het een vorm van God’s liefde toedienen aan mensen die weggleden in dwaling – en is bedoeld om hen wakker te schudden. Tegelijk is het een bescherming voor de broeders die in de Kerk blijven. Het vraagt in elk geval een hoog niveau van GELOOF – dat de meesten te lastig vinden – om God’s instructie te gehoorzamen, om de Kerk op die manier te beschermen. Nochtans brengt gehoorzaamheid aan God vruchten voort van vrede, blijheid en eenheid in de Kerk (1 Kor. 14:33, 40; Spr. 22:10).

De apostel Petrus onderwees eveneens de allerbelangrijkste noodzaak van eenheid en samenhorigheid in de Kerk. Hij schreef: “Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk” (1 Petr. 2:9). De vier zinnen in dit vers zijn in enkelvoud – wat betekent dat er wordt verwezen naar één, niet naar meerdere. Als een natie opgesplitst is in meerdere naties, zou niemand dat beschouwen als een enkelvoudige natie – het zouden gewoon meerdere naties zijn, niet “een” natie. Hetzelfde geldt ook voor God’s Kerk.

Er is er maar één!

Ook Christus Zelf leerde het volgende over het vitale belang van eenheid in de Kerk. “Een ieder koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en een iedere stad, of huis, dat tegen zichzelf verdeeld is, zal niet bestaan [overleven]” (Math. 12:25). Herinner u wat Paulus vroeg in 1 Korinthe 1:13: “Is Christus gedeeld?”. Dit is CHRISTUS’ antwoord. Zijn instructie is zelfs nog meer fascinerend als de lezer bedenkt dat Hij in dit verslag Satan’s koninkrijk beschrijft! Jezus onderwees dat zelfs de duivel slim genoeg is om te weten dat zijn koninkrijk niet verdeeld kan zijn en overleven! De grote God van de Hemel en Jezus Christus zijn uiteraard minstens even schrander als Satan de duivel. Vanzelfsprekend zijn Zij oneindig veel verstandiger! Beiden verstaan Zij dat hun Kerk niet kan verdeeld zijn en ervan verwacht worden te overleven (“bestaan”).

Bedenk dit. Kan een verdeeld huwelijk eindeloos doorgaan? Kan zelfs de machtigste onderneming overleven als haar bestuursraad verdeeld was? Kon een winnend rugby of voetbalteam aan de winnende hand blijven als de coach de beslissingen, het beleid en het oordeel van de voorzitter en het management telkens opnieuw op de korrel neemt en betwist? Zou een school kunnen overleven als de beslissingen van de directie werden aangevallen en afgewezen door senior docenten van de faculteit, en groepen leerkrachten geregeld zouden wegtrekken om een nieuwe school te vormen?

Beslist niet!

Nogmaals, Jezus Christus stelde duidelijk dat Satan’s koninkrijk verenigd is (Math. 12:25-26). Waarom aanvaarden belijdende Christenen dan het idee dat de allerbelangrijkste organisatie op aarde – de Kerk van God – kan verdeeld zijn in honderden en duizenden wedijverende genootschappen die het onderling oneens zijn? Waarom veronderstellen zij dat God niet kan “uitknobbelen” wat zelfs de duivel verstaat?

Nu blijven we met een vraag zitten. Hoelang zou God’s volk kunnen overleven in een toestand waarin leden van een gezin, een onderneming, een sportteam of een school niet kunnen blijven bestaan – en zelfs nog niet zo dwaas zijn te denken dat zij dat wèl zouden kunnen?

Vlak voor Zijn kruisiging gaf Jezus vitale richtlijnen aan Zijn discipelen. In Johannes 15 legde Hij de welbekende analogie uit waarbij Hij Zichzelf beschreef als de “Wijnstok” en de individuele Christenen als de “ranken” (vers 1). Hier is wat Hij instrueerde: “Blijft in Mij, en Ik in u. Gelijk de rank geen vrucht kan dragen van zichzelf, zo zij niet in de wijnstok blijft; alzo ook gij niet, zo gij in Mij niet blijft. In ben de Wijnstok, en gij de ranken…want zonder Mij kunt gij niets doen” (verzen 4-5).

Het duidelijke opzet van deze passage is te verklaren dat individuele Christenen moeten verbonden zijn aan Christus – dus aan Zijn éne, verenigde Kerk – om te groeien, om vruchten voort te brengen (Gal. 5:22-23).

Lees en herlees alles wat u totnogtoe las, tot het kristalhelder in uw geest wordt. En tot het onmogelijk wordt mis te verstaan wat er op het spel staat bij uw keuze van de kerk. Herinner u, de ware Christus is niet verdeeld – wat betekent dat er maar EEN ware Kerk van God is, EEN waarachtig Werk van God! Tenzij u die Kerk vindt – het ene, verenigde Lichaam van Christus – kunt u geen contact hebben met de levende Christus die er het Hoofd van is, en alleen van die Kerk!

De twee Bomen

Hoe verzeilde de mensheid in die staat van verwarring, verdeeldheid, oorlog, competitie en onenigheid die nu over de hele aarde verspreid zijn? God’s oorspronkelijke gebod aan Adam luidde: “Maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten; want ten dage als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven” (Gen. 2:17).

In het volgende hoofdstuk (3:6) rebelleerden Eva, en daarna ook Adam, en aten van deze verkeerde boom. Merk op dat deze boom kennis vertegenwoordigde van zowel “goed” als “kwaad”. Met andere woorden, de boom was niet helemaal kwaad – die bevatte een mix van ware en valse kennis! Hetzelfde geldt voor kerken van deze wereld. Sommige hebben een kleine hoeveelheid ware (“goede”) doctrinaire kennis, gemengd met veel valse (“kwade”) doctrinaire “kennis”. 6.000 jaar lang heeft God Zijn getrouwe dienstknechten gezegd een mengeling van waarheid met leugen te vermijden. Hij waarschuwde Adam dat het eten van de verkeerde boom zou resulteren in de dood. En zo was het.

De waarschuwing blijft hetzelfde voor ons vandaag!

Tien ik de waarheid voor het eerst leerde kennen in 1966, hoorde ik een analogie waar ik voordien nooit had bij stilgestaan – maar die ik sindsdien ook nooit meer vergat. Denk aan een heerlijk gebak gegarneerd met arsenic, cyanide, ricine of strychnine, terwijl dat gebak overigens alleen maar goede en gezonde ingrediënten bevat. Het eten van dit gebak zou altijd resulteren in de dood.

De goede ingrediënten zouden niet volstaan om het verborgen gif in het gebak te overwinnen. Op dezelfde wijze is en kan God’s Kerk geen waarheid mengen met leugen. Zoals bij het gebak is meedoen dodelijk!

Ik verklaarde enkele van de ware doctrines onderwezen door de Kerk die Christus stichtte. Dit boekje zou amper een beknopte opsomming van alle doctrines kunnen bevatten, laat staan er een gedetailleerde Bijbelse uitleg aan toevoegen, inclusief bewijs en verklaring waarom God ze onderwijst. Toch vermelden de volgende secties in het kort enkele van de belangrijkste doctrines van God.

Wie en wat is God?

David schreef: “De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God” (Ps. 53:2). De belangrijkste Bijbelse waarheid is de identiteit van de ware God! God bestaat! Zijn bestaan kan bewezen worden! (Misschien wilt u graag ons boekje lezen Does God Exist?). Het eerste van de Tien Geboden vereist alléén de ware God te vereren. (U zou ook ons boek kunnen lezen Should You Obey the Ten Commandments?).

De oude Grieken dienden 30.000 verschillende goden. Sommigen menen dat de Hindoes 5 miljoen goden dienen. Het Judaïsme leert dat God één enkelvoudige Persoon is. Vele mensen geloven dat God een soort “innerlijke kracht” is in iedereen. Anderen geloven dat Hij een “metafysisch idee” is. De meeste kerken van het traditionele christendom leren dat God een Drievuldigheid is – dat Hij wel één God is, maar drie Personen.

De God van de Bijbel zegt: “Laat ONS mensen maken naar ONS beeld naar ONZE gelijkenis” (Gen. 1:26). Toen God dat zei, sprak Hij niet tot Zichzelf. Hij was evenmin in de war. God is duidelijk meer dan één Persoon. Het hier gebruikte Hebreeuwse woord is elohim. Het is een enkelvoudig meervoud – met de betekenis van meer dan één Persoon. God en Christus vertegenwoordigen twee afzonderlijke Wezens die de Godheid samenstellen. Samen vertegenwoordigen Zij de “Ons” en “Onze” in dit vers.

Johannes 1 bevat een absoluut verbazende verklaring over de ware natuur en identiteit van God. Daar staat: “In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dat was in het begin bij God…En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader) vol van genade en waarheid” (verzen 1-2, 14).

De enige manier waarop het Woord zowel God is als “bij” God is, kan als er twee afzonderlijke Wezens zijn. Een Persoon of Wezen, het Woord die Christus werd, kwam naar de aarde en “heeft onder ons gewoond” tot aan Zijn kruisiging als de Redder van de mensheid. De andere Persoon of Wezen, de Vader, bleef in de hemel, en Hij was het tot wie Jezus Christus bad. Hij (de Vader) was de Persoon die Hem opwekte uit de dood zodat Hij kon terugkeren naar Zijn troon in de hemel.

De Godheid bestaat nu uit TWEE AFZONDERLIJKE WEZENS – Vader en Zoon! Als God een Drievuldigheid was – drie Personen of Entiteiten in één Wezen (met de Heilige Geest als de veronderstelde derde Persoon) – zou Christus’ dood eigenlijk onmogelijk zijn geweest.

God is geen verenigd trio waar eenderde van één Wezen kan sterven – zonder de andere tweederden van het Wezen aan te tasten. Dit hele idee (vaak bestempeld als een “mysterie dat niet kan begrepen worden”) ontkent God’s MEESTERPLAN voor de mensheid. Als de doctrine van de Drievuldigheid waar was, zou die God’s plan ontkennen. Want dan had de mensheid geen Redder. Die leer beeldt Hem af als een mysterieuze, gesloten, drieëne God met geen ruimte voor expansie in Zijn Vader/Zoon familierelatie. (Neem de tijd om ons krachtig boek te lezen The Trinity – Is God Three-In-One?).

Christus’ Kerk begrijpt en onderwijst de identiteit van de ware God.

Het Grote Doel van de mensheid

We lazen zopas “Laat Ons mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis”. Waarom deed God dat? Het ligt buiten het opzet van dit boekje om de pure sciencefiction van de evolutie aan te kaarten en de waarheid van een letterlijke schepping te bewijzen. (Misschien wilt u onze uitgebreide brochure lezen Evolution – Facts, Fallacies and Implications). Het feit is, dat God de mens inderdaad schiep. Maar wij moeten ons afvragen: waarom? Met welke bedoeling deed Hij dat?

Het populaire geloof van bijna alle belijdende Christenen is dat zij zullen “sterven en naar de hemel gaan”. Toch stelde Christus: “…niemand is opgevaren in de hemel, dan Die uit de hemel neergekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is” (Joh. 313). Het was pas toen ik in contact kwam met God’s ware Kerk dat ik leerde dat het geloof “de hemel is de beloning van wie gered is” een fabel is!

Hier is wat Christus onderwees: “Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het aardrijk beërven” – uitgesproken in Zijn eerste opgetekende prediking (Math. 5:5). Hij begreep dat Christenen niet de hemel beërven – zij beërven DE AARDE! Eigenlijk citeert Christus het Oud Testament. Psalm 37:11 zegt exact hetzelfde. Het is altijd God’s Plan geweest om de HEERSCHAPPIJ over de aarde te geven aan Christus en de opgestane heiligen die met Hem zullen REGEREN. Het was nooit Zijn plan mensen te hebben die “hele dagen in de hemel flaneren”, “op wolkjes rijden”, “harp spelen” of alleen maar “wandelen op straten van goud, in het zicht van paarlen poorten”.

God’s doel met de mensheid is oneindig veel grandiozer dan de hersenspinsels van misleide mensen!

Het boek Openbaring – dat Christus’ onthulling is van gebeurtenissen die Zijn Terugkeer op aarde voorafgaan, vergezellen en volgen – zegt over de heiligen: “En Gij hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters; en wij zullen als koningen heersen op de aarde” (Openb. 5:10).

Vele mensen verwijzen naar Christus als de Koning der koningen, maar vragen zich nooit af wie die andere “koningen” zijn. Deze zijn de verrezen heiligen! Zie ook Daniël 7:18, 22, 27. Passages die allemaal onthullen dat Christus en de heiligen al de koninkrijken van deze wereld gaan beërven bij Zijn Komst.

God zegt dat Christus is: “Zijn Zoon, opdat Hij zij de EERSTGEBORENE onder vele broeders” (Rom. 8:29). Begrijpt u de draagwijdte van deze uitspraak? Veel méér broeders en zusters zullen later worden toegevoegd aan God’s Familie. Zij zullen genieten van dezelfde dingen als waar God van geniet – een Huishouden! (Zie Efeze 3:15 en 1 Timotheüs 3:15).

Ware Christenen hebben de Geest van God. Deze Geest maakt hen tot zonen van God: “Want zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God” (Rom. 8:14). En overweeg dan het volgende vers: “Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar wij weten dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is” (1 Joh. 3:2).

Christus wordt de eerstgeborene genoemd onder vele broeders (de ware Christenen die later volgen), omdat zij die toegevoegd worden aan God’s Familie – in de opstanding die plaatsvindt bij Christus’ Terugkeer – “gelijk Hij” zullen zijn. Wij gaan niet zijn “gelijk” iets anders. Christus is God. Zijn “gelijk Hij” betekent dat wij met Hem deel gaan uitmaken van de God Familie.

God is de Vader die nu een Zoon heeft. Maar later zal Hij veel méér zonen hebben. God reproduceert Zichzelf door Zijn karakter te ontwikkelen in door de Geest verwekte menselijke wezens die zich naar Hem keren, in volledige overgave (God verwekt Zijn kinderen juist zoals elke menselijke vader).

Herinner u hoe Paulus zei dat de ministry de Kerk zodanig onderwijst en opbouwt, dat die kan groeien “tot de maat van de grootte der volheid van Christus” (Ef. 4:11-13). Een Christen kopieert en bouwt het karakter van Jezus Christus, zodat hij later kan genieten van lidmaatschap in de God Familie met Christus en de Vader. Wat een serieuze en tegelijk opwindende aangeboden kans en toekomstige verantwoordelijkheid!

Het echt formidabele menselijke potentieel dat aangeboden wordt aan iedereen die zich bekeert en gelooft, en die voortgaat met het in praktijk brengen van God’s vele prachtige waarheden, is dat zij zullen geboren worden in de eigenste Familie van God. Moge God u helpen te begrijpen wat Hij heeft aangeboden aan al wie éérst Hem zoeken – boven al de rest – in hun leven (Math. 6:33). Hoe glorieus is de toekomst van Christenen!

De ware Kerk van God onderwijst dat dit ONTZAGWEKKENDE MENSELIJKE POTENTIEEL in het verschiet ligt voor iedereen van God’s volk – dat is de vitale sleutel voor de kennis van God’s ultieme doel voor de hele mensheid – te worden GEBOREN in de God Familie! (Neem de tijd om ons hoogst belangrijke boek te lezen The Awesome Potential of Man).

Het ware evangelie

Noteer wat Openbaring 12:9 stelt: “…satanas die de gehele wereld verleidt”. Dit is een verbijsterende uitspraak! En de waarheid over een zo vitaal onderwerp als het evangelie gebracht door Christus kan zeker niet worden uitgesloten van deze misleiding.

De eerste woorden die Christus in de Bijbel sprak zijn: “Bekeert u, en gelooft het Evangelie” (Mark. 1:15).

Maar wat is het echte evangelie? Is er meer dan één? Aan ware Christenen wordt gezegd dat zij het evangelie moeten geloven. Het voorgaande vers (14) stelt: “Jezus kwam…predikende het Evangelie van het Koninkrijk van God”. Er is geen ander evangelie dan het koninkrijk van God. Natuurlijk is de wereld gefocused op de Persoon van Jezus Christus, eerder dan op de boodschap die Hij bracht. De wereld is zo goed als totaal onwetend over het KONINKRIJK VAN GOD – de regerende Familie van God die naar de aarde komt bij de Terugkeer van Christus, met Zijn heiligen. Het belijdende christendom heeft het geloof in talrijke door de mens bedachte evangelies aangenomen.

In feite wordt dit een van de belangrijkste punten van onderscheid tussen de vele genootschappen en sekten van de wereld enerzijds, en de ware Kerk anderzijds. In plaats van de focus op Zichzelf te leggen of een evangelie over Zichzelf te leren, kwam Jezus de Vader openbaren aan Zijn navolgers. Toch worden de Vader en Zijn rol als het Supreme Hoofd van de Goddelijke Familie over het hoofd gezien en praktisch helemaal uitgesloten. Als Redder en Hogepriester bracht Jezus toegang tot – verzoening met – de Vader, en redde ons door Zijn opstanding (Rom. 5:10). De ware Kerk begrijpt Christus’ vitale rol als middelaar bij de Vader, maar stelt Hem in het juiste perspectief en is niet overdreven op Hem gefocused in de zin van constant praten over “Jezus vereren”, “de Heer”, “onze Meester”, “Zijn kostbaar bloed”, en Hem dan ofwel dood zien aan een kruis of ondermeer als een baby in een voederbak. Zo doen mensen die niet begrijpen dat Christus een boodschap bracht over de komende WERELDREGERING – het koninkrijk van God!

Paulus waarschuwde hen die een ander evangelie zouden willen geloven of onderwijzen: “Ik verwonder mij dat gij zo haastig afwijkende van hem, die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander Evangelie; Daar er geen ander is; maar er zijn sommigen die u beroeren, en het Evangelie van Christus willen verdraaien. Doch al ware het ook dat wij, of een engel uit de hemel u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Gelijk wij te voren gezegd hebben, zo zeg ik u ook weer: Indien u iemand een Evangelie verkondigt buiten hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt” (Gal. 1:6-9).

Satan praat niet rechtstreeks tot menselijke wezens. Hij werkt via zijn dienstknechten – zijn dienaars. De Bijbel leert dat Satan zijn eigen dienaars heeft, en die onderwijzen altijd een vals evangelie. Paulus waarschuwde de Korinthiërs dat zij “bedot” werden door “een ander evangelie” aan te nemen – vergezeld van “een andere Jezus” (2 Kor. 11:4). Hij gaat dan verder met een beschrijving van de listige manieren waarmee de dienaars van Satan met succes misleiden.

Noteer: “Want zulke valse apostelen zijn bedrieglijke arbeiders, zich veranderende in apostelen van Christus. En het is geen wonder, want de satan zelf verandert zich in een engel des lichts. Zo is het dan niets groots, indien ook zijn dienaars zich veranderen, als waren zij dienaars der gerechtigheid; van wie het einde zal zijn naar hun werken” (13-15).

De ware Kerk moest altijd goed opletten – waakzaam zijn – inzake de gevaren van valse dienaars die er intrekken en de doctrines van God perverteren. Dit wordt nog bespoken op het einde van dit boekje.

Er is maar één waar evangelie. Alle andere zijn vervalsingen uitgeknobbeld door Satan, als vervanging van de geweldige waarheid over God’s weldra komende koninkrijk. (Om meer te begrijpen over deze komende regering, lees ons boekje Wat is het WARE EVANGELIE?).

Als diegene die de hele wereld misleidt, wordt Satan de “god van deze wereld” genoemd. Noteer: “In wie de god dezer eeuw de zinnen verblind heeft, namelijk der ongelovigen, opdat hen niet bestrale de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het beeld van God is” (2 Kor. 4:4). De wereld heeft geen weet van dit evangelie. Voor Zijn eigen ultieme doel heeft God op dit moment de waarheid van de betekenis ervan slechts voor heel WEINIG MENSEN geopend – die Hij in Zijn Kerk plaatste. De rest van de wereld blijft totnogtoe verblind. De duivel wil niet dat mensen genieten van wat hem voor eeuwig ontzegd werd: lidmaatschap in de God Familie.

WAARHEID of “LIEFDE” – Wat komt eerst?

De apostel Johannes leerde herhaaldelijk het belang van zowel de Bijbelse waarheid als echte Goddelijke liefde. Om de identiteit van de ware Kerk te begrijpen, is het van vitaal belang te weten welk van beide het fundament van de andere vormt.

Zoals vermeld groeide ik op in een grote, gerespecteerde, bekende kerk van deze wereld. Ik zat tussen miljoenen “gelovigen” – mensen die geloofden in en praatten over Jezus. Ongetwijfeld waren de meesten van hen oprecht. Zij spraken ook veel over “christelijke liefde”. Vele preken hadden dit onderwerp als hun thema. Soms leek het wel of “Jezus” en “liefde” de enige onderwerpen waren waarover gepredikt werd.

Vanzelfsprekend zijn beide bijzonder belangrijke onderwerpen! De Bijbel heeft honderden verzen die verwijzen naar Christus en naar het belang om echte Goddelijke liefde aan de dag te leggen. Maar ik zag dat vele mensen een holle liefde hadden, en dat niemand echt geloofde wat Christus leerde. In hun leven was geen echte liefde merkbaar. Pas later leerde ik waarom.

Klinkt u dat vertrouwd – hun mond vol van Christus’ liefde maar de waarheden die Hij onderwees niet merkbaar in hun leven? Veel gepraat over liefde, maar in de praktijk komt daar weinig – of niets – van terecht in hun leven.

Johannes werd de “Apostel van de Liefde” genoemd, omdat hij over dit onderwerp veel meer zei dan de andere Nieuw Testamentische auteurs samen. Kijk gewoon gelijk welke concordantie na, en u zult zien dat dit waar is. Wat niet beseft wordt is, dat hij over het belang van de “waarheid” ook meer schreef dan alle andere Nieuw Testamentische auteurs samen. Johannes had evengoed kunnen bekend staan als de “Apostel van de Waarheid”! Oppervlakkig bekeken kunt u zich afvragen of hij in zijn evangelie en brieven over nog iets anders schreef dan over beide onderwerpen. Ondanks Johannes’ tientallen verwijzingen naar het belang van de waarheid, wordt deze beklemtoning vreemd genoeg door bijna iedereen genegeerd.

In God’s oneindige wijsheid wist Hij dat Hij niet een apostel WAARHEID kon laten benadrukken en een andere apostel LIEFDE. Dat had gemakkelijker de indruk kunnen wekken dat mensen “hun favoriete apostel” zouden kunnen kiezen, afhankelijk van waar zij de klemtoon op wilden leggen: waarheid of liefde. (Dergelijke verdeeldheid teisterde de Korinthe Kerk – 1 Kor. 1:10-14). Met als gevolg dat de ene groep zich superieur tegenover de andere zou voelen omdat die de “juistere” klemtoon krijgt. Tegenwoordige vinden vele genootschappen dat zij de klemtoon moeten leggen op liefde, en maar weinig op correcte doctrine. De kerken die dit denken, pakken uit met een wijde waaier van Schriftgedeelten om hun positie trachten te versterken.

De rol van liefde

Twee van de vaakst aangehaalde verzen in de Bijbel komen van Johannes. Beide spreken over liefde. Johannes 3:16 stelt: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe”. Mensen die weinig – of niets – afweten van de Bijbel, kennen gewoonlijk toch dit vers.

Johannes 13:34-35 stelt: “Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt. Hieraan zullen zij allen bekennen dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander. Het is gemakkelijk te zien waarom zovelen, slechts op basis van deze twee passages, geloven Christenen te zijn als zij gewoon maar “liefde hebben” – terwijl zij niet de noodzaak inzien van juiste doctrines of van de waarheid. Noteer de zin: “Hieraan [deze liefde] zullen zij allen bekennen dat gij Mijn discipelen zijt”. Het is waar dat een uitgaand vertoon van liefde een diepe indruk maakt op mensen. In een egoïstische, ongelukkige, verwarde wereld gaan mensen die liefde beoefenen – de weg van geven, van uitgaande zorg, in plaats van de weg van nemen – opvallen tussen alle anderen.

Nu komt een fundamentele vraag naar voor. Hoe weet Christus of u Zijn discipel bent? We vragen niet hoe MENSEN het weten, maar hoe CHRISTUS het weet. Johannes geeft ook het antwoord: “Jezus dan zei tot de Joden die in Hem geloofden: Indien gij in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen; En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken” (Joh. 8:31-32).

Lette u op de zin “INDIEN gij in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen…”? Dat is het sleutelelement! (We zullen later zien hoe liefde daaraan verbonden is). “In Zijn woord blijven” – vrij van dwaling blijven – betekent voor Christus dat wij Zijn discipelen zijn.

Daar kijkt Christus naar uit!

De rol van de waarheid

Vasthouden aan de waarheid zou voor de mensen nooit een teken zijn. Mensen zijn gewoonlijk afgekeerd van wat ware Christenen geloven “omdat het bedenken van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet van God; want het kan het ook niet” (Rom. 8:7). De waarheid is niet aantrekkelijk voor iemand die niet geroepen is door God. Anderzijds is het zien van mensen met oprechte bekommernis voor anderen, geen afsluiter maar juist aantrekkelijk voor iedereen. Wie dit boekje leest en hier aan twijfelt, kan eens proberen “paarlen” (van waarheid) naar iemand te “werpen” (Math. 7:6). Let op de reactie. En toon dan eens liefde aan mensen die het niet verwachten. Dan wordt de les wel geleerd.

Denk erover na! Ware Christenen worden geleid door de Heilige Geest – de “Trooster” [In het Engels: “Comforter”] en de “Geest der waarheid” genoemd (Joh. 14:16-17; 15:26; 16:13). Diezelfde Geest der waarheid “zal u in al de waarheid leiden” (Joh. 16:13). Dat is de enige Kerk waar zowel God’s Geest van waarheid is als waar de Christen zich “comfortabel” voelt. De Heilige Geest zal alle ware Christenen ook leiden naar de kennis van echte Goddelijke liefde. Galaten 5:22 onthult dat liefde een “vrucht van de Geest” is. Romeinen 5:5 verklaart dat dergelijke vrucht in de geest van een Christen enkel mogelijk is omdat God’s Geest die daarin geplaatst heeft.

Romeinen 13:10 stelt: “De liefde is de vervulling der wet”. (Zie ook 1 Joh. 5:3). Het zal voor anderen duidelijk zijn dat u liefde hebt, omdat zij zullen zien hoe u God’s wetten vervult ten opzichte van uw medemens. Het begrijpen van echte Christelijke liefde – wat dat is – hoe die wordt uitgedrukt – de verhouding tot de wet – haar inbreng om het licht der wereld te zijn – is op zich al een belangrijke waarheid!

Onderzoek een belangrijk vers: “Die daar zegt: Ik ken Hem, en ZIJN GEBODEN niet bewaart, is een leugenaar, en in hem is de waarheid niet” (1 Joh. 2:4). Vers 5 spreekt over mensen die beweren Christenen te zijn – “Hem te kennen” – maar de geboden niet houden en ook niet de “waarheid” in zich hebben. De wereld is vol van belijdende Christenen die beweren “Jezus in hun hart te kennen” maar die hoedanook niet geïnteresseerd zijn om de ware doctrines van de Bijbel te begrijpen. En richt dan nu goed uw aandacht op Christus’ woorden: “Maar zo wie ZIJN [Christus’] WOORD bewaart; in hem [die persoon] is waarlijk de liefde van God volmaakt geworden; hieraan kennen wij dat wij in Hem zijn”.

Echte liefde kan niet volmaakt worden in hen die Christus woord – de waarheidniet bewaren. De ware liefde van God wordt enkel vervolmaakt in mensen die dit DOEN! Herinner u Johannes 8:31. God’s dienstknechten moeten “in” God’s woord “blijven” of God’s woord “houden” [“Keep”, in het Engels].

Het Griekse woord voor “houden” is tereo. Het betekent “waken over of bewaken (tegen verlies of schade) door het in het oog te houden…onder zijn hoede nemen”. Bent u vastbesloten de waarheden van God’s Woord “onder uw hoede” te nemen? Gaat u bereid zijn daarover te “waken” tegen “verlies of schade”? Wordt u ervan overtuigd dat u die voortdurend in het “oog” moet houden? Zo ja, dan zult u later “geheiligd” worden door dat Woord der waarheid (Joh. 17:17). Alleen op die manier kunt u Christus’ discipel eerst worden en dan ook blijven!

Denk eraan! Waarheid is de paraplu die staat over liefde. Liefde ontspringt uit de waarheid – niet omgekeerd! Het is geen toeval dat in Matheüs 22:37-39 staat: “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf” nadat er gezegd wordt “Gij zult liefhebben de Here, uw God, met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand”. Het is zeker dat niemand die God of Zijn waarheid verwerpt, van God houdt. En dan zal ook onvervalste liefde voor de “naaste” achterwege blijven.

Vele kerken beweren “liefde” te hebben

Ik stel de vraag: Hoe zit het met alle kerken die het belang van liefde erkennen en zeggen een “relatie met Christus” te hebben – terwijl zij onwetend zijn inzake God’s ware doctrines, of de weinige die zij hebben verwaarlozen of overboord gooien? Kan de liefde in hen “vervolmaakt” worden? De Bijbel zegt dat dit onmogelijk is! Het enige dat zo’n mensen of groepen “vervolmaken” is hun bekwaamheid om over liefde te praten. Hoewel vele kerken hun “liefdestaal” hebben gepolijst, is dat niets méér dan leeg, hol, zelfzuchtig gepraat!

Dat is de reden waarom de kerk van mijn kinderjaren de mond vol had van “liefde” en van “Jezus”, terwijl zij geen echte liefde betoonde en geen kennis had van Christus’ ware leringen. Het inkijken van het Handboek van Geloofspunten van deze kerk (wat ik deed), zou aantonen dat dit overeenstemt met wat praktisch elk genootschap en elke vertakking van het traditionele christendom verklaren wanneer er een doctrinaire onenigheid is binnen hun kerken. Zij zeggen allemaal iets in die zin van: “We moeten in liefde akkoord gaan om het oneens te zijn. Liefde komt eerst. Doctrine en opinie over de Bijbelse waarheid komen op de tweede plaats. Laten we allemaal gewoon liefde hebben. Laten we onze verschilpunten toedekken onder nog méér liefde”.

Het probleem is dat dit uiteindelijk nog méér verdeeldheid en doctrinaire verwarring kweekt in die kerken. Plus een complete geringschatting en verwaarlozing van de doctrinaire waarheid. Dit verkeerde uitgangspunt spant de “wagen van liefde” vóór het paard. De ware Kerk blijft in de waarheid en wandelt dan in liefde. Herinner u, echte liefde, zoals gezien wordt in God’s Kerk, ontspringt eerst uit het hebben van de waarheid! Johannes schreef: “Want ik ben zeer verblijd geweest toen de broeders kwamen en getuigden van uw waarheid, gelijk gij in de waarheid wandelt”. Dit in broeders te zien, was Johannes grootste vreugde (3 Joh. 3-4).

Hoe liefde, waarheid en zegeningen samenwerken

Hier komt een laatste belangrijk punt dat ermee verband houdt. Welke rol spelen zegeningen en groei in de formule van waarheid en echte christelijke liefde? Zegt hun aanwezigheid – of afwezigheid – de ware Christen iets? Dat zou zo moeten!

1 Johannes 3:18 stelt: “Laat ons niet liefhebben met het woord, noch met de tong, maar met de daad en waarheid”. Johannes legt uit dat dit de Christenen vrijmoedigheid geeft in hun gebeden tot God, door het wegwerken van gewetensproblemen die deze in de weg staan. Nu vers 21: “Geliefden, indien ons hart ons niet veroordeelt, zo hebben wij vrijmoedigheid tot God”. Antwoorden en zegeningen komen voort uit gehoorzaamheid, het behagen van God en het toepassen van Zijn waarheid: “En zo wat wij bidden, ontvangen wij van Hem, omdat wij Zijn geboden bewaren, en doen hetgeen behaaglijk is voor Hem” (vers 22).

Dit principe is duidelijk gemaakt door het parafraseren van drie verzen. Laten we even zien:

Jesaja 58:13-14 verklaart dat Israël formidabele zegeningen beloofd werd als zij de Sabbatten op de juiste manier hielden. Maleachi 3:8-10 toont ook dat hen geweldige zegeningen beloofd werden – maar enkel als zij getrouw tienden betaalden. Exodus 15:26-27 koppelt de beloften van een goede gezondheid en genezing rechtstreeks aan complete gehoorzaamheid aan God’s geboden. Deze en tal van andere verzen tonen dat de Christen kan weten wanneer hij in harmonie is met God. Gewetensproblemen verdwijnen wanneer mensen alle geboden en instructies van God naleven.

God’s mensen moeten erkennen en nooit vergeten dat de weg van een ware Christen niet gemakkelijk of vrij van pijn is. Maar als onze wegen Hem behagen, blijft God ons zegeningen en groei geven. Dit wordt voor ons een teken dat Hij gelukkig en blij is met ons. Wanneer zegeningen, vruchten en groei voortdurend uitblijven, bevalt dat God niet! We weten het – in elke richting.

Ten eerste. De WAARHEID geloven en er in blijven vertelt CHRISTUS wie Zijn discipelen zijn (en ware liefde zal hoedanook altijd evident zijn). Ten tweede. LIEFDE zegt de MENSEN wie Christus’ discipelen zijn. Ten derde, ZEGENINGEN, VRUCHTEN EN GROEIzeggen ONS of we God behagen en in Zijn Woord blijven.

Als ik de duivel was, zou ik eindeloos praten over liefde en over Jezus, en de aandacht afleiden van de juiste doctrine – de waarheid – en de daaruit resulterende groei en zegeningen. Als het dat is wat u te horen krijgt, pas dan op!

Matheüs 24:14 stelt: “En dit Evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde komen”. De Kerk die Christus bouwde heeft de kennis van Zijn ware evangelie – het koninkrijk van God. Die Kerk zal altijd bevonden worden het evangelie te prediken (Math. 24:26), tot het einde van het tijdperk gekomen is. Het werd u toegestaan in contact te komen met de kennis van dit evangelie – en het inzicht dat u nu deel kunt uitmaken van God’s ware Kerk – en later van Zijn binnenkort komende koninkrijk – Zijn regerende Familie.

Maar eerst komt er een testperiode voor ware Christenen.

Het Sabbat testgebod

De kerken van de wereld nemen veelal aan moeite te doen (hoewel halfslachtig) negen van de Tien Geboden te houden. Het is typisch dat zij erkennen dat het verkeerd is te stelen, te doden, te begeren, valse getuigenis af te leggen en overspel te begaan. Zij willen ook erkennen dat het eren van iemands vader en moeder, het vermijden van afgodenverering en God’s naam ijdel gebruiken – en minstens beweren de God beschreven in het Eerste Gebod te volgen – eigenlijk goed zijn om te doen. Toch maken de meesten er niet echt werk van deze negen Geboden na te leven, en onderwijzen officieel dat Christus ze ongedaan maakte: “ze in onze plaats hield” en ze daarbij “aan het kruis nagelde”. Maar de meesten gaan er minstens stilzwijgend mee akkoord dat deze negen Geboden “mooie principes” zijn.

Er is één Gebod dat bijna alle mensen niet willen gehoorzamen. God zegt dat dit gebod Zijn volk apart zet van alle anderen. Het Vierde Gebod van de Sabbat is het Testgebod (Ex. 16): “Gedenkt de sabbatdag, dat gij die heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; Maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen” (20:8-10).

God gaf de Sabbat vanop de Berg Sinaï aan oud Israël, via Mozes. Hoewel de meeste mensen vertrouwd zijn met deze geschiedenis, zijn zij er zich niet van bewust dat God de Sabbat gebood te houden VOOR ALTIJD! Die was nooit “gewoon voor de Joden” of “gewoon voor oud Israël” bedoeld!

Israël weigerde voortdurend God’s Sabbat getrouw te houden. Er waren periodes waarin zij de Sabbat hielden, alvorens zij die verwaarloosden en vervielen in praktijken van de hen omringende volken.

God zei Israël: “Daartoe gaf Ik hun Mijn sabbatten, om een teken te zijn tussen Mij en tussen hen, opdat zij zouden weten dat Ik de HERE ben, Die hen heilig. Maar het huis van Israël werd weerspannig tegen Mij in de woestijn; zij wandelden in Mijn inzettingen niet, en verwierpen Mijn rechten; welke, zo een mens ze doet, zal hij daardoor leven; en zij ontheiligden Mijn sabbatten zeer, dat Ik zei Mijn grimmigheid te zullen uitgieten over hen in de woestijn, om hen te verdelgen” (Ezech. 20:12-13).



Sindsdien is de mensheid in opstand gekomen tegen de Sabbat. Toch blijft die een teken tussen God en Zijn waarachtig volk (vers 20).

De God van het Oud Testament verklaart: “Want Ik, de HERE, word niet veranderd” (Mal. 3:6). Paulus werd geïnspireerd om te schrijven: “Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in eeuwigheid. Wordt niet omgevoerd met verscheidene en vreemde leringen” (Hebr. 13:8-9).

Bijna niemand erkent dat de God van het Oud Testament dezelfde Persoon was die gekend werd als “het Woord” in Johannes 1:1-2, 14, die naar de aarde kwam als Jezus Christus. 1 Korinthe 10:4 identificeert Christus als de “Rots” van het Oud Testament. Met andere woorden, Christus is de Persoon die zowel Maleachi in het Oud Testament inspireerde als Paulus in het Nieuw Testament om op te tekenen dat Hij een God is die niet verandert! Zijn mensen moeten zich vasthouden aan de waarheid, en alle verkeerde (“vreemde”) leringen vermijden.

Deze permanentie geldt voor de Sabbat. Daarom zei Christus in het Nieuw Testament: “Zo is dan de Zoon des mensen een Here ook van de sabbat” (Mark. 2:28).

Theologen en religieuzen hebben lange tijd onderwezen dat de ware Sabbat van de Bijbel de zevende dag is. Zaterdag, niet zondag, is de zevende dag van de week. Dat staat in elke goede encyclopedie. De weekcyclus is nooit veranderd. (U kunt ons boekje lezen The Sabbath – Has Time Been Lost?) om het BEWIJS te krijgen dat de weekcyclus onveranderd bleef sinds de schepping). Toch zijn dienaars van deze wereld met vernuftig misleidende “uitleg” voor de dag gekomen om de talrijke duidelijke Schriftgedeelten te weerleggen of af te wijzen inzake God’s duidelijk gebod om Zijn Sabbat te houden. Zij rechtvaardigen de zondagviering – zelfs ondanks het feit dat God’s Woord die nooit rechtvaardigde!

In plaats dat zij hun gekoesterde geloofsopvattingen laten veranderen door de klaarheid van God’s Woord, veranderen zij de betekenis van de Bijbel om die te laten passen in hun geloofsopvattingen!

De zondag wordt algemeen beschouwd als de dag waarop Christus werd opgewekt uit de dood. Het kan duidelijk bewijzen worden dat de Bijbel dit niet leert. (Lees ons boekje Christ’s Resurrection Was Not on Sunday). Maar er is een belangrijke reden waarom theologen en vele anderen wel moeten besluiten dat de opstanding plaatsvond op zondag.

De zondag wordt algemeen bestempeld als “De Dag des Heren”. Terwijl de ware “Dag des Heren” van de Bijbel de Dag van God’s Toorn is (Joël 2:1-11; Openb. 1:10; 15:1, 7 en andere plaatsen). De term Dag des Heren werd synoniem met de zondag. Maar waarom? De reden is eenvoudig. Als de zondag kan ingesteld worden als de dag waarop Christus verrees, kan dit een middel worden tot validatie en “machtiging” voor de ongeoorloofde zondagviering door de kerken van de wereld – in plaats van God’s ware Sabbat!

U zag al diverse Bijbelse verwijzingen naar de Sabbat. God heiligde die dag bij de schepping – lang vóór Joden of Israëlieten deze hielden (Gen. 2:1-3). De Sabbat moest “voor altijd” – “voortdurend” – “doorheen uw geslachten” gehouden worden door Israël, God’s bedoelde model natie (Ex. 31:12-17); Christus hield de Sabbat (Luk. 4:16) en zei dat Hij er de Heer van was, en dat die “gemaakt werd voor de mens” (Mark. 2:27-28). Hij zei niet dat die “alleen voor de Joden gemaakt werd”. Paulus hield de Sabbat eveneens (Hand. 13:42, 44; 17:2; 18:4).

Er valt nog veel méér aan diggelen dan alleen maar de traditie van Goede Vrijdag/Paaszondag als Christus inderdaad 72 uren in het graf lag (van woensdag in de late namiddag tot zaterdag in de late namiddag) in plaats van de traditionele gedachte van 36 uren tussen vrijdag in de late namiddag en zondag in de vroege morgen. Dan vervalt ook de gewichtigste reden voor deze onbijbelse traditie (denk aan Markus 7:7) van de zondagviering. God heeft altijd gezegd: “Gedenkt de Sabbatdag, dat gij die heiligt” (Ex. 20:8). Hij zei nooit: “Gedenk de zondag dag gij die heiligt – en noem die dan gewoon de dag des Heren”!

Ooit werd er gezegd: “Meer dan dat de Joden de Sabbat bewaarden, bewaarde de Sabbat de Joden”! Dit zou evengoed kunnen gezegd worden van God’s ware Kerk, die in de loop der tijden belegerd werd, deels wegens het getrouw bewaren van de Sabbat. Een van de meest vitale SLEUTELS die de ene ware oorspronkelijke Kerk van God, opgericht door Jezus Christus, identificeert, is God’s ware Sabbat. Denk daar over na. Bewijs dat voor uzelf. Het houden van de Sabbat, zoals God ware Christenen gebiedt, is een uitvoerig onderwerp dat een dikker boek vereist om te bewijzen. (Neem de tijd om ons boek te lezen Saturday or Sunday – Which Is the Sabbath?).

De jaarlijkse Heilige Dagen

In Ezechiël 20:12-13 zegt God: “Ik gaf hen Mijn Sabbatten”. Het woord Sabbatten is meervoud. De wekelijkse Sabbat is niet de enige Sabbat die God opdraagt te houden voor altijd. Leviticus 23 beschrijft zeven jaarlijkse Heilige Dagen – jaarlijkse Sabbatten – die God gebiedt aan Israël om die “eeuwig” (viermaal gezegd) te houden. Zoals de wekelijkse Sabbat vraagt dit onderwerp een eigen uitvoerig boekje om de juiste bewijzen te zien waarom deze jaarlijkse Sabbatten nog altijd moeten gehouden worden. (Lees ons gratis boekje God’s Holy Days or Pagan Holidays?).

Leviticus 23:1-2 noemt deze Sabbatten “Hoogtijden des HEREN”. De termen Heilige Dag, Hoogdag en Feestdag worden allemaal aangetroffen in de Bijbel en zijn synoniemen. Het zijn allemaal termen voor de jaarlijkse Sabbatten. Zoals ze elk jaar opnieuw in opeenvolging worden gevierd, illustreren zij het Plan van God.

De twee Heilige Dagen gekend als de Eerste en de Laatste Dag van de Ongezuurde Broden werden gehouden door de vroege Nieuw Testamentische Kerk (Hand. 12:3; 20:6) samen met de Maaltijd des Heren – het Nieuw Testamentische Pascha. (Lees ons boekje How Often Should the Lord’s Supper Be Taken? om meer te vernemen over het Pascha en de Heilige Dagen in de lente). In de late lente volgt de Pinksterdag.

Vier andere jaarlijkse Sabbatten worden gehouden in de herfst. Zij staan bekend als het Trompettenfeest (Rosh Hashanah bij de Joden), de Verzoendag (Yom Kippur), het Loofhuttenfeest (Succoth) en de Laatste Grote Dag.

Wanneer ze begrepen worden, verwijzen deze dagen naar belangrijke gebeurtenissen binnen God’s Plan.

Het PASCHA (geen jaarlijkse Sabbat) toont God’s genade door het offer van Jezus Christus. Dit is het enige feest dat geen jaarlijkse Sabbat is.

De zeven DAGEN VAN ONGEZUURDE BRODEN illustreren de Christen die uit de zonde komt, juist zoals Israël uit Egypte kwam na het eerste Pascha van Exodus 12. De eerste en de laatste dag zijn Sabbatten. PINKSTEREN, of het Feest der Eerstelingen, vertegenwoordigt de vroege lenteoogst in Israël, en portretteert de eerste opstanding – van ware heiligen (de eerstelingen van God’s Plan) – bij de spoedige Terugkeer van Christus.

Het TROMPETTENFEEST illustreert Christus’ Terugkeer – met de zeven begeleidende trompetten of bazuinen van Openbaring 8, 9 en 11:15-19 waarin beschreven staat wat er gebeurt bij elk trompetgeschal. De VERZOENDAG (in het Engels “Atonement” = “at-one-ment”) illustreert de hele wereld uiteindelijk “één” met God, omdat Satan zal gebonden zijn en geworpen in de “bodemloze put” (Openb. 20:2-3) waar hij de naties niet langer kan misleiden.

Het LOOFHUTTENFEEST illustreert Christus’ 1.000-jarige heerschappij op aarde met de heiligen – en een tijd van vrede, geluk, overvloed en voorspoed voor een wereld die dat 6.000 jaar niet gekend heeft. Dit zevendaagse feest wordt onmiddellijk gevolgd door de LAATSTE GROTE DAG die een periode op het einde van het millennium voorstelt, wanneer alle mensen die ooit geleefd hebben de gelegenheid krijgen God’s waarheid en het Plan van Behoud te kennen. (U kunt ons boekje lezen Does the Bible Teach Predestination? om een overzicht van God’s Meesterplan te krijgen!).

De weinigen die in dit tijdperk geroepen worden (Joh. 6:44) krijgen de gelegenheid om te horen bij de vroege lenteoogst van Pinksteren, terwijl de wereld de waarheid later verneemt, tijdens een periode geïllustreerd door het Loofhuttenfeest en de Laatste Grote Dag.

De Kerk die Christus bouwde onderwijst de waarheid over God’s wekelijkse Sabbat en de jaarlijkse Heilige Dagen, en de Schriftgedeelten die het vieren ervan ondersteunen.

Vele andere belangrijke waarheden

Ik signaleerde al dat ik, toen God mij in het begin riep, verrast was over het grote aantal duidelijke doctrinaire waarheden door de Bijbel onderwezen, waarvan ik nog nooit gehoord had. Zoals eerder vermeld kan dit boekje ze niet allemaal bevatten. Hier volgen er enkele.

Ik leerde dat de Bijbel zegt: “De bezoldiging van de zonde is de dood” (Rom. 6:23). Ja, mij werd altijd geleerd dat er een “eeuwig brandende hel” was, waar “slechte mensen” in belandden omdat zij nog altijd levend waren na de dood. Er werd mij geleerd dat mensen een onsterfelijke ziel hebben die de dood overleeft. Toch stelt Ezechiël 18:4, 20: “De ziel die zondigt, die zal sterven”. En Matheüs 10:28: “Vreest Hem [God] Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel [gehenna: de “vuurpoel” die de goddeloze opbrandt (Mal. 4:3)].

Ontelbare miljoenen hebben gevreesd naar de eeuwig brandende “hel” te gaan die niet bestaat! Het Griekse woord voor hel is hades, en betekent “het graf”. Nogmaals, Christus’ Kerk onderwijst de waarheid over dood en hel, en de Schriftgedeelten die daarover uitleg geven. (Lees ons boekje The Truth About Hell).

Ik ging inzien dat Kerstmis en Pasen (zoals ook Valentijnsdag, Halloween, Aprilvis, Nieuwjaar en bepaalde andere populaire vieringen) geen Bijbelse gewoonten waren. Ze zijn eerder volstrekt HEIDENS van origine, en hebben niets te maken met God! – Ze worden integendeel in de strengst mogelijke termen veroordeeld in de Bijbel. (Misschien wenst u onze boekjes te lezen The True Origin of Christmas en The True Origin of Easter, en artikelen over die andere dagen – om meer te vernemen over de feestdagen die de mens gebruikte om God’s ware Heilige Dagen te vervangen). De ware Kerk onderwijst de waarheid over de heidense oorsprong van al die feesten, en citeert de Schriftgedeelten die deze veroordelen.

Ik begon ook te zien hoe Satan de duivel “de hele wereld misleidt”, inclusief de misleiding over wie en wat hij is – en dat hij de “god van deze wereld” is. (U kunt onze boekjes lezen Who Is the Devil? en A World in Captivity om te vernemen wat zijn rol is in God’s Plan). Ik leerde ook dat een derde van de oorspronkelijke engelen (nu demonen) zich aansloten bij Lucifer (Satan) in zijn rebellie tegen God’s bestuur – en dat de getrouwe engelen God’s dienende geesten zijn. Nogmaals, de ware Kerk van God leert de waarheid over de duivel en de Schriftgedeelten die dit inzicht ondersteunen.

In verband met het WEDERGEBOREN worden van Christenen, begon ik te begrijpen wat Christus echt onderwees met “Wat uit het vlees geboren is, dat is vlees; en wat uit de Geest geboren is, dat is geest” (Joh. 3:6). Mij werd geleerd dat mensen konden wedergeboren worden in dit leven, terwijl zij nog vlees zijn. Niemand vertelde mij dat Jezus Christus maar pas na Zijn opstanding de “Eerstgeborenen uit de doden” werd genoemd (Kol. 1:18). Het is dus geen wonder dat Hij zei dat de wedergeborenen geest zijn – niet langer samengesteld uit vlees. God’s Heilige Geest heeft hen “veranderd” (1 Kor. 15:50-52) van “vlees en bloed” tot geest. Daarna begreep ik waarom Romeinen 8:29 Christus beschrijft als “de Eerstgeborene onder vele broeders”. Het werd duidelijk dat ik een van deze “vele broeders” kon zijn – als ik KWALIFICEERDE! Nogmaals, de Kerk door Christus gebouwd onderwijst de waarheid over deze doctrines en over de vele Schriftgedeelten die deze ondersteunen. (U wordt aangeraden ons grondig boekje te lezen What Does “Born Again” Mean? om daarover meer te leren).

Ik leerde dat “zonde ongerechtigheid is” (1 Joh. 3:4 – in het Engels: “Sin is the transgression of the law”), en dat de wet van God “heilig, rechtvaardig, goed” en “geestelijk” is (Rom. 7:12, 14). Mij werd echter verteld dat Christus “komaf maakte” met de wet. Ik las dat Hij zei: Meent niet dat Ik gekomen ben om de wet en de profeten te ontbinden [mij werd ook geleerd dat er in de grond werd “komaf gemaakt” met het Oud Testament, dat de geschriften van de profeten bevat]; Ik ben niet gekomen om dit te ontbinden, maar te vervullen. Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota noch één tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied. Zo wie dan een van deze minste geboden zal ontbonden, en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie ze zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen” (Math. 5:17-19).

Ik kwam tot het besef dat, als mensen de wet van God bewaren, die wet HEN BEWAART! En wel omdat het een wet is. En ik leerde ook dat, juist omdat het een wet is, als mensen die breken, die wet HEN BREEKT! Als de hele wereld deze wet zou houden, zou die wereld er heel anders uitzien. Nogmaals, de ware Kerk leert de waarheid over de wet en over zonde, en de talrijke Schriftgedeelten die ze uitleggen. (Lees ons artikel “What Does the New Testament Teach About Law and Grace?”).

Het werd duidelijk dat de Bijbelse doopmethode onderdompeling is, en dat God zegt dat er geen enkele andere vorm van doop aanvaardbaar voor Hem is (Lees ons boekje “What Do You Mean Water Baptism?). Ik leerde dat een juiste doop moet worden voorafgegaan door bekering en door erkenning van wat de menselijke natuur echt is – waar die vandaan kwam en waarom men zich daarvan moet bekeren. (Lees ons boekje “Did God Create Human Nature?”). Ik kwam tot het inzicht dat “de oplegging der handen” onmiddellijk volgt op de doop, en dat dit de enige manier is waarop een persoon de gave van God’s Heilige Geest kan ontvangen. De ware Kerk leert de waarheid over de juiste doop en over de Schriftgedeelten die dit ondersteunen.

Ik leerde dat God’s ware Kerk Zijn Kudde beschermt en voedt. Christus zei (driemaal) tot Petrus dat, als hij van Christus hield, hij “Zijn [Christus’] schapen zou weiden” (Joh. 21:15-17). Ik leerde ook dat er liefdevolle autoriteit is in de Kerk die Christus bouwde. Hebreeën 13:7, 17; Hand. 16:4; 2 Tessalonicenzen 2:15, 3:6 en tal van andere plaatsen verklaren dat God Zijn ware dienaars gezag geeft over Zijn kudde – deels ook omdat zij dan beter in staat zijn hen te beschermen. Vanzelfsprekend leerde God’s Kerk ook de waarheid over dit begrip en over de Schriftgedeelten die dit ondersteunen.

Ik leerde God’s principe van tienden betalen (het Hebreeuws betekent “vertienen”) op iemands inkomen, omdat “een tiende van de Here is”. Ook in Maleachi 3:8-10 verklaart God dat Hij hen die Hem zowel Zijn tienden niet betalen als Hem Zijn offeranden niet geven “rovers” te zijn! Ik leerde ook vanuit diezelfde verzen dat Hij de vensters van de hemel belooft te openen en geweldige zegeningen te gieten over hen die bereid zijn “Hem te beproeven” inzake deze belofte – en dat dit de manier is waarop Hij Zijn Werk financiert. Zijn Werk is het verkondigen van het koninkrijk aan de wereld en de waarschuwende boodschap aan de moderne afstammelingen van oud Israël. Ik zag dat Christus deze wet van het vertienen bekrachtigde in Matheüs 23:23. Andere plaatsen in het Nieuw Testament bevestigden Christus’ woorden. (Ons boekje End All Your Financiel Worries geeft daarover uitleg). En nogmaals, de ware Kerk onderwijst de waarheid over tienden betalen en over de vele Schriftgedeelten die dat ondersteunen.

Ik leerde dat er een groot vals religieus systeem is, door de Bijbel genoemd “VERBORGENHEID [MYSTERIE]; HET GROTE BABYLON, DE MOEDER DER HOERERIJEN EN DER GRUWELEN DER AARDE” (Openb. 17:5), vermomd als christendom. Die wordt beschreven als de “moederkerk” met protesterende “dochters” die haar verlieten, maar nog altijd deel uitmaken van haar systeem. Dit systeem heeft alle doctrines van God zorgvuldig vervalst en heeft voortdurend geprobeerd de ware Kerk van God binnen te dringen, in te palmen en te vernietigen. Ik leerde dat de Bijbel God’s volk waarschuwt om niet weggemaaid te worden in de dodelijke misleiding van deze grote valse kerk. En door de studie van de geschiedenis van de ware Kerk leerde ik dat deze valse vrouw steeds weer een middel vond om de ware Kerk te enteren, waardoor mensen die vastbesloten waren vast te houden aan de volle waarheid van God moesten vluchten voor haar opdringerigheid en haar invloed! (Lees onze uitgebreide brochure Many Shall Come In My Name om meer te leren over dit systeem).

Tenslotte, de ware Kerk van God onderwijst de waarheid over al die doctrines en over de talrijke Schriftgedeelten die deze ondersteunen!

Wat recente geschiedenis

Nadat de oorspronkelijke apostelen gestorven waren, dook de valse kerk op die de zichtbare Kerk grotendeels vernietigde. Wegens vervolging, vaak met inbegrip van bedreigingen, gevangenschap, foltering en dood, gaven vele mensen zich gewonnen en gingen weg van de waarheid van God’s Weg en dus ook van de ware Kerk. Deze periode wordt vaak “De Verloren Eeuw” genoemd. Maar, zoals Jezus beloofde, heeft Zijn Kerk het altijd overleefd. Zijn Kerk werd nooit helemaal opgedoekt of vernietigd – hoewel die beslist een “kleine kudde” bleef die Zijn Woord bewaarde, en zelf ook bewaard bleef in God’s naam.

Petrus waarschuwde: “En er zijn ook valse profeten onder het volk geweest, gelijk ook onder u valse leraren zijn zullen, die VERDERFELIJKE KETTERIJEN bedekt invoeren zullen, ook de Here Die hen gekocht heeft verloochenende, en een haastig verderf over zichzelf brengende. En velen zullen hun verderfenissen navolgen, door welke DE WEG DER WAARHEID zal gelasterd worden. En zij zullen door gierigheid, met zelfgemaakte woorden, koopwaar van u maken” (2 Petr. 2:1-3).

Vóór zijn dood gaf Paulus de oudsten van Efeze een expliciete waarschuwing om te begrijpen wat er zou gebeuren na zijn heengaan. Noteer: “Zo hebt dan acht op uzelf, en op de gehele kudde, waarover u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente van God te weiden…Want dit weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen, die de kudde niet sparen. En uit uzelf zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich” (Hand. 20:28-30).

De geschiedenis rapporteert dat exact dit gebeurde tijdens (en na) De Verloren Eeuw.

Een grootschalige afvalligheid binnen de ware Kerk gebeurde ook nog eens op het einde van de twintigste eeuw. En nog wel juist zoals Petrus en Paulus hadden gewaarschuwd voor wat zou gebeuren in de Kerk van de eerste eeuw. Dit vraagt wat uitleg.

Ik vertelde al eerder dat God me tot Zijn waarheid had geroepen in 1966. Ik werd gezegend om God’s prachtige Plan te leren en te kennen, en persoonlijk opgeleid te worden door Herbert W. Armstrong. Mijn relatie met deze man begon vooral toen ik zijn secretaresse ontmoette en haar huwde in 1971.

God gebruikte dhr. Armstrong om waarheden te herstellen die eeuwenlang verloren gingen voor Zijn Kerk. Kort na zijn dood waren er meer dan 150.000 Kerkleden – toen zijn opvolgers “inkwamen” en “opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich”.

Sinds de dood van dhr. Armstrong in januari 1986, duurde dit vernietigingsproces ongeveer negen jaar. Zoals het verliep in het historische patroon, viel de grote meerderheid (zo’n 80%) compleet af van de waarheid, van de ware Kerk en van de ware God. Zij werden weer verstrooid in de wereld of bleven waar zij zaten, keerden weer naar honderden valse doctrines en praktijken die ze opnieuw aanvaardden. (De volledige geschiedenis staat opgetekend in mijn boek There Came a Falling Away).

De overige 20%, die niet akkoord gingen met de valse leraren die het zichtbare genootschap gevangen hielden, werden ook verstrooid in een variëteit van organisaties die in uiteenlopende mate vasthielden aan de waarheid die we allemaal hadden geleerd onder dhr. Armstrong’s leiderschap. Wie deze groepen voorstellen in de profetie, zal even uitgelegd worden.

Alles wat ik hier beschreef was eigenlijk al lang voorspeld. Paulus werd geïnspireerd te spreken over en te waarschuwen voor deze grote afval vlak vóór de Terugkeer van Christus. Noteer wat hij optekende: “Dat u niemand verleide op enigerlei wijze; want die [de Terugkeer van Christus, twee verzen eerder beschreven] komt niet tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs”.

Paulus verklaarde dat deze afval iedereen zou treffen die “de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden” (2 Tess. 2:3, 10). Het Griekse woord voor “afvalligheid” is apostasia, en betekent letterlijk “afwijken van de waarheid”.

Toen God me riep was deze geprofeteerde afval natuurlijk nog niet voorgevallen. Hoewel de hele Kerk was gewaarschuwd dat die afval zou komen, geraakten de meesten toch verstrikt in valse leringen. Omdat zij niet dicht bij God bleven zoals zij hadden moeten doen, door vurig gebed, Bijbelstudie, meditatie en geregeld vasten. Zonder het te beseffen werden zij gevangen.

Nog een cruciale waarheid

Hier gekomen moet nog een bijkomende Bijbelse doctrine worden geïntroduceerd. De Bijbel leert, in Openbaring 2 en 3, dat God met Zijn Kerk werkte doorheen zeven afzonderlijke en opeenvolgende era’s. In deze twee hoofdstukken verstrekt Christus wat details over elke era. De eerste vijf (met uitzondering van de tweede) worden beschreven als hebbende hun eigen geheel van doctrinaire en geestelijke problemen die uiteindelijk leidden naar hun eigen verval. Telkens als zoiets gebeurde, wekte God een nieuwe leider op om de volgende era te vestigen. Deze zeven era’s zijn Efeze, Smyrna, Pergamus, Thyatire, Sardis, Filadelfia en Laodicea.

Oorspronkelijk waren dat zeven steden die dicht bijeen lagen (in die volgorde) op een postroute in Klein-Azië (nu westelijk Turkije). Elke stad weerspiegelde overeenkomstige houdingen die zouden bestaan in de zeven era’s die ze vertegenwoordigen. Christus was in staat om die steden te gebruiken om een patroon te tonen dat de 2.000-jaar geschiedenis van Zijn Kerk zou overbruggen, van het jaar 31 tot aan Zijn Terugkeer. (Lees ons zeer uitgebreid en fascinerend boek The History of the True Church – Where Is It Today?).

Toen God dhr. Armstrong riep in het najaar van 1926, was de Nieuw Testamentische Kerk gekomen aan het einde van de vijfde era (Sardis). Dhr. Armstrong werd geordineerd in 1931, en op het einde van 1933 begon God met hem te werken op een speciale manier om Zijn volledige waarheid voor Zijn Kerk te herstellen. En om de zesde era op te richten en te leiden: Filadelfia.

De dood van dhr. Armstrong, 52 jaar later, plaveide de weg voor valse leiders om binnen te organisatie op te duiken. Ware Christenen werden gedwongen om te vluchten. De meesten van hen vormden groepen of sloten er zich bij aan. Groepen die, zoals hoger vermeld, niet volledig vasthielden aan de waarheid en de praktijken van God’s Kerk. Collectief vormen deze groepen de zevende en laatste – of Laodicea – era van de Kerk.

Hoewel Laodicea betekent “het volk regeert, oordeelt, beslist”, zijn zij nog altijd God’s volk – maar in een zwakke en verwarde conditie. Toch vertegenwoordigen zij niet Zijn ware Kerk, en bevinden zij zich buiten Zijn Lichaam. Zij vormden hun eigen organisaties, en Christus kan hen niet besturen! Zij die de volledige waarheid wilden vasthouden (Filadelfiërs) zonder ook maar één compromis te sluiten met ware doctrines en praktijken, merkten al vlug dat zij hun organisaties moesten verlaten ten einde dit te doen. Dit boekje zou onvolledig zijn zonder een beknopte uitleg over deze gebeurtenissen, omdat die uiteindelijk geleid hebben tot de vorming van De Herstelde Kerk van God.

Deze Kerk sluit geen enkel compromis inzake zelfs maar één van de vele, vele doctrines van God. Juist zoals Christus voorspelde, gaat het om een beperkte, vervolgde “kleine kudde” die God bewaarde in Zijn Naam. Die Kerk gaat krachtig door met God’s Werk – het uitdragen van het ware evangelie van het KONINKRIJK VAN GOD aan de wereld, en de speciale waarschuwing aan de moderne afstammelingen van oud Israël, vooraleer dit tijdperk eindigt. Haar vruchten bewijzen God’s zegeningen. De Kerk groeit en heeft wereldwijd verspreide leden. Het feit dat u dit boekje leest, betekent dat u ermee in contact kwam – juist zoals ik in 1966 geprivilegieerd was om in contact te komen met de ware Kerk, en voor het eerst de waarheid van de Bijbel leerde.

Christus’ onwrikbare belofte

Christus beloofde ook dat, wanneer valse leiders – die Hij in Johannes 10 bestempelde als “dieven en moordenaars” – “de schapen ZIJN [Christus’] STEM horen: en Hij roept Zijn schapen bij name, en leidt ze uit”. Zijn stem wordt gedefinieerd als “de waarheid” (Joh. 18:37).

Hij gaat verder met te zeggen: “Hij gaat voor hen heen; en de schapen volgen Hem, aangezien zij Zijn STEM kennen. Maar een vreemde zullen zij geenszins volgen, maar zullen van hem vluchten; omdat zij de stem der vreemden niet kennen” (10:3-5). Christus vervolgt met het gedrag van bepaalde dienaars te omschrijven. Noteer: “De huurling vlucht, omdat hij een huurling is, en geen zorg heeft voor de schapen” (vers 13). Deze opmerkelijke belofte toont dat Christus Zijn schapen nooit zal opgeven, en dat Hij hen die Zijn stem horen en bereid zijn Hem te volgen altijd zal beschermen – wanneer zij in gevaar verkeren. En leiden naar waar Hij de waarheid herstelde, het Werk heropstartte en Zijn naam plaatste!

De Laodiceaanse era van de Kerk wordt door Christus beschreven als “ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt”. Hij zegt ook dat deze era “lauw” is en ijver mist (Openb. 3:14-22).

Deze laatste era is nu dominant, en blijft zo tot vóór de spoedige, glorierijke Terugkeer van Jezus Christus. In vers 20 zegt Christus tot iedereen in deze era: “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen”.

Deze passage beschrijft Christus’ aanbieding aan iedereen die vasthield aan een deel van de waarheid. (Filadelfiërs houden vast aan de hele waarheid, omdat zij vastbesloten zijn “niemand hun kroon te laten afnemen” – Openb. 3:11). Hij zal doorgaan de Laodiceeërs “bij name” te roepen en aan hun deur te kloppen, tot er geen tijd meer overblijft in dit tijdperk. Jammer genoeg zullen de meesten in deze era Hem blijven buitensluiten, en niet toelaten dat Hij hen “leidt uit” het gevaar waar zij voor staan in de voorspelde Grote Verdrukking die spoedig zal komen over een wereld die er zich niet aan verwacht (Luk. 21:34-36)! (Dit proces van het kloppen op de deur wordt grondig behandeld in ons boek “Zalf Uw Ogen” – Christus’ Waarschuwing aan Zijn Volk, dat u misschien graag zult lezen).

Juist zoals dhr. Armstrong ernaar streefde vreedzaam te leven naast de Sardis era van de Kerk, en hen niet schuin bekeek, zo streven wij er ook naar vreedzaam te leven (Filadelfia betekent “broederliefde”) naast de zevende era – Laodicea – zonder hen schuin te bekijken. Wij hopen en bidden dat veel méér mensen zullen blijven ontwaken voor Christus’ boodschap, om uit deze era te komen. En wij streven ernaar hen te waarschuwen voor wat in het verschiet ligt. Nochtans is dit boekje niet geschreven voor of specifiek gericht tot deze zwakke broeders. Dit boekje is er om nieuwe mensen te instrueren die God nu roept (zij die de waarheid voor de eerste keer horen), wat de bovenstaande korte beschrijving van de Kerkera’s impliceert. Zodat zij beter in staat zijn de recente gebeurtenissen in de ware Kerk te begrijpen, en diezelfde valstrikken te vermijden waar zovele anderen in trapten!

Christus bouwde Zijn Kerk

De wereld is gebouwd op het FUNDAMENT van Satan’s levenswijze. Als “god van deze wereld” construeerde hij zijn eigen regeringen, culturen, onderwijssystemen en andere instellingen – en hij bouwde ook zijn eigen “kerken” (2 Kor. 11:13-15). Al die elementen vormen samen een “gebouw” met een uitgebreide superstructuur, maar een die gegrondvest is op “zand” in plaats van op “de rots” (1 Kor. 10:4) die Jezus Christus is! Christus tracht deze regeringen, instellingen of kerken van Satan’s wereld niet te bouwen, te herbouwen of te herstellen! Die gaan binnenkort van de kaart geveegd worden door “slagregen, winden en waterstromen”, zoals Hij beschreef in Matheüs 7:24-27.

Maar Christus noemde Zijn Kerk ook “een gebouw” – een dat “bekwamelijk samengevoegd” is (Ef. 2:21), en gebouwd met HEMZELF als fundament. Hij is letterlijk “een gebouw aan het bouwen” dat is samengesteld uit broeders die Hij “levende stenen” noemt (1 Petr. 2:5). Psalm 127:1 verklaart: “Zo de HERE het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden de bouwlieden daaraan”. Christus blijft vandaag doorgaan met Zijn constructie van de Kerk, zoals u kunt zien.

De ware Kerk wordt afgebeeld als een type van Jeruzalem en als de Moeder van alle broeders in de Kerk (Gal. 4:26; Hebr. 12:22-23). Zoals elke Moeder zorgt zij voor en voedt zij haar kinderen. God’s Kerk wordt beschreven als bruid van wie geprofeteerd wordt te trouwen met Jezus Christus bij Zijn Terugkeer (Openb. 19:7-9). Van haar wordt geschreven dat “zij zichzelf bereid heeft” voor dit wondermooie en GLORIEUZE gebeuren!

Gaat u iemand zijn die ernaar streeft “uzelf te bereiden”?

Tenslotte hebben we nog niet de eigenlijke betekenis behandeld van het Griekse woord vertaald met “Kerk” in het Nieuw Testament. Verduidelijking is nodig. Het woord “kerk” is ekklesia en betekent “een uitgeroepene”, vooral dan als religieus genootschap. Christenen worden inderdaad uit deze wereld geroepen – haar wegen, gewoonten, praktijken, tradities, verkeerde kennis en valse doctrines – naar de ware Kerk, en naar fellowship met God en Christus (1 Joh. 1:3).

God geeft een donderende aanmaning aan heel Zijn volk: “Daarom GAAT UIT het midden van hen [de wereld], en scheidt u af…en Ik zal u aannemen. En Ik zal u tot een Vader zijn, en gij zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Here, de Almachtige” (2 Kor. 6:17-18).

Moge God u helpen uit het Babylon van deze wereld te komen (Openb. 18:4), zodat u kunt KWALIFICEREN om te regeren met Christus . In de wondermooie, utopische nieuwe wereld die vóór ons ligt!

Raad vragen

De volgende quote vormt de afsluiter van het boekje van dhr. Armstrong Where Is the True Church? onder de titel “The True Name”:

“In deze wereld worden kerken genoemd naar MENSEN, of naar SYSTEMEN die mensen bedacht hebben, of naar het soort kerkbestuur dat MENSEN uitknobbelden, TEGENSTRIJDIG aan God’s Woord, of naar een significante doctrine die zij benadrukken, of naar wat men hoopt ervan te maken – alomvattend, universeel of katholiek. Maar waar die ENE ware Kerk is, die zal de naam dragen KERK VAN GOD.

“Maar dat is niet alles. Velen hebben zich God’s naam toegeëigend, maar verkondigen niet het KONINKRIJK VAN GOD, als het BESTUUR van God, dat wij moeten GEHOORZAMEN – het onderwijzen van gehoorzaamheid aan God’s Wet (Tien Geboden) – het onderwijzen van BEKERING van rebellie en het overtreden van God’s Heilige Wet – het leren dat wij nu kunnen VERWEKT worden in het KONINKRIJK (Familie) van God, en door de opstanding GEBOREN worden in de GOD FAMILIE! Die ware Kerk predikt de op handen zijnde komst van CHRISTUS als KONING der koningen en HEER der heren, om alle naties duizend jaar lang op aarde te besturen. Niet daar boven in de hemel, maar OP DEZE AARDE (Openb. 5:10).

“Zo is er maar EEN Kerk!

“Die Kerk doet HET WERK VAN GOD. Die is, zoals Jezus zei dat ze zou zijn, een ‘klein kuddeke’ vervolgd en geminacht door de wereld.

“God’s Kerk heeft…DIENAARS [en OUDSTEN]…die u kunt bellen, die u thuis kunnen bezoeken, uw vragen beantwoorden, u de Bijbel uitleggen – ALS U EROM VRAAGT! Maar niemand zal u OOIT zelf bellen, tenzij U er uit vrije wil om vraagt! Wat het grote publiek betreft zei Jezus: ‘Ga NIET van huis tot huis’ (Luk. 10:7). Paulus bezocht de oudsten (dienaars) in Efeze van huis tot huis.

“Noch Jezus, noch Petrus, noch Paulus, noch iemand anders van de oorspronkelijke ware apostelen hebben ooit mensen benaderd en persoonlijk op hun bekering AANGEDRONGEN. God maakte ieder mens met een VRIJE WIL. God brengt iedereen ertoe ZIJN EIGEN BESLISSING TE NEMEN, en de ware God zal uw bekering nooit forceren”.

081125
TC

Andere Literatuur